Besluit van 25 maart 2004 tot vaststelling van de justitiële gegevens en tot regeling van de verstrekking van deze gegevens alsmede tot uitvoering van enkele bepalingen van de Wet justitiële gegevens (Besluit justitiële gegevens)
De Justitiële Informatiedienst kan door tussenkomst van de officier van justitie desgevraagd justitiële gegevens aan de centrale autoriteit van een andere lidstaat verstrekken ten behoeve van de doeleinden die gelijk kunnen worden gesteld aan die genoemd in de wet en in dit besluit.
Aan de verstrekking kunnen voorschriften worden gesteld in verband met de verwerking en de verdere verwerking.
De Justitiële Informatiedienst zendt het antwoord op het verzoek onverwijld maar in ieder geval binnen tien werkdagen na de dag waarop het verzoek is ontvangen. Beantwoording van het verzoek geschiedt met gebruikmaking van het formulier, opgenomen in de bijlage bij het Besluit nr. 2005/876/JBZ van de Raad van de Europese Unie van 21 november 2005 inzake de uitwisseling van gegevens uit het strafregister (PbEU L 322).
Indien het antwoord op het verzoek niet in de Nederlandse taal geschiedt, draagt de Justitiële Informatiedienst zorg voor de vertaling.
Artikel 30e
De Justitiële Informatiedienst onderzoekt de volledigheid van de bij de verzoeken, bedoeld in artikel 30d, eerste lid, verstrekte gegevens met het oog op de verstrekking van de justitiële gegevens.
Indien de Justitiële Informatiedienst nadere gegevens nodig heeft met het oog op de deugdelijke vaststelling van de identiteit van de persoon op wie het verzoek betrekking heeft, pleegt hij onverwijld overleg met de centrale autoriteit die het verzoek heeft gedaan teneinde binnen tien werkdagen na de dag waarop de aanvullende informatie is verkregen, een antwoord te kunnen verzenden.
Artikel 30f
De toezending van verzoeken, antwoorden en andere relevante gegevens als bedoeld in de artikelen 30c, 30d en 30e kan plaatsvinden via elk communicatiemiddel op elke wijze die de mogelijkheid biedt een schriftelijk document over te leggen op grond waarvan de ontvangende lidstaat de echtheid kan vaststellen.
Afdeling 3. Machtiging
Hoofdstuk 4. De verklaring omtrent het gedrag
Hoofdstuk 5. Afkomst van de rapporten die persoonsdossiers vormen
Hoofdstuk 6. Kosten
Hoofdstuk 6. Kosten
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 11a
Ten behoeve van de handhaving van de openbare orde in verband met de terugkeer van de betrokkene in de maatschappij kan Onze Minister, aan de burgemeester of de door hem aangewezen ambtenaar justitiële gegevens als bedoeld in artikel 6, eerste lid, en artikel 7, eerste lid, onder a, b, c, d, f, j, k en l, verstrekken van natuurlijke personen die onherroepelijk zijn veroordeeld tot:
- a. een onvoorwaardelijke vrijheidsbenemende straf of vrijheidsbenemende maatregel ter zake van een misdrijf bedoeld in de volgende artikelen van het Wetboek van Strafrecht:
- 1°. 151f, tweede en derde lid, 241, 243, 245 tot en met 253, 273f, 282, 282a, 282b, 287, 288, 288a en 289;
- 2°. 141, tweede lid, 302 en 303, indien het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde vrijheidsbenemende straf of maatregel een jaar of langer beloopt.
- b. de maatregel bedoeld in artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht;
- c. de maatregel bedoeld in artikel 77s van het Wetboek van Strafrecht, indien deze verlengd kan worden op grond van artikel 6:6:31, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering.
Ten behoeve van het verstrekken van informatie aan de burgemeester ten behoeve van de handhaving van de openbare orde in verband met de terugkeer van de betrokkene in de maatschappij kan Onze Minister van de in het eerste lid bedoelde natuurlijke personen de justitiële gegevens, bedoeld in artikel 6, eerste lid, en artikel 7, eerste lid, onder a, b, c, d, f, j, k en l, verstrekken aan binnen een landelijke eenheid als bedoeld in artikel 25, eerste lid, onderdeel b, van de Politiewet 2012 aangewezen opsporingsambtenaren.
