← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling vissersvaartuigen

Geldende tekst a fecha 2004-02-19

Handelende in overeenstemming met de Minister van Verkeer en Vervoer van de Nederlandse Antillen en met de Minister van Vervoer en Communicatie van Aruba;

Gelet op de artikelen 3.4, 4.3, zevende lid, 4.18, eerste lid, onder b,5.22, eerste lid, onder b, en 6.14, zevende lid, van het Vissersvaartuigenbesluit 2002;

Besluit:

§ 1. Aanvullende voorschriften voor de boomkorvisserij

Artikel 1.1

Deze paragraaf is van toepassing op vissersvaartuigen waarmee de boomkorvisserij wordt uitgeoefend.

Artikel 1.2
1.

De luikopeningen, bedoeld in artikel 3.3 van het Vissersvaartuigenbesluit 2002, zijn zodanig aangebracht dat bij een hellingshoek van 30° of minder geen buitenboordswater de onder het bovendek gelegen ruimten kan binnendringen indien deze luiken geopend zijn.

2.

Het eerste lid geldt niet indien aan het bepaalde in artikel 3.2, eerste lid, van het Vissersvaartuigenbesluit 2002 omtrent de stabiliteit nog steeds wordt voldaan wanneer die ruimten geheel of gedeeltelijk vervuld zijn geraakt.

Artikel 1.3

Tijdens het vissen worden de volgende maatregelen genomen:

Artikel 1.4

De inrichting van het vaartuig en de tuigage van de gieken zijn zodanig uitgevoerd dat de gieken in getopte stand zeevast kunnen worden gezet.

Artikel 1.5
1.

De vislijnen worden gescheerd door geleideblokken die nabij het scheepsboord permanent zijn opgesteld, en vervolgens door blokken aan de uiteinden van de gieken.

2.

De blokken aan de uiteinden van de gieken zijn zodanig aan de top bevestigd dat zij door middel van de lierbediening gemakkelijk en veilig vanaf de brug afgevierd kunnen worden naar het scheepsboord, zodat de trekkracht van de vislijn aangrijpt in het geleideblok. Deze inrichting is tevens zodanig uitgevoerd dat een eenmaal afgevierd slipblok door middel van de lierbediening vanaf de brug weer gemakkelijk en veilig aan de top van de giek bevestigd kan worden.

§ 2. Plaats van de elektrische noodkrachtbron

Artikel 2.1

De onafhankelijk werkende elektrische noodkrachtbron, bedoeld in artikel 4.17, eerste lid, van het Vissersvaartuigenbesluit 2002, is opgesteld boven het bovenste doorlopende dek en is niet geplaatst voor het aanvaringsschot.

Artikel 2.2
1.

Indien de elektrische noodkrachtbron een generator is als bedoeld in artikel 4.17, vierde lid, onder a, van het Vissersvaartuigenbesluit 2002, wordt deze bij het uitvallen van de elektrische voeding vanaf de elektrische hoofdkrachtbron automatisch gestart en vervolgens automatisch op het noodschakelbord geschakeld.

2.

Ten minste de diensten, genoemd in artikel 4.17, tweede lid, onder b en c, van het Vissersvaartuigenbesluit 2002 worden automatisch op de noodgenerator geschakeld.

§ 3. Voorschriften voor elektrisch lassen

Artikel 3.1

Ten aanzien van elektrische lastoestellen die deel uitmaken van de uitrusting van een vissersvaartuig, gelden de volgende voorschriften:

Artikel 3.2
1.

In afwijking van artikel 3.1 mogen elektrische lastoestellen die reeds op 15 november 2001 deel uitmaakten van de uitrusting van een vissersvaartuig en die niet voldoen aan artikel 3.1, onder a, b en c, tot ten hoogste vier jaar na genoemde datum in gebruik blijven aan boord van dat vaartuig, mits de voorschriften van het tweede tot en met zesde lid in acht worden genomen.

2.

De elektrische lastoestellen, bedoeld in het eerste lid, en de bijbehorende apparatuur zijn zodanig samengesteld, dat zij geen gevaar voor personen of voor de omgeving kunnen opleveren en zijn op duurzame en opvallende wijze voorzien van de instructies en aanduidingen, nodig voor een veilige bediening en een veilig gebruik.

3.

Elektrische lastoestellen als bedoeld in het eerste lid, met een wisselspanning als nullastspanning, zijn voorzien van apparatuur ter verlaging van de nullastspanning tot een waarde van ten hoogste 42 volt of zijn van een type waarvan de secundaire spanning bij nullast ten hoogste 42 volt bedraagt. De genoemde waarde van de verlaagde nullastspanning wordt binnen 0,5 seconde na het inschakelen van het lastoestel of het verbreken van de lasboog verkregen.

4.

De apparatuur ter verlaging van de nullastspanning, bedoeld in het derde lid, functioneert zodanig, dat een veilige werkwijze met de elektrische lasapparatuur, ook bij normaal optredende variaties van de spanning en de frequentie in het scheepsnet, is verzekerd.

5.

De elektrische lastoestellen met verlaagde nullastspanning zijn voorzien van een voltmeter die is aangesloten op de aansluitklemmen aan de laszijde van het toestel en waarmee de met de laswerkzaamheden belaste persoon bij de aanvang van het werk kan vaststellen dat de in het derde lid voorgeschreven verlaagde nullastspanning binnen de aangegeven tijd is bereikt.

6.

De voltmeter, bedoeld in het vijfde lid, is van een deugdelijke constructie en is voorts tegen mechanische beschadiging beschermd. De nominale waarde van de verlaagde nullast spanning is op duidelijke wijze op de meterschaal aangegeven.

Artikel 3.3

Ten aanzien van het uitvoeren van laswerkzaamheden met elektrische lastoestellen, ongeacht of wisselspanning of gelijkspanning wordt toegepast, gelden de volgende voorschriften:

§ 4. Voorschriften voor de werkruimten

Artikel 4.1

Een noodstopvoorziening van de vislieren als bedoeld in artikel 6.14, tweede lid, van het Vissersvaartuigenbesluit 2002 voldoet aan de volgende voorschriften:

Artikel 4.2
1.

De vislierinstallatie kan in beide richtingen worden aangedreven. De aandrijving van de vislierinstallatie, alsmede de remmen en de koppelingen van de trommels zijn vanuit het stuurhuis bedienbaar.

2.

In het stuurhuis is nabij de bedieningsplaats van de vislier een afzonderlijke voorziening aangebracht waarmee, na gebruik van de noodstopvoorziening, bedoeld in artikel 4.1, de remmen van de liertrommels kunnen worden gelicht teneinde een onder spanning staande visdraad vrij te laten vieren. Deze voorziening is zodanig uitgevoerd dat deze bij het loslaten automatisch in de ruststand terugkeert.

Artikel 4.3

Vislieren met elektrische of hydraulische aandrijving zijn zodanig ingericht dat:

§ 5. Slotbepalingen

Artikel 5.1

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 5.2

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vissersvaartuigen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant, in de Curaçaosche Courant en in het Afkondigingsblad van Aruba worden geplaatst.