Regeling van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat houdende regels inzake luchtvaartvertoningen (Regeling luchtvaartvertoningen)
Gelet op artikel 158, tweede lid, van de Regeling Toezicht Luchtvaart;
Besluit:
§ 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
De begripsbepalingen van de Wet luchtvaart en de daarop berustende bepalingen zijn van toepassing op deze regeling.
Voorts wordt in deze regeling verstaan onder:
- baan: een al dan niet verhard gedeelte van het terrein, waar de luchtvaartvertoning wordt gehouden, bestemd voor het opstijgen en landen van demonstratietoestellen;
- beoordelaar: een door de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart aangewezen persoon die bedreven is in het beoordelen van kunstvluchten;
- deelnemer: een persoon die op basis van artikel 18, eerste lid, als deelnemer tot de luchtvaartvertoning is toegelaten;
- demonstratietoestel: een luchtvaartuig dat onderdeel uitmaakt van de luchtvaartvertoning, onderverdeeld in de volgende categorieën:
- 1°. categorie A: vliegtuig, zweefvliegtuig, helikopter, luchtschip;
- 2°. categorie B: vrije ballon;
- 3°. categorie C: zeilvliegtuig, schermvliegtuig, valschermzweeftoestel, valscherm, modelvliegtuig, kabelvlieger, kleine ballon en paramotortrike;
- langsvlucht: een vlucht waarbij een demonstratietoestel in een éénparige en rechte lijn boven het vertoningterrein vliegt;
- luchthaveninformatieverstrekker: een persoon met een bewijs van bevoegdheid als bedoeld in artikel 18, eerste lid, onderdeel d, van het Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaart, dat geldig is voor de luchtvaartvertoning;
- luchtvaartvertoning: een evenement met één of meer demonstratietoestellen in de lucht, georganiseerd om aan publiek amusement te verschaffen, behoudens:
- 1°. evenementen die uitsluitend bestaan uit maximaal vijf vrije ballonnen;
- 2°. evenementen die uitsluitend bestaan uit de demonstratietoestellen: zeilvliegtuigen, schermvliegtuigen, valschermen, modelvliegtuigen, kabelvliegers, kleine ballons of paramotortrikes;
- 3°. evenementen die bestaan uit een combinatie van de onder 2° bedoelde demonstratietoestellen mits deze niet in een onderdeel worden samengevoegd;
- minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
- obstakel: een roerende of onroerende zaak, zowel tijdelijk als permanent, of een deel daarvan, die een belemmering vormt voor een luchtvaartuig, in een gebied bestemd voor bewegingen van een luchtvaartuig op de grond dan wel uitsteekt boven een omschreven vlak ter bescherming van een luchtvaartuig in zijn vlucht;
- onderdeel: een afzonderlijk punt van het vertoningprogramma bestaande uit één demonstratietoestel of meer demonstratietoestellen die gelijktijdig optreden, waarbij de deelnemers onderlinge afspraken hebben gemaakt over de uitvoering van het onderdeel;
- organisator: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de houder is van de vergunning;
- plaatselijke vlucht: iedere vlucht die vertrekt van of aankomt op het vertoningterrein en die geen deel uitmaakt van de luchtvaartvertoning;
- publiekgebied: het gebied, waaronder begrepen het parkeerterrein, gereserveerd voor toeschouwers;
- publieklijn: de voorste rand van gebieden die toegankelijk zijn voor toeschouwers voor wie de luchtvaartvertoning of een onderdeel van de luchtvaartvertoning plaatsvindt;
