← Geldende tekst · Geschiedenis

Besluit van 25 maart 2004 tot vaststelling van de justitiële gegevens en tot regeling van de verstrekking van deze gegevens alsmede tot uitvoering van enkele bepalingen van de Wet justitiële gegevens (Besluit justitiële gegevens)

Geldende tekst a fecha 2023-06-01

Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 20 februari 2004, nr. 5271210/04/6;

Gelet op de artikelen 2, tweede en derde lid, 4, vijfde lid, 8, vierde en vijfde lid, 9, eerste lid, 13, eerste lid, 25, 36, 39 en 49 van de Wet justitiële gegevens;

De Raad van State gehoord (advies van 24 maart 2004, nr. W03.04.0085/I);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie van 24 maart 2004, nr. 5278333/04/6;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet justitiële gegevens in werking treedt.

Hoofdstuk 1. Algemeen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 1a. Beveiliging en inschakeling van een verwerker

Afdeling 1. De justitiële gegevens

Artikel 2

Met betrekking tot misdrijven worden als justitiële gegevens aangemerkt de in de artikelen 6 en 7 vermelde gegevens van zaken waarvan het proces-verbaal door het openbaar ministerie of de procureur-generaal bij de Hoge Raad op grond van artikel 76 van de Wet op de rechterlijke organisatie in behandeling is genomen.

Artikel 3

Met betrekking tot overtredingen worden als justitiële gegevens aangemerkt:

Artikel 4
1.

In afwijking van artikel 3 worden met betrekking tot de in het tweede lid genoemde overtredingen als justitiële gegevens aangemerkt de in de artikelen 6 en 7 vermelde gegevens van zaken waarvan het proces-verbaal door het openbaar ministerie in behandeling is genomen.

2.

De overtredingen, bedoeld in het eerste lid, zijn:

3.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op zaken die door de procureur-generaal bij de Hoge Raad in behandeling zijn genomen en waarvan de Hoge Raad ingevolge artikel 76 in eerste instantie en tevens in hoogste ressort kennis neemt.

Artikel 5
1.

Als justitiële gegevens worden aangemerkt de strafbeschikkingen uitgevaardigd op grond van de artikelen 257b en 257ba van het Wetboek van Strafvordering, met uitzondering van de met betrekking tot overtredingen uitgevaardigde strafbeschikkingen waarin een geldboete wordt opgelegd die minder dan € 130,– beloopt.

2.

Als justitiële gegevens worden aangemerkt de strafbeschikkingen terzake van misdrijven, uitgevaardigd krachtens de artikelen 76 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en 10:15 van de Algemene douanewet.

3.

Artikel 7, eerste lid, onderdelen c en h, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 6
1.

Met betrekking tot natuurlijke personen worden als justitiële gegevens aangemerkt:

2.

Met betrekking tot rechtspersonen worden als justitiële gegevens aangemerkt:

Artikel 7
1.

Voorzover van toepassing worden als justitiële gegevens als bedoeld in de artikelen 2, 3, 4 en 9 aangemerkt:

2.

Als justitiële gegevens als bedoeld in de artikelen 2 en 4, worden voorts aangemerkt:

Artikel 8
1.

Indien gehele of gedeeltelijke gratie wordt verleend van de opgelegde straf of maatregel, worden de volgende gegevens als justitiële gegevens aangemerkt:

2.

Bij de toepassing van de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen worden als justitiële gegevens tevens aangemerkt de in een andere Staat dan Nederland genomen beslissing als gevolg waarvan het recht tot tenuitvoerlegging in Nederland van een door de rechter van die Staat gewezen veroordeling geheel of gedeeltelijk is komen te vervallen. Artikel 7, eerste lid, onder j, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 9
1.

Op grond van internationale verplichtingen worden beslissingen die door andere dan Nederlandse rechters zijn gewezen als justitiële gegevens aangemerkt.

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op strafrechtelijke afdoeningen van andere bevoegde autoriteiten die ter kennis zijn gekomen van Onze Minister en voorzover het feit waarvoor de straf is opgelegd in Nederland kan worden aangemerkt als een strafbaar feit.

3.

Artikel 7, eerste lid, onder j, is van overeenkomstige toepassing.

Afdeling 2. Afkomst justitiële gegevens

Artikel 10

De justitiële gegevens kunnen uitsluitend afkomstig zijn van:

Hoofdstuk 3. De verstrekking van justitiële gegevens

Afdeling 1. Verstrekking van bepaalde gegevens

Paragraaf 1. Verstrekking ten behoeve van het uitoefenen van de taak

Artikel 11

Justitiële gegevens, bedoeld in de artikelen 10, 11 of 12 van de wet, worden desgevraagd verstrekt aan de voorzitter van de commissie, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven ten behoeve van de werkzaamheden die de commissie bij deze wet zijn opgedragen.

Paragraaf 2. Verstrekking ten behoeve van advies

Artikel 12
1.

Justitiële gegevens als bedoeld in de artikelen 10, 11 of 12 van de wet worden desgevraagd verstrekt aan:

2.

Justitiële gegevens worden desgevraagd verstrekt aan Onze Minister ten behoeve van het geven van een positieve of negatieve verklaring aan buitenlandse autoriteiten voor deelname aan programma’s voor geautomatiseerde grenspassage van andere landen.

Paragraaf 2. Verstrekking ten behoeve van advies

Artikel 13
1.

Indien in een bij dit artikel aangewezen wet en de daarop berustende bepalingen met het oog op het nemen van besluiten in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht justitiële gegevens noodzakelijk zijn, worden aan de personen of colleges, die op grond van die wetten zijn belast met het nemen van die besluiten, desgevraagd justitiële gegevens verstrekt.

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het bestuursorgaan dat beslist in administratief beroep.

3.

De wetten, bedoeld in het eerste lid, zijn:

4.

Indien in een algemene plaatselijke verordening in het kader van de beoordeling van de aanvraag om een vergunning voor het bedrijfsmatig geven van gelegenheid tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling gevolg wordt verbonden aan bepaalde onherroepelijke afdoeningen, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing.

Afdeling 2. Verstrekking van de gegevens in algemene zin

Paragraaf 2. Verstrekking ten behoeve van advies

Artikel 14

Justitiële gegevens worden desgevraagd verstrekt aan het hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst en het hoofd van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst ten behoeve van de taakvervulling van deze diensten.

