← Geldende tekst · Geschiedenis

Wet van 8 mei 2003, houdende regels over de documentatie van vennootschappen (Wet documentatie vennootschappen)

Geldende tekst a fecha 2012-01-01

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de documentatie van gegevens over vennootschappen te regelen ten behoeve van de afgifte van verklaringen van geen bezwaar door de Minister van Justitie op grond van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, alsmede het gebruik van bedoelde gegevens ten behoeve van de voorkoming en bestrijding van het misbruik van vennootschappen, waaronder het plegen van misdrijven en overtredingen van financieel-economische aard door of door middel van vennootschappen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 2
1.

Onze Minister controleert rechtspersonen met het oog op de voorkoming en bestrijding van misbruik van rechtspersonen, waaronder het plegen van misdrijven en overtredingen van financieel-economische aard door of door middel van deze rechtspersonen.

2.

Onze Minister verwerkt gegevens in de registratie met het oog op het in het eerste lid genoemde doel.

3.

De gegevens, bedoeld in het tweede lid, kunnen worden gebruikt voor het doen van een risicomelding over een rechtspersoon.

Paragraaf 2. Bronnen van de registratie

Artikel 3
1.

In de registratie kunnen, met het oog op het in artikel 2, eerste lid, bedoelde doeleinde, gegevens worden opgenomen die afkomstig zijn van:

2.

Tevens kunnen in de registratie daartoe gegevens worden opgenomen, indien de daarop van toepassing zijnde wetgeving dat toestaat die afkomstig zijn van:

3.

Op verstrekkingen uit het handelsregister als bedoeld in het eerste lid, onder a, aan de registratie is artikel 28, derde lid, van de Handelsregisterwet 2007 van toepassing.

4.

De gegevensverstrekking ingevolge het eerste lid, onder b, c en d en ingevolge het tweede lid, geschiedt kosteloos voorzover het overheidsorganen betreft, voorzover bij of krachtens de wet niet anders is bepaald.

Paragraaf 3. De inhoud van de registratie

Artikel 4
1.

In de registratie worden gegevens opgenomen over de oprichters, de aandeelhouders, de commissarissen, de leden – voor zover deze bestuurlijke functies vervullen –, de bestuurders en de vertegenwoordigers van een rechtspersoon.

2.

In de registratie kunnen gegevens worden opgenomen over andere personen die het beleid van de rechtspersoon bepalen of mede kunnen bepalen.

3.

In de registratie kunnen gegevens worden opgenomen over de echtgenoot, geregistreerd partner of levensgezel, de ouders, kinderen en kleinkinderen van de in het eerste en tweede lid bedoelde personen, indien dat nodig is in verband met de analyse van het bestuurdersnetwerk van de rechtspersoon.

4.

Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke categorieën gegevens over de personen als bedoeld in het eerste tot en met derde lid kunnen worden opgenomen.

5.

In de registratie kunnen verwijzingen worden opgenomen over:

Paragraaf 4. Het verstrekken van gegevens uit de registratie

Artikel 5
1.

Onze Minister kan uit eigen beweging of desgevraagd, ter uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 2, eerste lid, in individuele gevallen risicomeldingen doen aan bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen bestuursorganen, diensten, toezichthouders en andere personen, belast met de opsporing van strafbare feiten, onderscheidenlijk het toezicht op de naleving van wetgeving.

2.

Gegevens over de echtgenoot, geregistreerd partner of levensgezel, de ouders, kinderen en kleinkinderen van de in artikel 4, eerste en tweede lid bedoelde personen worden alleen in een risicomelding opgenomen, indien dat nodig is voor de onderbouwing van die risicomelding.

3.

Een ieder die krachtens deze wet de beschikking krijgt over gegevens met betrekking tot een derde die zijn neergelegd in een risicomelding is verplicht tot geheimhouding daarvan, tenzij bij algemene maatregel van bestuur mededeling wordt toegestaan.

4.

Van het doen van een risicomelding wordt aantekening gehouden. Deze aantekening wordt gedurende twee jaren bewaard.

5.

Het bestuursorgaan dat een risicomelding ontvangt, kan gedurende twee jaren gebruik maken van die melding.

6.

Indien binnen de in het vierde lid bedoelde gebruikstermijn geen gebruik is gemaakt van de risicomelding, verwijdert het ontvangende bestuursorgaan na ommekomst van deze termijn de risicomelding uit zijn administratie.

