Verkeersbesluit inhoudende een inhaalverbod voor vrachtauto's op diverse autosnelwegen in beheer bij het Rijk

Type Ministeriële regeling
Publication 2003-06-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Overwegingen ten aanzien van het besluit

Vereiste van besluit

Op grond van het bepaalde in artikel 15, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 dient een verkeersbesluit te worden genomen voor de plaatsing of verwijdering van de in artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer genoemde verkeerstekens, alsmede voor onderborden, voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd.

Op grond artikel 18, eerste lid, onder a, van de Wegenverkeerswet 1994 ben ik bevoegd dit verkeersbesluit te nemen ten aanzien van wegen in beheer bij het Rijk.

Belangenafweging en motivering

De Rijksoverheid streeft naar behoud en verbetering van de bereikbaarheid van internationale en nationale verbindingen over de weg. Om de bereikbaarheid te verbeteren wordt ondermeer ingezet op het intensiever gebruiken/benutten van de bestaande infrastructuur.

Eén van de maatregelen waarmee de bereikbaarheid kan worden verhoogd betreft het inhaalverbod voor vrachtauto's. De maatregel dat vrachtauto's gedurende bepaalde tijdvakken op de dag niet mogen inhalen bevordert de doorstroming van alle weggebruikers doordat het aantal verkeersbewegingen wordt verminderd waardoor een rustiger verkeersbeeld ontstaat. Hierdoor wordt de weg beter benut en de kwaliteit van de verkeersafwikkeling verbeterd. Bovendien wordt de kans op ongevallen kleiner waardoor incidentele files afnemen.

Momenteel geldt al een inhaalverbod voor vrachtauto's conform mijn verkeersbesluit `Inhaalverbod voor vrachtauto's op diverse autosnelwegen in beheer bij het Rijk', nummer UB2001/11948 van 9 januari 2002. Dit besluit is gepubliceerd in de Staatscourant nr 15 van 22 januari 2002. Eerdere besluiten inhoudende een inhaalverbod zijn bij dit besluit ingetrokken.

Een inhaalverbod voor vrachtwagens is alleen op die wegvakken ingesteld waar het een bijdrage levert aan de doorstroming en de verkeersveiligheid. De maatregel gold tot voorheen op tweestrooks utosnelwegen met een benuttingsgraad van 60% of meer en/of op wegvakken waar een helling aanwezig is. Duits onderzoek heeft aangetoond dat nog verbeteringen in de doorstroming mogelijk zijn bij een verhouding boven de 56%.

Ik heb besloten deze norm vanaf nu ook in Nederland te gaan hanteren.

Met gebruikmaking van de verkeersgegevens 2003 en het nieuwe criterium verkeersintensiteit/wegcapaciteit is nagegaan welke wegvakken van tweestrooksautosnelwegen naast de bestaande wegvakken met een inhaalverbod, in aanmerking komen voor het instellen van een inhaalverbod tijdens de spits of gedurende de dag.

Gebleken is dat dit betekent dat voor invoering in aanmerking komen additioneel circa 71 kilometer autosnelweg tijdens de spitsuren en circa 211 kilometer kilometers wegvak tijdens het dagvenster. Invoering hiervan betekent dat in de nieuwe situatie op circa 629 km tweestrooksautosnelwegen sprake is van een inhaalverbod op werkdagen tijdens de ochtend- en avondspits en op circa 441 kilometer tweestrooksautosnelweg tijdens het dagvenster van 6.00 tot 19.00 uur.

Op totaal circa 1070 km tweestrooksautosnelweg is dan sprake van een inhaalverbod tijdens dag- of spitsvensters. Dit is 58% van het totaal aantal kilometers tweestrooksautosnelweg. Met deze voorgenomen uitbreiding zal in de praktijk op alle drukke tweestrooksautosnelwegen een inhaalverbod van kracht zijn

De betreffende wegvakken zijn vermeld in de bij dit besluit behorende overzichtslijst.

Voor alle wegvakken geldt het inhaalverbod van maandag tot en met vrijdag. Op de overzichtslijst wordt per wegvak aangegeven de uren waarop het inhaalverbod geldt.