- tijdelijk gebied met beperkingen: krachtens artikel 9 van het Besluit luchtverkeer 2014 door de minister aangewezen gebied met beperkingen;
- vergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 17 van de Luchtvaartwet afgegeven door de minister;
- verordening (EU) nr. 923/2012: uitvoeringsverordening (EU) nr. 923/2012 van de Commissie van 26 september 2012 tot vaststelling van gemeenschappelijke luchtverkeersregels en operationele bepalingen betreffende luchtvaartnavigatiediensten en -procedures en tot wijziging van uitvoeringsverordening (EU) nr. 1035/2011 en verordeningen (EG) nr. 1265/2007, (EG) 1794/2006, (EG) nr. 730/2006, (EG) nr. 1033/2006 en (EU) nr. 255/2010 (PbEU 2012, L 281);
- vertoningdirecteur: de persoon die namens de organisator belast is met de leiding en veilige uitvoering van een luchtvaartvertoning;
- vertoninggebied: de luchtruimte waarbinnen de luchtvaartvertoning plaatsvindt;
- vertoninglicentie: schriftelijke verklaring van bekwaamheid voor het vliegen tijdens luchtvaartvertoningen;
- vertoninglijn: een lijn die aangeeft tot hoever een demonstratietoestel de publieklijn mag naderen;
- vertoningprogramma: het samenstel van onderdelen van de luchtvaartvertoning;
- vertoningterrein: het water- dan wel landoppervlak waarboven de luchtvaartvertoning hoofdzakelijk plaatsvindt;
- vertoningvlucht: iedere vlucht met een demonstratietoestel die wordt uitgevoerd in het kader van een luchtvaartvertoning.
Onder luchtvaartvertoning wordt mede verstaan een luchtvaartwedstrijd, georganiseerd om aan publiek amusement te verschaffen.
Voor de toepassing van deze regeling wordt onder luchtvaartwedstrijd als bedoeld in het derde lid, verstaan elk binnen het vertoninggebied uitgevoerd onderdeel met een of meer demonstratietoestellen in de lucht ter vaststelling of vergelijking van prestaties hetzij van de deelnemers, hetzij van de demonstratietoestellen.
Artikel 2
Deze regeling is niet van toepassing op militaire deelnemers en militaire demonstratietoestellen.
Artikel 3
Indien bij een luchtvaartvertoning waarvoor door de minister de vergunning wordt verleend, militaire deelnemers of militaire demonstratietoestellen zijn betrokken, wordt de beslissing over de vergunning genomen in overeenstemming met de Minister van Defensie.
Met uitzondering van de artikelen 32 tot en met 36, en 39, is deze regeling niet van toepassing op een deelnemer aan een luchtvaartvertoning waarvoor door de Minister van Defensie de vergunning wordt verleend.
§ 2. Locatie van een luchtvaartvertoning
Artikel 4
De minister kan een vergunning verlenen voor het houden van een luchtvaartvertoning op een gecontroleerde luchthaven als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Regeling luchtverkeersdienstverlening, indien gedurende de luchtvaartvertoning luchtverkeersleiding wordt verzorgd door een van de in de artikelen 5.13 of 5.14 van de Wet luchtvaart genoemde bestuursorganen.
Artikel 5
De minister kan een vergunning verlenen voor het houden van een luchtvaartvertoning op een luchthaven zonder luchtverkeersleiding, indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
- a. demonstratietoestellen naderen en verlaten het vertoninggebied uitsluitend via een van tevoren vastgestelde procedure, en
- b. er is een luchthaveninformatieverstrekker.
Het eerste lid is niet van toepassing op luchtvaartvertoningen waaraan alleen vrije ballonnen deelnemen.
