← Geldende tekst · Geschiedenis

Besluit van 25 maart 2004 tot vaststelling van de justitiële gegevens en tot regeling van de verstrekking van deze gegevens alsmede tot uitvoering van enkele bepalingen van de Wet justitiële gegevens (Besluit justitiële gegevens)

Geldende tekst a fecha 2012-05-01

Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 20 februari 2004, nr. 5271210/04/6;

Gelet op de artikelen 2, tweede en derde lid, 4, vijfde lid, 8, vierde en vijfde lid, 9, eerste lid, 13, eerste lid, 25, 36, 39 en 49 van de Wet justitiële gegevens;

De Raad van State gehoord (advies van 24 maart 2004, nr. W03.04.0085/I);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie van 24 maart 2004, nr. 5278333/04/6;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet justitiële gegevens in werking treedt.

Hoofdstuk 1. Algemeen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 2

Afdeling 1. De justitiële gegevens

Artikel 2

Met betrekking tot misdrijven worden als justitiële gegevens aangemerkt de in de artikelen 6 en 7 vermelde gegevens van zaken waarvan het proces-verbaal door het openbaar ministerie of de procureur-generaal bij de Hoge Raad op grond van artikel 76 van de Wet op de rechterlijke organisatie in behandeling is genomen.

Artikel 3

Met betrekking tot overtredingen worden als justitiële gegevens aangemerkt:

Artikel 4
1.

In afwijking van artikel 3 worden met betrekking tot de in het tweede lid genoemde overtredingen als justitiële gegevens aangemerkt de in de artikelen 6 en 7 vermelde gegevens van zaken waarvan het proces-verbaal door het openbaar ministerie in behandeling is genomen.

2.

De overtredingen, bedoeld in het eerste lid, zijn:

3.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op zaken die door de procureur-generaal bij de Hoge Raad in behandeling zijn genomen en waarvan de Hoge Raad ingevolge artikel 76 in eerste instantie en tevens in hoogste ressort kennis neemt.

Artikel 5
1.

Als justitiële gegevens worden aangemerkt de strafbeschikkingen uitgevaardigd op grond van de artikelen 257b en 257ba van het Wetboek van Strafvordering, met uitzondering van de met betrekking tot overtredingen uitgevaardigde strafbeschikkingen waarin een geldboete wordt opgelegd die minder dan € 100 beloopt.

2.

Als justitiële gegevens worden aangemerkt de strafbeschikkingen terzake van misdrijven, uitgevaardigd krachtens de artikelen 76 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en 10:15 van de Algemene douanewet.

3.

Artikel 7, eerste lid, onderdelen c en h, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 6
1.

Met betrekking tot natuurlijke personen worden als justitiële gegevens aangemerkt:

2.

Met betrekking tot rechtspersonen worden als justitiële gegevens aangemerkt:

Artikel 7
1.

Voorzover van toepassing worden als justitiële gegevens als bedoeld in de artikelen 2, 3, 4 en 9 aangemerkt:

2.

Als justitiële gegevens als bedoeld in de artikelen 2 en 4, worden voorts aangemerkt:

Artikel 8
1.

Indien gehele of gedeeltelijke gratie wordt verleend van de opgelegde straf of maatregel, worden de volgende gegevens als justitiële gegevens aangemerkt:

2.

Bij de toepassing van de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen worden als justitiële gegevens tevens aangemerkt de in een andere Staat dan Nederland genomen beslissing als gevolg waarvan het recht tot tenuitvoerlegging in Nederland van een door de rechter van die Staat gewezen veroordeling geheel of gedeeltelijk is komen te vervallen. Artikel 7, eerste lid, onder j, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 9
1.

Op grond van internationale verplichtingen worden beslissingen die door andere dan Nederlandse rechters zijn gewezen als justitiële gegevens aangemerkt.

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op strafrechtelijke afdoeningen van andere bevoegde autoriteiten die ter kennis zijn gekomen van Onze Minister en voorzover het feit waarvoor de straf is opgelegd in Nederland kan worden aangemerkt als een strafbaar feit.

3.

Artikel 7, eerste lid, onder j, is van overeenkomstige toepassing.

