Vaststellingsregeling selectielijst handelingen beleidsterrein Coördinatie Integratiebeleid Minderheden over de periode 1978–1999, Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Gelet op artikel 5, tweede lid, onder b, van de Archiefwet 1995;
De Raad voor Cultuur gehoord (advies van de Raad voor Cultuur van 30 maart 2003, nr. arc-2002.4705/2);
Besluiten:
Artikel 1
De bij dit besluit gevoegde ‘selectielijst voor de neerslag van de handelingen van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de onder hem ressorterende actoren op het beleidsterrein Coördinatie Integratiebeleid Minderheden over de periode 1978–1999’ en de daarbij behorende toelichting worden vastgesteld.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
Basisselectiedocument
Lijst van afkortingen
ACOM: Adviescommissie Onderzoek Minderheden
amvb: algemene maatregel van bestuur (ook als AMvB geschreven)
art.: artikel
BAM: Besluit Adviesorganen Minderhedenbeleid
BGT: Begeleidingsgroep taakstellingen
BSD: Basisselectiedocument
BSEM: Beheerstichting Samenwerkingsverbanden Etnische Minderheden
BZK: Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (minister(ie) van)
CAS: Centrale Archief Selectiedienst
CBS: Centraal Bureau voor de Statistiek
CDMG: Het Europees Comité ten aanzien van Migratie (Raad van Europa)
CEI: (afdeling) Coördinatie Europese en Internationale Zaken (ministerie van BZK)
CERD: Commissie voor de uitbanning van Rassendiscriminatie (Commission for the elimination of racial discrimination)
CMM: (stafafdeling voor de) Coördinatie (van het beleid voor de) Molukse Minderheid
COA: Centraal Orgaan opvang Asielzoekers
CRIEM: Criminaliteit In Relatie tot Etnische Minderheden
CRM: Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk werk (minister(ie) van)
CVSE: Conventie van Veiligheid en Samenwerking in Europa
CZW: Constitutionele Zaken en Wetgeving (ministerie van BZK)
DCIM: Directie Coördinatie Integratiebeleid Minderheden
DCM: Directie Coördinatie Minderhedenbeleid
DGBB: Directoraat-Generaal Binnenlands Bestuur
DGOB: Directoraat-Generaal Openbaar Bestuur
DHM: Directie Hoofdlijnen Minderhedenbeleid
EBK: Extra Bestuurskosten (regeling)
ECRI: Europese Commissie tegen Rassendiscriminatie en Intolerantie
EK: Eerste Kamer
EMO: Etnische Minderheden bij de Overheid
EU: Europese Unie
GOA: Gemeentelijk Onderwijsachterstandenbeleid
GS: Grote Steden- en Integratiebeleid (minister van)
ICOM: Interdepartementale ambtelijke commissie van advies voor de coördinatie van het beleid ten aanzien van de Molukse minderheid in Nederland
ICIM: Interdepartementale Commissie Integratiebeleid Minderheden
ICM: Interdepartementale Coördinatiecommissie Minderhedenbeleid
IND: Immigratie- en Naturalisatiedienst
IPO: Interprovinciaal overleg
ISI: Interdepartementale Stuurgroep Immigratie
IWM: Interdepartementale werkgroep Immigratie
IWI: Interdepartementale Werkgroep Immigratie
JBZ: Justitie/Binnenlandse Zaken (In EU context)
KB: Koninklijk besluit
LAO: Landelijke Advies- en overlegstructuur
Lisv: Landelijk instituut sociale verzekeringen
LOM: Landelijk Overleg Minderheden
MIO: Methode Institutioneel Onderzoek
MOL: (Afdeling) Molukkers (CRM)
MvT: Memorie van Toelichting
NMI: Nederlands Migratie-Instituut
NWR: Nationale Woningraad
OC&W: Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (minister(ie) van)
o.m.: onder meer
OVSE: Organisatie van Veiligheid en Samenwerking in Europa
PIVOT: Project Invoering Verkorting Overbrengingstermijn
PV: Permanente Vertegenwoordiging (EU)