Artikel 6
De minister kan een vergunning verlenen voor het houden van een luchtvaartvertoning op een terrein dat geschikt is om tijdelijk en uitzonderlijk te worden gebruikt, waarvoor krachtens artikel 8a.51 van de Wet luchtvaart ontheffing is verleend, indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- a. de grootte van het vertoninggebied, gerekend vanuit het centrum van en parallel aan de vertoninglijn alsmede gerekend vanaf de vertoninglijn richting de zijde van het gebied waar zich geen toeschouwers bevinden, wordt aan de hand van tabel 1 van de bijlage, behorend bij deze regeling, vastgelegd in de vergunning;
- b. ingeval sprake is van een luchtvaartvertoning met publiekgebieden langs twee zijden van de vertoninglijn geldt bij de vaststelling van het vertoninggebied dat de breedte van de vertoninglijn ten minste vijftig meter bedraagt en aan het begin en aan het einde van de vertoninglijn een manoeuvreergebied wordt vastgesteld. De afmetingen van het kleinste van de twee manoeuvreergebieden bedragen ten minste de helft van de minimale afmetingen van het vertoninggebied, zoals deze zijn opgenomen in tabel 1 van de bijlage, behorend bij deze regeling;
- c. bij het bepalen van het vertoninggebied stelt de vertoningdirecteur vast of zich daarbinnen gronden bevinden die gebruikt worden ten behoeve van:
- 1°. luchthavens,
- 2°. milieubeschermingsgebieden,
- 3°. vogelconcentratiegebieden, zoals gepubliceerd in de luchtvaartgids, bedoeld in artikel 2 van verordening (EU) nr. 923/2012,
- 4°. chemische industrieën,
- 5°. kerncentrales,
- 6°. spoorwegemplacementen,
- 7°. brandstofopslagplaatsen,
- 8°. aaneengesloten bebouwing;
- d. indien binnen het vertoninggebied gronden als bedoeld in onderdeel c, dan wel obstakels met een verticale hoogte van ten minste 45 meter zijn gelegen, geeft de vertoningdirecteur aan welke maatregelen worden genomen met betrekking tot die gronden dan wel obstakels in verband met de veilige uitvoering van de luchtvaartvertoning.
Aan de vergunning, bedoeld in het eerste lid, worden in ieder geval de volgende voorwaarden verbonden:
- a. op het vertoningterrein is een baan aanwezig die:
- 1°. voldoet aan de afmetingen genoemd in tabel 1 van de bijlage, behorend bij deze regeling, met dien verstande dat de lengte van de baan wordt vastgesteld op de grootste voorgeschreven start- en landingsafstanden zoals deze worden bepaald met gebruikmaking van de gebruikshandboeken van de deelnemende demonstratietoestellen. Bij het vaststellen van de baanlengte kan de in de gebruikshandboeken genoemde headwind-component voor ten hoogste 50% worden meegenomen. Ingeval sprake is van een demonstratietoestel zonder gebruikshandboek, geldt de lengte zoals opgenomen in tabel 1 van de bijlage,
- 2°. voldoende draagkracht bezit voor de te gebruiken demonstratietoestellen, en
- 3°. voorzien is van een voor dit doel geschikte markering;
- b. nabij de baan wordt bij gebruik de windrichting aangegeven door een windzak of een ander gelijkwaardige voorziening;
- c. bij het gelijktijdig gebruik voor het taxiën en starten of landen op het vertoningterrein is de afstand tussen de hartlijn van de taxibaan en de hartlijn van de start en landingsbaan ten minste 37,5 meter, waarbij het wachtpunt voor de startbaan tenminste 30 meter van de hartlijn van de start en landingsbaan ligt. Afhankelijk van de afmetingen van het grootste demonstratietoestel kunnen er nadere voorwaarden worden gesteld;
- d. in de invliegsector en de uitvliegsector van de baan steken geen obstakels door een denkbeeldig vlak, dat met de korte zijde van de obstakelvrije strook als basis oploopt onder een hoek van 1:20 (hoogte:afstand) en een divergentie van 10%tot een afstand van 300 meter. Ter weerszijde van de baan en van de in- en uitvliegsector steken geen obstakels door een denkbeeldig vlak onder een hoek van 1:5 (hoogte:afstand) tot een afstand van 75 meter;