Afdeling 2. Afkomst justitiële gegevens

Artikel 10

De justitiële gegevens kunnen uitsluitend afkomstig zijn van:

Hoofdstuk 3. De verstrekking van justitiële gegevens

Afdeling 1. Verstrekking van bepaalde gegevens

Paragraaf 1. Verstrekking ten behoeve van het uitoefenen van de taak

Artikel 11

Justitiële gegevens, bedoeld in de artikelen 10, 11 of 12 van de wet, worden desgevraagd verstrekt aan de voorzitter van de commissie, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven ten behoeve van de werkzaamheden die de commissie bij deze wet zijn opgedragen.

Paragraaf 2. Verstrekking ten behoeve van advies

Artikel 12
1.

Justitiële gegevens als bedoeld in de artikelen 10, 11 of 12 van de wet worden desgevraagd verstrekt aan:

2.

Justitiële gegevens worden desgevraagd verstrekt aan Onze Minister ten behoeve van het geven van een positieve of negatieve verklaring aan buitenlandse autoriteiten voor deelname aan programma’s voor geautomatiseerde grenspassage van andere landen.

Paragraaf 2. Verstrekking ten behoeve van advies

Artikel 13
1.

Indien in een bij dit artikel aangewezen wet en de daarop berustende bepalingen met het oog op het nemen van besluiten in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht justitiële gegevens noodzakelijk zijn, worden aan de personen of colleges, die op grond van die wetten zijn belast met het nemen van die besluiten, desgevraagd justitiële gegevens verstrekt.

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het bestuursorgaan dat beslist in administratief beroep.

3.

De wetten, bedoeld in het eerste lid, zijn:

4.

Indien in een algemene plaatselijke verordening in het kader van de beoordeling van de aanvraag om een vergunning voor het bedrijfsmatig geven van gelegenheid tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling gevolg wordt verbonden aan bepaalde onherroepelijke afdoeningen, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing.

Afdeling 2. Verstrekking van de gegevens in algemene zin

Paragraaf 1. Verstrekking ten behoeve van het uitoefenen van de taak

Artikel 14

Justitiële gegevens worden desgevraagd verstrekt aan het hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst en het hoofd van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst ten behoeve van de taakvervulling van deze diensten.

Artikel 15

Justitiële gegevens worden desgevraagd verstrekt aan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, ten behoeve van de uitoefening van zijn wettelijk omschreven taak.

Artikel 16

Justitiële gegevens worden desgevraagd verstrekt aan:

Artikel 17
1.

Justitiële gegevens worden voorzover dit noodzakelijk is voor de uitoefening van hun taken desgevraagd verstrekt aan:

2.

De in het eerste lid bedoelde personen kunnen tevens kennis nemen van de justitiële gegevens betreffende misdrijven tegen de zeden, bedoeld in artikel 4 van de wet.

3.

Justitiële gegevens worden voor zover dit nodig is voor de uitvoering van het Interimbesluit forensische zorg verstrekt aan zorgaanbieders die forensische zorg verlenen.

Artikel 18

Justitiële gegevens worden desgevraagd verstrekt aan de directeuren van de inrichtingen, bedoeld in artikel 1, onder b, van de Penitentiaire beginselenwet, artikel 1, onder b, van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden en artikel 1, onder b, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen, voorzover zij deze behoeven:

Artikel 19

Justitiële gegevens worden ten behoeve van de uitvoering van de Vreemdelingenwet 2000 desgevraagd verstrekt aan:

Artikel 20

Justitiële gegevens worden ten behoeve van de uitvoering van de Paspoortwet desgevraagd verstrekt aan:

Artikel 21

Justitiële gegevens worden desgevraagd verstrekt aan:

Artikel 22

Justitiële gegevens worden desgevraagd verstrekt aan:

Paragraaf 2. Verstrekking ten behoeve van het aannemen en ontslag van personeel

Artikel 23
1.

Justitiële gegevens worden met het oog op het bij wettelijk voorschrift geregelde onderzoek naar de betrouwbaarheid en geschiktheid van een persoon die in aanmerking wil komen voor een functie bij een ambtelijke dienst voorzover de functie bijzondere eisen stelt aan de integriteit of verantwoordelijkheid van de betrokkene, desgevraagd verstrekt aan:

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing, indien op grond van een wettelijk voorschrift gedurende het dienstverband bij een ambtelijke dienst een onderzoek naar de betrouwbaarheid en geschiktheid van een persoon wordt gedaan.

Artikel 24

Justitiële gegevens worden desgevraagd verstrekt aan Onze Minister ten behoeve van:

Artikel 25

Justitiële gegevens worden ten behoeve van de toelating tot de inrichting van personen, die niet worden ingesloten in de inrichting respectievelijk voorziening, voorzover dat noodzakelijk is voor de orde of de veiligheid van de inrichting of de voorziening desgevraagd verstrekt aan:

Artikel 26
1.