RIO: Rapport Institutioneel Onderzoek
RSCB: Raad voor het Sociaal en Cultureel Beleid
SCIFA: Strategisch Comité Immigratie, Buitengrenzen en Asiel (EU)
SCP: Sociaal cultureel Planbureau
SER: Sociaal-Economische Raad
Stb.: Staatsblad
Stcrt.: Staatscourant
SVB: Sociale Verzekeringsbank
SZW: Sociale Zaken en Werkgelegenheid (minister(ie) van)
Tica: Tijdelijk Instituut voor coördinatie en afstemming
TK: Tweede Kamer
Trb.: Tractatenblad
TWCM: Tijdelijke Wetenschappelijke Commissie Minderheden
VN: Verenigde Naties
VNG: Vereniging Nederlandse Gemeenten
VROM: Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu (minister(ie) van)
VWS: Volksgezondheid, Welzijn en Sport (minister(ie) van)
(V)VTV: (Voorwaardelijke) Vergunning tot Verblijf
WAM: Wet Adviesorganen Minderhedenbeleid
WBEAA: Wet bevordering evenredige arbeidsdeelname allochtonen
WBNC: Werkgroep beoordeling nieuwe Commissievoorstellen (EU)
WIN: Wet inburgering nieuwkomers
WOM: Wet overleg minderhedenbeleid
WRR: Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid
WVC: Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur (minister(ie) van)
WWZ: (afdeling) Woonwagenzaken (CRM)
ZBO: Zelfstandig bestuursorgaan
Inleiding
Algemene inleiding
Archiefbescheiden kunnen een aantal verschillende functies vervullen: Overheidsorganen kunnen archiefbescheiden opmaken of gebruiken voor de bedrijfsvoering, om zichzelf te verantwoorden of een ander ter verantwoording te roepen en als bewijsmiddel.
Voor burgers is het belang van archiefbescheiden gelegen in het streven naar democratische controle (de burger moet de overheid ter verantwoording kunnen roepen), in de mogelijke functie van archiefbescheiden als bewijsmiddel en in het feit dat archiefbescheiden deel uitmaken van het cultureel erfgoed en voor historisch onderzoek van belang zijn.
Vanuit het bedrijfsvoerings- en verantwoordingsbelang van archiefbescheiden geredeneerd kan elk archiefstuk vernietigd worden op het moment dat het voor het archiefvormend orgaan niet meer nuttig is. Het historisch belang van bepaalde bescheiden kan echter van blijvende aard zijn. Om dat belang te beschermen schrijft de Archiefwet 1995 aan de Nederlandse overheidsorganen voor dat zij archiefbescheiden slechts mogen vernietigen op grond van een officieel vastgestelde selectielijst. Het Archiefbesluit 1995 geeft uitvoerige regels om de zorgvuldigheid bij de totstandkoming van de lijsten te waarborgen.
Dit basisselectiedocument (BSD) is zo’n officiële selectielijst. Het heeft tot doel voor de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties als zorgdrager aan te geven of neerslag voortvloeiend uit handelingen zoals beschreven in het ‘rapport institutioneel onderzoek’ (RIO) Coördinatie Integratiebeleid Minderheden voor blijvende bewaring in aanmerking komt of vernietigd kan worden.
Onder neerslag wordt verstaan: alle gegevens voortvloeiend uit een handeling, onafhankelijk van de drager van die gegevens zoals papier, films, tapes of floppies.
Een basisselectiedocument kan niet los gezien worden van het daaraan ten grondslag liggende rapport institutioneel onderzoek (RIO). In een RIO wordt van een bepaald beleidsterrein de context beschreven samen met de handelingen van de actoren die binnen het beleidsterrein actief zijn. Een actor is een (overheids)orgaan dat verantwoordelijk is voor bepaalde handelingen. Alle handelingen van een bepaalde actor worden in het RIO beschreven in een logische samenhang met de handelingen van de andere actoren binnen het beleidsterrein.
