Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 20 februari 2004, nr. AV/KO/2004/4719 houdende vaststelling van verantwoordingsformulieren ten behoeve van de Regeling uitbreiding kinderopvang en buitenschoolse opvang (Regeling verantwoordingsformulieren Regeling uitbreiding kinderopvang en buitenschoolse opvang)

Type Ministeriële regeling
Publication 2005-01-29
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 56 van het Bekostigingsbesluit welzijnsbeleid;

Besluit:

Artikel 1

Bij de verantwoording door gemeenten van de uitkeringen gedaan op grond van de Regeling uitbreiding kinderopvang en buitenschoolse opvang gebruikt de gemeente de verantwoordingsformulieren vastgesteld overeenkomstig bijlage 1, 1a, 1b, 2 en 3 bij deze regeling.

Artikel 2

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 3

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling verantwoordingsformulieren Regeling uitbreiding kinderopvang en buitenschoolse opvang.

Bijlage 1. behorende bij artikel 1

Bijlage 1. behorende bij artikel 1

Bijlage 1a. behorende bij artikel 1

Toelichting bij het verantwoordingsformulier van de Regeling kinderopvang en buitenschoolse opvang (Rkb)

Toelichting bij het verantwoordingsformulier van de Regeling kinderopvang en buitenschoolse opvang (Rkb)

1. Inleiding

Dit document is de toelichting bij het officiële verantwoordingsformulier behorende bij de specifieke uitkering Regeling uitbreiding kinderopvang en buitenschoolse opvang (verder Rkb). De toelichting bestaat uit twee delen: een inhoudelijk deel (hoofdstuk 2 t/m 6) en een technisch deel, de invulinstructie (hoofdstuk 7 en 8).

Dit document is de toelichting bij het officiële verantwoordingsformulier behorende bij de specifieke uitkering Regeling uitbreiding kinderopvang en buitenschoolse opvang (verder Rkb). De toelichting bestaat uit twee delen: een inhoudelijk deel (hoofdstuk 2 t/m 6) en een technisch deel, de invulinstructie (hoofdstuk 7 en 8).

Enkel met het bijgevoegd en uniek verantwoordingsdocument (zie hoofdstuk 9, bijlagen) kunt u vaststelling van uw subsidie in het kader van de Rkb aanvragen bij het ministerie van SZW. Dit verantwoordingsdocument bestaat uit twee pagina’s met een aantal tabellen met verschillende meetmomenten (eerste pagina) en met een aantal keuzemogelijkheden (tweede pagina). Deze twee pagina’s dient u altijd helemaal in te vullen.

Gemeenten die in 2001, 2002, 2003 of 2004 zijn heringedeeld of samengevoegd, ontvangen naast het verantwoordingsformulier tevens bijlagen of extra verantwoordingsformulieren op naam van de oude (voormalige) gemeenten. Afhankelijk van de keuze die gemaakt wordt (zie de toelichting bij de codes 401–403, 501–503 en 601–603) moeten, naast het verantwoordingsformulier, deze bijlagen ook ingevuld en ondertekend worden! Deze bijlagen worden niet verstrekt indien er alleen sprake is van grenscorrecties (zonder samenvoeging of verandering van de CBS-code).

U dient zich er van te vergewissen dat de aantallen die u invult ook de definitieve aantallen zijn die voor dat meetmoment relevant zijn. De ingevulde aantallen per meetmoment vormen namelijk de basis van uw declaratie en de berekeningsgrondslag waarop uw toegekende uitkering zal worden vastgesteld. U kunt met dit document tevens verlenging aanvragen voor de Extra taakstelling 2003 (zie code 702).

1.2 Rekentool

Op de website van het ministerie van SZW (www.szw.nl/gemeenteloket) en van de VNG (www.vng.nl) treft u een rekentool aan. Deze rekentool berekent voor u of er op basis van de door u gerealiseerde opvangplaatsen al dan niet voorschotten worden teruggevorderd. U hoeft dus niet zelf de berekening bij de verschillende meetmomenten en deeluitkeringen van de Rkb te maken. De rekentool is slechts een hulpmiddel en kan niet gebruikt worden om uw verantwoording in te dienen.

