← Geldende tekst · Geschiedenis

Besluit van 25 maart 2004 tot vaststelling van de justitiële gegevens en tot regeling van de verstrekking van deze gegevens alsmede tot uitvoering van enkele bepalingen van de Wet justitiële gegevens (Besluit justitiële gegevens)

Geldende tekst a fecha 2004-12-01

Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 20 februari 2004, nr. 5271210/04/6;

Gelet op de artikelen 2, tweede en derde lid, 4, vijfde lid, 8, vierde en vijfde lid, 9, eerste lid, 13, eerste lid, 25, 36, 39 en 49 van de Wet justitiële gegevens;

De Raad van State gehoord (advies van 24 maart 2004, nr. W03.04.0085/I);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie van 24 maart 2004, nr. 5278333/04/6;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet justitiële gegevens in werking treedt.

Hoofdstuk 1. Algemeen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 2

Afdeling 1. De justitiële gegevens

Artikel 2

Met betrekking tot misdrijven worden als justitiële gegevens aangemerkt de in de artikelen 6 en 7 vermelde gegevens van zaken waarvan het proces-verbaal door het openbaar ministerie of de procureur-generaal bij de Hoge Raad op grond van artikel 76 van de Wet op de rechterlijke organisatie in behandeling is genomen.

Artikel 3

Met betrekking tot overtredingen worden als justitiële gegevens aangemerkt:

Artikel 4
1.

In afwijking van artikel 3 worden met betrekking tot de in het tweede lid genoemde overtredingen als justitiële gegevens aangemerkt de in de artikelen 6 en 7 vermelde gegevens van zaken waarvan het proces-verbaal door het openbaar ministerie in behandeling is genomen.

2.

De overtredingen, bedoeld in het eerste lid, zijn:

3.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op zaken die door de procureur-generaal bij de Hoge Raad in behandeling zijn genomen en waarvan de Hoge Raad ingevolge artikel 76 in eerste instantie en tevens in hoogste ressort kennis neemt.

Artikel 5
1.

Als justitiële gegevens worden aangemerkt:

2.

Artikel 7, eerste lid, onder h, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 6
1.

Met betrekking tot natuurlijke personen worden als justitiële gegevens aangemerkt:

2.

Met betrekking tot rechtspersonen worden als justitiële gegevens aangemerkt:

Artikel 7
1.

Voorzover van toepassing worden als justitiële gegevens als bedoeld in de artikelen 2, 3, 4 en 9 aangemerkt:

2.

Als justitiële gegevens als bedoeld in de artikelen 2 en 4, worden voorts aangemerkt:

Artikel 8
1.

Indien gehele of gedeeltelijke gratie wordt verleend van de opgelegde straf of maatregel, worden de volgende gegevens als justitiële gegevens aangemerkt:

2.

Bij de toepassing van de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen worden als justitiële gegevens tevens aangemerkt de in een andere Staat dan Nederland genomen beslissing als gevolg waarvan het recht tot tenuitvoerlegging in Nederland van een door de rechter van die Staat gewezen veroordeling geheel of gedeeltelijk is komen te vervallen. Artikel 7, eerste lid, onder j, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 9
1.

Op grond van internationale verplichtingen worden beslissingen die door andere dan Nederlandse rechters zijn gewezen als justitiële gegevens aangemerkt.

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op strafrechtelijke afdoeningen van andere bevoegde autoriteiten die ter kennis zijn gekomen van Onze Minister en voorzover het feit waarvoor de straf is opgelegd in Nederland kan worden aangemerkt als een strafbaar feit.

3.

Artikel 7, eerste lid, onder j, is van overeenkomstige toepassing.

Afdeling 2. Afkomst justitiële gegevens

Artikel 10

De justitiële gegevens kunnen uitsluitend afkomstig zijn van:

Hoofdstuk 3. De verstrekking van justitiële gegevens

Afdeling 1. Verstrekking van bepaalde gegevens

Paragraaf 1. Verstrekking ten behoeve van het uitoefenen van de taak

Artikel 11

Justitiële gegevens, bedoeld in de artikelen 10, 11 of 12 van de wet, worden desgevraagd verstrekt aan de voorzitter van de commissie, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven ten behoeve van de werkzaamheden die de commissie bij deze wet zijn opgedragen.

Paragraaf 2. Verstrekking ten behoeve van advies

Artikel 12

Justitiële gegevens als bedoeld in de artikelen 10, 11 of 12 van de wet worden desgevraagd verstrekt aan:

Paragraaf 3. Verstrekking ten behoeve van het nemen van bestuursbesluiten

Artikel 13
1.