De context en de logische samenhang bieden de mogelijkheid om tot een zo verantwoord mogelijke selectie van handelingen te komen.
In een BSD zijn de handelingen primair geordend op actor. Hierdoor staan alle handelingen van een actor op een bepaald beleidsterrein bij elkaar. Voor deze herordening is gekozen om voor organen bruikbare selectiedocumenten te kunnen maken.
Dit BSD, Basisselectiedocument coördinatie integratiebeleid minderheden, behandelt de periode 1978–1999. In die jaren was de Minister van Binnenlandse Zaken (vanaf 1998 de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) verantwoordelijk voor het archiefbeheer en daarmee ook voor het laten opstellen en vaststellen van een BSD.
De Minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid is weliswaar vanaf 1998 verantwoordelijk voor de coördinatie van het integratiebeleid minderheden, maar de zorgdrager voor de archiefbescheiden is de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Het BSD geldt als de selectielijst zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, van de Archiefwet 1995 (Stb. 276). De procedure tot vaststelling van een BSD is als volgt:
De Minister van Binnenlandse Zaken is in het kader van dit basisselectiedocument zorgdrager voor de volgende actoren:
De selectie richt zich op de administratieve neerslag van het handelen van overheidsorganen die vallen onder de werking van de Archiefwet 1995 (Stb. 1995/276). De hoofddoelstelling van de selectie is een onderscheid te maken tussen archiefbescheiden die in aanmerking komen voor overbrenging (door het orgaan dat deze gegevens beheert) naar het Algemeen Rijksarchief en archiefbescheiden die op den duur door de zorgdrager kunnen worden vernietigd. Dit basisselectiedocument is opgesteld tegen de achtergrond van de selectiedoelstelling van de Rijksarchiefdienst/PIVOT: het mogelijk maken van de reconstructie van het overheidshandelen op hoofdlijnen. Deze doelstelling is verwoord door de Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur (WVC) bij de behandeling van de Archiefwet 1995 in de Tweede Kamer. Door het Convent van Rijksarchivarissen is deze doelstelling vertaald als het selecteren van handelingen van de overheid om bronnen voor de kennis van de Nederlandse samenleving en cultuur veilig te stellen voor blijvende bewaring.
Selecteren is het aanmerken van de neerslag van een handeling voor bewaren of vernietigen.
Als de neerslag aangewezen wordt ter bewaring, wil dat zeggen dat deze neerslag, ongeacht de vorm waaruit zij bestaat, voor eeuwig bewaard moet worden. De bewaarplaats waar deze neerslag na het verlopen van de wettelijke overbrengingstermijn van twintig jaar moet worden overgebracht, is het Algemeen Rijksarchief. Bij de handeling in dit BSD staat in dit geval bij waardering een B (van bewaren).
Als de neerslag van een handeling wordt aangewezen ter vernietiging, wil dat zeggen dat deze neerslag, ongeacht de vorm waaruit zij bestaat, na verloop van de in het BSD vastgestelde termijn kan worden vernietigd. De vernietigingstermijn is een minimum eis: stukken mogen niet eerder dan na het verstrijken van die termijn worden vernietigd door de voor het beheer verantwoordelijke dienst. De duur van de vernietigingstermijn wordt bepaald door de administratieve belangen en de belangen van de burgers, enerzijds ten behoeve van het adequaat uitvoeren van de overheidsadministratie en de verantwoordingsplicht van de overheid en anderzijds voor de recht- en bewijszoekende burger. Bij de handeling in dit BSD staat in dit geval bij waardering een V (van vernietigen).
Het aanwijzen van handelingen waarvan de neerslag bewaard moet blijven gebeurt op grond van criteria die tot stand zijn gekomen in overleg tussen zorgdrager en Rijksarchiefdienst.