Justitiële gegevens worden desgevraagd verstrekt aan:

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing met het oog op het nemen van beslissingen over het ontslag van personeel.

Artikel 27
1.

Justitiële gegevens worden ten behoeve van het onderzoek naar de betrouwbaarheid en de geschiktheid van personen die in aanmerking willen komen voor een dienstbetrekking bij de genoemde organisaties desgevraagd verstrekt aan:

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing met het oog op het nemen van beslissingen ten behoeve van het onderzoek naar de betrouwbaarheid en de geschiktheid van personen die bij de rechtspersonen, genoemd in het eerste lid, werkzaamheden gaan verrichten gedurende een zodanig lange periode dat hun positie kan worden gelijkgesteld met die van werknemers in dienstverband alsmede met het oog op het nemen van beslissingen over het ontslag van personeel.

Artikel 28
1.

Er worden geen verstrekkingen als bedoeld in de artikelen 23 tot en met 27 gedaan dan nadat de persoon, instantie, dienst of organisatie die om de gegevens verzoekt een ondertekende verklaring van betrokkene heeft overgelegd waaruit blijkt dat hij toestemming voor de verstrekking geeft en op de hoogte is van de wijze waarop met de justitiële gegevens wordt omgegaan.

2.

De persoon, instantie, dienst, college of organisatie die overeenkomstig deze paragraaf justitiële gegevens heeft ontvangen doet van deze gegevens en de gevolgen die de persoon, instantie, dienst of organisatie voornemens is daaraan te verbinden schriftelijk mededeling aan de betrokkene en stelt hem in het geval bedenkingen van hem zijn te verwachten, in de gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen.

Paragraaf 3. Verstrekking ten behoeve van advies, aanbeveling of voordracht van personen

Artikel 29
1.

Justitiële gegevens worden desgevraagd verstrekt aan:

2.

Artikel 28 is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 30
1.

Justitiële gegevens worden desgevraagd verstrekt aan:

2.

Met het oog op de adviserende bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, onder c, onder 2° en onder d, kunnen justitiële gegevens betreffende misdrijven tegen de zeden, bedoeld in artikel 4 van de wet worden verstrekt.

3.

In de gevallen, bedoeld in het eerste lid, onder b, onder c, onder 1°, en onder e, is artikel 28 van overeenkomstige toepassing.

Afdeling 3. Machtiging

Artikel 31
1.

Justitiële of strafvorderlijke gegevens kunnen slechts worden verstrekt ten behoeve van beleidsinformatie, wetenschappelijk onderzoek en statistiek nadat aan de betrokken onderzoeker daartoe schriftelijk toestemming is verleend door Onze Minister van Veiligheid en Justitie onderscheidenlijk het College van procureurs-generaal.

2.

De toestemming, bedoeld in het eerste lid, wordt slechts gegeven indien:

3.

Aan de toestemming, bedoeld in het eerste lid, kunnen voorwaarden worden verbonden.

4.

De toestemming, bedoeld in het eerste lid, wordt ter kennis gebracht van de betreffende verantwoordelijke en geldt als machtiging tot het verstrekken van de omschreven gegevens.

5.

Benadering van personen over wie justitiële of strafvorderlijke gegevens worden verwerkt door de onderzoeker vindt niet plaats, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan bij de toestemming ingevolge het eerste lid. Deze toestemming kan slechts worden verleend indien rechtstreekse benadering voor het doel van het onderzoek onvermijdelijk is.

Hoofdstuk 4. De verklaring omtrent het gedrag

Artikel 32
1.

Justitiële en strafvorderlijke gegevens kunnen desgevraagd, door tussenkomst van de officier van justitie, worden verstrekt aan de bevoegde autoriteit in een ander land, onder de voorwaarde dat deze slechts kunnen worden verwerkt voor het doel waarvoor ze zijn verstrekt.

2.

Voor zover mogelijk controleert de verstrekkende autoriteit in Nederland de kwaliteit van de justitiële en strafvorderlijke gegevens voordat de gegevens worden verstrekt en wordt aan de verstrekte gegevens informatie toegevoegd aan de hand waarvan de ontvanger de mate van juistheid, volledigheid, actualiteit en betrouwbaarheid kan beoordelen.

