Selectielijst neerslag handelingen Medisch Ethische Toetsingscommissie AZG en RuG op het beleidsterrein openbare en bijzondere academische ziekenhuizen over de periode 1985–2000

Type Archiefselectielijst
Publication 2007-02-21
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 5, tweede lid, onder b, van de Archiefwet 1995;

De Raad voor Cultuur gehoord (advies van de Raad voor Cultuur van 20 augustus 2003, nr. arc-2003.5356/2);

Besluit:

Artikel 1

De bij dit besluit gevoegde ‘selectielijst voor de neerslag van de handelingen van de Medisch Ethische Toetsingscommissievan het Academisch Ziekenhuis Groningen en de Rijksuniversiteit Groningenop het beleidsterrein openbare en bijzondere academische ziekenhuizen over de periode 1985–2000’ en de daarbij behorende toelichting worden vastgesteld.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende selectielijst en toelichting in de Staatscourant zal worden geplaatst.

Bijlage

Toelichting

Inleiding

Het rapport ‘Een academische zaak, deel III’, een institutioneel onderzoek naar openbare en bijzondere academische ziekenhuizen op de beleidsterreinen wetenschappelijk onderwijs en volksgezondheid vanaf 1985, vormt de grondslag van dit Basisselectiedocument (BSD). Het rapport (PIVOT-nr. 97) beschrijft alle handelingen van de bestuursorganen van de openbare en bijzondere academisch ziekenhuizen op bovengenoemde beleidsterreinen en geeft daarnaast een overzicht van andere actoren die zich op deze beleidsterreinen bewegen.

Het Basisselectiedocument (BSD) is de verantwoording van het bewaar- en vernietigingsbeleid van de organisatie. Tevens vormt het voor de academische ziekenhuizen als overheidsorganen het wettelijke voorgeschreven selectieinstrument. Overeenkomstig het bestaande gebruik zal het BSD ook bij de bijzondere academische ziekenhuizen te Amsterdam en Nijmegen (AZVU, AZN), die als privaatrechtelijke organisaties niet onder de Archiefwet 1995 vallen, gehanteerd worden als selectieinstrument voor hun archieven.

Het BSD bevat een voorstel voor bewaring of vernietiging van de bescheiden die het resultaat zijn van handelingen van actoren, met name de bestuursorganen van de academische ziekenhuizen, op de beleidsterreinen wetenschappelijk onderwijs en gezondheidszorg. In het basisselectiedocument wordt de documentaire neerslag van handelingen verdeeld in te bewaren en (op termijn) te vernietigen documentaire neerslag.

Het rapport institutioneel onderzoek en het voorliggende basisselectiedocument zijn de resultaten van onderzoeken bij de diverse academische ziekenhuizen, dat in de periode november 1999 – november 2000 is verricht door Niels van Heezik van Doxis documentaire informatiespecialisten.

Doel van dit onderzoek is de selectiemethode zoals deze in het kader van het Project Invoering Verkorting Overbrengingstermijn (PIVOT) bij het Algemeen Rijksarchief is ontwikkeld te kunnen toepassen op de neerslag van het handelen van de openbare en bijzondere academische ziekenhuizen vanaf 1985.

Hoofdlijnen van het handelen van academische ziekenhuizen

PIVOT definieert hoofdlijnen van het handelen als: doelstellingen van de overheid binnen de kaders van een beleidsterrein. Op het beleidsterrein wetenschappelijk onderwijs vervullen de academische ziekenhuizen de rol van werkplaats voor de medische faculteit; de plaats waar studenten praktijkervaring kunnen opdoen. Binnen het beleidsterrein gezondheidzorg nemen de academische ziekenhuizen een prominente plaats in. Ze vormen de top van het stelsel van gezondheidszorg, waar andere ziekenhuizen hun patiënten naar kunnen verwijzen (topreferentiefunctie), waar het merendeel van de specialistische ingrepen worden uitgevoerd (topklinische functies) en waar medisch-wetenschappelijk onderzoek wordt verricht.