Op de website van het ministerie van SZW (www.szw.nl/gemeenteloket) en van de VNG (www.vng.nl) treft u een rekentool aan. Deze rekentool berekent voor u of er op basis van de door u gerealiseerde opvangplaatsen al dan niet voorschotten worden teruggevorderd. U hoeft dus niet zelf de berekening bij de verschillende meetmomenten en deeluitkeringen van de Rkb te maken. De rekentool is slechts een hulpmiddel en kan niet gebruikt worden om uw verantwoording in te dienen.

1.3 Accountant

De door u opgegeven uitbreidingsaantallen op het verantwoordingsformulier, dienen zodra het verleende subsidiebedrag boven de € 125.000 uitkomt1Zie bijlage 1 bij brief van 27 november 2003, AV/KO/2003/86746, onder kolom Maximaal subsidie per 31-12-2003. door uw accountant gecontroleerd te worden (overeenkomstig het Bekostigingsbesluit). U kunt alleen gebruik maken van de bijgevoegde standaard accountantsverklaring (zie hoofdstuk 9).

De door u opgegeven uitbreidingsaantallen op het verantwoordingsformulier, dienen zodra het verleende subsidiebedrag boven de € 125.000 uitkomt1Zie bijlage 1 bij brief van 27 november 2003, AV/KO/2003/86746, onder kolom Maximaal subsidie per 31-12-2003. door uw accountant gecontroleerd te worden (overeenkomstig het Bekostigingsbesluit). U kunt alleen gebruik maken van de bijgevoegde standaard accountantsverklaring (zie hoofdstuk 9).

De accountant zal de controle uitvoeren conform bijgevoegd controle- en rapportageprotocol (zie hoofdstuk 9). Ook u wordt aangeraden goed kennis te nemen van dit protocol en het zo spoedig mogelijk aan uw accountant ter beschikking te stellen. Dit geldt ook voor de voorliggende toelichting; met name in hoofdstuk 5 wordt aangegeven waar u als gemeente aan moet voldoen en wat van de accountant mag worden verwacht.

Met deze twee documenten wordt duidelijk welke achterliggende stukken men kan gebruiken om de verantwoorde aantallen opvangplaatsen te controleren en u kunt controleren of uw administratie compleet is/de benodigde achterliggende stukken bevat.

1.4 Indiening

U dient uiterlijk 10 maanden (art. 50 Bekostigingsbesluit) na afloop van de Rkb, dus vóór 1 november 2004 het door de accountant gewaarmerkte verantwoordingsdocument inclusief de ondertekende accountantsverklaring in te dienen bij:

U dient uiterlijk 10 maanden (art. 50 Bekostigingsbesluit) na afloop van de Rkb, dus vóór 1 november 2004 het door de accountant gewaarmerkte verantwoordingsdocument inclusief de ondertekende accountantsverklaring in te dienen bij:

U kunt bij het indienen van uw verantwoording uitsluitend gebruik maken van de originele formulieren die door het ministerie aan u zijn verstrekt. Het gebruik van kopieën of zelf ontworpen formulieren is niet toegestaan. Ook gefaxte formulieren kunnen niet worden verwerkt. U kunt de originele verantwoordingsdocumenten herkennen aan de gekleurde horizontale balk in het SZW-logo.

2. Toelichting per code en meetmoment

2. Toelichting per code en meetmoment

U vult per meetmoment de aantallen in exploitatie zijnde opvangplaatsen (conform de voorwaarden van de Rkb) binnen uw gemeente in.

U vult per meetmoment de aantallen in exploitatie zijnde opvangplaatsen (conform de voorwaarden van de Rkb) binnen uw gemeente in.