3.

Als blijkt dat onjuiste gegevens zijn verstrekt, deelt de verstrekkende autoriteit dit onverwijld mee aan de personen of instanties van het land waaraan de gegevens zijn verstrekt, met het verzoek de gegevens onmiddellijk te corrigeren, te wissen of af te schermen.

Artikel 33
1.

Indien justitiële of strafvorderlijke gegevens zonder voorafgaand verzoek tot verstrekking worden ontvangen van een ander land of van een internationaal orgaan, dan beoordeelt de ontvangende autoriteit in Nederland onmiddellijk of deze gegevens noodzakelijk zijn voor het doel waarvoor zij zijn verstrekt.

2.

Indien krachtens het recht van het andere land specifieke beperkingen op de verwerking van justitiële of strafvorderlijke gegevens gelden, ziet de ontvangende autoriteit in Nederland erop toe dat die beperkingen in acht worden genomen, indien die beperkingen door de verstrekkende autoriteit zijn gemeld.

3.

Indien justitiële of strafvorderlijke gegevens worden ontvangen van een ander land of van een internationale organisatie, wordt de verstrekkende instantie desgevraagd geïnformeerd over de verwerking van de verstrekte gegevens en het daardoor behaalde resultaat.

Hoofdstuk 5. Afkomst van de rapporten die persoonsdossiers vormen

Artikel 34
1.

Justitiële gegevens van natuurlijke personen, die betrekking hebben op een onherroepelijke veroordeling wegens een misdrijf waarbij een straf, al dan niet tezamen met een maatregel, is opgelegd en wegens overtredingen indien daarbij een vrijheidsstraf – anders dan een vervangende – of een taakstraf is opgelegd, worden onverwijld verstrekt aan de centrale autoriteit van de lidstaat van nationaliteit van de veroordeelde.

2.

Als blijkt dat op grond van het eerste lid onjuiste gegevens zijn verstrekt, verzoekt de centrale autoriteit onverwijld de centrale autoriteit die de gegevens heeft ontvangen, de gegevens onmiddellijk te corrigeren, te wissen of af te schermen.

3.

De centrale autoriteit zendt desgevraagd de centrale autoriteit die op grond van het eerste lid gegevens heeft ontvangen een afschrift van de veroordelingen, de daaropvolgende maatregelen en eventuele overige informatie ter zake.

Artikel 35
1.

Justitiële gegevens worden desgevraagd verstrekt aan de centrale autoriteit van een andere lidstaat ten behoeve van een strafrechtelijke procedure.

2.

Justitiële gegevens kunnen desgevraagd worden verstrekt aan de centrale autoriteit van een andere lidstaat ten behoeve van andere doeleinden.

3.

De centrale autoriteit onderzoekt de volledigheid van de bij een verzoek, bedoeld in het eerste en tweede lid, verstrekte informatie. Indien de bij het verzoek verstrekte informatie volledig is, worden de justitiële gegevens onverwijld maar in ieder geval binnen tien werkdagen na de dag waarop het verzoek is ontvangen, verstrekt. Indien nadere informatie nodig is met het oog op vaststelling van de identiteit van de persoon op wie het verzoek betrekking heeft, wordt onverwijld overlegd met de centrale autoriteit die het verzoek heeft gedaan teneinde binnen tien werkdagen na de dag waarop de aanvullende informatie is verkregen, een antwoord te kunnen verzenden.

4.

De beantwoording van het verzoek bedoeld in het eerste en tweede lid, geschiedt langs geautomatiseerde weg.

5.

Tot uiterlijk een jaar na de verstrekking op grond van het eerste of tweede lid stelt de centrale autoriteit onverwijld de centrale autoriteit die de gegevens heeft ontvangen in kennis van wijziging of schrapping van de verstrekte gegevens.

Hoofdstuk 6. Kosten

Artikel 36
1.

Justitiële en strafvorderlijke gegevens worden verstrekt onder de voorwaarde dat deze slechts kunnen worden verwerkt voor het doel waarvoor ze zijn verstrekt en, indien aanleiding bestaat tot het stellen van grenzen aan de verdere verwerking, binnen die grenzen.

2.

Justitiële gegevens kunnen tevens verder worden verwerkt voor de doelen, genoemd in het derde lid, onder c.

3.

Onverminderd specifieke regels in een richtlijn of verordening op grond van hoofdstuk 4 of hoofdstuk 5 van Titel V van het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie kunnen strafvorderlijke gegevens tevens verder worden verwerkt voor de volgende doelen:

4.