Actoren

De selectielijst is vervaardigd ten behoeve van het specifieke takenpakket van de academische ziekenhuizen. De beleidsterrein worden derhalve beschouwd vanuit het perspectief van de academische ziekenhuizen waardoor de handelingen van bijvoorbeeld de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zich beperken tot die handelingen die contextuele betekenis hebben voor het handelen van de academische ziekenhuizen. De handelingen van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen zijn vastgelegd in een ander institutioneel onderzoek.1Zeegers, Ch.M., Een academische zaak, deel II. Een institutioneel onderzoek naar het handelen van de rijksoverheid op het beleidsterrein wetenschappelijk onderzoek, (1945) 1960-1997. PIVOT-rapport 55 ('s-Gravenhage 1998).

Aan de academische ziekenhuizen is rechtspersoonlijkheid toegekend, waardoor zij kunnen worden gekarakteriseerd als publiekrechtelijke instellingen met volledige (geattribueerde) rechtsbevoegdheid. De openbare academische ziekenhuizen handelen door middel van organen die zijn bekleed met openbaar gezag. De bijzondere academische ziekenhuizen gaan uit van privaatrechtelijke rechtspersonen, zijnde een stichting (Katholieke Universiteit Nijmegen) of een vereniging (Vrije Universiteit). De bestuursorganen van de bijzondere universiteiten zijn niet bekleed met openbaar gezag.2Aldus de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen in de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel voor de invoering van de tweede tranche van de Algmene wet bestuursrecht (Kamerstukken Tweede Kamer, 1990-1991, 22 061, nr. 3, blz. 59)

Als voornaamste actoren kunnen worden aangewezen:

Doelstellingen van de selectie

De hoofddoelstelling van de selectie is een scheiding aan te brengen tussen:

Voor archiefbescheiden van de openbare academische ziekenhuizen, die als overheidsinstelling vallen onder de werking van de Archiefwet 1995 (Stb. 1995, 276), geldt dat deze na een termijn van 20 jaar moeten worden overgebracht naar een rijksarchief. Voor de bijzondere academische ziekenhuizen, die als privaatrechtelijke instelling niet onder de werking van de Archiefwet vallen, geldt dat voor de voor blijvende bewaring aangemerkte archiefbescheiden de overdracht aan een rijksarchief tot de mogelijkheden behoort, maar ook de permanente bewaring in eigen beheer.

Dit basisselectiedocument is opgesteld tegen de achtergrond van de selectiedoelstelling van de rijksarchiefdienst/ PIVOT, zoals de Minister van Welzijn Volksgezondheid en Cultuur die heeft gemeld bij de behandeling van de nieuwe archiefwet in de Tweede Kamer en die als volgt luidt: ‘het mogelijk maken van de reconstructie van het overheidshandelen op hoofdlijnen’. Door het Convent van Rijksarchivarissen is deze doelstelling vertaald als ‘het selecteren van handelingen van de overheid om bronnen voor de kennis van de Nederlandse samenleving en cultuur veilig te stellen voor blijvende bewaring’.

Deze selectiedoelstelling wordt voor de openbare en bijzondere academische ziekenhuizen geoperationaliseerd binnen de beleidsterreinen wetenschappelijk onderwijs en gezondheidszorg. Hierbij wordt de doelstelling enigszins uitgebreid, omdat niet het alleen de handelingen van de openbare academische ziekenhuizen (als overheidsinstellingen) worden geselecteerd maar ook die van de bijzondere academische ziekenhuizen. De handelingen van de verschillende actoren in het academisch ziekenhuis worden geselecteerd op hun bijdrage aan de realisering van de selectiedoelstelling. Bij de selectie is derhalve aan de orde welke bescheiden, behorende bij welke handeling, berustende bij welke actor, overgebracht dienen te worden ten einde het handelen van de academische ziekenhuizen met betrekking tot wetenschappelijk onderwijs en onderzoek op hoofdlijnen te kunnen reconstrueren.

