Financiële arbeidsvoorwaarden per 1 januari 2004

Type Beleidsregel
Publication 2004-02-11
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Inleiding

In onderhavige publicatie wil ik u op de hoogte stellen over het volgende:

1. Aanpassing premies en franchisebedragen

De centrales voor overheidspersoneel en werkgeversorganisaties hebben afspraken gemaakt over de verandering in de ABP- pensioenregeling. Deze afspraken zijn vastgelegd in het Pensioenakkoord en hebben in sommige gevallen consequenties voor de premieberekening. Het ABP heeft daarover de werkgevers en de werknemers via afzonderlijke brieven op de hoogte gebracht. Voor de volledigheid verwijs ik u daarom voor de inhoud van de afspraken naar deze brieven. In deze paragraaf wil ik in het kort ingaan op de gevolgen voor de premieberekening.

Ouderdoms- en nabestaandenpensioen (OP/NP)

Tot 1 januari 2004 werd voor de berekening van de premie één franchisebedrag gehanteerd. Vanaf genoemde datum moet er rekening gehouden worden met 3 franchisebedragen. Welk franchisebedrag voor de berekening wordt gehanteerd, is afhankelijk van de leeftijd van de verzekerde. Het volgende onderscheid geldt: geboren vóór 1954, geboren in of na 1954 en vóór 1964 en geboren in of na 1964, met respectievelijk de volgende franchisebedragen: € 15.250, € 14.250 en € 13.000.

Flexibel pensioen en uittreden (FPU)

Ook de wijze waarop de FPU-premie wordt berekend wijzigt met ingang van 1 januari 2004. Vanaf deze datum wordt een onderscheid aangebracht tussen het VUT/FPU basisgedeelte en FP-opbouwdeel. Bij het VUT/FPU basisgedeelte geldt geen franchise, maar bij de FP-opbouw gaat vanaf 1 januari 2004 een franchise gelden die, rekening houdend met het leeftijdsonderscheid, gelijk is aan het franchisebedrag bij de OP/NP. Dit betekent dat er vanaf 1 januari 2004 voor de FPU twee berekeningen gemaakt moeten worden in plaats van één berekening!

Bovenwettelijk invaliditeitspensioen (IPbw)

In de berekeningssystematiek voor de IPbw premie verandert niets. Hier dient u alleen rekening te houden met de wijzigingen van het premiepercentage en de omvang van het franchisebedrag.

De vastgestelde premies hebben invloed op de berekening van een bruto-netto salaris en op de vaststelling van de hoogte van de werkgeverslasten. In bijlage I wordt in een beknopt overzicht de premies met het eventueel daarbijbemaart-tellinghorende franchisebedrag weergegeven. Naast genoemde premies vindt u daarin tevens terug:

2. Aanpassing wettelijk minimumloon en aanvangbedrag aanlooptraject I/D-banen

De aanpassing van het minimumloon is van invloed op bedragen zoals die in de verschillende besluiten zijn opgenomen. In bijlage II van deze publicatie treft u de bedragen aan zoals die vanaf 1 juli 2003 gelden. Aangezien het minimumloon niet wordt verhoogd is het minimumloon per 1 januari 2004 gelijk aan dat van 1 juli 2003. De bedragen per 1 juli 2003 waren echter nog niet opgenomen in een publicatie.

In bijlage III treft u de bedragen aan van het aanlooptraject voor functies in het kader van het Besluit in- en doorstroombanen (I/D-banen). De daarin genoemde bedragen hebben alleen betrekking op de instroombanen, aangezien de doorstroombanen geen zogenoemd aanlooptraject kennen.

3. Hoogte percentage 13e maand voor vaststelling pensioengevend inkomen

De berekening van de premies OP/NP, IPbw en FPU vindt plaats over het pensioengevend inkomen, verder aan te duiden als jaarinkomen ABP. Het jaarinkomen ABP wordtvastgesteld op 1 januari van een jaar of bij de indiensttreding aan de hand van de beloningscomponenten waar betrokkene aanspraak op maakt en die op dat moment pensioengevend zijn. Pensioengevend zijn onder meer het salaris, de vakantietoeslag, de uitlooptoeslag, de bindingstoelage, het structurele deel van de 13e maand en eventueel een door de werkgever toegekende toelage die pensioengevend is. In het Pensioenakkoord is overeengekomen dat variabele beloningen vanaf 1 januari 2004 mee kunnen tellen voor de vaststelling van het jaarinkomen ABP in het daaropvolgende jaar. Op een later tijdstip zal ik aangeven om welke beloningen het gaat.