De gegevens, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden verstrekt onder de voorwaarde dat deze door de ontvangende autoriteit worden gewist zodra het doel, met het oog waarop de gegevens zijn verstrekt, is vervuld.

5.

Indien dit uit de wet voortvloeit kunnen bij de verstrekking termijnen worden gesteld, na afloop waarvan de verstrekte gegevens door de ontvangende autoriteit moeten worden gewist, behoudens wanneer verdere verwerking noodzakelijk is voor een lopend onderzoek, de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen.

Hoofdstuk 7. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 37

De van een centrale autoriteit van een andere lidstaat ontvangen gegevens die betrekking hebben op de onherroepelijke veroordeling wegens een strafbaar feit van een Nederlandse onderdaan en van de nadien met betrekking tot die veroordeling genomen maatregelen ten aanzien van die onderdaan, worden opgeslagen in de justitiële documentatie.

Artikel 38
1.

Justitiële en strafvorderlijke gegevens, die zijn ontvangen van een andere lidstaat, kunnen slechts worden verwerkt voor het doel waarvoor ze zijn verstrekt en binnen de door de verstrekkende lidstaat bepaalde grenzen. Tevens is verdere verwerking mogelijk voor de doelen, genoemd in artikel 36, derde lid.

2.

De op grond van het eerste lid ontvangen gegevens worden vernietigd zodra het doel, bedoeld in het eerste lid, is vervuld of, indien door de verstrekkende lidstaat op grond van het nationale recht termijnen zijn gesteld na afloop waarvan de verstrekte gegevens moeten worden vernietigd, na afloop van de gestelde termijn. Alsdan ziet de centrale autoriteit in Nederland erop toe dat de gegevens daadwerkelijk worden vernietigd.

3.

Het tweede lid is niet van toepassing op de gegevens die zijn ontvangen in het kader van een verzoek tot verkrijging van het Nederlanderschap op grond van de Rijkswet op het Nederlanderschap, voor zover het Nederlanderschap wordt verleend aan de betrokkene. Artikel 37 is van overeenkomstige toepassing op deze gegevens.

4.

Artikel 33, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 39
1.

Justitiële en strafvorderlijke gegevens, die zijn ontvangen van een andere lidstaat, kunnen worden doorgegeven aan autoriteiten in een derde land of aan een internationaal orgaan, belast met de preventie, de opsporing of de vervolging van strafbare feiten dan wel de executie daarvan, voor zover zij deze behoeven voor een goede uitvoering van die taken en de lidstaat, waarvan de gegevens afkomstig zijn, heeft ingestemd met die doorgifte.

2.

In afwijking van het eerste lid kunnen justitiële en strafvorderlijke gegevens door de centrale autoriteit in Nederland door tussenkomst van de officier van justitie zonder voorafgaande toestemming worden doorgegeven indien dit van essentieel belang is ter voorkoming van een onmiddellijke en ernstige bedreiging van de openbare veiligheid van een lidstaat of derde land of voor wezenlijke belangen van een lidstaat, en de toestemming niet tijdig kan worden verkregen. De voor het verlenen van de toestemming bevoegde autoriteit wordt onverwijld geïnformeerd.

Artikel 40
1.

Justitiële en strafvorderlijke gegevens, die zijn ontvangen van een andere lidstaat, kunnen worden doorgegeven aan een instantie met een particuliere taak indien:

2.

Bij de doorgifte, bedoeld in het eerste lid, wordt medegedeeld voor welk doel de gegevens uitsluitend verder mogen worden verwerkt.

Artikel 41
1.

Aan Eurojust worden justitiële en strafvorderlijke gegevens verstrekt ten behoeve van de vervulling van de doelstelling en taken van die organisatie voor zover dat voorvloeit uit een richtlijn of verordening op grond van hoofdstuk 4 of hoofdstuk 5 van Titel V van het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. De gegevens worden verstrekt door tussenkomst van het nationale lid van Eurojust.

2.

De verstrekking van justitiële en strafvorderlijke gegevens aan Eurojust kan worden geweigerd indien wezenlijke nationale veiligheidsbelangen worden geschaad of de veiligheid van een persoon in gevaar wordt gebracht.

3.

Justitiële en strafvorderlijke gegevens worden verstrekt aan het nationale lid van Eurojust, voor zover hij deze behoeft in verband met de doelstelling en taken, bedoeld in het eerste lid. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 42
1.