Artikel 15
1.

Justitiële gegevens worden desgevraagd verstrekt aan:

2.

De krachtens het eerste lid, onder b, verstrekte justitiële gegevens betreffen:

Artikel 16

Justitiële gegevens worden desgevraagd verstrekt aan:

Artikel 17
1.

Justitiële gegevens worden voorzover dit noodzakelijk is voor de uitoefening van hun taken desgevraagd verstrekt aan:

2.

De in het eerste lid bedoelde personen kunnen tevens kennis nemen van de justitiële gegevens betreffende misdrijven tegen de zeden, bedoeld in artikel 4 van de wet.

3.

Justitiële gegevens worden voor zover dit nodig is voor de uitvoering van de Wet forensische zorg verstrekt aan zorgaanbieders die forensische zorg verlenen.

Artikel 18

Justitiële gegevens worden desgevraagd verstrekt aan de directeuren van de inrichtingen, bedoeld in artikel 1, onder b, van de Penitentiaire beginselenwet, artikel 1, onder b, van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden en artikel 1, onder b, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen, voorzover zij deze behoeven:

Artikel 19

Justitiële gegevens worden ten behoeve van de uitvoering van de Vreemdelingenwet 2000 desgevraagd verstrekt aan:

Artikel 20

Justitiële gegevens worden ten behoeve van de uitvoering van de Paspoortwet desgevraagd verstrekt aan:

Artikel 21

Justitiële gegevens worden desgevraagd verstrekt aan:

Artikel 22

Justitiële gegevens worden desgevraagd verstrekt aan:

Paragraaf 1. Verstrekking ten behoeve van het uitoefenen van de taak

Artikel 23
1.

Justitiële gegevens worden met het oog op het bij wettelijk voorschrift geregelde onderzoek naar de betrouwbaarheid en geschiktheid van een persoon die in aanmerking wil komen voor een functie bij een ambtelijke dienst voorzover de functie bijzondere eisen stelt aan de integriteit of verantwoordelijkheid van de betrokkene, desgevraagd verstrekt aan:

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing, indien op grond van een wettelijk voorschrift gedurende het dienstverband bij een ambtelijke dienst of gedurende het krachtens overeenkomst verrichten van werkzaamheden voor de politie een onderzoek naar de betrouwbaarheid en geschiktheid van een persoon wordt gedaan.

3.

Het eerste lid, onder b, c en d, is van overeenkomstige toepassing voor zover het betreft de personen, bedoeld in artikel 48s, tweede lid, van de Politiewet 2012.

Artikel 24

Justitiële gegevens worden desgevraagd verstrekt aan Onze Minister ten behoeve van:

Artikel 25

Justitiële gegevens worden ten behoeve van de toelating tot de inrichting van personen, die niet worden ingesloten in de inrichting respectievelijk voorziening, voorzover dat noodzakelijk is voor de orde of de veiligheid van de inrichting of de voorziening desgevraagd verstrekt aan:

Artikel 26
1.

Justitiële gegevens worden desgevraagd verstrekt aan:

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing met het oog op het nemen van beslissingen over het ontslag van personeel.

Artikel 27
1.

Justitiële gegevens worden ten behoeve van het onderzoek naar de betrouwbaarheid en de geschiktheid van personen die in aanmerking willen komen voor een dienstbetrekking bij de genoemde organisaties desgevraagd verstrekt aan:

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing met het oog op het nemen van beslissingen ten behoeve van het onderzoek naar de betrouwbaarheid en de geschiktheid van personen die bij de rechtspersonen, genoemd in het eerste lid, werkzaamheden gaan verrichten gedurende een zodanig lange periode dat hun positie kan worden gelijkgesteld met die van werknemers in dienstverband alsmede met het oog op het nemen van beslissingen over het ontslag van personeel.

Artikel 28
1.

Er worden geen verstrekkingen als bedoeld in de artikelen 23 tot en met 27 gedaan dan nadat de persoon, instantie, dienst of organisatie die om de gegevens verzoekt een ondertekende verklaring van betrokkene heeft overgelegd waaruit blijkt dat hij toestemming voor de verstrekking geeft en op de hoogte is van de wijze waarop met de justitiële gegevens wordt omgegaan.

2.

De persoon, instantie, dienst, college of organisatie die overeenkomstig deze paragraaf justitiële gegevens heeft ontvangen doet van deze gegevens en de gevolgen die de persoon, instantie, dienst of organisatie voornemens is daaraan te verbinden schriftelijk mededeling aan de betrokkene en stelt hem in het geval bedenkingen van hem zijn te verwachten, in de gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen.

Paragraaf 3. Verstrekking ten behoeve van advies, aanbeveling of voordracht van personen

Artikel 29
1.

Justitiële gegevens worden desgevraagd verstrekt aan:

2.

Artikel 28 is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 30
1.

Justitiële gegevens worden desgevraagd verstrekt aan:

2.

Met het oog op de adviserende bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, onder c, onder 2° en onder d, kunnen justitiële gegevens betreffende misdrijven tegen de zeden, bedoeld in artikel 4 van de wet worden verstrekt.

3.

In de gevallen, bedoeld in het eerste lid, onder b, onder c, onder 1°, en onder e, is artikel 28 van overeenkomstige toepassing.

Afdeling 3. Machtiging

Artikel 31
1.

Justitiële gegevens, strafvorderlijke gegevens of tenuitvoerleggingsgegevens kunnen slechts worden verstrekt ten behoeve van beleidsinformatie, wetenschappelijk onderzoek en statistiek nadat aan de betrokken onderzoeker daartoe schriftelijk toestemming is verleend door Onze Minister van Justitie en Veiligheid onderscheidenlijk het College van procureurs-generaal.

2.

Gerechtelijke strafgegevens kunnen slechts worden verstrekt ten behoeve van beleidsinformatie, wetenschappelijk onderzoek en statistiek nadat aan de betrokken onderzoeker daartoe schriftelijk toestemming is verleend door tussenkomst van het bestuur van een gerecht, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de rechterlijke organisatie, dat voor die gegevens verwerkingsverantwoordelijke is.

