Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van 16 oktober 2003, nr. W&B/WWB/2003/78560, Directie Werk en Bijstand, houdende nadere regels terzake van enkele in de Wet werk en bijstand en het Besluit WWB geregelde onderwerpen (Regeling WWB)
Gelet op de artikelen 31, tweede lid, onderdeel l, en vierde lid, 75, 77, derde lid, en 78, tweede lid, van de Wet werk en bijstand, 10, vierde lid, van het Besluit WWB, en 4.1, vijfde lid, van het Besluit SUWI;
Besluit:
§ 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Definities
In deze regeling wordt verstaan onder:
- a. minister: Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
- b. wet: Participatiewet;
- c. vangnetuitkering: de vangnetuitkering, bedoeld in artikel 74 van de wet;
- d. toetsingscommissie: de toetsingscommissie vangnet Participatiewet, bedoeld in artikel 73 van de wet;
- g. Bbz 2004: Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004.
§ 2. Beeld van de uitvoering
Artikel 2. Verslag over de uitvoering en accountantsverklaring
Vervallen
Artikel 3. Geen accountantsverklaring
Vervallen
Artikel 4. Beeld van de uitvoering
Het beeld van de uitvoering, bedoeld in de artikelen 77, tweede lid, van de wet, 54, eerste lid, van de IOAW en 54, eerste lid, van de IOAZ, wordt voor 1 maart van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarop het beeld van de uitvoering betrekking heeft door de minister ontvangen.
Het beeld van de uitvoering wordt ingediend onder gebruikmaking van een formulier dat door de minister elektronisch beschikbaar wordt gesteld.
Indien het beeld van de uitvoering, bedoeld in het eerste lid, niet op de in het eerste lid genoemde datum is ontvangen, schort de minister de betaling van de uitkering, bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet voor het lopende vergoedingsjaar op met ingang van de kalendermaand volgend op de kalendermaand waarop de ontvangsttermijn is verlopen, doch niet gedurende de periode waarover door de minister aan het college in geval van overmacht uitstel is verleend.
De betaling van de uitkering wordt hervat op de vijftiende van de kalendermaand volgend op de kalendermaand waarin het beeld van de uitvoering, bedoeld in het eerste lid, is ontvangen door de minister. Indien daarvoor naar het oordeel van de minister een noodzaak bestaat, kan, na ontvangst van het beeld van de uitvoering, de betaling van de uitkering op een eerdere datum worden hervat, waarbij kan worden afgeweken van het betaalmoment, bedoeld in artikel 5, eerste lid.
In afwijking van het derde lid kan worden afgezien van opschorting als op het moment waarop over opschorting wordt beslist het beeld van de uitvoering alsnog juist en volledig is ontvangen.
§ 3. Betaling
Artikel 5. Betaling
Met uitzondering van de maand mei, wordt iedere maand op of omstreeks de vijftiende dag van die maand 8% van de voor het betreffende jaar vastgestelde uitkering, bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet betaalbaar gesteld. In de maand mei wordt op of omstreeks de vijftiende dag 12% van de uitkeringen betaalbaar gesteld.
Het bedrag waarmee de uitkering op grond van artikel 71 van de wet wordt aangepast, wordt in gelijke delen verrekend met de voor het betreffende kalenderjaar resterende maandelijks te betalen delen van de uitkering, bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet.
De vangnetuitkering wordt betaalbaar gesteld voor 1 april in het kalenderjaar dat ligt twee jaar na het jaar waarop de uitkering betrekking heeft.
§ 4. Uit- en aanbesteding
Artikel 6. Gegevens verdeelmodel
In bijlage I bij deze regeling zijn de gewichten en peildata opgenomen die gelden voor de indicatoren, bedoeld in tabel 1 en tabel 3 van de bijlage bij het Besluit Participatiewet alsmede de normbedragen, bedoeld in tabel 2 van de bijlage bij het Besluit Participatiewet.