Aan Europol worden justitiële en strafvorderlijke gegevens verstrekt ten behoeve van de vervulling van de doelstelling en taken van die dienst, voor zover dat voortvloeit uit een richtlijn of verordening op grond van hoofdstuk 4 of hoofdstuk 5 van Titel V van het verdrag betreffende de werking van Europese Unie. De politiegegevens worden verstrekt door tussenkomst van het Korps landelijke politiediensten.

2.

De verstrekking van gegevens aan Europol kan worden geweigerd indien:

3.

Justitiële en strafvorderlijke gegevens worden verstrekt aan de nationale verbindingsofficieren bij Europol, voor zover zij deze behoeven in verband met de doelstelling en taken, bedoeld in het eerste lid. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 43
1.

De personen, instanties of colleges, bedoeld in artikel 8, eerste en tweede lid van de wet en in hoofdstuk 3, aan wie justitiële gegevens worden verstrekt kunnen onder hen ressorterend personeel machtigen tot het doen van een verzoek om justitiële gegevens. In dat geval wordt de machtiging in het verzoek om inlichtingen vermeld.

2.

In de gevallen waarin op grond van dit besluit de burgemeester bevoegd is om justitiële gegevens te vragen, kan hij de korpschef in wiens regio de gemeente is gelegen, machtigen tot het doen van een verzoek om de betreffende gegevens.

Artikel 44

Onze Minister kan bij zijn onderzoek met betrekking tot de afgifte van de verklaring omtrent het gedrag kennis nemen van de justitiële gegevens betreffende misdrijven tegen de zeden, bedoeld in artikel 4 van de wet.

Artikel 45
1.

Onze Minister neemt bij zijn onderzoek als bedoeld in artikel 36 van de wet in het kader van de beoordeling van de eis van betrouwbaarheid, bedoeld in artikel 18, eerste lid, van het Besluit goederenvervoer over de weg en artikel 22, eerste lid, 23, eerste lid, en 30, vierde lid, 76.1 van het Besluit personenvervoer 2000 uitsluitend kennis van de gegevens bedoeld in de artikelen 10, 11 en 12 van de Wet.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op de beoordeling van de afgifte van de verklaring omtrent het gedrag in het kader van de beoordeling van de eis van betrouwbaarheid van de vervoerder of bestuurder van één of meer taxi's.

Artikel 46

De rapporten die het persoonsdossier vormen zijn afkomstig van:

Artikel 47. De verstrekking van afschriften van rapporten uit persoonsdossiers

Afschriften van rapporten uit een persoonsdossier worden verstrekt aan:

Artikel 48
1.

Voor een mededeling als bedoeld in artikel 18, 19, 43 of 44 van de wet is een vergoeding van € 4,54 verschuldigd.

2.

Onze Minister neemt een aanvraag tot afgifte van een verklaring omtrent het gedrag eerst in behandeling nadat de bij ministeriële regeling vastgestelde vergoeding voor de kosten van deze behandeling is ontvangen.

3.

Voor het verstrekken van justitiële gegevens, als bedoeld in artikel 30bis, is een bij ministeriële regeling vastgestelde vergoeding verschuldigd.

Artikel 49

De volgende besluiten, regelingen en beschikkingen worden ingetrokken:

Artikel 50

De gegevens die voor de inwerkingtreding van de wet overeenkomstig een wettelijk voorschrift door de justitiële documentatiedienst waren geregistreerd worden op het moment van inwerkingtreding aangemerkt als justitiële gegevens.

Artikel 51

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet justitiële gegevens in werking treedt met uitzondering van artikel 7, eerste lid, onder k, dat in werking treedt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel 52

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens.

Artikel 53

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet justitiële gegevens in werking treedt met uitzondering van artikel 7, eerste lid, onder k, dat in werking treedt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel 54

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit justitiële gegevens.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 10a

Vervallen

Hoofdstuk 3. De verstrekking van justitiële en strafvorderlijke gegevens

Afdeling 1. Verstrekking van bepaalde gegevens

Paragraaf 1. Verstrekking ten behoeve van het uitoefenen van de taak

Paragraaf 2. Verstrekking ten behoeve van advies

Paragraaf 3. Verstrekking ten behoeve van het nemen van bestuursbesluiten

Afdeling 2. Verstrekking van de gegevens in algemene zin

Paragraaf 1. Verstrekking ten behoeve van het uitoefenen van de taak

Paragraaf 2. Verstrekking ten behoeve van het aannemen en ontslag van personeel

Paragraaf 3. Verstrekking ten behoeve van advies, aanbeveling of voordracht van personen

Paragraaf 4. Verstrekkingen aan het buitenland

Artikel 30a

Ter uitvoering van een op een verdrag gegrond verzoek kunnen justitiële gegevens door tussenkomst van de officier van justitie aan de bevoegde buitenlandse autoriteiten worden verstrekt ten behoeve van strafrechtelijke doeleinden.