3.

De toestemming, bedoeld in het eerste of tweede lid, wordt slechts gegeven indien:

4.

Aan de toestemming, bedoeld in het eerste of tweede lid, kunnen voorwaarden worden verbonden.

5.

De toestemming, bedoeld in het eerste lid, wordt ter kennis gebracht van de betreffende verwerkingsverantwoordelijke en geldt als machtiging tot het verstrekken van de omschreven gegevens.

6.

Benadering van personen over wie justitiële gegevens, strafvorderlijke gegevens, tenuitvoerleggingsgegevens of gerechtelijke strafgegevens worden verwerkt door de onderzoeker vindt niet plaats, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan bij de toestemming ingevolge het eerste of tweede lid. Deze toestemming kan slechts worden verleend indien rechtstreekse benadering voor het doel van het onderzoek onvermijdelijk is.

Hoofdstuk 4. De verklaring omtrent het gedrag

Artikel 32
1.

Justitiële en strafvorderlijke gegevens kunnen door tussenkomst van de officier van justitie, en tenuitvoerleggingsgegevens kunnen door tussenkomst van door Onze Minister van Justitie en Veiligheid daartoe aangewezen personen die onder hem ressorteren, desgevraagd worden doorgegeven aan de bevoegde autoriteit in een derde land of aan een internationale organisatie, onder de voorwaarde dat deze slechts kunnen worden verwerkt voor het doel waarvoor ze zijn doorgegeven.

2.

Gerechtelijke strafgegevens kunnen desgevraagd door het bestuur van een gerecht, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de rechterlijke organisatie, dat voor die gegevens verwerkingsverantwoordelijke is, worden doorgegeven aan een bevoegde autoriteit van een derde land of aan een internationale organisatie, onder de voorwaarde dat deze slechts kunnen worden verwerkt voor het doel waarvoor ze zijn doorgegeven.

3.

De gegevens worden verstrekt onder de voorwaarde dat deze door de ontvangende autoriteit worden vernietigd zodra de doeleinden zijn verwezenlijkt. Indien dit uit de wet voortvloeit kunnen bij de verstrekking termijnen worden gesteld, na afloop waarvan de verstrekte gegevens door de ontvangende autoriteit moeten worden vernietigd, behoudens wanneer verdere verwerking noodzakelijk is voor een lopend onderzoek, de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen.

Artikel 33
1.

Indien justitiële gegevens, strafvorderlijke gegevens of tenuitvoerleggingsgegevens zonder voorafgaand verzoek tot doorgifte worden ontvangen van een derde land of van een internationale organisatie, dan beoordeelt de ontvangende autoriteit in Nederland onmiddellijk of deze gegevens noodzakelijk zijn voor het doel waarvoor zij zijn verstrekt.

2.

Indien krachtens het recht van het derde land specifieke beperkingen op de verwerking van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, gelden, ziet de ontvangende autoriteit in Nederland erop toe dat die beperkingen in acht worden genomen, indien die beperkingen door de verstrekkende autoriteit zijn gemeld.

3.

Indien gegevens als bedoeld in het eerste lid, worden ontvangen van een derde land of van een internationale organisatie, wordt de verstrekkende instantie desgevraagd geïnformeerd over de verwerking van de verstrekte gegevens en het daardoor behaalde resultaat.

Hoofdstuk 5. Afkomst van de rapporten die persoonsdossiers vormen

Artikel 34
1.

Justitiële gegevens van natuurlijke personen, die betrekking hebben op een onherroepelijke veroordeling wegens een misdrijf waarbij een straf, al dan niet tezamen met een maatregel, is opgelegd en wegens overtredingen indien daarbij een vrijheidsstraf – anders dan een vervangende – of een taakstraf is opgelegd, worden onverwijld doorgezonden aan de centrale autoriteit van de lidstaat van nationaliteit van de veroordeelde.

2.

De centrale autoriteit stelt de centrale autoriteit die op grond van het eerste lid gegevens heeft ontvangen onverwijld in kennis van wijziging of schrapping in de justitiële documentatie van de doorgezonden gegevens.

3.

De centrale autoriteit zendt desgevraagd de centrale autoriteit die op grond van het eerste lid gegevens heeft ontvangen een afschrift van de veroordelingen, de daaropvolgende maatregelen en eventuele overige informatie ter zake.

Artikel 35
1.

Justitiële gegevens worden desgevraagd doorgezonden aan de centrale autoriteit van een andere lidstaat ten behoeve van een strafrechtelijke procedure.

2.

Justitiële gegevens worden desgevraagd doorgezonden aan de centrale autoriteit van een andere lidstaat ten behoeve van een verzoek van de betrokkene om hem betreffende gegevens uit de justitiële documentatie.

3.

Justitiële gegevens die betrekking hebben op een misdrijf bedoeld in de artikelen 240b, 242 tot en met 250 en 273f van het Wetboek van Strafrecht, worden desgevraagd doorgezonden aan de centrale autoriteit van een andere lidstaat ten behoeve van een procedure die verband houdt met het aannemen van personeel voor activiteiten waarbij de betrokkene rechtstreeks en geregeld in aanraking komt met kinderen.

4.

Justitiële gegevens kunnen desgevraagd worden doorgezonden aan de centrale autoriteit van een andere lidstaat ten behoeve van andere doeleinden.

5.

De centrale autoriteit onderzoekt de volledigheid van de bij een verzoek, bedoeld in het eerste tot en met het vierde lid, doorgezonden informatie. Indien de bij het verzoek verstrekte informatie volledig is, worden de justitiële gegevens onverwijld maar in ieder geval binnen tien werkdagen na de dag waarop het verzoek is ontvangen, doorgezonden. Indien nadere informatie nodig is met het oog op vaststelling van de identiteit van de persoon op wie het verzoek betrekking heeft, wordt onverwijld overlegd met de centrale autoriteit die het verzoek heeft gedaan teneinde binnen tien werkdagen na de dag waarop de aanvullende informatie is verkregen, een antwoord te kunnen verzenden.

6.

In afwijking van het vijfde lid wordt een verzoek, bedoeld in het tweede tot en met het vierde lid, in ieder geval beantwoord binnen twintig werkdagen na de dag waarop het verzoek is ontvangen respectievelijk de dag waarop de aanvullende informatie is verkregen.