De justitiële gegevens worden niet eerder verstrekt dan drie maanden voor het moment van de verwachte, al dan niet tijdelijke, terugkeer van de betrokkene in de maatschappij.
De burgemeester vernietigt de op grond van het eerste lid verstrekte justitiële gegevens uiterlijk negen maanden na de datum van de verstrekking, indien niet tot het treffen van maatregelen is besloten. Indien tot het treffen van maatregelen is besloten, verwijdert de burgemeester de op grond van het eerste lid verstrekte justitiële gegevens uiterlijk negen maanden na de datum van de verstrekking. De verwijderde gegevens worden gedurende een termijn van vijf jaar bewaard ten behoeve van het afleggen van verantwoording, waarna de gegevens worden vernietigd.
Het eerste lid, onder a en b, is niet van toepassing op personen op wie Titel VIIIA van het Eerste Boek van het Wetboek van Strafrecht is toegepast.
Paragraaf 2. Verstrekking ten behoeve van advies
Afdeling 2. Verstrekking van de gegevens in algemene zin
Paragraaf 3. Verstrekking ten behoeve van het nemen van bestuursbesluiten
Artikel 22a
Justitiële gegevens van degene die in het bezit is van een chauffeurskaart als bedoeld in artikel 1 van het Besluit personenvervoer 2000, worden ambtshalve verstrekt aan Onze Minister. Onze Minister verstrekt de justitiële gegevens, bedoeld in artikel 6, eerste lid, en artikel 7, eerste lid, onder f, terzake van de strafbare feiten die van belang zijn voor de beoordeling van een met het oog op het uitoefenen van het beroep van taxichauffeur aangevraagde verklaring omtrent het gedrag, verder aan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, met het oog op toepassing van artikel 82, zesde lid, van het Besluit personenvervoer 2000.
Paragraaf 2. Verstrekking ten behoeve van het aannemen en ontslag van personeel
Paragraaf 2. Verstrekking ten behoeve van het aannemen en ontslag van personeel
Paragraaf 2. Verstrekking ten behoeve van het aannemen en ontslag van personeel
Afdeling 3. Machtiging
Hoofdstuk 4. De verklaring omtrent het gedrag
Hoofdstuk 5. Afkomst van de rapporten die persoonsdossiers vormen
Hoofdstuk 6. Kosten
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 30bis
Justitiële of strafvorderlijke gegevens kunnen slechts worden verstrekt ten behoeve van beleidsinformatie, wetenschappelijk onderzoek en statistiek nadat aan de betrokken onderzoeker daartoe schriftelijk toestemming is verleend door Onze Minister van Veiligheid en Justitie onderscheidenlijk het College van procureurs-generaal.
De toestemming, bedoeld in het eerste lid, wordt slechts gegeven indien:
- a. de beleidsinformatie of het onderzoek het algemeen belang dient;
- b. de organisatie die de gegevens verstrekt niet onnodig wordt belast;
- c. de beleidsinformatie zonder de betrokken gegevens onvolledig is of het onderzoek zonder de betrokken gegevens niet kan worden uitgevoerd, en
- d. de persoonlijke levenssfeer van de betreffende personen niet onevenredig wordt geschaad.
Aan de toestemming, bedoeld in het eerste lid, kunnen voorwaarden worden verbonden.
De toestemming, bedoeld in het eerste lid, wordt ter kennis gebracht van de betreffende verantwoordelijke en geldt als machtiging tot het verstrekken van de omschreven gegevens.
Benadering van personen over wie justitiële of strafvorderlijke gegevens worden verwerkt door de onderzoeker vindt niet plaats, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan bij de toestemming ingevolge het eerste lid. Deze toestemming kan slechts worden verleend indien rechtstreekse benadering voor het doel van het onderzoek onvermijdelijk is.
