← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 4 december 2003, Directie Sociale Verzekeringen, nr. SV/F&W/2003/90418A, houdende vaststelling van het begrip vakantie en de perioden van vakantie met behoud van recht op uitkering op grond van de Werkloosheidswet (Vakantieregeling WW)

Geldende tekst a fecha 2009-12-01

Gelet op artikel 19, vijfde lid, van de Werkloosheidswet;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen
1.

Van vakantie genieten als bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel j, van de Werkloosheidswet en artikel 6, eerste lid, onderdeel d, van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen is sprake gedurende de periode waarover de werknemer of de uitkeringsgerechtigde:

2.

In deze regeling wordt verstaan onder dagen: maandag tot en met vrijdag danwel dinsdag tot en met zaterdag.

Artikel 2. Vakantie met behoud van uitkering
1.

De werknemer kan per kalenderjaar gedurende 20 dagen vakantie genieten met behoud van zijn recht op uitkering op grond van de Werkloosheidswet.

2.

De uitkeringsgerechtigde kan per kalenderjaar gedurende 20 dagen vakantie genieten met behoud van zijn recht op uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen.

3.

In afwijking van het eerste lid geldt een termijn van 65 dagen voor de werknemer, bedoeld in de artikelen 5, eerste en tweede lid, 7 en 8, eerste lid, van de Regeling vrijstelling verplichtingen sociale zekerheidswetten.

4.

In afwijking van het tweede lid geldt een termijn van 65 dagen voor de IOW-gerechtigde, bedoeld in de artikelen 5, tweede lid, en 7 van de Regeling vrijstelling verplichtingen sociale zekerheidswetten.

Artikel 3. In mindering brengen
1.

Op het aantal dagen, bedoeld in artikel 2, eerste en derde lid, wordt in mindering gebracht:

2.

Op het aantal dagen, bedoeld in artikel 2, tweede en vierde lid, wordt in mindering gebracht:

Artikel 4. Afronding

Het aantal dagen, berekend volgens de voorgaande artikelen, wordt rekenkundig op hele dagen afgerond.

Artikel 5. Overgangsbepaling

De werknemer die op 31 december 2003 op grond van artikel 2, tweede lid, van de regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 23 januari 1992, nr. 92342 (Stcrt. 19), per kalenderjaar gedurende 13 weken vakantie kon genieten met behoud van zijn recht op uitkering op grond van de Werkloosheidswet kan, in afwijking van artikel 2, eerste lid, in 2004 gedurende maximaal 65 dagen vakantie genieten met behoud van zijn recht op uitkering op grond van de Werkloosheidswet, voorzover hij voor de datum van inwerkingtreding van deze regeling verplichtingen daartoe is aangegaan.

Artikel 6. Intrekking

De regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 23 januari 1992, nr. 92342 (Stcrt. 19), wordt ingetrokken.

Artikel 7. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2004.

Artikel 8. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Vakantieregeling WW en IOW.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 1a. Aanvulling wettelijke grondslag

Deze regeling berust mede op artikel 6, zesde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.