Criteria voor de selectie

Teneinde de selectiedoelstelling te operationaliseren zijn de in het rapport institutioneel onderzoek geformuleerde handelingen gewogen aan de hand van de door PIVOT opgestelde (positief geformuleerde) selectiecriteria (zie volgende pagina’s). Positief geformuleerd wil zeggen dat de criteria aangeven van welke handelingen de neerslag dient te worden overgebracht naar het rijksarchief nadat de wettelijk vastgelegde overbrengingstermijn van 20 jaar is verstreken. Hiermee wordt het BSD geen bewaarlijst, maar blijft een selectielijst (in de zin van art. 5, Archiefwet 1995). In het BSD wordt namelijk aangegeven van welke handelingen de neerslag niet behoeft te worden overgebracht en van welke handelingen dat wel moet. De beslissing hierover wordt echter bepaald door positieve criteria.

Hetgeen voldoet aan de selectiecriteria dient te worden overgebracht, is gewaardeerd met B(ewaren).3Deze neerslag dient te worden overgebracht volgens de normen zoals neergelegd in Om de kwaliteit van het behoud: normen 'goede en geordende staat', M. Beekhuis en R.C. Hol, Rijksarchiefdienst/PIVOT, Ministerie van WVC, Den Haag 1993. De neerslag van handelingen die niet aan de hieronder weergegeven selectiecriteria voldoet, wordt gewaardeerd met V(ernietigen). ‘Vernietigen’ betekent: niet overbrengen van de neerslag van het handelen naar de rijksarchiefdienst of de plaats die het bijzondere academisch ziekenhuis voor het statisch archief heeft aangewezen. De documentaire neerslag die uit deze handelingen voortvloeit is niet noodzakelijk voor de reconstructie van het (overheids)beleid op hoofdlijnen. Ingeval van ‘vernietigen’ is het orgaan dat verantwoordelijk is voor het gegevensbeheer verantwoordelijk voor de bestemming van en de zorg voor de betreffende documentaire neerslag.

Veel handelingen in het BSD hebben zowel betrekking op de openbare als de bijzondere academische ziekenhuizen, andere komen in vergelijkbare varianten voor bij verschillende instellingen. Door de besturen van de bijzondere academische ziekenhuizen is er voor gekozen om het selectiebeleid zoveel mogelijk af te stemmen op dat van de openbare academische ziekenhuizen, hetgeen in de meeste gevallen geleid heeft tot gelijke selectiekeuzes en (vernietigings)termijnen. Het stond de bijzondere academische ziekenhuizen als privaatrechtelijke instellingen echter vrij om voor andere keuzes of termijnen te kiezen. Zij waren hierbij uiteraard wel gebonden aan enkele bepalingen uit het Burgerlijk Wetboek.4Op grond van Boek 2, artt. 10 en 24, moeten begrotingen, jaarrekeningen en jaarverslagen tenminste 10 jaar bewaard worden.

Het BSD zal voor de openbare academische ziekenhuizen via de archiefwettelijke procedure als wettelijk selectielijst worden vastgesteld.

Archiefbescheiden als bestanddeel van het cultureel erfgoed

De selectiedoelstelling van de Rijksarchiefdienst is dat met de te bewaren gegevens een reconstructie van het handelen van de rijksoverheid op hoofdlijnen ten opzichte van haar omgeving mogelijk moet zijn, waardoor bronnen van de Nederlandse samenleving en cultuur veilig worden gesteld voor blijvende bewaring.

Om de selectiedoelstelling te realiseren worden 6 selectiecriteria gebruikt om tot waardering te komen.

Algemene selectiecriteria

Algemeen selectiecriterium

1.

Handelingen die betrekking hebben op voorbereiding en bepaling van beleid op hoofdlijnen.

Toelichting: Hieronder wordt verstaan agendavorming, het analyseren van informatie, het formuleren van adviezen met het oog op toekomstig beleid of het plannen van dat beleid, alsmede het nemen van beslissingen over de inhoud van beleid en terugkoppeling van beleid. Dit omvat het kiezen en specificeren van de doeleinden en de instrumenten.

2.