7.

De beantwoording van het verzoek bedoeld in het eerste tot en met het vierde lid, geschiedt langs geautomatiseerde weg.

8.

Tot uiterlijk een jaar na de doorzending op grond van het eerste tot en met het vierde lid stelt de centrale autoriteit onverwijld de centrale autoriteit die de gegevens heeft ontvangen in kennis van wijziging of schrapping van de doorgezonden gegevens.

Hoofdstuk 6. Kosten

Artikel 36
1.

Justitiële gegevens, strafvorderlijke gegevens, tenuitvoerleggingsgegevens en gerechtelijke strafgegevens kunnen door de verwerkingsverantwoordelijke desgevraagd worden doorgezonden aan een bevoegde autoriteit van een andere lidstaat, onder de voorwaarde dat deze slechts kunnen worden verwerkt voor het doel waarvoor ze zijn doorgezonden en, indien aanleiding bestaat tot het stellen van grenzen aan de verdere verwerking, binnen die grenzen.

2.

Doorzending van strafvorderlijke gegevens kan uitsluitend met de tussenkomst van de officier van justitie, van tenuitvoerleggingsgegevens met tussenkomst van de door Onze Minister van Justitie en Veiligheid dan wel het College van procureurs-generaal daartoe aangewezen personen die onder hem ressorteren, en van gerechtelijke strafgegevens door het bestuur van een gerecht, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de rechterlijke organisatie, dat voor die gegevens verwerkingsverantwoordelijke is.

3.

De gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden doorgezonden onder de voorwaarde dat deze door de ontvangende autoriteit worden vernietigd zodra het doel, met het oog waarop de gegevens zijn doorgezonden, is vervuld.

4.

Indien dit uit de wet voortvloeit kunnen bij de doorzending termijnen worden gesteld, na afloop waarvan de verstrekte gegevens door de ontvangende autoriteit moeten worden vernietigd, behoudens wanneer verdere verwerking noodzakelijk is voor een lopend onderzoek, de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen.

Hoofdstuk 7. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 37

De van een centrale autoriteit van een andere lidstaat ontvangen gegevens die betrekking hebben op de onherroepelijke veroordeling wegens een strafbaar feit van een Nederlandse onderdaan en van de nadien met betrekking tot die veroordeling genomen maatregelen ten aanzien van die onderdaan, worden opgeslagen in de justitiële documentatie.

Artikel 38
1.

Indien justitiële gegevens, strafvorderlijke gegevens, tenuitvoerleggingsgegevens of gerechtelijke strafgegevens worden ontvangen van een andere lidstaat en de ontvangende autoriteit in Nederland in kennis is gesteld van specifieke voorwaarden die door de bevoegde autoriteit van die lidstaat op grond van het nationale recht zijn gesteld aan de verwerking van de gegevens, ziet de ontvangende autoriteit in Nederland toe op de naleving van die voorwaarden.

2.

De gegevens, bedoeld in het eerste lid, die zijn ontvangen van een andere lidstaat, kunnen slechts worden verwerkt voor het doel waarvoor ze zijn doorgezonden en binnen de door die lidstaat bepaalde grenzen.

3.

De op grond van het eerste lid ontvangen gegevens worden vernietigd zodra het doel, bedoeld in het tweede lid, is vervuld of, indien door de doorzendende lidstaat op grond van het nationale recht termijnen zijn gesteld na afloop waarvan de verstrekte gegevens moeten worden vernietigd, na afloop van de gestelde termijn. Alsdan ziet de ontvangende autoriteit in Nederland erop toe dat de gegevens daadwerkelijk worden vernietigd.

4.

Het derde lid is niet van toepassing op de gegevens die zijn ontvangen in het kader van een verzoek tot verkrijging van het Nederlanderschap op grond van de Rijkswet op het Nederlanderschap, voor zover het Nederlanderschap wordt verleend aan de betrokkene. Artikel 37 is van overeenkomstige toepassing op deze gegevens.

5.

Artikel 33, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 39

Vervallen

Artikel 40

Vervallen

Artikel 41
1.

De doorzending van justitiële en strafvorderlijke gegevens aan Eurojust vindt plaats door tussenkomst van het nationale lid van Eurojust.

2.

De doorzending van justitiële en strafvorderlijke gegevens aan Eurojust kan worden geweigerd indien wezenlijke nationale veiligheidsbelangen worden geschaad of de veiligheid van een persoon in gevaar wordt gebracht.

3.

Justitiële en strafvorderlijke gegevens worden doorgezonden aan het nationale lid van Eurojust, voor zover hij deze behoeft in verband met de uit een rechtsinstrument op grond van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie voortkomende doelstelling en taken van deze organisatie. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 42
1.

De doorzending van justitiële en strafvorderlijke gegevens aan Europol vindt plaats door tussenkomst van een landelijke eenheid als bedoeld in artikel 25, eerste lid, onder b, van de Politiewet 2012.

2.

De doorzending van gegevens aan Europol kan worden geweigerd indien:

3.

Justitiële en strafvorderlijke gegevens worden doorgezonden aan de nationale verbindingsofficieren bij Europol, voor zover zij deze behoeven in verband met de uit een rechtsinstrument op grond van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie voortkomende doelstelling en taken van deze organisatie. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 43
1.

De personen, instanties of colleges, bedoeld in artikel 8, eerste en tweede lid van de wet en in hoofdstuk 3, aan wie justitiële gegevens worden verstrekt kunnen onder hen ressorterend personeel machtigen tot het doen van een verzoek om justitiële gegevens. In dat geval wordt de machtiging in het verzoek om inlichtingen vermeld.

2.

In de gevallen waarin op grond van dit besluit de burgemeester bevoegd is om justitiële gegevens te vragen, kan hij de politiechef wiens regionale eenheid de politietaak uitvoert in het gebied waarin de gemeente is gelegen, machtigen tot het doen van een verzoek om de betreffende gegevens.

Artikel 44

Onze Minister kan bij zijn onderzoek met betrekking tot de afgifte van de verklaring omtrent het gedrag kennis nemen van de justitiële gegevens betreffende misdrijven tegen de zeden, bedoeld in artikel 4 van de wet.