Vanaf 1 januari 2004 geldt voor de berekening van het jaarinkomen voor de 13e maand 3,48%. Bij de vaststelling van jaarinkomen voor een BWOO-uitkering wordt rekening gehouden met 1,95%.

De centrales van overheidspersoneel stellen de hoogte van het percentage voor de vaststelling van het jaarinkomen per 1 januari 2004 nog nader aan de orde in een komend overleg met OCW.

Regelmatig worden mij vragen gesteld over de vaststelling van het jaarinkomen ABP. In bijlage IV treft u daarom een voorbeeld aan hoe het jaarinkomen ABP voor een betrokkene in actieve dienst wordt vastgesteld. Daarnaast treft u in Bijlage V een schema aan van het bruto-netto traject per maand en een schema over de vaststelling van de werkgeverslasten per maand met ingang 1 januari 2004.

4. Reiskosten bij dienstreizen (po)

In het artikel 64, het tweede lid, onderdeel a, van het Rpb WPO/WEC is bepaald dat voor de vergoeding van de eerste 10000 kilometer bij dienstreizen het bedrag dat per gereisde kilometer in het desbetreffende kalenderjaar wordt gereisd, belastingvrij mag worden toegekend. Dit bedrag bedroeg 28 cent tot 1 januari 2004. De minister van Financiën heeft het belastingvrije bedrag per kilometer per 1 januari 2004 vastgesteld op 18 cent. Dit betekent dat vanaf 1 januari 2004 voor de eerste 10000 km dit bedrag per kilometer mag worden vergoed. In de positieve zin mag hier niet van worden afgeweken.

In de Regeling vergoeding van reis- en verblijfkosten bij dienstreizen voor onderwijspersoneel is verder bepaald dat vanaf 10001 kilometer tot en met 20000 21 cent wordt vergoed en vanaf 20001 kilometer 18 cent. Deze bedragen blijven van kracht met dit verschil dat bij een vergoeding vanaf 10001 kilometer tot en met 20000 kilometer (21 cent) de 3 cent boven het belastingvrije bedrag tot het loon wordt gerekend. Over dit loon vindt loonheffing plaats en worden de premies (sociale) werknemersverzekeringen berekend en ingehouden. Als een bestuur er voor kiest naast de in genoemde regeling te vergoeden bedragen een aanvullende vergoeding te geven, dan dient dit plaats te vinden in de vorm van een tegemoetkoming, bedoeld in artikel 106 van het Rpb WPO/WEC, danwel als een toelage, bedoeld in artikel 114 van het Rpb WPO/WEC.

Ook over dit bedrag vindt loonheffing plaats en worden de premies (sociale) werknemersverzekeringen berekend en ingehouden.

De centrales van overheids- en onderwijspersoneel zullen de vergoeding voor dienstreizen aan de orde stellen in het komende overleg met OCW over de arbeidsvoorwaarden.

5. Zkoo-aanvraag- en zkoo-statusformulier

Tot voor kort was het mogelijk om het ZKOO-aanvraag- en het ZKOO-statusformulier aan te vragen bij het ministerie. Mede door de verhuizing van het ministerie naar Den Haag is er voor gekozen het formulier niet meer op voorraad te nemen. In plaats daarvan is er voor gekozen debeide formulieren op de site van CFI te plaatsen waar ze kunnen worden gedownload. Op deze wijze kunnen zonodig sneller wijzigingen op het formulier worden aangebracht.

6. Rpb WPO/WEC

In onderstaand overzicht wordt aangegeven welke maatregelen die al worden uitgevoerd nog in het Rpb WPO/WEC verwerkt moeten worden. Bij de betreffende maatregel staat vermeld in welke publicatie de maatregel is terug te vinden. Eerstdaags zal over de conceptteksten Rpb WPO/WEC die betreffende maatregelen beschrijven overleg plaatsvinden met de werkgevers- en werknemersorganisaties. Zodra het overleg met hen hieromtrent is afgerond, zal ik u daarover berichten. De maatregelen zijn gerubriceerd naar onderwerp.

Ik verzoek u het personeel in dienst van uw instelling van deze publicatie op de hoogte te stellen.