Handelingen die betrekking hebben op evaluatie van beleid op hoofdlijnen.

Toelichting: Hieronder wordt verstaan het beschrijven en beoordelen van de inhoud, het proces of de effecten van beleid. Hieronder valt ook het toetsen en het toezien op beleid. Hieruit worden niet per se consequenties getrokken zoals bij terugkoppeling van beleid.

3.

Handelingen die betrekking hebben op verantwoording van beleid op hoofdlijnen aan andere actoren.

Toelichting: Hieronder valt tevens het uitbrengen van verslag over beleid op hoofdlijnen aan andere actoren of ter publicatie.

4.

Handelingen die betrekking hebben op (her)inrichting van organisaties belast met beleid op hoofdlijnen.

Toelichting: Hieronder wordt verstaan het instellen, wijzigen of opheffen van organen, organisaties of onderdelen daarvan.

5.

Handelingen die bepalend zijn voor de Wijze waarop beleidsuitvoering op hoofdlijnen plaatsvindt.

Toelichting: Hieronder wordt verstaan het toepassen van instrumenten om de gekozen doeleinden te bereiken.

6.

Handelingen die betrekking hebben op beleidsuitvoering op hoofdlijnen en direct gerelateerd zijn aan of direct voortvloeien uit voor het Koninkrijk der Nederlanden bijzondere tijdsomstandigheden en incidenten.

Toelichting: Bijvoorbeeld in het geval de ministeriële verantwoordelijkheid is opgeheven en/of wanneer er sprake is van een oorlogstoestand, staat van beleg of toepassing van noodwetgeving.

Ingevolge artikel 5, onder e, van het Archiefbesluit 1995 kan neerslag van bepaalde, als te vernietigen gewaardeerde handelingen betreffende personen en/of gebeurtenissen van bijzonder cultureel of maatschappelijk belang, van vernietiging worden uitgezonderd.

Vaststelling BSD

Op 26 oktober 2002 is het ontwerp-BSD door het Periodiek Overlegorgaan Documentaire Informatie Universitaire Medische Centra aan de Staatssecretaris van OCenW aangeboden, waarna deze het ter advisering heeft ingediend bij de Raad voor Cultuur (RvC). Van het gevoerde driehoeksoverleg over de waarderingen van de handelingen is een verslag gemaakt, dat tegelijk met het BSD naar de RvC is verstuurd. Vanaf 1 november 2002 lag de selectielijst gedurende acht weken ter publieke inzage bij de registratiebalie van het Nationaal Archief evenals in de bibliotheken van Academisch Ziekenhuis bij de Universiteit van Amsterdam, het Academisch Ziekenhuis Groningen, het Academisch Ziekenhuis Leiden, het Academisch Ziekenhuis Maastricht, het Academisch Ziekenhuis Nijmegen, het Academisch Ziekenhuis Rotterdam, het Academisch Ziekenhuis Utrecht, het Academisch Ziekenhuis bij de Vrije Universiteit, de Commissie Medische Ethiek van het Leids Universitair Medisch Centrum en de Medische Ethisch Toetsingscommissie van het Academisch Ziekenhuis Groningen en de Rijksuniversiteit Groningen en de rijksarchieven in de provincie / regionaal historische centra, hetgeen was aangekondigd in de Staatscourant en in het Archievenblad.

Op 3 juli 2003 bracht de RvC advies uit (arc-2003.5356/2), hetwelk aanleiding heeft gegeven tot de volgende wijzigingen in de ontwerp-selectielijst:

Daarop werd het BSD op 3 oktober 2003 door de Algemene Rijksarchivaris, namens de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen vastgesteld voor het Academisch Ziekenhuis bij de Universiteit van Amsterdam (kenmerk C/S/03/2345), het Academisch Ziekenhuis Groningen (C/S/03/2346) , het Academisch Ziekenhuis Leiden (C/S/03/2347), het Academisch Ziekenhuis Maastricht (C/S/03/2348), het Academisch Ziekenhuis Rotterdam (C/S/03/2349), het Academisch Ziekenhuis Utrecht (C/S/03/2350), de Medisch Ethische Toetsingscommissie van het Academisch Ziekenhuis Groningen en de Rijksuniversiteit Groningen (C/S/03/2351) en de Commissie Medische Ethiek van het Leids Universitair Medisch Centrum (C/S/03/2352) .