§ 5. Vrijlating uitkeringen en vergoedingen
Artikel 7. Vrijlating uitkeringen en vergoedingen
Niet tot de middelen, bedoeld in artikel 31 van de wet, worden gerekend:
- a. de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 3 van de Uitkeringsregeling Hulpfonds Gedupeerden Bijlmerramp;
- b. de eenmalige uitkering en het voorschot, bedoeld in de Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers 2014;
- c. de vergoeding, bedoeld in artikel 16 van het Besluit tot wijziging van de aanwijzing van het luchtvaartterrein Maastricht, alsmede vaststelling van geluidszones (Interim-aanwijzingsbesluit luchtvaartterrein Maastricht);
- d. de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 3, 4 en 5 van de Uitkeringsregeling Fonds Slachtoffers Legionella-epidemie;
- e. de eenmalige uitkering toegekend aan oud-mijnwerkers in verband met silicose;
- f. de eenmalige uitkering ingevolge de Uitkeringswet tegemoetkoming twee tot vijfjarige diensttijd veteranen;
- g. de individuele uitkeringen in het kader van tegoeden Tweede Wereldoorlog aan leden van de Joodse, Sinti, Roma en Indische gemeenschappen;
- h. een kostenvergoeding voor het verrichten van vrijwilligerswerk van ten hoogste de in artikel 2, zesde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964, genoemde gezamenlijke waarden per maand en per kalenderjaar;
- i. de eenmalige tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2 van de Tijdelijke regeling eenmalige tegemoetkoming pensioenverevening;
- j. de uitkering, bedoeld in artikel 3 van de Vaststellingsovereenkomst houdende een regeling voor een collectieve partiële afwikkeling van schade die mogelijk verband houdt met DES-gebruik tijdens zwangerschap, die is gehecht aan de beschikking van het Gerechtshof Amsterdam van 1 juni 2006, R05/1743 (LJN: AX6440) en bij die beschikking op grond van artikel 907, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek verbindend is verklaard voor de in artikel 1 van die overeenkomst bedoelde personen;
- k. de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 4 van de Regeling tegemoetkoming niet-loondienstgerelateerde slachtoffers van mesothelioom;
- l. de vergoeding, toegekend aan slachtoffers van seksueel misbruik in de Rooms-Katholieke Kerk, bedoeld in de Compensatieregelingen R.-K. Kerk Nederland;
- m. de financiële tegemoetkoming in de geleden schade, bedoeld in het Statuut voor de buitengerechtelijke afhandeling van civiele vorderingen tot schadevergoeding in verband met seksueel misbruik van minderjarigen in instellingen en pleeggezinnen en de uitkering, bedoeld in de Tijdelijke regeling uitkeringen seksueel misbruik minderjarigen in instellingen en pleeggezinnen;
- n. de eenmalige bijzondere uitkering, bedoeld in artikel 21a, eerste lid, van het Besluit aanvullende arbeidsongeschiktheids- en invaliditeitsvoorzieningen militairen, dan wel artikel 21a, eerste lid, van het Besluit bijzondere militaire pensioenen;
- o. de eenmalige tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2 van de Beleidsregel tegemoetkoming Q-koorts;
- p. betalingen door de Dienst Toeslagen inzake:
- 1°. de compensatie of aanvullende compensatie, bedoeld in artikel 2.1, artikel 2.9a, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1, of tweede lid, artikel 2.9b, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1, of tweede lid, of artikel 2.14h van de Wet hersteloperatie toeslagen;
- 2°. de O/GS-tegemoetkoming en aanvullende O/GS-tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2.6, artikel 2.9a, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2, of tweede lid, of artikel 2.9b, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2, of tweede lid, van de Wet hersteloperatie toeslagen;
- 3°. het forfaitair bedrag, bedoeld in artikel 2.7, artikel 2.9a, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3, of artikel 2.9 b, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3, van de Wet hersteloperatie toeslagen;
- 4°. de incidentele noodvoorziening, bedoeld in artikel 2.8 of artikel 2.14i van de Wet hersteloperatie toeslagen;
- 5°. de bijzondere tegemoetkoming kinderopvangtoeslag, bedoeld in artikel 2.9 van de Wet hersteloperatie toeslagen;
- 6°. de eenmalige tegemoetkoming, bedoeld in artikel 49g van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, zoals dat luidde op 25 januari 2021;
- 7°. de tegemoetkoming aan een kind, pleegkind of voormalig pleegkind als bedoeld in afdeling 2.2 van de Wet hersteloperatie toeslagen, of de tegemoetkoming aan de nabestaanden van een overleden kind als bedoeld in afdeling 2.2a van de Wet hersteloperatie toeslagen;
- 8°. de tegemoetkoming, bedoeld in Afdeling 2.5 van de Wet hersteloperatie toeslagen.