Artikel 45
1.

Onze Minister neemt bij zijn onderzoek als bedoeld in artikel 36 van de wet in het kader van de beoordeling van de eis van betrouwbaarheid, bedoeld in artikel 18, eerste lid, van het Besluit goederenvervoer over de weg en artikel 22, eerste lid, 23, eerste lid, en 30, vierde lid, 76.1 van het Besluit personenvervoer 2000 uitsluitend kennis van de gegevens bedoeld in de artikelen 10, 11 en 12 van de Wet.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op de beoordeling van de afgifte van de verklaring omtrent het gedrag in het kader van de beoordeling van de eis van betrouwbaarheid van de vervoerder of bestuurder van één of meer taxi's.

Artikel 46

De rapporten die het persoonsdossier vormen zijn afkomstig van:

Artikel 47. De verstrekking van afschriften van rapporten uit persoonsdossiers

Afschriften van rapporten uit een persoonsdossier worden verstrekt aan:

Artikel 48
1.

Onze Minister neemt een aanvraag tot afgifte van een verklaring omtrent het gedrag eerst in behandeling nadat de bij ministeriële regeling vastgestelde vergoeding voor de kosten van deze behandeling is ontvangen.

2.

Voor het verstrekken van justitiële gegevens, als bedoeld in artikel 31, is een bij ministeriële regeling vastgestelde vergoeding verschuldigd.

Artikel 49

De volgende besluiten, regelingen en beschikkingen worden ingetrokken:

Artikel 50

De gegevens die voor de inwerkingtreding van de wet overeenkomstig een wettelijk voorschrift door de justitiële documentatiedienst waren geregistreerd worden op het moment van inwerkingtreding aangemerkt als justitiële gegevens.

Artikel 51

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet justitiële gegevens in werking treedt met uitzondering van artikel 7, eerste lid, onder k, dat in werking treedt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel 52

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens.

Artikel 53

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet justitiële gegevens in werking treedt met uitzondering van artikel 7, eerste lid, onder k, dat in werking treedt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel 54

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit justitiële gegevens.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 10a

Vervallen

Hoofdstuk 3. De verstrekking van justitiële en strafvorderlijke gegevens

Afdeling 2. Afkomst justitiële gegevens

Paragraaf 1. Verstrekking ten behoeve van het uitoefenen van de taak

Paragraaf 2. Verstrekking ten behoeve van advies

Paragraaf 1. Verstrekking ten behoeve van het uitoefenen van de taak

Afdeling 2. Verstrekking van de gegevens in algemene zin

Paragraaf 3. Verstrekking ten behoeve van het nemen van bestuursbesluiten

Paragraaf 2. Verstrekking ten behoeve van het aannemen en ontslag van personeel

Paragraaf 3. Verstrekking ten behoeve van advies, aanbeveling of voordracht van personen

Paragraaf 2. Verstrekking ten behoeve van het aannemen en ontslag van personeel

Artikel 30a

Ter uitvoering van een op een verdrag gegrond verzoek kunnen justitiële gegevens door tussenkomst van de officier van justitie aan de bevoegde buitenlandse autoriteiten worden verstrekt ten behoeve van strafrechtelijke doeleinden.

Paragraaf 4. Verstrekking ten behoeve van beleidsinformatie, wetenschappelijk onderzoek en statistiek

Artikel 30b

Als centrale autoriteit is in Nederland aangewezen de Justitiële Informatiedienst.

Artikel 30c

De Justitiële Informatiedienst stelt de centrale autoriteit van een andere lidstaat onverwijld in kennis van de justitiële gegevens die betrekking hebben op de veroordeling en van de nadien met betrekking tot die veroordeling genomen maatregelen ten aanzien van de onderdanen van die lidstaat wegens een strafbaar feit, voor zover vastgelegd bij de Justitiële Informatiedienst. Indien de betrokkene de nationaliteit bezit van twee of meer lidstaten, worden de mededelingen aan alle betrokken lidstaten gedaan, tenzij de betrokkene mede de Nederlandse nationaliteit bezit.

Artikel 30d
1.

De Justitiële Informatiedienst kan door tussenkomst van de officier van justitie desgevraagd justitiële gegevens aan de centrale autoriteit van een andere lidstaat verstrekken ten behoeve van de doeleinden die gelijk kunnen worden gesteld aan die genoemd in de wet en in dit besluit.

2.

Aan de verstrekking kunnen voorschriften worden gesteld in verband met de verwerking en de verdere verwerking.

3.

De Justitiële Informatiedienst zendt het antwoord op het verzoek onverwijld maar in ieder geval binnen tien werkdagen na de dag waarop het verzoek is ontvangen. Beantwoording van het verzoek geschiedt met gebruikmaking van het formulier, opgenomen in de bijlage bij het Besluit nr. 2005/876/JBZ van de Raad van de Europese Unie van 21 november 2005 inzake de uitwisseling van gegevens uit het strafregister (PbEU L 322).

4.

Indien het antwoord op het verzoek niet in de Nederlandse taal geschiedt, draagt de Justitiële Informatiedienst zorg voor de vertaling.

Artikel 30e
1.

De Justitiële Informatiedienst onderzoekt de volledigheid van de bij de verzoeken, bedoeld in artikel 30d, eerste lid, verstrekte gegevens met het oog op de verstrekking van de justitiële gegevens.

2.

Indien de Justitiële Informatiedienst nadere gegevens nodig heeft met het oog op de deugdelijke vaststelling van de identiteit van de persoon op wie het verzoek betrekking heeft, pleegt hij onverwijld overleg met de centrale autoriteit die het verzoek heeft gedaan teneinde binnen tien werkdagen na de dag waarop de aanvullende informatie is verkregen, een antwoord te kunnen verzenden.

Artikel 30f

De toezending van verzoeken, antwoorden en andere relevante gegevens als bedoeld in de artikelen 30c, 30d en 30e kan plaatsvinden via elk communicatiemiddel op elke wijze die de mogelijkheid biedt een schriftelijk document over te leggen op grond waarvan de ontvangende lidstaat de echtheid kan vaststellen.