- e. demonstratietoestellen naderen en verlaten het vertoninggebied uitsluitend via een van tevoren vastgestelde procedure;
- f. er is een luchthaveninformatieverstrekker;
Ten aanzien van het vertoningterrein geldt dat:
- a. voordat de motoren van een luchtvaartuig in werking worden gesteld:
- –. personen, voertuigen en ander materieel, voor zover niet noodzakelijk in het kader van de startprocedure van de motor van dat luchtvaartuig, zich op veilige afstand daarvan bevinden;
- –. stoffen die gevaar of schade kunnen opleveren worden opgeruimd, dan wel uit de onmiddellijke omgeving van het luchtvaartuig worden verwijderd;
- b. tijdens het in werking stellen en houden van de motoren:
- –. een ter zake bevoegd persoon in de stuurhut van het luchtvaartuig aanwezig is, die de controle heeft over de bedieningsorganen en de remmen;
- –. geen schade wordt veroorzaakt aan zaken en dat de veiligheid van personen niet in gevaar wordt gebracht;
- c. het in werking stellen van een motor van een luchtvaartuig door middel van het met handkracht bewegen van de luchtschroef, geschiedt door personen die ter zake geïnstrueerd zijn;
- d. in werking zijnde motoren geen hoger toerental draaien dan noodzakelijk voor het starten, wegrijden of koelen van de motor op de parkeerplaats;
- e. een luchtvaartuig met een of meer in werking zijnde motoren niet in beweging wordt gezet, indien daardoor letsel of schade kan worden berokkend aan personen of zaken of de veiligheid van personen in gevaar kan worden gebracht.
Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op luchtvaartvertoningen waaraan alleen vrije ballonnen deelnemen.
Artikel 7
De minister kan een vergunning verlenen voor het houden van een luchtvaartvertoning boven water- of landoppervlak, waarbij niet wordt gestart van en geland op het vertoningterrein, indien aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 6, eerste lid, en tweede lid, onderdelen e en f, is voldaan en het vertoningterrein voldoet aan de afmetingen genoemd in tabel 1 van de bijlage behorend bij deze regeling.
In het geprojecteerde vlak op de grond tot aan de vertoninglijn waar laag wordt gevlogen steken geen obstakels door een denkbeeldig vlak van de in- en uitvliegsector die oploopt onder een hoek van 1:20, zijnde hoogte in verhouding tot afstand, en een divergentie van 10% tot een afstand van 300 meter. Ter weerszijde van het vertoningterrein en van de in- en uitvliegsector steken geen obstakels door een denkbeeldig vlak onder een hoek van 1:5, zijnde hoogte in verhouding tot afstand, tot een afstand van 75 meter.
Bij de aanvraag van een vergunning, bedoeld in het eerste lid, geeft de aanvrager aan waar deelnemende gemotoriseerde luchtvaartuigen op of in nabijheid van het vertoningterrein een noodlanding kunnen uitvoeren zonder het publiek of de deelnemers in gevaar te brengen.
In afwijking van het eerste lid, mag een watervliegtuig starten van en landen op het wateroppervlak.
Artikel 8
De minister kan een vergunning verlenen voor een periode van ten hoogste één jaar, indien het vertoningprogramma uitsluitend bestaat uit één gestandaardiseerd onderdeel.
De houder van een krachtens het eerste lid verleende vergunning dient telkens ten minste één week vóór het houden van een luchtvaartvertoning de bescheiden, bedoeld in artikel 158, eerste lid, onderdelen a en c, van de Regeling Toezicht Luchtvaart aan de minister te overleggen.
Artikel 9, vijfde lid, is niet van toepassing.
§ 3. Organisatie van een luchtvaartvertoning
Artikel 9
Voor iedere luchtvaartvertoning wordt door de organisator van de luchtvaartvertoning een vertoningdirecteur aangewezen.
De vertoningdirecteur, bedoeld in het eerste lid, heeft de vereiste ervaring behorend bij de categorie waarin de desbetreffende luchtvaartvertoning overeenkomstig tabel 2 van de bijlage, behorend bij deze regeling, wordt ingedeeld.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.