De gehanteerde algemene selectiecriteria zijn:
Handelingen die betrekking hebben op voorbereiding en bepaling van beleid op hoofdlijnen
Toelichting:Hieronder wordt verstaan agendavorming, het analyseren van informatie, het formuleren van adviezen met het oog op toekomstig beleid, het ontwerpen van beleid of het plannen van dat beleid, alsmede het nemen van beslissingen over de inhoud van beleid en terugkoppeling van beleid. Dit omvat het kiezen en specificeren van de doeleinden en de instrumenten.
Handelingen die betrekking hebben op evaluatie van beleid op hoofdlijnen
Toelichting:Hieronder wordt verstaan het beschrijven en beoordelen van de inhoud, het proces of de effecten van beleid. Hieronder valt ook het toetsen van en het toezien op beleid. Hieruit worden niet per se consequenties getrokken zoals bij terugkoppeling van beleid.
Handelingen die betrekking hebben op verantwoording van beleid op hoofdlijnen aan andere actoren
Toelichting:Hieronder valt tevens het uitbrengen van verslag over beleid op hoofdlijnen aan andere actoren of ter publicatie.
Handelingen die betrekking hebben op (her)inrichting van organisaties belast met beleid op hoofdlijnen
Toelichting:Hieronder wordt verstaan het instellen, wijzigen of opheffen van organen, organisaties of onderdelen daarvan.
Handelingen die bepalend zijn voor de wijze waarop beleidsuitvoering op hoofdlijnen plaatsvindt
Toelichting:Onder beleidsuitvoering wordt verstaan het toepassen van instrumenten om de gekozen doeleinden te bereiken.
Handelingen die betrekking hebben op beleidsuitvoering op hoofdlijnen en direct zijn gerelateerd aan of direct voortvloeien uit voor het Koninkrijk der Nederlanden bijzondere tijdsomstandigheden en incidenten
Toelichting:Bijvoorbeeld in het geval de Ministeriële verantwoordelijkheid is opgeheven en/of wanneer er sprake is van oorlogstoestand, staat van beleg of toepassing van noodwetgeving.
Ingevolge artikel 5, onder e, van het Archiefbesluit 1995 kan de neerslag van bepaalde handelingen die als te vernietigen gewaardeerd zijn van vernietiging worden uitgezonderd wanneer het personen en/of gebeurtenissen van bijzonder cultureel of maatschappelijk belang betreft. De daadwerkelijke selectie van archieven vindt plaats aan de hand van bewerkingsplannen, die moeten voorzien in de procedure voor de selectie.
Op 3 maart 2002 is het ontwerp-BSD door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan de Staatssecretaris van OC&W aangeboden, waarna deze het ter advisering heeft ingediend bij de Raad voor Cultuur (RvC). Van het gevoerde driehoeksoverleg over de waarderingen van de handelingen is een verslag gemaakt, dat tegelijk met het BSD naar de RvC is verstuurd. Vanaf 1 juli 2002 lag de selectielijst gedurende acht weken ter publieke inzage bij de registratiebalie van het Nationaal Archief evenals in de bibliotheken van het Ministerie van Algemene Zaken, het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, het Ministerie van Defensie, het Ministerie van Financiën, het Ministerie van Onderwijs, Cultuur Wetenschappen, het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de Sociale Verzekeringsbank en de rijksarchieven in de provincie / regionaal historische centra, hetgeen was aangekondigd in de Staatscourant en in het Archievenblad.
Op 30 maart 2003 bracht de RvC advies uit (arc-2002.4705/2), hetwelk aanleiding heeft gegeven tot de volgende wijzigingen in de ontwerp-selectielijst:
Daarop werd het BSD op 20 oktober 2003 door de Algemene Rijksarchivaris, namens de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, de Minister van Algemene Zaken (C/S/2003/2355), de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (C/S/2003/2356), de Minister van Defensie (C/S/2003/2357), de Minister van Financiën (C/S/2003/2358), de Minister van Onderwijs, Cultuur Wetenschap (C/S/2003/2359), de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (C/S/2003/2360), de Minister van Verkeer en Waterstaat (C/S/2003/2361), de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (C/S/2003/2362), de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (C/S/2003/2363) en de Sociale Verzekeringsbank (C/S/2003/) vastgesteld.
