Instelling Ambtelijke adviescommissie proeven met langere of langere en zwaardere vrachtautocombinaties (Instellingsbesluit Ambtelijke adviescommissie LZV)
Besluit:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder commissie: de commissie, bedoeld in artikel 2, eerste lid.
Artikel 2
Ingesteld wordt een Ambtelijke adviescommissie proeven met langere of langere en zwaardere vrachtautocombinaties.
De commissie heeft tot taak de Dienst Wegverkeer te adviseren met betrekking tot het verlenen van ontheffingen op grond van artikel 149, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994, ten behoeve van proeven met vrachtautocombinaties die langer of langer en zwaarder zijn dan ingevolge de Regeling voertuigen toegestaan.
Artikel 3
De commissie bestaat uit drie leden:
- a. een medewerker van het Directoraat-Generaal Goederenvervoer van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, tevens voorzitter;
- b. een medewerker van de Hoofddirectie Juridische Zaken van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat;
- c. een medewerker van de Dienst Wegverkeer.
Het secretariaat van de commissie berust bij het Directoraat-Generaal Goederenvervoer van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.
Artikel 4
De commissie adviseert de Dienst Wegverkeer positief met betrekking tot het verlenen van een ontheffing, indien de aanvrager aantoont te voldoen aan de toetsingscriteria voor deelname aan de proef, zoals opgenomen in de bijlage.
De commissie trekt haar positieve advies in, indien blijkt dat de aanvrager niet of niet langer voldoet na toetsing aan de in de bijlage opgenomen toetsingscriteria.
Artikel 5
De commissie doet van haar adviezen of de intrekking daarvan onverwijld mededeling aan de Dienst Wegverkeer en de deelnemer aan de proef.
Artikel 6
Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Ambtelijke adviescommissie LZV.
Bijlage
I. ALGEMEEN
In deze toetsingscriteria wordt verstaan onder:
In de periode van 1 maart 2004 tot 1 november 2006 wordt een proef met langere en langere en zwaardere vrachtautocombinaties gehouden waarvoor een beperkt aantal ontheffingen zullen worden afgegeven op basis van artikel 149, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994. Deelname aan de proef is toegestaan met vrachtautocombinaties:
Het rijden met vrachtautocombinaties die aan de praktijkproef deelnemen kan op elk tijdstip geschieden, maar is niet toegestaan tijdens buitengewone omstandigheden.
De volgende zaken mogen niet met de vrachtautocombinaties worden vervoerd:
Aan deze praktijkproef kunnen ten hoogste 100 ondernemers deelnemen, ieder met ten hoogste 10 trekkende eenheden voor ten hoogste 10 trajecten. Het totaal aantal deelnemende combinaties zal ten hoogste 300 bedragen. Ondernemers die tot hetzelfde concern behoren worden als één ondernemer beschouwd.
A. De ondernemer is verplicht om dagelijks een ritformulier te doen invullen. De formulieren worden minstens maandelijks in een voorgeschreven elektronisch model aan het Ministerie van Verkeer en Waterstaat toegestuurd. Op het formulier zijn in ieder geval vermeld:
B. De ondernemer verleent de Minister inzage in de vrachtbrieven of andere administratie die betrekking hebben op de met de vrachtautocombinatie vervoerde lading, en verstrekt de Minister alle inlichtingen over ongevallen, overtredingen of misdrijven waarbij de vrachtautocombinatie is betrokken, en de eventuele opgemaakte processen-verbaal.
C. De ondernemer verleent niet alleen inzage in de kosten, die bestaan uit personeelskosten4Hiertoe worden gerekend brutoloon en sociale lasten, onkostenvergoedingen en overige personeelskosten., kosten rijdend materieel5Hiertoe worden gerekend de motorrijtuigen belasting, verzekeringen, afschrijvingen, brandstof, banden, reparatie en onderhoud. en overige bedrijfskosten6Hiertoe worden gerekend de rente en overige bedrijfskosten., van de onder de proef verrichte ritten, maar ook over de ritten die inzicht in de meer of minderkosten van de vrachtautocombinaties uit de proef ten opzichte van de huidige situatie kunnen verschaffen.
De Minister houdt de door de ondernemers ingeleverde ritformulieren en de door hen verstrekte overige bedrijfsgegevens vertrouwelijk, en gebruikt deze uitsluitend voor de evaluatie van de praktijkproeven. Hierin zullen de gegevens anoniem worden gepresenteerd.
II. CRITERIA VOOR TE GEBRUIKEN ROUTES
De infrastructuur van de weggedeelten moet geschikt zijn om de vrachtautocombinatie te dragen en te laten rijden.
Het rijden met de vrachtautocombinatie mag geen onverantwoord risico opleveren voor de veiligheid van andere verkeersdeelnemers.
Proeven mogen plaatsvinden op autosnelwegen en de verbindende stukken autoweg (N-weg met hetzelfde codenummer als de autosnelweg), tussen twee stukken autosnelweg in beheer van het Rijk, alsmede op wegen vallend onder ‘trajecten’.