Paragraaf 2. Verstrekking ten behoeve van het aannemen en ontslag van personeel
Afdeling 3. Machtiging
Hoofdstuk 4. De verklaring omtrent het gedrag
Hoofdstuk 5. Afkomst van de rapporten die persoonsdossiers vormen
Hoofdstuk 5. Afkomst van de rapporten die persoonsdossiers vormen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Paragraaf 2. Verstrekking ten behoeve van het aannemen en ontslag van personeel
Afdeling 3. Machtiging
Hoofdstuk 4. De verklaring omtrent het gedrag
Hoofdstuk 4. De verklaring omtrent het gedrag
Hoofdstuk 4. De verklaring omtrent het gedrag
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 13a
Ten behoeve van het nemen van een besluit tot oplegging van een bestuurlijke boete, worden desgevraagd aan het bestuursorgaan dat op grond van de in het tweede lid genoemde wetten belast is met het nemen van een dergelijk besluit, justitiële gegevens verstrekt die noodzakelijk zijn voor de beoordeling of sprake is van herhaalde overtreding van de voorschriften uit die wetten.
De in het eerste lid bedoelde wetten zijn:
- a. de Toeslagenwet;
- b. de Werkloosheidswet;
- h. de Ziektewet;
- i. de Algemene Kinderbijslagwet;
- j. de Algemene nabestaandenwet;
- k. de Algemene Ouderdomswet;
- n. de Participatiewet.
Het bestuursorgaan, dat op grond van het eerste lid justitiële gegevens ontvangt, kan deze gegevens verder verstrekken aan andere bestuursorganen die belast zijn met het nemen van een besluit als bedoeld in het eerste lid.
Afdeling 2. Verstrekking van de gegevens in algemene zin
Paragraaf 1. Verstrekking ten behoeve van het uitoefenen van de taak
Artikel 22b
Justitiële gegevens van degenen, bedoeld in de artikelen 1.50, 1.56 en 1.56b van de Wet kinderopvang, worden ambtshalve verstrekt aan Onze Minister. Onze Minister verstrekt de justitiële gegevens, bedoeld in artikel 6, eerste lid, en artikel 7, eerste lid, onder f, ter zake van de strafbare feiten die van belang zijn voor de beoordeling van een met het oog op het werkzaam zijn in de kinderopvang aangevraagde verklaring omtrent het gedrag, verder aan Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en het college van burgemeester en wethouders met het oog op het toezicht op de naleving van de kwaliteitseisen die de artikelen 1.50, 1.56 en 1.56b van de Wet kinderopvang stellen aan de exploitatie van kinderopvangvoorzieningen.
Paragraaf 2. Verstrekking ten behoeve van het aannemen en ontslag van personeel
Paragraaf 3. Verstrekking ten behoeve van advies, aanbeveling of voordracht van personen
Paragraaf 4. Verstrekking ten behoeve van beleidsinformatie, wetenschappelijk onderzoek en statistiek
Afdeling 3. Machtiging
Hoofdstuk 4. De verklaring omtrent het gedrag
Hoofdstuk 5. Afkomst van de rapporten die persoonsdossiers vormen
Hoofdstuk 5. Afkomst van de rapporten die persoonsdossiers vormen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 11b
Ten behoeve van de naleving van de artikelen 3, tweede lid, 4, eerste en tweede lid, en 9, vierde lid, van de Wet politiegegevens worden justitiële gegevens als bedoeld in de artikelen 6 en 7, eerste lid, onder b, g, h, onderdeel 4°, i, j, onderdeel 3°, en k, verstrekt aan:
- a. de verwerkingsverantwoordelijke, bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van de Wet politiegegevens;
- b. de verwerkingsverantwoordelijke, bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van het Besluit politiegegevens bijzondere opsporingsdiensten;
- c. de verwerkingsverantwoordelijke, bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van het Besluit politiegegevens buitengewoon opsporingsambtenaren, voor zover de gegevens betrekking hebben op een onderzoek als bedoeld in artikel 9 van de Wet politiegegevens.
De verwerkingsverantwoordelijke vernietigt de ontvangen justitiële gegevens terstond na het bereiken van het doel van de verstrekking.
Artikel 11aa
Ten behoeve van de verantwoordelijkheid, bedoeld in de artikelen 2.1 en 2.4, tweede lid, van de Jeugdwet, kan Onze Minister aan een door het college van burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaar of aan een door het college aangewezen en onder zijn verantwoordelijkheid werkzame functionaris justitiële gegevens als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel f, en artikel 7, eerste lid, onder j, onderdelen 5 en 6, verstrekken van personen ten aanzien van wie in het kader van een strafrechtelijke beslissing is bepaald dat zij in aanmerking komen voor een vorm van jeugdhulp of jeugdreclassering, als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet.