Indien in een bij dit artikel aangewezen wet en de daarop berustende bepalingen met het oog op het nemen van besluiten in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht justitiële gegevens noodzakelijk zijn, worden aan de personen of colleges, die op grond van die wetten zijn belast met het nemen van die besluiten, desgevraagd justitiële gegevens verstrekt.

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het bestuursorgaan dat beslist in administratief beroep.

3.

De wetten, bedoeld in het eerste lid, zijn:

4.

Indien in een algemene plaatselijke verordening in het kader van de beoordeling van de aanvraag om een vergunning voor het bedrijfsmatig geven van gelegenheid tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling gevolg wordt verbonden aan bepaalde onherroepelijke afdoeningen, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing.

Afdeling 2. Verstrekking van de gegevens in algemene zin

Paragraaf 1. Verstrekking ten behoeve van het uitoefenen van de taak

Artikel 14

Justitiële gegevens worden desgevraagd verstrekt aan het hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst en het hoofd van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst ten behoeve van de taakvervulling van deze diensten.

Artikel 15

Justitiële gegevens worden desgevraagd verstrekt aan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, ten behoeve van de uitoefening van zijn wettelijk omschreven taak.

Artikel 16

Justitiële gegevens worden desgevraagd verstrekt aan:

Artikel 17
1.

Justitiële gegevens worden voorzover dit noodzakelijk is voor de uitoefening van hun taken desgevraagd verstrekt aan:

2.

De in het eerste lid bedoelde personen kunnen tevens kennis nemen van de justitiële gegevens betreffende misdrijven tegen de zeden, bedoeld in artikel 4 van de wet.

Artikel 18

Justitiële gegevens worden desgevraagd verstrekt aan de directeuren van de inrichtingen, bedoeld in artikel 1, onder b, van de Penitentiaire beginselenwet, artikel 1, onder b, van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden en artikel 1, onder b, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen, voorzover zij deze behoeven:

Artikel 19

Justitiële gegevens worden ten behoeve van de uitvoering van de Vreemdelingenwet 2000 desgevraagd verstrekt aan:

Artikel 20

Justitiële gegevens worden ten behoeve van de uitvoering van de Paspoortwet desgevraagd verstrekt aan:

Artikel 21

Justitiële gegevens worden desgevraagd verstrekt aan:

Artikel 22

Justitiële gegevens worden desgevraagd verstrekt aan:

Paragraaf 2. Verstrekking ten behoeve van het aannemen en ontslag van personeel

Artikel 23
1.

Justitiële gegevens worden met het oog op het bij wettelijk voorschrift geregelde onderzoek naar de betrouwbaarheid en geschiktheid van een persoon die in aanmerking wil komen voor een functie bij een ambtelijke dienst voorzover de functie bijzondere eisen stelt aan de integriteit of verantwoordelijkheid van de betrokkene, desgevraagd verstrekt aan:

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing, indien op grond van een wettelijk voorschrift gedurende het dienstverband bij een ambtelijke dienst een onderzoek naar de betrouwbaarheid en geschiktheid van een persoon wordt gedaan.

Artikel 24

Justitiële gegevens worden desgevraagd verstrekt aan Onze Minister ten behoeve van:

Artikel 25

Justitiële gegevens worden ten behoeve van de toelating tot de inrichting van personen, die niet worden ingesloten in de inrichting respectievelijk voorziening, voorzover dat noodzakelijk is voor de orde of de veiligheid van de inrichting of de voorziening desgevraagd verstrekt aan:

Artikel 26
1.

Justitiële gegevens worden desgevraagd verstrekt aan:

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing met het oog op het nemen van beslissingen over het ontslag van personeel.

Artikel 27
1.

Justitiële gegevens worden ten behoeve van het onderzoek naar de betrouwbaarheid en de geschiktheid van personen die in aanmerking willen komen voor een dienstbetrekking bij de genoemde organisaties desgevraagd verstrekt aan:

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing met het oog op het nemen van beslissingen over het ontslag van personeel.

Artikel 28
1.

Er worden geen verstrekkingen als bedoeld in de artikelen 23 tot en met 27 gedaan dan nadat de persoon, instantie, dienst of organisatie die om de gegevens verzoekt een ondertekende verklaring van betrokkene heeft overgelegd waaruit blijkt dat hij toestemming voor de verstrekking geeft en op de hoogte is van de wijze waarop met de justitiële gegevens wordt omgegaan.

2.

De persoon, instantie, dienst, college of organisatie die overeenkomstig deze paragraaf justitiële gegevens heeft ontvangen doet van deze gegevens en de gevolgen die de persoon, instantie, dienst of organisatie voornemens is daaraan te verbinden schriftelijk mededeling aan de betrokkene en stelt hem in het geval bedenkingen van hem zijn te verwachten, in de gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen.

Paragraaf 3. Verstrekking ten behoeve van advies, aanbeveling of voordracht van personen

Artikel 29
1.