Paragraaf 4. Verstrekking ten behoeve van beleidsinformatie, wetenschappelijk onderzoek en statistiek

Artikel 30b

Als centrale autoriteit is in Nederland aangewezen de Justitiële Informatiedienst.

Artikel 30c

De Justitiële Informatiedienst stelt de centrale autoriteit van een andere lidstaat onverwijld in kennis van de justitiële gegevens die betrekking hebben op de veroordeling en van de nadien met betrekking tot die veroordeling genomen maatregelen ten aanzien van de onderdanen van die lidstaat wegens een strafbaar feit, voor zover vastgelegd bij de Justitiële Informatiedienst. Indien de betrokkene de nationaliteit bezit van twee of meer lidstaten, worden de mededelingen aan alle betrokken lidstaten gedaan, tenzij de betrokkene mede de Nederlandse nationaliteit bezit.

Artikel 30d
1.

De Justitiële Informatiedienst kan door tussenkomst van de officier van justitie desgevraagd justitiële gegevens aan de centrale autoriteit van een andere lidstaat verstrekken ten behoeve van de doeleinden die gelijk kunnen worden gesteld aan die genoemd in de wet en in dit besluit.

2.

Aan de verstrekking kunnen voorschriften worden gesteld in verband met de verwerking en de verdere verwerking.

3.

De Justitiële Informatiedienst zendt het antwoord op het verzoek onverwijld maar in ieder geval binnen tien werkdagen na de dag waarop het verzoek is ontvangen. Beantwoording van het verzoek geschiedt met gebruikmaking van het formulier, opgenomen in de bijlage bij het Besluit nr. 2005/876/JBZ van de Raad van de Europese Unie van 21 november 2005 inzake de uitwisseling van gegevens uit het strafregister (PbEU L 322).

4.

Indien het antwoord op het verzoek niet in de Nederlandse taal geschiedt, draagt de Justitiële Informatiedienst zorg voor de vertaling.

Artikel 30e
1.

De Justitiële Informatiedienst onderzoekt de volledigheid van de bij de verzoeken, bedoeld in artikel 30d, eerste lid, verstrekte gegevens met het oog op de verstrekking van de justitiële gegevens.

2.

Indien de Justitiële Informatiedienst nadere gegevens nodig heeft met het oog op de deugdelijke vaststelling van de identiteit van de persoon op wie het verzoek betrekking heeft, pleegt hij onverwijld overleg met de centrale autoriteit die het verzoek heeft gedaan teneinde binnen tien werkdagen na de dag waarop de aanvullende informatie is verkregen, een antwoord te kunnen verzenden.

Artikel 30f

De toezending van verzoeken, antwoorden en andere relevante gegevens als bedoeld in de artikelen 30c, 30d en 30e kan plaatsvinden via elk communicatiemiddel op elke wijze die de mogelijkheid biedt een schriftelijk document over te leggen op grond waarvan de ontvangende lidstaat de echtheid kan vaststellen.

Afdeling 3. Machtiging

Hoofdstuk 4. De verklaring omtrent het gedrag

Hoofdstuk 5. Afkomst van de rapporten die persoonsdossiers vormen

Hoofdstuk 6. Kosten

Hoofdstuk 6. Kosten

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 11a
1.

Ten behoeve van de handhaving van de openbare orde in verband met de terugkeer van de betrokkene in de maatschappij kan Onze Minister, aan de burgemeester of de door hem aangewezen ambtenaar justitiële gegevens als bedoeld in artikel 6, eerste lid, en artikel 7, eerste lid, onder a, b, c, d, f, j, k en l, verstrekken van natuurlijke personen die onherroepelijk zijn veroordeeld tot:

2.