2.2 Onderscheid dagopvang en buitenschoolse opvang

Hoewel de uitkering bestaat uit een bedrag per gerealiseerde opvangplaats, ongeacht of het een hele dagopvangplaats betreft of opvangplaats in de buitenschoolse opvang, wordt u verzocht uw in exploitatie zijnde opvangplaatsen op te splitsen in dagopvang (HDO) of buitenschoolse opvang (BSO). Reden hiervoor is dat de nulmeting voor HDO plaatsvindt op moment 31-12-1998 en voor BSO op 31-12-1996.

Hoewel de uitkering bestaat uit een bedrag per gerealiseerde opvangplaats, ongeacht of het een hele dagopvangplaats betreft of opvangplaats in de buitenschoolse opvang, wordt u verzocht uw in exploitatie zijnde opvangplaatsen op te splitsen in dagopvang (HDO) of buitenschoolse opvang (BSO). Reden hiervoor is dat de nulmeting voor HDO plaatsvindt op moment 31-12-1998 en voor BSO op 31-12-1996.

Tevens wijken de teldata bij de gastouderopvang (GOO) van de HDO (voor het tellen van het aantal koppelingen) af van die van de BSO.

Bij langdurige contracten gastouderopvang of als het gastouderbureau het onderscheid tussen BSO en HDO niet heeft gemaakt, dient u uit te gaan op het ten tijde van de eindmeting geldende contract.

Een voorbeeld: Er wordt een contract gastouderopvang afgesloten in 1998 voor een kind van 2 jaar. Dit contract is nog steeds van kracht op het moment van de afrekening (31-12-2003). In feite is dit contract begonnen als dagopvang en is inmiddels buitenschoolse opvang. Mocht dit niet administratief zijn aangepast dan kunt u uitgaan van een contract voor dagopvang.

2.3 Toelichting bij de meetmomenten voor BSO

De kolommen in de tabel met deze aanduiding geven het aantal in exploitatie zijnde opvangplaatsen weer met het bijbehorende aantal uren opvang (zie ook het overzicht in hoofdstuk 5). Dus u vult hier het aantal in exploitatie zijnde opvangplaatsen in dat u voor de betreffende soort opvang heeft gerealiseerd met een opvangaanbod van bijvoorbeeld tussen de 1050 en 1650 uur per jaar. Of met een opvangaanbod van meer dan 1650 uren per jaar etc. De gastouderopvang koppelingen worden apart aangegeven in de kolom GOO.

De kolommen in de tabel met deze aanduiding geven het aantal in exploitatie zijnde opvangplaatsen weer met het bijbehorende aantal uren opvang (zie ook het overzicht in hoofdstuk 5). Dus u vult hier het aantal in exploitatie zijnde opvangplaatsen in dat u voor de betreffende soort opvang heeft gerealiseerd met een opvangaanbod van bijvoorbeeld tussen de 1050 en 1650 uur per jaar. Of met een opvangaanbod van meer dan 1650 uren per jaar etc. De gastouderopvang koppelingen worden apart aangegeven in de kolom GOO.

U hoeft de omrekening met de verschillende vermenigvuldigingsfactoren niet te maken en het aantal koppelingen niet te vermenigvuldigen met de factor 0,43: dat wordt op het ministerie gedaan. De omrekening met de factoren wordt in de rekentool onder subsidieberekening automatisch gedaan.

Een cruciale meting voor het vaststellen van uw uitkering wordt gevormd door de begin- of nulmeting. Om te kunnen berekenen of iedere gemeente de taakstelling heeft gehaald, moeten de aantallen in exploitatie zijnde opvangplaatsen op het moment van de einddatum (31-12-2003) afgezet worden tegen de aanvangsaantallen van het nulmoment. Voor de buitenschoolse opvang is dit nulmoment 31 december 1996 en voor de hele dagopvang 31 december 1998.

Het onderhavige meetmoment fungeert ook als meetmoment voor de uitkering Extra bijdrage BSO 97/98.

In oktober 2000 hebben alle gemeenten een (geel) nulmetingsformulier met de beginstand ingevuld en, zover van toepassing, voorzien van een accountantsverklaring. Deze nulmeting vormt het uitgangspunt en u kunt die aantallen hier overnemen en invullen, zoals vermeld op dit gele nulmetingsformulier (onderdelen a). De omrekening met de verschillende vermenigvuldigingsfactoren hoeft u niet te maken: dit wordt op het ministerie gedaan.

