← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister van Economische Zaken van 10 mei 2004, nr. WJZ 4028595, houdende regels met betrekking tot universele dienstverlening en eindgebruikersbelangen (Regeling universele dienstverlening en eindgebruikersbelangen)

Geldende tekst a fecha 2005-04-20

Gelet op:

Richtlijn nr. 2002/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 7 maart 2002 inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronische- communicatienetwerken en -diensten (Universeledienstrichtlijn) (PbEG L 108);

Richtlijn nr. 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 12 juli 2002 betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie (PbEG L 201); en

– de artikelen 7.1, derde lid, 7.3, 9.4, eerste lid, en 11.9, tweede lid, van de Telecommunicatiewet en de artikelen 2.5, derde lid, onderdeel b, 2.11 en 3.5 van het Besluit universele dienstverlening en eindgebruikersbelangen;

Besluit:

§ 1. Begripsbepalingen

Artikel 1.1

In deze regeling wordt verstaan onder:

§ 2. Universele dienstverlening

Artikel 2.1
1.

Het maandelijkse tarief, bedoeld in artikel 2.5, derde lid, onderdeel b, van het besluit bedraagt ten hoogste € 10,53.

2.

De in artikel 2.5, derde lid, onderdeel b, van het besluit bedoelde gebruiksafhankelijke tarieven mogen voor oproepen naar abonnees waaraan een geografisch nummer in gebruik is gegeven:

3.

De in dit artikel genoemde tarieven zijn inclusief omzetbelasting.

Artikel 2.2
1.

De aanbieder van openbare telefoondiensten op een vaste locatie die krachtens artikel 9.2 van de wet is aangewezen verstrekt, onverminderd het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk 11 van de wet, op verzoek van zijn abonnee een gespecificeerde rekening van de kosten voor het gebruik van de openbare telefoondienst op een vaste locatie.

2.

De aanbieder, bedoeld in het eerste lid, kan slechts een redelijke vergoeding voor een gespecificeerde rekening vragen van de abonnee indien deze rekening meer gespecificeerd is dan het in artikel 2.3 bepaalde basisniveau van specificatie.

3.

Gesprekken die voor de oproepende abonnee kosteloos zijn worden niet op de gespecificeerde rekening van de oproepende abonnee vermeld.

Artikel 2.3

Het in artikel 2.2 bedoelde basisniveau van specificatie van rekeningen voor het gebruik van de openbare telefoondienst op een vaste locatie omvat:

Artikel 2.4
1.

De aanbieder van openbare telefoondiensten op een vaste locatie die krachtens artikel 9.2 van de wet is aangewezen blokkeert op verzoek van zijn abonnee bepaalde categorieën uitgaande gesprekken of oproepen naar bepaalde categorieën nummers.

2.

De blokkering geschiedt kosteloos.

Artikel 2.5
1.

De aanbieder van openbare telefoondiensten op een vaste locatie die krachtens artikel 9.2 van de wet is aangewezen, treft jegens een abonnee die zijn rekening geheel of gedeeltelijk niet betaalt uitsluitend maatregelen die in verhouding staan tot de ernst van de wanbetaling, die niet-discriminerend zijn en die vooraf op genoegzame wijze zijn bekendgemaakt.

2.

Bij de in het eerste lid bedoelde maatregelen:

Artikel 2.6

De omzet, bedoeld in artikel 9.4, eerste lid, van de wet bedraagt € 7 000 000.

§ 3. Eindgebruikersbelangen

Artikel 3.1
1.

Als categorie van openbare elektronische communicatiediensten als bedoeld in artikel 7.1, derde lid, van de wet wordt aangewezen: openbare elektronische communicatiediensten die door middel van openbare betaaltelefoons worden aangeboden.

2.

Artikel 7.1, eerste en tweede lid, van de wet blijft voor die categorie buiten toepassing.

Artikel 3.2
1.

Een aanbieder van een openbare telefoondienst maakt aan eindgebruikers op genoegzame wijze informatie bekend over de volgende onderwerpen:

2.

Een aanbieder van een carrierdienst maakt aan consumenten op genoegzame wijze informatie bekend over de in het eerste lid bedoelde onderwerpen.

Artikel 3.3
1.

Aanbieders van openbare telefoonnetwerken of openbare telefoondiensten bieden eindgebruikers de mogelijkheid aan van nummeridentificatie als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel cc, onder 1°, van de wet.

2.

Aanbieders van openbare telefoonnetwerken of openbare telefoondiensten stellen de gegevens en signalen beschikbaar die noodzakelijk zijn om grensoverschrijdende nummeridentificatie als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel cc, onder 1°, van de wet binnen de Europese Unie mogelijk te maken.

3.

Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op aanbieders van carrierdiensten, met dien verstande dat de verplichtingen alleen gelden indien de eindgebruiker een consument is.

4.

Aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken die worden gebruikt om carrierdiensten aan te bieden treffen de maatregelen die nodig zijn om de aanbieders van die diensten in staat te stellen de verplichtingen, bedoeld in het derde lid, na te komen.

5.

De verplichtingen, bedoeld in het derde en vierde lid, gelden niet voor zover het technisch niet uitvoerbaar dan wel economisch niet haalbaar is om die verplichtingen na te komen.

§ 4. Nummeridentificatie

Artikel 4.1

In deze paragraaf wordt onder aanbieder verstaan: een aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk of een openbare elektronische communicatiedienst die door middel van dat netwerk of als onderdeel van die dienst nummeridentificatie aanbiedt.

Artikel 4.2

Een aanbieder biedt de in artikel 11.9, eerste lid, onderdeel b, onder 1°, van de wet genoemde mogelijkheid kosteloos aan. Een aanbieder is echter bevoegd van een abonnee een redelijke vergoeding voor het gebruik van deze mogelijkheid te verlangen, indien herhaald gebruik zonder redelijk doel door de abonnee daartoe aanleiding geeft.

Artikel 4.3

Een aanbieder richt de in artikel 11.9, eerste lid, van de wet bedoelde mogelijkheden zodanig in, dat het gebruik, de bediening of de inwerkingstelling daarvan van eenvoudige aard is.

Artikel 4.4
1.

Een aanbieder draagt er zorg voor dat de in artikel 11.9, eerste lid, onder a, van de wet bedoelde mogelijkheid, beschikbaar is voor oproepen van in Nederland aanwezige netwerkaansluitpunten naar andere landen.

2.

Een aanbieder draagt er zorg voor dat de in artikel 11.9, eerste lid, onder b, bedoelde mogelijkheden beschikbaar zijn voor oproepen gedaan uit andere landen naar in Nederland aanwezige netwerkaansluitpunten.

Artikel 4.5

Onverminderd artikel 3.2, draagt een aanbieder er zorg voor dat voor eenieder op genoegzame wijze informatie beschikbaar is met betrekking tot nummeridentificatie, de daarbij geboden mogelijkheden tot weigering en blokkering van deze faciliteit, en de financiële aspecten daarvan.

§ 5. Slotbepalingen

Artikel 5.1

De Regeling basisniveau notaspecificatie vaste telefoniediensten, de Regeling nummeridentificatie en de Regeling tarieven universele dienstverlening worden ingetrokken.

Artikel 5.2

Deze regeling treedt in werking met ingang van het tijdstip waarop de Wet implementatie Europees regelgevingskader voor de elektronische communicatiesector 2002 in werking treedt.

Artikel 5.3

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling universele dienstverlening en eindgebruikersbelangen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.