Het college van burgemeester en wethouders treft maatregelen opdat de op grond van het eerste lid verstrekte justitiële gegevens uiterlijk twaalf maanden na de beëindiging van de tenuitvoerlegging van de in het eerste lid bedoelde strafrechtelijke beslissing worden vernietigd.
Afdeling 2. Verstrekking van de gegevens in algemene zin
Paragraaf 1. Verstrekking ten behoeve van het uitoefenen van de taak
Artikel 18a
Justitiële gegevens worden desgevraagd verstrekt aan de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming, voor zover hij deze behoeft voor het nemen van beslissingen op beroep of schorsingsverzoeken.
Artikel 22c
Vervallen
Paragraaf 2. Verstrekking ten behoeve van het aannemen en ontslag van personeel
Paragraaf 3. Verstrekking ten behoeve van advies, aanbeveling of voordracht van personen
Paragraaf 4. Verstrekking ten behoeve van beleidsinformatie, wetenschappelijk onderzoek en statistiek
Paragraaf 4. Verstrekking ten behoeve van beleidsinformatie, wetenschappelijk onderzoek en statistiek
Paragraaf 3. Verstrekking ten behoeve van advies, aanbeveling of voordracht van personen
Afdeling 3. Machtiging
Hoofdstuk 5. Afkomst van de rapporten die persoonsdossiers vormen
Hoofdstuk 4. De verklaring omtrent het gedrag
Hoofdstuk 4. De verklaring omtrent het gedrag
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 15a
Justitiële gegevens worden desgevraagd verstrekt aan bestuursorganen, ten behoeve van het nemen van een beslissing omtrent de toepassing van artikel 6 van de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding, uitsluitend voor zover het betreft gegevens omtrent de aanvrager, subsidieontvanger of houder van een vergunning, ontheffing of erkenning als bedoeld in artikel 6, onderdeel a, van die wet.
Indien deze aanvrager, subsidieontvanger of houder een rechtspersoon is, betreffen de gegevens zowel de rechtspersoon als de bestuurders, alsmede de gegevens met betrekking tot strafbare feiten waaraan artikel 51, tweede lid, onder 2°, van het Wetboek van Strafrecht ten grondslag heeft gelegen. Indien een bestuurder een rechtspersoon is betreffen de gegevens eveneens deze rechtspersoon, alsmede de bestuurders daarvan. Indien de aanvrager, subsidieontvanger of houder een maatschap of vennootschap onder firma is betreffen de gegevens de maten, dan wel de vennoten, uitgezonderd de gegevens betreffende de vennoot en commandite, alsmede de gegevens met betrekking tot strafbare feiten waaraan artikel 51, tweede lid, onder 2°, van het Wetboek van Strafrecht ten grondslag heeft gelegen. Indien de vennoten of maten rechtspersoonlijkheid bezitten betreffen de gegevens deze rechtspersonen, alsmede de bestuurders daarvan.
Paragraaf 3. Verstrekking ten behoeve van advies, aanbeveling of voordracht van personen
Paragraaf 3. Verstrekking ten behoeve van advies, aanbeveling of voordracht van personen
Afdeling 3. Machtiging
Hoofdstuk 4. De verklaring omtrent het gedrag
Hoofdstuk 6. Kosten
Hoofdstuk 5. Afkomst van de rapporten die persoonsdossiers vormen
Artikel 11c
Ten behoeve van de verantwoordelijkheid, bedoeld in de artikelen 2.1 en 2.4, tweede lid, van de Jeugdwet, kan Onze Minister aan een door het college van burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaar of aan een door het college aangewezen en onder zijn verantwoordelijkheid werkzame functionaris justitiële gegevens als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel f, en artikel 7, eerste lid, onder j, onderdelen 5 en 6, verstrekken van personen ten aanzien van wie in het kader van een strafrechtelijke beslissing is bepaald dat zij in aanmerking komen voor een vorm van jeugdhulp of jeugdreclassering, als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet.