Afdeling 3. Machtiging

Hoofdstuk 4. De verklaring omtrent het gedrag

Hoofdstuk 5. Afkomst van de rapporten die persoonsdossiers vormen

Hoofdstuk 6. Kosten

Hoofdstuk 6. Kosten

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 11a
1.

Ten behoeve van de handhaving van de openbare orde in verband met de terugkeer van de betrokkene in de maatschappij kan Onze Minister, aan de burgemeester of de door hem aangewezen ambtenaar justitiële gegevens als bedoeld in artikel 6, eerste lid, en artikel 7, eerste lid, onder a, b, c, d, f, j, k en l, verstrekken van natuurlijke personen die onherroepelijk zijn veroordeeld tot:

2.

Ten behoeve van het verstrekken van informatie aan de burgemeester ten behoeve van de handhaving van de openbare orde in verband met de terugkeer van de betrokkene in de maatschappij kan Onze Minister van de in het eerste lid bedoelde natuurlijke personen de justitiële gegevens, bedoeld in artikel 6, eerste lid, en artikel 7, eerste lid, onder a, b, c, d, f, j, k en l, verstrekken aan binnen een landelijke eenheid als bedoeld in artikel 25, eerste lid, onderdeel b, van de Politiewet 2012 aangewezen opsporingsambtenaren.

3.

De justitiële gegevens worden niet eerder verstrekt dan drie maanden voor het moment van de verwachte, al dan niet tijdelijke, terugkeer van de betrokkene in de maatschappij.

4.

De burgemeester vernietigt de op grond van het eerste lid verstrekte justitiële gegevens uiterlijk negen maanden na de datum van de verstrekking, indien niet tot het treffen van maatregelen is besloten. Indien tot het treffen van maatregelen is besloten, verwijdert de burgemeester de op grond van het eerste lid verstrekte justitiële gegevens uiterlijk negen maanden na de datum van de verstrekking. De verwijderde gegevens worden gedurende een termijn van vijf jaar bewaard ten behoeve van het afleggen van verantwoording, waarna de gegevens worden vernietigd.

5.

Het eerste lid, onder a en b, is niet van toepassing op personen op wie Titel VIIIA van het Eerste Boek van het Wetboek van Strafrecht is toegepast.

Paragraaf 2. Verstrekking ten behoeve van advies

Afdeling 2. Verstrekking van de gegevens in algemene zin

Paragraaf 3. Verstrekking ten behoeve van het nemen van bestuursbesluiten

Artikel 22a

Justitiële gegevens van degene die in het bezit is van een chauffeurskaart als bedoeld in artikel 1 van het Besluit personenvervoer 2000, worden ambtshalve verstrekt aan Onze Minister. Onze Minister verstrekt de justitiële gegevens, bedoeld in artikel 6, eerste lid, en artikel 7, eerste lid, onder f, terzake van de strafbare feiten die van belang zijn voor de beoordeling van een met het oog op het uitoefenen van het beroep van taxichauffeur aangevraagde verklaring omtrent het gedrag, verder aan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, met het oog op toepassing van artikel 82, zesde lid, van het Besluit personenvervoer 2000.

Paragraaf 2. Verstrekking ten behoeve van het aannemen en ontslag van personeel

Paragraaf 2. Verstrekking ten behoeve van het aannemen en ontslag van personeel

Paragraaf 2. Verstrekking ten behoeve van het aannemen en ontslag van personeel

Afdeling 3. Machtiging

Hoofdstuk 4. De verklaring omtrent het gedrag

Hoofdstuk 5. Afkomst van de rapporten die persoonsdossiers vormen

Hoofdstuk 6. Kosten

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 30bis
1.

Justitiële of strafvorderlijke gegevens kunnen slechts worden verstrekt ten behoeve van beleidsinformatie, wetenschappelijk onderzoek en statistiek nadat aan de betrokken onderzoeker daartoe schriftelijk toestemming is verleend door Onze Minister van Veiligheid en Justitie onderscheidenlijk het College van procureurs-generaal.

2.

De toestemming, bedoeld in het eerste lid, wordt slechts gegeven indien:

3.

Aan de toestemming, bedoeld in het eerste lid, kunnen voorwaarden worden verbonden.

4.

De toestemming, bedoeld in het eerste lid, wordt ter kennis gebracht van de betreffende verantwoordelijke en geldt als machtiging tot het verstrekken van de omschreven gegevens.

5.

Benadering van personen over wie justitiële of strafvorderlijke gegevens worden verwerkt door de onderzoeker vindt niet plaats, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan bij de toestemming ingevolge het eerste lid. Deze toestemming kan slechts worden verleend indien rechtstreekse benadering voor het doel van het onderzoek onvermijdelijk is.

Paragraaf 2. Verstrekking ten behoeve van het aannemen en ontslag van personeel

Afdeling 3. Machtiging

Hoofdstuk 4. De verklaring omtrent het gedrag

Hoofdstuk 5. Afkomst van de rapporten die persoonsdossiers vormen

Hoofdstuk 5. Afkomst van de rapporten die persoonsdossiers vormen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Paragraaf 3. Verstrekking ten behoeve van advies, aanbeveling of voordracht van personen

Afdeling 3. Machtiging

Hoofdstuk 4. De verklaring omtrent het gedrag

Hoofdstuk 4. De verklaring omtrent het gedrag

Hoofdstuk 4. De verklaring omtrent het gedrag

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 13a
1.

Ten behoeve van het nemen van een besluit tot oplegging van een bestuurlijke boete, worden desgevraagd aan het bestuursorgaan dat op grond van de in het tweede lid genoemde wetten belast is met het nemen van een dergelijk besluit, justitiële gegevens verstrekt die noodzakelijk zijn voor de beoordeling of sprake is van herhaalde overtreding van de voorschriften uit die wetten.

2.

De in het eerste lid bedoelde wetten zijn:

3.

Het bestuursorgaan, dat op grond van het eerste lid justitiële gegevens ontvangt, kan deze gegevens verder verstrekken aan andere bestuursorganen die belast zijn met het nemen van een besluit als bedoeld in het eerste lid.