De wegvakken die zijn vermeld in mijn besluit UB 2001/11948 van 9 januari 2002 zijn eveneens in de overzichtslijst opgenomen. Voornoemd besluit zal, gelijktijdig met de inwerkingtreding van dit besluit, worden ingetrokken.

In het besluit UB 2001/11948 van 9 januari 2002 staat vermeld dat op termijn de inhaalverboden, naast borden in verschijnuitvoering, ook volgens de dynamische variant uitgevoerd worden door middel van elektronische signaleringsborden. Hiermee kan onafhankelijk van vooraf vastgestelde tijdvensters en wegvakken en afhankelijk van de actuele verkeersintensiteit een inhaalverbod worden ingesteld en beëindigd.

Statische inhaalverboden zijn gebaseerd op een gemiddelde verkeerssituatie en kunnen niet op minder drukke momenten worden uitgeschakeld.

Voor de effectiviteit van en het behoud en verbeteren van draagvlak voor de inhaalverboden verdient het de voorkeur het verbod alleen in te stellen op die momenten van de dag waarop de verkeersveiligheid en verkeersintensiteiten dat noodzakelijk maken.

Met de thans voorgenomen uitbreiding is naar mijn mening de grens bereikt van hetgeen bij toepassing van statische inhaalverboden verantwoord is gegeven de inflexibiliteit van het systeem en gelet op de noodzaak van draagvlak bij vrachtwagenchauffeurs en de mogelijkheden van de handhaving. Verdere uitbreiding met een statische systeem van inhaalverboden wordt door mij dan ook niet meer als een reële optie beschouwd.

De nadruk komt daarom te liggen op de ontwikkeling en introductie van dynamische inhaalverboden.

Dynamische inhaalverboden zullen moeten worden ingepast in de reconstructie van het dynamisch verkeerssignaleringssysteem van Rijkswaterstaat. Momenteel is een separate vervroegde invoering van alleen dynamische inhaalverboden omwille van de technische complexiteit en de hoge kosten geen optie.

Gevolgde procedure

Door mij is geen openbare voorbereidingsprocedure op grond van de Algemene wet bestuursrecht gevolgd. De reden hiervan is dat overeenkomstig artikel 24 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer overleg is gevoerd met de korpschef van het Korps landelijke politiediensten. Voorts heeft overleg plaatsgevonden met de betrokken regionale politiekorpsen en het Openbaar Ministerie, alsmede met de wegvervoersbranche-organisaties.

Ik ga er verder van uit dat er geen andere belanghebbenden zijn die door het nemen van dit besluit redelijkerwijs in hun belangen worden geraakt.

Gelet op artikel 15, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994;

Besluit:

Artikel 1

Het besluit UB 2001/11948 van 9 januari 2002 wordt bij de inwerkingtreding van dit besluit ingetrokken.

Artikel 2
1.

Door plaatsing van borden model F3 en F4 dan wel op termijn A3 en F9 van bijlage 1 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990, in verschijnuitvoering dan wel met onderborden, met daarop de tijdstippen van 06.00 uur tot 10.00 uur én van 15.00 uur tot 19.00 uur of van 6.00 uur tot 19.00 uur van maandag tot en met vrijdag, wordt een verbod in gesteld voor vrachtauto's om motorvoertuigen in te halen, op de wegvakken vermeld in de bij dit besluit behorende overzichtslijst.

2.

Zodra op de wegvakken een daartoe ingericht meetsysteem geïnstalleerd is zal de maatregel, in afwijking van de genoemde dagen en tijdstippen, alleen dan van kracht zijn wanneer de verkeerssituatie (intensiteit vrachtverkeer en aanwezigheid helling), dan wel de verkeersintensiteit daarom vraagt (benuttingsgraad ten minste 56%). De maatregel zal dan volgens de dynamische variant worden uitgevoerd door middel van elektronische signaleringsborden dan wel door middel van borden in verschijnuitvoering.

Artikel 3

Dit besluit wordt gepubliceerd in de Staatscourant en treedt in werking met ingang van 1 juni 2003.

Bijlage

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.