Een te rijden traject bestaat uit autowegen en andere wegen met een geslotenverklaring voor langzaam verkeer en een fysiek gescheiden infrastructuur voor fietsers, bromfietsers en voetgangers met zo mogelijk twee of meer rijstroken per rijrichting, waarbij in aansluiting op deze wegen ten hoogste 5 km over andere wegen mag worden gereden.
Een te rijden traject heeft als beginpunt of als eindpunt een op- of afrit van een auto(snel)weg in beheer van het Rijk. Een te rijden traject heeft,over de weg gemeten, met uitzondering van de lengte van autowegen, een lengte van ten hoogste 20 km. In een te rijden traject mag zich geen 30 km-zone, woongebied, kernwinkelgebied, of gebied met venstertijden bevinden.
Waar een andere weg aan sluit op een auto(snel)weg dient de auto(snel)weg in het verlengde van de invoegstrook te zijn voorzien van een vluchtstrook van ten minste 250 m.
In een door een vrachtautocombinatie te rijden traject mag zich geen kruising bevinden met een gelijkvloerse spoorwegovergang waarover treinen met een snelheid van meer dan 40 km/uur passeren.
Voor een vrachtautocombinatie geldt een inhaalverbod van alle motorvoertuigen die sneller mogen rijden dan 50 km per uur.
III. CRITERIA AAN DE BESTUURDER
De bestuurder van een vrachtautocombinatie dient in het bezit te zijn van een geldig rijbewijs voor het besturen van motorrijtuigen van de rijbewijscategorieën C en E, alsmede van een getuigschrift van vakbekwaamheid voor het besturen van een vrachtauto.
De bestuurder beschikt over een geldig certificaat van de Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, op grond van een met goed gevolg afgelegd aanvullend theorie-examen en aanvullend praktijkexamen voor het besturen van een betrokken vrachtautocombinatie. Daarbij wordt in het bijzonder gelet op het rekening houden met de belangen van andere weggebruikers, op de mentaliteit van de bestuurder en op de noodzaak van milieubewust en energiezuinig rijden.
Voorafgaand aan het afleggen van het examen dient een kandidaat schriftelijk te verklaren dat hij voldoet aan de navolgende eisen:
IV. AANVRAAG VOOR DEELNAME EN TOEKENNINGSPROCEDURE
Aanvragen voor deelname aan de praktijkproef dienen in de periode van 16 januari 2004 tot 14 januari 2005 schriftelijk te worden ingediend bij de Ambtelijke adviescommissie LZV onder vermelding van ‘Project LZV’, Afdeling Wegvervoer, Directoraat-Generaal Goederenvervoer, Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Postbus 20904, 2500 EX ‘s-Gravenhage.
Bij zijn ondertekende aanvraag dient de ondernemer de volgende gegevens te verstrekken:
Elke volledige en tijdig ingediende aanvraag krijgt een volgnummer op datum van binnenkomst.
De adviescommissie stelt aan de hand van het aantal tijdig ingediende aanvragen maandelijks een advieslijst op. De advieslijst wordt zodanig samengesteld dat een zo groot mogelijke diversiteit van praktijkproeven kan worden genomen op basis van:
Bij gelijkwaardigheid van de aanmeldingen na hanteren van de criteria wordt in geval van overschrijding van het evenredige aantal per regio of het totaal maximum van 300 eenheden de toekenning van de resterende aanvragen bepaald op basis van loting.
De adviescommissie stelt aan het einde van elke kalendermaand op basis van de advieslijst een advies op ten behoeve van besluitvorming door of namens de Minister. Door of namens de Minister wordt zo spoedig mogelijk na het uitgebrachte advies een besluit genomen over welke ondernemers in aanmerking komen voor deelname aan de praktijkproeven. Iedere ondernemer ontvangt schriftelijk bericht of hij al dan niet in aanmerking komt voor deelname aan de praktijkproeven.
Elke aanvrager zal in eerste instantie slechts in aanmerking kunnen komen voor ontheffingen voor 5 trekkende eenheden. Op het moment dat bij de adviescommissie bekend is dat een eerste combinatie van de aanvrager ter keuring zal worden aangeboden, zoals vermeld in de Beleidsregel ontheffinverlening LZV, wordt door de adviescommissie beoordeeld of er tot toekenning van ontheffingen voor 5 volgende trekkende eenheden kan worden geadviseerd. Bepalend voor een positief advies is of het aantal aangevraagde trekkende eenheden met de toekenning het aantal van 300 niet overschrijdt.
Deelname aan de proef geschiedt voor rekening en risico van de ondernemer. Op geen enkele wijze kan een ondernemer aanspraak maken op voortzetting van de inzet van de vrachtautocombinatie na afloop van de proef.
Uitsluiting van de proef dan wel intrekking van het positieve advies van de Ambtelijke adviescommissie LZV, kan plaats vinden indien:
Bij het intrekken van het positieve advies op basis van de voorgaande redenen is geen beroep mogelijk inzake schadeloosstelling.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.