Artikel 6
1.

Onze Minister kan uit eigen beweging of desgevraagd ter uitvoering van de in artikel 2, eerste lid, bedoelde taak in individuele gevallen gegevens die in de registratie zijn opgenomen verstrekken aan:

2.

Bij algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld welke instanties of personen met een publiekrechtelijke taak als vaste gebruikers worden aangemerkt alsmede voor welk doeleinde.

3.

Indien verstrekking van persoonsgegevens uit de registratie plaatsvindt aan de in het eerste lid, onder c, genoemde andere instanties of personen, wordt van die verstrekking en het doeleinde daarvan aantekening gehouden. De aantekening wordt gedurende vijf jaren bewaard.

4.

Ten behoeve van een verkennend onderzoek als bedoeld in artikel 126gg van het Wetboek van Strafvordering kunnen de gegevens uit de registratie worden verstrekt of anderszins verwerkt in samenhang met een andere verzameling van persoonsgegevens, zonder beperking tot het individuele geval voor zover dit noodzakelijk is voor dat onderzoek.

Artikel 7
1.

Onze Minister kan ter uitvoering van de in artikel 2, eerste lid, bedoelde taak in individuele gevallen ten behoeve van het doen van een risicomelding, bedoeld in artikel 5, eerste lid, desgevraagd of uit eigen beweging gegevens verstrekken die afkomstig zijn van:

2.

In afwijking van artikel 67, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, artikel 67, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 en artikel 10, eerste lid, van de Registratiewet 1970 kan Onze Minister ter uitvoering van de in artikel 2, eerste lid, bedoelde taak in individuele gevallen ten behoeve van een risicomelding desgevraagd of uit eigen beweging gegevens verstrekken die afkomstig zijn van de rijksbelastingdienst.

3.

Voor andere doelen dan genoemd in het eerste en tweede lid worden geen gegevens verstrekt die afkomstig zijn van:

Artikel 8
1.

Uit de registratie kunnen gegevens worden verstrekt aan instanties in een ander land, die aldaar een publiekrechtelijke functie vervullen die verband houdt met het doel van de registratie.

2.

Indien in dat land geen passend niveau van bescherming van persoonsgegevens als bedoeld in artikel 76 van de Wet bescherming persoonsgegevens aanwezig is, kunnen persoonsgegevens slechts worden verstrekt in het geval dat aan nader bij algemene maatregel van bestuur te stellen eisen is voldaan.

Paragraaf 5. Het verwijderen van gegevens uit de registratie

Artikel 9
1.

Persoonsgegevens worden uit de registratie verwijderd uiterlijk acht jaren na ontbinding van de rechtspersoon met betrekking tot welke zij in de registratie zijn opgenomen.

2.

Er vindt ten minste eenmaal per jaar een onderzoek plaats naar de noodzaak om de opname van de in artikel 4 bedoelde gegevens in de registratie en de in artikel 4, vierde lid, bedoelde verwijzingen, te handhaven. Indien de noodzaak is komen te vervallen, worden de gegevens en de verwijzingen, uit de registratie verwijderd.

Paragraaf 6. Wijzigingen in andere regelingen

Artikel 10

Wijzigt Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

Artikel 11

Wijzigt de Wet politieregisters.

Paragraaf 7. Slotbepalingen

Artikel 12

Onze Minister brengt jaarlijks een openbaar verslag uit over het functioneren van de registratie, onder vermelding van het aantal malen dat gegevens verstrekt zijn aan instanties of personen als bedoeld in artikel 5, derde lid, alsmede onder aanduiding van de instanties en personen en de doeleinden van de verstrekking.

Artikel 13

Onze Minister van Justitie zendt binnen twee jaren na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

Artikel 14

Deze wet wordt aangehaald als: Wet controle op rechtspersonen.

Artikel 15

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 2a
1.

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de rijksbelastingdienst verstrekken op zijn verzoek aan Onze Minister de gegevens die deze behoeft ter uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 2, eerste lid.

2.

De gegevensverstrekking ingevolge het eerste lid geschiedt kosteloos.

Paragraaf 2. Bronnen van de registratie

Paragraaf 3. De inhoud van de registratie

Paragraaf 4. Het verstrekken van gegevens uit de registratie

Paragraaf 5. Het verwijderen van gegevens uit de registratie

Paragraaf 6. Wijzigingen in andere regelingen

Paragraaf 7. Slotbepalingen

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.