Het BSD treedt in werking de tweede werkdag na publicatie in de Staatscourant
Leeswijzer
De handelingen zijn verwerkt in uniek genummerde gegevensblokken die als volgt zijn opgebouwd:
Handeling: een complex van activiteiten, dat verricht wordt door één of meer actoren en dat veelal een product naar de omgeving oplevert.
Periode: hier worden de jaren weergegeven waarin de handeling werd verricht.
Grondslag/Bron: dit is de (wettelijke) basis van de handeling. De aanduiding bron wordt gebruikt indien een handeling geen duidelijke wettelijke basis heeft, maar de handeling is geformuleerd op basis van interviews, literatuur of andere bronnen.
Product: dit is de weergave van het juridisch-bestuurlijk niveau van het eindproduct van de handeling. Indien niet duidelijk is in welke soort documentaire neerslag een handeling heeft geresulteerd of als uit de beschrijving van de handeling al duidelijk is welk product de handeling oplevert, ontbreekt dit item.
Opmerkingen: Hier worden eventuele bijzonderheden over bovengenoemde items weergegeven.
Waardering: Hier wordt aangegeven of de neerslag van een handeling bewaard moet worden of dat deze op termijn vernietigd kan worden.
De toepassing van de vernietigingstermijnen is als volgt:
Een uitgangspunt van PIVOT ten aanzien van een institutioneel onderzoek is dat dit zich niet beperkt tot een beschrijving van het handelen van een afzonderlijke instelling, maar dat de beschrijving zich uitstrekt over het handelen van de verschillende actoren van de rijksoverheid die op een bepaald beleidsterrein een rol spelen. Dit betekent dus dat niet alleen de actoren die onder de Minister van Binnenlandse Zaken vallen worden meegenomen in dit onderzoek, maar ook die actoren die daarbuiten vallen en wel tot de rijksoverheid behoren.
De actoren zijn ingedeeld in:
Bij de actor Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties/Minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid zijn voor de overzichtelijkheid tussen de handelingenblokken kopjes geplaatst die overeenkomen met de titels van de hoofdstukken uit het Rapport institutioneel onderzoek.
Inleiding Coördinatie Integratiebeleid Minderheden
PIVOT definieert hoofdlijnen van het handelen als: de doelstellingen van de overheid binnen de kaders van een (deel)beleidsterrein.
De groepen die in het kader van het minderhedenbeleid als minderheid worden beschouwd waren aanvankelijk ingezetenen van Surinaamse, Antilliaanse en Molukse herkomst, buitenlandse werknemers, vluchtelingen, woonwagenbewoners en zigeuners. In de loop van de jaren zijn hierin enige wijzigingen opgetreden, vanaf 1999 zijn de ‘doelgroepen’ van het integratiebeleid Turken, Marokkanen, Antillianen, Molukkers, Surinamers, vluchtelingen, Zuid-Europeanen, zigeuners en woonwagenbewoners.
De hoofdtaken van de Directie Coördinatie Minderhedenbeleid bestonden in 1980 uit het bevorderen van de coördinatie en adequate presentatie van het regeringbeleid ten aanzien van minderheden in Nederland en het onderhouden van de daarvoor nodige contacten, waaronder die met de leden van en organisaties uit de minderheden in Nederland, het voeren van het adjunct-secretariaat van de Welzijnsraad op het terrein van het minderhedenbeleid, het voeren van het vice-voorzitterschap en secretariaat van de ICM en het voorzien in het (vice-)voorzitterschap en procedureel secretariaat van subcommissies van de ICM.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.