Regeling van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat houdende regels inzake luchtvaartvertoningen (Regeling luchtvaartvertoningen)

Type Ministeriële regeling
Publication 2024-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 158, tweede lid, van de Regeling Toezicht Luchtvaart;

Besluit:

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 1
1.

De begripsbepalingen van de Wet luchtvaart en de daarop berustende bepalingen zijn van toepassing op deze regeling.

2.

Voorts wordt in deze regeling verstaan onder:

3.

Onder luchtvaartvertoning wordt mede verstaan een luchtvaartwedstrijd, georganiseerd om aan publiek amusement te verschaffen.

4.

Voor de toepassing van deze regeling wordt onder luchtvaartwedstrijd als bedoeld in het derde lid, verstaan elk binnen het vertoninggebied uitgevoerd onderdeel met een of meer demonstratietoestellen in de lucht ter vaststelling of vergelijking van prestaties hetzij van de deelnemers, hetzij van de demonstratietoestellen.

Artikel 2

Deze regeling is niet van toepassing op militaire deelnemers en militaire demonstratietoestellen.

Artikel 3
1.

Indien bij een luchtvaartvertoning waarvoor door de minister de vergunning wordt verleend, militaire deelnemers of militaire demonstratietoestellen zijn betrokken, wordt de beslissing over de vergunning genomen in overeenstemming met de Minister van Defensie.

2.

Met uitzondering van de artikelen 32 tot en met 36, en 39, is deze regeling niet van toepassing op een deelnemer aan een luchtvaartvertoning waarvoor door de Minister van Defensie de vergunning wordt verleend.

§ 2. Locatie van een luchtvaartvertoning

Artikel 4

De minister kan een vergunning verlenen voor het houden van een luchtvaartvertoning op een gecontroleerde luchthaven als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Regeling luchtverkeersdienstverlening, indien gedurende de luchtvaartvertoning luchtverkeersleiding wordt verzorgd door een van de in de artikelen 5.13 of 5.14 van de Wet luchtvaart genoemde bestuursorganen.

Artikel 5
1.

De minister kan een vergunning verlenen voor het houden van een luchtvaartvertoning op een luchthaven zonder luchtverkeersleiding, indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op luchtvaartvertoningen waaraan alleen vrije ballonnen deelnemen.

Artikel 6
1.

De minister kan een vergunning verlenen voor het houden van een luchtvaartvertoning op een terrein dat geschikt is om tijdelijk en uitzonderlijk te worden gebruikt, waarvoor krachtens artikel 8a.51 van de Wet luchtvaart ontheffing is verleend, indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

2.

Aan de vergunning, bedoeld in het eerste lid, worden in ieder geval de volgende voorwaarden verbonden:

3.

Ten aanzien van het vertoningterrein geldt dat:

4.

Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op luchtvaartvertoningen waaraan alleen vrije ballonnen deelnemen.

Artikel 7
1.

De minister kan een vergunning verlenen voor het houden van een luchtvaartvertoning boven water- of landoppervlak, waarbij niet wordt gestart van en geland op het vertoningterrein, indien aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 6, eerste lid, en tweede lid, onderdelen e en f, is voldaan en het vertoningterrein voldoet aan de afmetingen genoemd in tabel 1 van de bijlage behorend bij deze regeling.

2.

In het geprojecteerde vlak op de grond tot aan de vertoninglijn waar laag wordt gevlogen steken geen obstakels door een denkbeeldig vlak van de in- en uitvliegsector die oploopt onder een hoek van 1:20, zijnde hoogte in verhouding tot afstand, en een divergentie van 10% tot een afstand van 300 meter. Ter weerszijde van het vertoningterrein en van de in- en uitvliegsector steken geen obstakels door een denkbeeldig vlak onder een hoek van 1:5, zijnde hoogte in verhouding tot afstand, tot een afstand van 75 meter.

3.

Bij de aanvraag van een vergunning, bedoeld in het eerste lid, geeft de aanvrager aan waar deelnemende gemotoriseerde luchtvaartuigen op of in nabijheid van het vertoningterrein een noodlanding kunnen uitvoeren zonder het publiek of de deelnemers in gevaar te brengen.

4.

In afwijking van het eerste lid, mag een watervliegtuig starten van en landen op het wateroppervlak.

Artikel 8
1.

De minister kan een vergunning verlenen voor een periode van ten hoogste één jaar, indien het vertoningprogramma uitsluitend bestaat uit één gestandaardiseerd onderdeel.

2.

De houder van een krachtens het eerste lid verleende vergunning dient telkens ten minste één week vóór het houden van een luchtvaartvertoning de bescheiden, bedoeld in artikel 158, eerste lid, onderdelen a en c, van de Regeling Toezicht Luchtvaart aan de minister te overleggen.

3.

Artikel 9, vijfde lid, is niet van toepassing.

§ 3. Organisatie van een luchtvaartvertoning

Artikel 9
1.

Voor iedere luchtvaartvertoning wordt door de organisator van de luchtvaartvertoning een vertoningdirecteur aangewezen.

2.

De vertoningdirecteur, bedoeld in het eerste lid, heeft de vereiste ervaring behorend bij de categorie waarin de desbetreffende luchtvaartvertoning overeenkomstig tabel 2 van de bijlage, behorend bij deze regeling, wordt ingedeeld.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.