- q. het voorschot, bedoeld in de Regeling tegemoetkoming werknemers met CSE;
- r. een uitkering als bedoeld in de Wet schadefonds geweldsmisdrijven, met uitzondering van het deel van de uitkering dat vanwege de derving van levensonderhoud wordt verstrekt aan nabestaanden;
- s. de eenmalige aanvullende financiële bijdrage van de Stichting Zorg na Werk in Coronazorg;
- t. een eenmalige uitkering als bedoeld in de Tijdelijke regeling eenmalige uitkering Dutchbat-III-veteranen;
- u. een schadevergoeding als bedoeld in de Civielrechtelijke regeling ter uitvoering van het arrest van de Hoge Raad van 19 juli 2019 inzake Staat/Stichting Mothers of Srebrenica, Ministerie van Defensie (Stcrt. 2021, 27109);
- v. een tegemoetkoming als bedoeld in de Beleidsregel tegemoetkoming Wet wijziging geregistreerd geslacht 1985–2014;
- w. de tegemoetkoming, bedoeld in de Regeling tegemoetkoming stoffengerelateerde beroepsziekten;
- x. de schadevergoeding die door de Stichting Vergoeding schade slachtoffers schietincident Alphen aan den Rijn is toegekend aan de overlevenden en nabestaanden van het schietincident in Alphen aan den Rijn op 9 april 2011;
- y. de schadevergoeding die is verkregen door nabestaanden van personen die als gevolg van het neerhalen van Malaysia Airlines vlucht MH17 op 17 juli 2014 zijn overleden;
- z. de eenmalige uitkering in verband met langdurige post-COVID klachten aan zorgmedewerkers op grond van de Regeling zorgmedewerkers met langdurige post-COVID klachten;
- aa. de compensatie, bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de Wet compensatie wegens selectie aan de poort;
- bb. het eenmalige bedrag, bedoeld in het Tijdelijk besluit eenmalig bedrag ouderen van Surinaamse herkomst;
- cc. de betalingen die verband houden met de herziening van de door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap genomen besluiten inzake: die zijn genomen op grond van de controlewerkwijze waarvan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft geconstateerd dat sprake was van indirecte discriminatie;
- 1°. herziening van het recht op studiefinanciering;
- 2°. terugvordering van studiefinanciering; en
- 3°. boete,
- dd. de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet onverplichte tegemoetkoming onterechte afwijzing buitengerechtelijke schuldregeling, en het bedrag gelijk aan de betaalde en verrekende bedragen, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van die wet.
§ 4. Toetsing lijfrenten
Artikel 8. Definities
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
- a. inkomen: in aanmerking te nemen inkomen, bedoeld in artikel 32, eerste lid, van de wet voorzover daarover aanspraak op vakantietoeslag bestaat, zonder de daarin begrepen aanspraak op vakantietoeslag, na aftrek van de daarover verschuldigde loonbelasting, premies, bijdragen en inhoudingen, bedoeld in artikel 31, derde lid, van de wet;
⋯
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.