Bijlage I

Premies Premies Franchise per jaar Franchise per jaar Franchise per jaar
werkgever werknemer geboren geboren geboren
vóór 1954 in of na 1954 in of na 1964
en vóór 1964
OP/NP 14,05% 4,95% € 15.250 € 14.250 € 13.000
IP+hoog 1,35% 0,45% € 16.350 € 16.350 € 16.350
IP+laag 1,35% 0,20% € 16.350 € 16.350 € 16.350
FPU
VUT/FPU basis 2,25% 2,25% n.v.t. n.v.t. n.v.t.
FP-opbouw 1,95% 1,95% € 15.250 € 14.250 € 13.000
WAO * De werknemer kiest voor een 65% i.p.v. een 70% IP-uitkering.
• Basis 5,10% n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
• Gedifferentieerd (gemiddeld) 2,26% n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
WW * maximumpremiegrens € 43.587 n.v.t. 5,80% € 15.138 € 15.138 € 15.138
ZFW *** maximumpremiegrens ZFW € 29.606 (262 x 113 euro) ; verzekeringsloongrens ZFW 2004 € 32.600 6,75% 1,25% n.v.t. n.v.t. n.v.t.
UFO-premie 0,80% n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.

Bijlage II. Minimumloon

per maand in guldens bij een normbetrekking zoals opgenomen in:

bij de leeftijd van bedrag
23 jaar of ouder 1264,80
22 jaar 1075,10
21 jaar 917,00
20 jaar 777,85
19 jaar 664,00
18 jaar 575,50
17 jaar 499,60
16 jaar 436,35
15 jaar 379,45

Bijlage III. Maandsalarissen in euro’s (I/D-banen)

behorende bij:

bevattende aanlooptraject voor functies in het kader van het Besluit in- en doorstroombanen.

Nummer Bedrag
1 1264,80 Minimumloon (1-7-2003)
2 1285,00

Bijlage IV. Vaststelling jaarinkomen ABP 2004

Het jaarinkomen ABP wordt vastgesteld via normbedragen. Als alle bedragen die van invloed zijn op het jaarinkomen ABP zijn getotaliseerd, vindt er een correctie plaats via de zogenoemde debrutering. De debrutering is sinds 1 januari 2001 van kracht door het vervallen van de Overhevelingstoeslag. Om te voorkomen dat werknemers er in netto-inkomen op achteruit zouden gaan, zijn op dat moment de salarissen op wettelijke basis verhoogd - gebruteerd - met 1,9%, waarbij rekening werd gehouden met een maximum. De brutering werkt echter niet door in het pensioengevend inkomen. Hierdoor dient het jaarinkomen te worden gedebruteerd waarbij rekening wordt gehouden met een maximum. Het maximum is vastgesteld op € 791,85. Aan de hand van een voorbeeld wordt het jaarinkomen ABP nader uitgewerkt.

Voorbeeld

Leraar wordt bezoldigd volgens salarisschaal LB en salarisnummer18 en komt in aanmerking voor de uitlooptoeslag, de bindingstoelage en de 13e maand. De bedragen zijn gebaseerd op loonpeil 1 maart 2003.

De debrutering: (45563 : 1,019) X 1,9% = € 849,56 en is groter dan J

Jaarinkomen ABP 2004 wordt vastgesteld op: € 44771 (45563 - 791,85 waarbij de uitkomst rekenkundig afgerond is op een hele euro).

De premies OP/NP e.d worden berekend over het vastgestelde jaarinkomen ABP 2004.

Bijlage V. Bruto-netto traject en werkgeverslasten

Zoals aangegeven wordt het Jaarinkomen ABP vastgesteld via normbedragen. De hoogte van de te betalen pensioenpremies wordt uiteindelijk bepaald door de zogenoemde deeltijdfactor. De deeltijdfactor betreft het resultaat van: het bruto genoten salaris in een maand gedeeld door het normsalaris in die betreffende maand. Een betrokkene die in een volledige betrekking werkzaam is, heeft een deeltijdfactor die gelijk is aan 1. Voor de betrokkene die voor een andere betrekkingsomvang werkzaam is geldt een deeltijdfactor naar rato, waarbij de uitkomst rekenkundig op vier cijfers achter de komma wordt vastgesteld. Sinds 1 januari 2004 is het mogelijk dat de uitkomst hiervan voor de berekening van de pensioenpremies groter is dan 1. Met andere woorden: de deeltijdfactor voor de berekening van de sociale premies kan nooit groter zijn dan 1.

Hieronder treft u in schema 1 aan hoe het bruto-nettosalaris wordt berekend en in schema 2 treft u aan hoe de werkgeverlasten worden vastgesteld.

Schema 1: bruto-netto traject 2004 per maand

Schema 2: werkgeverslasten 2004 per maand

Op het moment dat er in een specifieke maand een beloningscomponent wordt uitbetaald dat slechts een keer per jaar wordt uitbetaald, zoals een 13e maand, vakantie-uitkering of de bindingstoelage, neemt onderdeel a. en onderdeel f. van schema 1 in hoogte toe.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.