Afdeling 2. Verstrekking van de gegevens in algemene zin

Paragraaf 1. Verstrekking ten behoeve van het uitoefenen van de taak

Artikel 22b

Justitiële gegevens van degenen, bedoeld in de artikelen 1.50, 1.56 en 1.56b van de Wet kinderopvang, worden ambtshalve verstrekt aan Onze Minister. Onze Minister verstrekt de justitiële gegevens, bedoeld in artikel 6, eerste lid, en artikel 7, eerste lid, onder f, ter zake van de strafbare feiten die van belang zijn voor de beoordeling van een met het oog op het werkzaam zijn in de kinderopvang aangevraagde verklaring omtrent het gedrag, verder aan Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en het college van burgemeester en wethouders met het oog op het toezicht op de naleving van de kwaliteitseisen die de artikelen 1.50, 1.56 en 1.56b van de Wet kinderopvang stellen aan de exploitatie van kinderopvangvoorzieningen.

Paragraaf 2. Verstrekking ten behoeve van het aannemen en ontslag van personeel

Paragraaf 3. Verstrekking ten behoeve van advies, aanbeveling of voordracht van personen

Paragraaf 4. Verstrekking ten behoeve van beleidsinformatie, wetenschappelijk onderzoek en statistiek

Afdeling 3. Machtiging

Hoofdstuk 4. De verklaring omtrent het gedrag

Hoofdstuk 5. Afkomst van de rapporten die persoonsdossiers vormen

Hoofdstuk 5. Afkomst van de rapporten die persoonsdossiers vormen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 11b
2.

De verwerkingsverantwoordelijke vernietigt de ontvangen justitiële gegevens terstond na het bereiken van het doel van de verstrekking.

Artikel 11aa
1.

Ten behoeve van de verantwoordelijkheid, bedoeld in de artikelen 2.1 en 2.4, tweede lid, van de Jeugdwet, kan Onze Minister aan een door het college van burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaar of aan een door het college aangewezen en onder zijn verantwoordelijkheid werkzame functionaris justitiële gegevens als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel f, en artikel 7, eerste lid, onder j, onderdelen 5 en 6, verstrekken van personen ten aanzien van wie in het kader van een strafrechtelijke beslissing is bepaald dat zij in aanmerking komen voor een vorm van jeugdhulp of jeugdreclassering, als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet.

2.

Het college van burgemeester en wethouders treft maatregelen opdat de op grond van het eerste lid verstrekte justitiële gegevens uiterlijk twaalf maanden na de beëindiging van de tenuitvoerlegging van de in het eerste lid bedoelde strafrechtelijke beslissing worden vernietigd.

Afdeling 2. Verstrekking van de gegevens in algemene zin

Paragraaf 1. Verstrekking ten behoeve van het uitoefenen van de taak

Artikel 18a

Justitiële gegevens worden desgevraagd verstrekt aan de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming, voor zover hij deze behoeft voor het nemen van beslissingen op beroep of schorsingsverzoeken.

Artikel 22c

Vervallen

Paragraaf 2. Verstrekking ten behoeve van het aannemen en ontslag van personeel

Paragraaf 3. Verstrekking ten behoeve van advies, aanbeveling of voordracht van personen

Paragraaf 4. Verstrekking ten behoeve van beleidsinformatie, wetenschappelijk onderzoek en statistiek

Paragraaf 4. Verstrekking ten behoeve van beleidsinformatie, wetenschappelijk onderzoek en statistiek

Paragraaf 3. Verstrekking ten behoeve van advies, aanbeveling of voordracht van personen

Afdeling 3. Machtiging

Hoofdstuk 5. Afkomst van de rapporten die persoonsdossiers vormen

Hoofdstuk 4. De verklaring omtrent het gedrag

Hoofdstuk 4. De verklaring omtrent het gedrag

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 15a
1.

Justitiële gegevens worden desgevraagd verstrekt aan bestuursorganen, ten behoeve van het nemen van een beslissing omtrent de toepassing van artikel 6 van de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding, uitsluitend voor zover het betreft gegevens omtrent de aanvrager, subsidieontvanger of houder van een vergunning, ontheffing of erkenning als bedoeld in artikel 6, onderdeel a, van die wet.

2.

Indien deze aanvrager, subsidieontvanger of houder een rechtspersoon is, betreffen de gegevens zowel de rechtspersoon als de bestuurders, alsmede de gegevens met betrekking tot strafbare feiten waaraan artikel 51, tweede lid, onder 2°, van het Wetboek van Strafrecht ten grondslag heeft gelegen. Indien een bestuurder een rechtspersoon is betreffen de gegevens eveneens deze rechtspersoon, alsmede de bestuurders daarvan. Indien de aanvrager, subsidieontvanger of houder een maatschap of vennootschap onder firma is betreffen de gegevens de maten, dan wel de vennoten, uitgezonderd de gegevens betreffende de vennoot en commandite, alsmede de gegevens met betrekking tot strafbare feiten waaraan artikel 51, tweede lid, onder 2°, van het Wetboek van Strafrecht ten grondslag heeft gelegen. Indien de vennoten of maten rechtspersoonlijkheid bezitten betreffen de gegevens deze rechtspersonen, alsmede de bestuurders daarvan.

Paragraaf 3. Verstrekking ten behoeve van advies, aanbeveling of voordracht van personen

Paragraaf 4. Verstrekking ten behoeve van beleidsinformatie, wetenschappelijk onderzoek en statistiek

Afdeling 3. Machtiging

Hoofdstuk 4. De verklaring omtrent het gedrag

Hoofdstuk 6. Kosten

Hoofdstuk 5. Afkomst van de rapporten die persoonsdossiers vormen

Artikel 11c
1.

Ten behoeve van de verantwoordelijkheid, bedoeld in de artikelen 2.1 en 2.4, tweede lid, van de Jeugdwet, kan Onze Minister aan een door het college van burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaar of aan een door het college aangewezen en onder zijn verantwoordelijkheid werkzame functionaris justitiële gegevens als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel f, en artikel 7, eerste lid, onder j, onderdelen 5 en 6, verstrekken van personen ten aanzien van wie in het kader van een strafrechtelijke beslissing is bepaald dat zij in aanmerking komen voor een vorm van jeugdhulp of jeugdreclassering, als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet.

2.

Het college van burgemeester en wethouders treft maatregelen opdat de op grond van het eerste lid verstrekte justitiële gegevens uiterlijk twaalf maanden na de beëindiging van de tenuitvoerlegging van de in het eerste lid bedoelde strafrechtelijke beslissing worden vernietigd.