Het college van burgemeester en wethouders treft maatregelen opdat de op grond van het eerste lid verstrekte justitiële gegevens uiterlijk twaalf maanden na de beëindiging van de tenuitvoerlegging van de in het eerste lid bedoelde strafrechtelijke beslissing worden vernietigd.
Artikel 11d
Ten behoeve van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 43, derde lid, van de Wet op de rechtsbijstand, worden desgevraagd justitiële gegevens als bedoeld in de artikelen 6, eerste lid, onder a, b en f, en 7, eerste lid, onder b en j, onderdelen 3° en 5°, verstrekt aan het bestuur, bedoeld in artikel 3 van de Wet op de rechtsbijstand.
Het bestuur vernietigt de ontvangen justitiële gegevens na het bereiken van het doel van de verstrekking.
Afdeling 2. Verstrekking van de gegevens in algemene zin
Paragraaf 3. Verstrekking ten behoeve van het nemen van bestuursbesluiten
Paragraaf 5. Verstrekking aan en ontvangst uit het buitenland
Paragraaf 6. Verstrekking aan en ontvangst uit een lidstaat en doorgifte aan derde landen
Afdeling 3. Machtiging
Hoofdstuk 5. Afkomst van de rapporten die persoonsdossiers vormen
Hoofdstuk 4. De verklaring omtrent het gedrag
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 1a
Dit hoofdstuk is van toepassing op de verwerking van justitiële en strafvorderlijke gegevens, persoonsgegevens in persoonsdossiers, tenuitvoerleggingsgegevens en gerechtelijke strafgegevens.
Artikel 1b
De verwerkingsverantwoordelijke toetst en actualiseert de passende technische en organisatorische maatregelen die bij en krachtens de wet zijn getroffen.
Wanneer zulks in verhouding staat tot de verwerkingsactiviteiten omvatten de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, de uitvoering van een passend gegevensbeschermingsbeleid door de verwerkingsverantwoordelijke.
De verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker treft, na beoordeling van de risico’s, maatregelen om:
- a. te verhinderen dat onbevoegden toegang krijgen tot apparatuur voor de verwerking van gegevens;
- b. te verhinderen dat onbevoegden gegevensdragers lezen, kopiëren, wijzigen of verwijderen;
- c. te verhinderen dat onbevoegden gegevens invoeren of opgeslagen gegevens inzien, wijzigen of verwijderen;
- d. te verhinderen dat onbevoegden systemen voor geautomatiseerde gegevensverwerking gebruiken met behulp van datatransmissieapparatuur;
- e. ervoor te zorgen dat personen die geautoriseerd zijn om een systeem voor geautomatiseerde gegevensverwerking te gebruiken, uitsluitend toegang hebben tot de gegevens waarop hun autorisatie betrekking heeft;
- f. ervoor te zorgen dat kan worden nagegaan en vastgesteld aan welke organen gegevens zijn of kunnen worden verstrekt of beschikbaar gesteld met behulp van datatransmissieapparatuur;
- g. ervoor te zorgen dat later kan worden nagegaan en vastgesteld welke gegevens wanneer en door wie in een systeem voor geautomatiseerde gegevensverwerking zijn ingevoerd;
- h. te verhinderen dat onbevoegden gegevens lezen, kopiëren, wijzigen of verwijderen tijdens de doorgifte van die gegevens of het vervoer van gegevensdragers;
- i. ervoor te zorgen dat de geïnstalleerde systemen in geval van storing opnieuw kunnen worden ingezet;
- j. ervoor te zorgen dat de functies van het systeem werken, dat eventuele functionele storingen worden gesignaleerd en dat opgeslagen gegevens niet kunnen worden beschadigd door het verkeerd functioneren van het systeem.
