Besluit van 19 november 2003, houdende bepalingen omtrent de tarieven voor consulaire dienstverrichting en tot inwerkingtreding van de Rijkswet op de consulaire tarieven (Rijksbesluit op de consulaire tarieven)

Type Rijks Kb
Publication 2010-10-10
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op de voordracht van Onze Minister van Buitenlandse Zaken van 8 september 2003, nr. DJZ/BR-0910/2003;

Gelet op artikel 2, eerste lid, artikel 6, derde lid, artikel 8 en artikel 11 van de Rijkswet op de consulaire tarieven, artikel 7, eerste lid, van de Paspoortwet en artikel 2 van de Wet van 9 mei 1890 tot nadere regeling van de heffing en bestemming der Kanselarijleges;

De Raad van State van het Koninkrijk gehoord (advies van 16 oktober 2003, nr. W02.03.0380/II/K);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Buitenlandse Zaken van 10 november 2003, nr. DJZ/BR-909/2003;

De bepalingen van het Statuut voor het Koninkrijk in acht genomen zijnde;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1
1.

Diensten waarvoor op grond van artikel 2, eerste lid, van de Rijkswet op de consulaire tarieven vergoeding aan Onze Minister is verschuldigd, zijn:

2.

Bij regeling van Onze Minister kunnen de in het eerste lid aangeduide diensten nader worden omschreven en onderverdeeld in afzonderlijke diensten.

3.

Bij regeling van Onze Minister wordt de vergoeding vastgesteld die is verschuldigd voor de bij of krachtens het eerste en het tweede lid aangeduide diensten.

Artikel 2

Aan de Gevolmachtigde Ministers van Curaçao onderscheidenlijk van Sint Maarten is een vergoeding verschuldigd voor het legaliseren van een document dan wel van een handtekening, alsmede voor het behandelen van een aanvraag om een visum voor Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten. Deze vergoeding is gelijk aan de vergoeding die op grond van artikel 1, derde lid, is verschuldigd voor de daarmee overeenkomende door Onze Minister verleende dienst.

Artikel 3

De krachtens dit besluit vastgestelde vergoeding is niet verschuldigd voor het behandelen van een aanvraag om een visum ten behoeve van de houder van een diplomatiek paspoort noch in andere gevallen waarin overwegingen van internationale hoffelijkheid of reciprociteit Onze Minister daartoe aanleiding geven.

Artikel 4
1.

Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere voorschriften worden vastgesteld voor de vaststelling en de betaling van de vergoeding.

2.

Bij regeling van Onze Minister kan, indien de omstandigheden in een land daartoe aanleiding geven, worden bepaald dat de vergoeding wordt betaald in andere valuta dan de valuta, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Rijkswet op de consulaire tarieven.

Artikel 5

Wijzigt het Besluit paspoortgelden.

Artikel 6

Het Legesbesluit visa en het Legesbesluit 1983 worden ingetrokken.

Artikel 7

De Rijkswet op de consulaire tarieven en dit besluit treden in werking met ingang van 1 januari 2004.

Artikel 8

Dit besluit wordt aangehaald als: Rijksbesluit op de consulaire tarieven.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad, in het Publicatieblad van de Nederlandse Antillen en in het Afkondigingsblad van Aruba zal worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.