Artikel 11d
1.

Ten behoeve van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 43, derde lid, van de Wet op de rechtsbijstand, worden desgevraagd justitiële gegevens als bedoeld in de artikelen 6, eerste lid, onder a, b en f, en 7, eerste lid, onder b en j, onderdelen 3° en 5°, verstrekt aan het bestuur, bedoeld in artikel 3 van de Wet op de rechtsbijstand.

2.

Het bestuur vernietigt de ontvangen justitiële gegevens na het bereiken van het doel van de verstrekking.

Afdeling 2. Verstrekking van de gegevens in algemene zin

Paragraaf 3. Verstrekking ten behoeve van het nemen van bestuursbesluiten

Paragraaf 5. Verstrekking aan en ontvangst uit het buitenland

Paragraaf 6. Verstrekking aan en ontvangst uit een lidstaat en doorgifte aan derde landen

Afdeling 3. Machtiging

Hoofdstuk 5. Afkomst van de rapporten die persoonsdossiers vormen

Hoofdstuk 7. Overgangs- en slotbepalingen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 1a

Dit hoofdstuk is van toepassing op de verwerking van justitiële en strafvorderlijke gegevens, persoonsgegevens in persoonsdossiers, tenuitvoerleggingsgegevens en gerechtelijke strafgegevens.

Artikel 1b
1.

De verwerkingsverantwoordelijke toetst en actualiseert de passende technische en organisatorische maatregelen die bij en krachtens de wet zijn getroffen.

2.

Wanneer zulks in verhouding staat tot de verwerkingsactiviteiten omvatten de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, de uitvoering van een passend gegevensbeschermingsbeleid door de verwerkingsverantwoordelijke.

3.

De verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker treft, na beoordeling van de risico’s, maatregelen om:

Artikel 1c

De inhoud van een overeenkomst of andere rechtshandeling die de verwerker aan een verwerkingsverantwoordelijke bindt, bevat het onderwerp en de duur van de verwerking, de aard en het doel van de verwerking, het soort gegevens waarop de wet van toepassing is, de categorieën van betrokkenen en de verplichtingen en de rechten van de verwerkingsverantwoordelijke, en met name wordt daarin bepaald dat de verwerker:

Hoofdstuk 2

Afdeling 1. De justitiële gegevens

Hoofdstuk 3. De verstrekking van justitiële en strafvorderlijke gegevens, tenuitvoerleggingsgegevens en gerechtelijke strafgegevens

Afdeling 1. Verstrekking van bepaalde gegevens

Paragraaf 2. Verstrekking ten behoeve van advies

Afdeling 2. Verstrekking van de gegevens in algemene zin

Paragraaf 4. Verstrekking ten behoeve van beleidsinformatie, wetenschappelijk onderzoek en statistiek

Paragraaf 6. Doorzending aan en ontvangst uit een lidstaat

Afdeling 3. Machtiging

Artikel 47a

De artikelen 32, eerste lid, 33, 35, 36, eerste, derde en vierde lid, en 38, eerste lid, eerste volzin en tweede tot en met vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de verstrekking van persoonsgegevens die in een persoonsdossier zijn verwerkt.

Hoofdstuk 6. Kosten

Hoofdstuk 6. Kosten

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 15b
1.

Justitiële gegevens worden desgevraagd verstrekt aan de raad van bestuur van de kansspelautoriteit, bedoeld in artikel 33a van de Wet op de kansspelen ten behoeve van het betrouwbaarheidsonderzoek, bedoeld in artikel 31i van de Wet op de kansspelen.

2.

De te verstrekken gegevens betreffen uitsluitend de in artikel 3.4, eerste lid, van het Besluit kansspelen op afstand genoemde personen. Indien het daarbij gaat om een rechtspersoon, betreffen de gegevens zowel de rechtspersoon zelf als de bestuurders, alsmede de gegevens met betrekking tot strafbare feiten waaraan artikel 51, tweede lid, onder 2°, van het Wetboek van Strafrecht ten grondslag heeft gelegen. Indien een bestuurder een rechtspersoon is betreffen de gegevens eveneens deze rechtspersoon, alsmede de bestuurders daarvan. Indien de betrokkene een maatschap of vennootschap onder firma is betreffen de gegevens de maten, dan wel de vennoten, uitgezonderd de gegevens betreffende de vennoot en commandite, alsmede de gegevens met betrekking tot strafbare feiten waaraan artikel 51, tweede lid, onder 2°, van het Wetboek van Strafrecht ten grondslag heeft gelegen. Indien de vennoten of maten rechtspersoonlijkheid bezitten betreffen de gegevens deze rechtspersonen, alsmede de bestuurders daarvan.

Artikel 16a

Justitiële gegevens als bedoeld in de artikelen 6, eerste lid, en 7, eerste lid, onderdelen b en j, onder 1° tot en met 3° en 5°, worden verstrekt aan Onze Minister ten behoeve van het nemen van een beslissing als bedoeld in artikel 14, tweede en vierde lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap.

Paragraaf 5. Doorgifte aan en ontvangst uit derde landen

Paragraaf 6. Doorzending aan en ontvangst uit een lidstaat

Afdeling 3. Machtiging

Hoofdstuk 5. Afkomst van de rapporten die persoonsdossiers vormen

Hoofdstuk 7. Overgangs- en slotbepalingen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 44a
1.

Beslissingen omtrent de afgifte van een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 35a, eerste lid, van de wet en de justitiële gegevens en politiegegevens die zijn verstrekt ten behoeve van de onderzoeken die aan deze beslissingen zijn voorafgegaan, worden desgevraagd door Onze Minister verstrekt aan de Adviescommissie VOG-politiegegevens ten behoeve van de taak, bedoeld in artikel 35a, vierde lid, van de wet.

2.

De Adviescommissie VOG-politiegegevens vernietigt de op grond van het eerste lid verstrekte gegevens uiterlijk negen maanden na de datum van de verstrekking.

Hoofdstuk 5. Afkomst van de rapporten die persoonsdossiers vormen

Hoofdstuk 6. Kosten

Hoofdstuk 7. Overgangs- en slotbepalingen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.