Selectielijst

De selectielijst is geordend per actor. Hierdoor staan er in het BSD meer handelingen dan in het RIO. In het RIO zijn namelijk handelingen geformuleerd waarbij meerdere actoren zijn betrokken: eenzelfde handeling wordt door meerdere actoren uitgevoerd. De ordening van handelingen in het BSD leidt er echter toe dat de betreffende handeling per actor wordt uitgesplitst.

De gegevensblokken uit het RIO zijn doorlopend genummerd. In het BSD is de nummering uit het RIO gehandhaafd, maar door de andere ordening is de nummering niet langer chronologisch. Het uitgangspunt is steeds geweest dat er een directe relatie moest worden gehandhaafd tussen de beide lijsten. Bij de belangrijkste actoren komen de paragraaftitels uit het RIO als tussenkopjes terug.

Een handeling die als gevolg van de betrokkenheid van meerdere actoren in het BSD is opgesplitst, heeft aan het nummer een letter toegevoegd gekregen. Zo is herkenbaar dat de handeling bij andere academische ziekenhuizen door een andere actor wordt uitgevoerd.

Wanneer een handeling slechts bij één of enkele academische ziekenhuizen wordt uitgevoerd door de actor onder welke de handeling is opgenomen, dan is dat terug te vinden achter de handeling: tussen haakjes staat/staan de desbetreffende academische ziekenhuizen vermeld.

Indien de actor slechts bij één of enkele academische ziekenhuizen voorkomt is/zijn tussen haakjes de desbetreffende academische ziekhuizen vermeld. Dit betekent uiteraard dat de handelingen die bij die actor opgesomd worden ook alleen op die ziekenhuizen betrekking hebben.

Onder de actor de raad van bestuur vallen ook de onder dat college ressorterende diensten.

Het houden van vergaderingen door de verschillende actoren wordt gerekend tot handelingen inzake het vaststellen ven beleid en de agenda’s en verslagen van de vergaderingen worden dientengevolge bewaard.

Achter de als te bewaren (B) aangeduide handelingen is aangegeven welk selectiecriterium (1–6) is toegepast. Achter de als vernietigen (V) aangeduide handelingen is vermeld na afloop van welke termijn de bescheiden die uit de betreffende handeling voortvloeien moeten worden vernietigd. De invulling van de termijnen gedurende welke bescheiden worden bewaard is de verantwoordelijkheid van de zorgdragers, in dit geval de universiteiten. Bij de overheidsorganen, waaronder de openbare academische ziekenhuizen, ziet PIVOT toe op de daadwerkelijke invulling ervan. Bij de bijzondere academische ziekenhuizen is dit de verantwoordelijkheid van het instellingsbestuur.

Lijst van gebruikte afkortingen

AMC: Academisch Medisch Centrum

AZG: Academisch Ziekenhuis Groningen

AZL: Academisch Ziekenhuis Leiden

AZM: Academisch ziekenhuis Maastricht

AZN: Academisch Ziekenhuis Nijmegen

AZR: Academisch Ziekenhuis Rotterdam

AZU: Academisch Ziekenhuis Utrecht

AZUA: Academisch Ziekenhuis bij de Universiteit van Amsterdam

AZVA: Academisch Ziekenhuis Vrije Universiteit

BSD: Basisselectiedocument

CCMO: Centrale commissie voor medische wetenschappelijk onderzoek

CRAZ: Cliëntenraad Academische Ziekenhuizen

CTG: College Tarieven Gezondheidszorg

CWOM: Commissie wetenchappelijk onderzoek met mensen (AZN)

DEC: Dierexperimentencommissie

EMCR: Erasmus Universitair Medisch Centrum Rotterdam

GBO: Gemeenschappelijk Bestuursorgaan

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.