Justitiële gegevens worden desgevraagd verstrekt aan:

2.

Artikel 28 is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 30
1.

Justitiële gegevens worden desgevraagd verstrekt aan:

2.

Met het oog op de adviserende bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, onder c, onder 2° en onder d, kunnen justitiële gegevens betreffende misdrijven tegen de zeden, bedoeld in artikel 4 van de wet worden verstrekt.

3.

In de gevallen, bedoeld in het eerste lid, onder b en c, onder 1°, is artikel 28 van overeenkomstige toepassing.

Afdeling 3. Machtiging

Artikel 31
1.

De personen, instanties of colleges, bedoeld in artikel 8, eerste en tweede lid van de wet en in hoofdstuk 3, aan wie justitiële gegevens worden verstrekt kunnen onder hen ressorterend personeel machtigen tot het doen van een verzoek om justitiële gegevens. In dat geval wordt de machtiging in het verzoek om inlichtingen vermeld.

2.

In de gevallen waarin op grond van dit besluit de burgemeester bevoegd is om justitiële gegevens te vragen, kan hij de korpschef in wiens regio de gemeente is gelegen, machtigen tot het doen van een verzoek om de betreffende gegevens.

Hoofdstuk 4. De verklaring omtrent het gedrag

Artikel 32

Onze Minister kan bij zijn onderzoek met betrekking tot de afgifte van de verklaring omtrent het gedrag kennis nemen van de justitiële gegevens betreffende misdrijven tegen de zeden, bedoeld in artikel 4 van de wet.

Artikel 33
1.

Onze Minister neemt bij zijn onderzoek als bedoeld in artikel 39 van de wet in het kader van de beoordeling van de eis van betrouwbaarheid, bedoeld in artikel 18, eerste lid, van het Besluit goederenvervoer over de weg en artikel 22, eerste lid, 23, eerste lid, en 30, vierde lid, 76.1 van het Besluit personenvervoer 2000 uitsluitend kennis van de gegevens bedoeld in de artikelen 10, 11 en 12 van de Wet.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op de beoordeling van de afgifte van de verklaring omtrent het gedrag in het kader van de beoordeling van de eis van betrouwbaarheid van de vervoerder of bestuurder van één of meer taxi's.

Hoofdstuk 5. Afkomst van de rapporten die persoonsdossiers vormen

Artikel 34

De rapporten die het persoonsdossier vormen zijn afkomstig van:

Artikel 35. De verstrekking van afschriften van rapporten uit persoonsdossiers

Afschriften van rapporten uit een persoonsdossier worden verstrekt aan:

Hoofdstuk 6. Kosten

Artikel 36
1.

Voor een mededeling als bedoeld in artikel 18, 19, 43 of 44 van de wet is een vergoeding van € 4,54 verschuldigd.

2.

Onze Minister neemt een aanvraag tot afgifte van een verklaring omtrent het gedrag eerst in behandeling nadat de bij ministeriële regeling vastgestelde vergoeding voor de kosten van deze behandeling is ontvangen.

Hoofdstuk 7. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 37

De volgende besluiten, regelingen en beschikkingen worden ingetrokken:

Artikel 38

Wijzigt het Algemeen Rijksambtenarenreglement.

Artikel 39

Wijzigt het Ambtenarenreglement Staten-Generaal.

Artikel 40

Wijzigt het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie.

Artikel 41

Wijzigt het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken.

Artikel 42

Wijzigt het Besluit algemene rechtspositie politie.

Artikel 43

Wijzigt het Besluit rechtspositie vrijwillige politie.

Artikel 44

Wijzigt het Besluit politieregisters.

Artikel 45

Wijzigt het Besluit goederenvervoer over de weg.

Artikel 46

Wijzigt het Besluit personenvervoer 2000.

Artikel 47

Wijzigt de Penitentiaire maatregel.

Artikel 48

Wijzigt het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel WPO/WEC.

Artikel 49

Wijzigt het Reglement verpleging ter beschikking gestelden.

Artikel 50

Wijzigt de Afgifte bewijzen van betrouwbaarheid en non-faillisement.

Artikel 51

Wijzigt het Besluit afgifte bewijzen van betrouwbaarheid ex artikel 37 Eerste richtlijn van de Raad voor de Europese Gemeenschappen van 5 maart 1979.

Artikel 52

De gegevens die voor de inwerkingtreding van de wet overeenkomstig een wettelijk voorschrift door de justitiële documentatiedienst waren geregistreerd worden op het moment van inwerkingtreding aangemerkt als justitiële gegevens.

Artikel 53

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet justitiële gegevens in werking treedt met uitzondering van artikel 7, eerste lid, onder k, dat in werking treedt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel 54

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit justitiële gegevens.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.