Gemeenten die gedurende de Rkb-periode een herindeling of samenvoeging hebben meegemaakt, tellen de nulmetingen van de voormalige gemeenten bij elkaar op (zie ook hoofdstuk 7.3).

Er kan reden zijn om de nulmeting uit 2000 aan te passen. In artikel 2, vierde lid van de Rkb is geregeld dat bij het bepalen van het aantal gerealiseerde opvangplaatsen, de opvangplaatsen die op 31 december 1996 (BSO) en op 31 december 1998 (HDO) bij kindercentra of gastouderbureaus in exploitatie waren en die niet door gemeenten gesubsidieerd worden of waarmee een gemeente geen overeenkomst tot het leveren van opvangplaatsen heeft gesloten, buiten beschouwing worden gelaten.

Wordt aan deze kindercentra of gastouderbureaus gaandeweg de Rkb-periode alsnog een subsidie verstrekt of wordt hiermee alsnog een overeenkomst gesloten, dan kunnen de uitbreidingsplaatsen tijdens de Rkb-periode van deze centra alsnog worden meegerekend. In dat geval moet het aantal opvangplaatsen dat al aanwezig was bij deze centra ten tijde van het nulmeting, alsnog worden vastgesteld en door de accountant worden gecontroleerd.

Deze aantallen hebben immers gevolg voor de nulmeting (zullen een verhoging van de beginstand ten tijde van het nulmetingsmoment tot gevolg hebben). Daarom moet u deze verhoging van de nulstand alsnog hier opgeven (code 201b).

Recapitulerend: alleen als er een aanpassing van de stand nodig is, als gevolg van het alsnog verstrekken van een subsidie of het aangaan van een overeenkomst met een kindercentrum, waar u op het moment van de opgave nog geen financiële relatie mee had, vult u de aanpassing hier in. Voor BSO in een kindercentrum noteert u de stand (aantal in exploitatie zijnde opvangplaatsen) op 31 december 1996. Voor de gastouderopvang BSO neemt u het gemiddelde van de het aantal koppelingen op: 31 december 1996 en 31 maart 1997.

Dus: alleen als de nulmeting moet worden aangepast, vult u hier slechts het aan te passen deel in!

Hier vult u in de som van de ingevulde aantallen bij de nulmeting (code 201a) en de aanpassing (code 201b).

Dit aantal vormt de basis voor de berekening in de rekentool. Indien u met behulp van de rekentool uw subsidieberekening wilt maken, dan typt u in het gele deel dit aantal in (en niet het aantal onder 201a of 201b).

U hoeft de omrekening met de verschillende vermenigvuldigingsfactoren niet te maken en het aantal koppelingen niet te vermenigvuldigen met de factor 0,43: dat wordt op het ministerie gedaan. De omrekening met de factoren wordt in de rekentool (onder subsidieberekening) automatisch gedaan.

Deze tussenmeting op deze datum is nodig voor het vaststellen van de uitkering extra bijdrage BSO 1997/1998. Deze aantallen heeft u al ingevuld op de (groene) aanvraagformulieren (onderdeel b) uit oktober 2000 (voorzien van een accountantsverklaring). U kunt deze hier overnemen, tenzij er correcties op uw aanvraag zijn gepleegd, zie hiervoor uw correspondentie met het ministerie en de verleningsbeschikking van 8 december 2000. In dat geval dient u de gecorrigeerde aantallen conform de verleningsbeschikking over te nemen.

De omrekening met de verschillende vermenigvuldigingsfactoren hoeft u niet te maken: dit wordt op het ministerie gedaan.

Gemeenten die gedurende de Rkb-periode een herindeling of samenvoeging hebben meegemaakt, tellen de (gecorrigeerde) aantallen van de voormalige gemeenten bij elkaar op.