Artikel 1c
De inhoud van een overeenkomst of andere rechtshandeling die de verwerker aan een verwerkingsverantwoordelijke bindt, bevat het onderwerp en de duur van de verwerking, de aard en het doel van de verwerking, het soort gegevens waarop de wet van toepassing is, de categorieën van betrokkenen en de verplichtingen en de rechten van de verwerkingsverantwoordelijke, en met name wordt daarin bepaald dat de verwerker:
- a. uitsluitend volgens de instructies van de verwerkingsverantwoordelijke handelt;
- b. er zorg voor draagt dat de tot het verwerken van gegevens gemachtigde personen zich ertoe hebben verplicht vertrouwelijkheid in acht te nemen of door een passende wettelijke verplichting daaraan gebonden zijn;
- c. de verwerkingsverantwoordelijke met passende middelen bijstaat om naleving van de bepalingen betreffende de rechten van de betrokkene te verzekeren;
- d. na afloop van de gegevensverwerkingsdiensten, naargelang de keuze van de verwerkingsverantwoordelijke, alle gegevens wist of hem deze ter beschikking stelt, en bestaande kopieën verwijdert, tenzij opslag van die gegevens verplicht is;
- e. de verwerkingsverantwoordelijke alle informatie ter beschikking stelt die nodig is om nakoming van dit artikel aan te tonen;
- f. aan de in dit artikel gestelde voorschriften voldoet bij de inschakeling van een andere verwerker en bij die inschakeling in overeenstemming met artikel 7d, vierde lid, van de wet, handelt.
Hoofdstuk 2
Afdeling 1. De justitiële gegevens
Hoofdstuk 3. De verstrekking van justitiële en strafvorderlijke gegevens, tenuitvoerleggingsgegevens en gerechtelijke strafgegevens
Afdeling 1. Verstrekking van bepaalde gegevens
Paragraaf 2. Verstrekking ten behoeve van advies
Afdeling 2. Verstrekking van de gegevens in algemene zin
Paragraaf 4. Verstrekking ten behoeve van beleidsinformatie, wetenschappelijk onderzoek en statistiek
Paragraaf 6. Doorzending aan en ontvangst uit een lidstaat
Afdeling 3. Machtiging
Artikel 47a
De artikelen 32, eerste lid, 33, 35, 36, eerste, derde en vierde lid, en 38, eerste lid, eerste volzin en tweede tot en met vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de verstrekking van persoonsgegevens die in een persoonsdossier zijn verwerkt.
Hoofdstuk 6. Kosten
Hoofdstuk 5. Afkomst van de rapporten die persoonsdossiers vormen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 15b
Justitiële gegevens worden desgevraagd verstrekt aan de raad van bestuur van de kansspelautoriteit, bedoeld in artikel 33a van de Wet op de kansspelen ten behoeve van het betrouwbaarheidsonderzoek, bedoeld in artikel 31i van de Wet op de kansspelen.
De te verstrekken gegevens betreffen uitsluitend de in artikel 3.4, eerste lid, van het Besluit kansspelen op afstand genoemde personen. Indien het daarbij gaat om een rechtspersoon, betreffen de gegevens zowel de rechtspersoon zelf als de bestuurders, alsmede de gegevens met betrekking tot strafbare feiten waaraan artikel 51, tweede lid, onder 2°, van het Wetboek van Strafrecht ten grondslag heeft gelegen. Indien een bestuurder een rechtspersoon is betreffen de gegevens eveneens deze rechtspersoon, alsmede de bestuurders daarvan. Indien de betrokkene een maatschap of vennootschap onder firma is betreffen de gegevens de maten, dan wel de vennoten, uitgezonderd de gegevens betreffende de vennoot en commandite, alsmede de gegevens met betrekking tot strafbare feiten waaraan artikel 51, tweede lid, onder 2°, van het Wetboek van Strafrecht ten grondslag heeft gelegen. Indien de vennoten of maten rechtspersoonlijkheid bezitten betreffen de gegevens deze rechtspersonen, alsmede de bestuurders daarvan.
Artikel 16a
Justitiële gegevens als bedoeld in de artikelen 6, eerste lid, en 7, eerste lid, onderdelen b en j, onder 1° tot en met 3° en 5°, worden verstrekt aan Onze Minister ten behoeve van het nemen van een beslissing als bedoeld in artikel 14, tweede en vierde lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap.