Ten behoeve van het verstrekken van informatie aan de burgemeester ten behoeve van de handhaving van de openbare orde in verband met de terugkeer van de betrokkene in de maatschappij kan Onze Minister van de in het eerste lid bedoelde natuurlijke personen de justitiële gegevens, bedoeld in artikel 6, eerste lid, en artikel 7, eerste lid, onder a, b, c, d, f, j, k en l, verstrekken aan binnen het Korps landelijke politiediensten aangewezen opsporingsambtenaren.

3.

De justitiële gegevens worden niet eerder verstrekt dan drie maanden voor het moment van de verwachte, al dan niet tijdelijke, terugkeer van de betrokkene in de maatschappij.

4.

De burgemeester vernietigt de op grond van het eerste lid verstrekte justitiële gegevens uiterlijk negen maanden na de datum van de verstrekking, indien niet tot het treffen van maatregelen is besloten. Indien tot het treffen van maatregelen is besloten, verwijdert de burgemeester de op grond van het eerste lid verstrekte justitiële gegevens uiterlijk negen maanden na de datum van de verstrekking. De verwijderde gegevens worden gedurende een termijn van vijf jaar bewaard ten behoeve van het afleggen van verantwoording, waarna de gegevens worden vernietigd.

5.

Het eerste lid, onder a en b, is niet van toepassing op personen op wie Titel VIIIA van het Eerste Boek van het Wetboek van Strafrecht is toegepast.

Paragraaf 3. Verstrekking ten behoeve van het nemen van bestuursbesluiten

Afdeling 2. Verstrekking van de gegevens in algemene zin

Paragraaf 1. Verstrekking ten behoeve van het uitoefenen van de taak

Artikel 22a

Justitiële gegevens van degene die in het bezit is van een chauffeurskaart als bedoeld in artikel 1, onder i, van het Besluit personenvervoer 2000, worden ambtshalve verstrekt aan Onze Minister. Onze Minister verstrekt de justitiële gegevens, bedoeld in artikel 6, eerste lid, en artikel 7, eerste lid, onder f, terzake van de strafbare feiten die van belang zijn voor de beoordeling van een met het oog op het uitoefenen van het beroep van taxichauffeur aangevraagde verklaring omtrent het gedrag, verder aan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, met het oog op toepassing van artikel 82, vierde lid, van het Besluit personenvervoer 2000.

Paragraaf 2. Verstrekking ten behoeve van het aannemen en ontslag van personeel

Paragraaf 3. Verstrekking ten behoeve van advies, aanbeveling of voordracht van personen

Paragraaf 5. Verstrekking aan en ontvangst uit het buitenland

Afdeling 3. Machtiging

Hoofdstuk 4. De verklaring omtrent het gedrag

Hoofdstuk 5. Afkomst van de rapporten die persoonsdossiers vormen

Hoofdstuk 6. Kosten

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 30bis
1.

Justitiële of strafvorderlijke gegevens kunnen slechts worden verstrekt ten behoeve van beleidsinformatie, wetenschappelijk onderzoek en statistiek nadat aan de betrokken onderzoeker daartoe schriftelijk toestemming is verleend door Onze Minister van Veiligheid en Justitie onderscheidenlijk het College van procureurs-generaal.

2.

De toestemming, bedoeld in het eerste lid, wordt slechts gegeven indien:

3.

Aan de toestemming, bedoeld in het eerste lid, kunnen voorwaarden worden verbonden.

4.

De toestemming, bedoeld in het eerste lid, wordt ter kennis gebracht van de betreffende verantwoordelijke en geldt als machtiging tot het verstrekken van de omschreven gegevens.

5.

Benadering van personen over wie justitiële of strafvorderlijke gegevens worden verwerkt door de onderzoeker vindt niet plaats, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan bij de toestemming ingevolge het eerste lid. Deze toestemming kan slechts worden verleend indien rechtstreekse benadering voor het doel van het onderzoek onvermijdelijk is.

Paragraaf 5. Verstrekkingen aan een lidstaat

Afdeling 3. Machtiging

Hoofdstuk 4. De verklaring omtrent het gedrag

Hoofdstuk 5. Afkomst van de rapporten die persoonsdossiers vormen

Hoofdstuk 5. Afkomst van de rapporten die persoonsdossiers vormen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Paragraaf 6. Verstrekking aan en ontvangst uit een lidstaat en doorgifte aan derde landen

Afdeling 3. Machtiging

Hoofdstuk 4. De verklaring omtrent het gedrag

Hoofdstuk 6. Kosten

Hoofdstuk 7. Overgangs- en slotbepalingen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.