Er kan een reden zijn om de opgave BSO van 31-12-1997 aan te passen. Dit kan als gevolg van de Rkb zelf (artikel 2, vierde lid), namelijk in het geval dat er in de Rkb-periode alsnog een subsidie is verstrekt of een overeenkomst is gesloten met een kindercentrum, waar u op het moment van de opgave nog geen financiële relatie mee had. In dat geval moet u de stand (aantal in exploitatie zijnde opvangplaatsen) op dit meetmoment aanpassen (verhogen). Deze aanpassing moet door de accountant worden gecontroleerd.

Voor buitenschoolse opvang in een kindercentrum hanteert u de datum 31 december 1997. Voor gastouderopvang BSO neemt u het gemiddelde van het aantal koppelingen op 31 augustus 1997, 31 oktober 1997 en 31 december 1997. U hoeft de omrekening met de verschillende vermenigvuldigingsfactoren niet te maken en het aantal koppelingen niet te vermenigvuldigen met de factor 0,43: dat wordt op het ministerie gedaan. De omrekening met de factoren wordt in de rekentool (onder subsidieberekening) automatisch gedaan.

U geeft hier alleen de aangepaste aantallen (verhoging van het aantal opvangplaatsen BSO) op.

Hier vult u in de som van de tussenmeting (code 202a) en de aanpassing in (202b). Dit aantal vormt de basis van de berekening van de rekentool. Indien u met behulp van de rekentool uw subsidieberekening wilt maken, dan typt u in het gele deel het aantal in, dat u hier invult (en niet het aantal onder 202a of 202b).

U hoeft de omrekening met de verschillende vermenigvuldigingsfactoren niet te maken en het aantal koppelingen niet te vermenigvuldigen met de factor 0,43: dat wordt op het ministerie gedaan. De omrekening met de factoren wordt in de rekentool (onder subsidieberekening) automatisch gedaan.

De tussenmeting op deze datum is nodig voor het vaststellen van de uitkering extra bijdrage BSO 1997/1998. Deze aantallen heeft u al ingevuld op de (groene) aanvraagformulieren (onderdeel e) uit oktober 2000 (voorzien van een accountantsverklaring). U kunt deze hier overnemen, tenzij er correcties op uw aanvraag zijn gepleegd, zie hiervoor uw correspondentie met het ministerie en de verleningsbeschikking van 8 december 2000. In dat geval dient u de gecorrigeerde aantallen conform de verleningsbeschikking over te nemen.

De omrekening met de verschillende vermenigvuldigingsfactoren hoeft u niet te maken: dit wordt op het ministerie gedaan.

Gemeenten die gedurende de Rkb-periode een herindeling of samenvoeging hebben meegemaakt, tellen de (gecorrigeerde) aantallen van de voormalige gemeenten bij elkaar op.

Er kan een reden zijn om de opgave BSO van 31-12-1998 aan te passen. Dit kan als gevolg van de Rkb zelf (artikel 2, vierde lid), namelijk in het geval dat er in de Rkb-periode alsnog een subsidie is verstrekt of een overeenkomst is gesloten met een kindercentrum, waar u op het moment van de opgave nog geen financiële relatie mee had. In dat geval moet u de stand (aantal in exploitatie zijnde opvangplaatsen) op dit meetmoment aanpassen (verhogen). Deze aanpassing moet door de accountant worden gecontroleerd.

Voor buitenschoolse opvang in een kindercentrum hanteert u de datum 31 december 1998. Voor gastouderopvang BSO neemt u het gemiddelde van het aantal koppelingen op 31 augustus 1998, 31 oktober 1998 en 31 december 1998. U hoeft het aantal koppelingen niet te vermenigvuldigen met de factor 0,43: dat wordt op het ministerie gedaan.

U geeft hier alleen de aangepaste aantallen (verhoging van het aantal opvangplaatsen BSO) op.

Hier vult u de som van de tussenmeting (code 203a) en de aanpassing in (203b). Dit aantal vormt de basis van de berekening van de rekentool. Indien u met behulp van de rekentool uw subsidieberekening wilt maken, dan typt u in het gele deel dit aantal (en niet het aantal onder 203a of 203b).

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.