Paragraaf 5. Doorgifte aan en ontvangst uit derde landen
Paragraaf 6. Doorzending aan en ontvangst uit een lidstaat
Afdeling 3. Machtiging
Hoofdstuk 4. De verklaring omtrent het gedrag
Hoofdstuk 7. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 44a
Beslissingen omtrent de afgifte van een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 35a, eerste lid, van de wet en de justitiële gegevens en politiegegevens die zijn verstrekt ten behoeve van de onderzoeken die aan deze beslissingen zijn voorafgegaan, worden desgevraagd door Onze Minister verstrekt aan de Adviescommissie VOG-politiegegevens ten behoeve van de taak, bedoeld in artikel 35a, vierde lid, van de wet.
De Adviescommissie VOG-politiegegevens vernietigt de op grond van het eerste lid verstrekte gegevens uiterlijk negen maanden na de datum van de verstrekking.
Hoofdstuk 5. Afkomst van de rapporten die persoonsdossiers vormen
Hoofdstuk 6. Kosten
Hoofdstuk 6. Kosten
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 15c
Justitiële gegevens worden desgevraagd verstrekt aan De Nederlandsche Bank N.V., voor zover noodzakelijk ten behoeve van de beoordeling van de toepasselijkheid van de artikelen 9, juncto bijlage A, onder 1, 28, 29.01, tweede lid, onderdeel d, en 29.07, vierde lid, van het Besluit bijzondere prudentiële maatregelen, beleggerscompensatie en depositogarantie Wft, en uitsluitend voor zover het betreft gegevens omtrent de beleggers of depositohouders, bedoeld in artikel 3:261, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht.
Indien de belegger of depositohouder een rechtspersoon is, betreffen de gegevens zowel de rechtspersoon als de bestuurders, alsmede de gegevens met betrekking tot strafbare feiten waaraan artikel 51, tweede lid, onder 2°, van het Wetboek van Strafrecht ten grondslag heeft gelegen. Indien een bestuurder een rechtspersoon is betreffen de gegevens eveneens deze rechtspersoon, alsmede de bestuurders daarvan. Indien de belegger of depositohouder een maatschap of vennootschap onder firma is betreffen de gegevens de maten, dan wel de vennoten, uitgezonderd de gegevens betreffende de vennoot en commandite, alsmede de gegevens met betrekking tot strafbare feiten waaraan artikel 51, tweede lid, onder 2°, van het Wetboek van Strafrecht ten grondslag heeft gelegen. Indien de vennoten of maten rechtspersoonlijkheid bezitten betreffen de gegevens deze rechtspersonen, alsmede de bestuurders daarvan.
Paragraaf 4. Verstrekking ten behoeve van beleidsinformatie, wetenschappelijk onderzoek en statistiek
Artikel 31a
Justitiële gegevens worden verstrekt aan het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum ten behoeve van beleidsinformatie, wetenschappelijk onderzoek en statistiek, voor zover dat noodzakelijk is ter uitvoering van zijn taken, bedoeld in het Organisatiebesluit Ministerie van Justitie en veiligheid.
De op grond van het eerste lid verstrekte gegevens kunnen door het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum op verzoek aan derden worden verstrekt voor zover dat noodzakelijk is ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek en statistiek. De gegevens worden slechts in gepseudonimiseerde vorm verstrekt.
Aan de verstrekking, bedoeld in het eerste en tweede lid, kunnen voorwaarden worden verbonden.
Paragraaf 5. Doorgifte aan en ontvangst uit derde landen
Paragraaf 6. Doorzending aan en ontvangst uit een lidstaat
Afdeling 3. Machtiging
Hoofdstuk 5. Afkomst van de rapporten die persoonsdossiers vormen
Hoofdstuk 7. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 42a
Justitiële en strafvorderlijke gegevens betreffende terroristische misdrijven als bedoeld in de artikelen 83 en 83b van het Wetboek van Strafrecht die via Europol van andere lidstaten worden ontvangen en twee of meer lidstaten treffen of kunnen treffen, worden uitsluitend verwerkt met het oog op het voorkomen, onderzoeken, opsporen of vervolgen van die misdrijven en andere strafbare feiten die vallen onder de bevoegdheid van Europol, zoals vermeld in bijlage I bij de Verordening (EU) 2016/794 van 11 mei 2016.
Afdeling 3. Machtiging
Hoofdstuk 6. Kosten
Hoofdstuk 7. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)