Wet van 13 mei 2004 tot partiële wijziging van de Wet op de rechterlijke organisatie, de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, de Wet op de rechterlijke indeling, de Beroepswet, de Wet op de economische delicten en enige andere wetten (Veegwet modernisering rechterlijke organisatie)
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om in de Wet op de rechterlijke organisatie, de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, de Beroepswet, de Wet op de economische delicten en enige andere wetten enkele wijzigingen van technische of ondergeschikte aard aan te brengen als gevolg van de modernisering van de rechterlijke organisatie;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel I
Wijzigt de Wet op de rechterlijke organisatie.
Artikel II
Wijzigt de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren.
Artikel III
Wijzigt de Wet op de rechterlijke indeling.
Artikel IV
Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel V
Wijzigt de Beroepswet.
Artikel VI
Wijzigt de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie.
Artikel VII
Wijzigt het Burgerlijk Wetboek.
Artikel VIII
Wijzigt de Deltawet.
Artikel IX
Wijzigt de Wet op de ondernemingsraden.
Artikel X
Wijzigt de Wet op de economische delicten.
Artikel XI
Wijzigt de Kadasterwet.
Artikel XII
Wijzigt de Wet oorlogsstrafrecht.
Artikel XIII
Wijzigt de Wet organisatie en bestuur gerechten.
Artikel XIV
Wijzigt het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Artikel XIVA
Wijzigt de Wegenverkeerswet 1994.
Artikel XV
Wijzigt diverse wetten.
Artikel XVI
Wijzigt diverse wetten.
Artikel XVII
Wijzigt diverse wetten.
Artikel XVIII
Wijzigt de Wet van 30 januari 2002 tot wijziging van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren en enige andere wetten in verband met onder meer de formalisering van de Arbeidsvoorwaardenovereenkomst 1999–2000 sector Rechterlijke Macht (Stb. 65).
Artikel XIX
Na de inwerkingtreding van deze wet berust het Kostuum- en titulatuurbesluit rechterlijke organisatie op artikel 1h van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren.
Artikel XX
Artikel 46n van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren zoals dat luidde vóór de inwerkingtreding van deze wet, blijft van toepassing onderscheidenlijk van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de rechterlijk ambtenaar aan wie op grond van de artikelen 46c, 46l of 46m van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren ontslag is verleend vóór inwerkingtreding van deze wet, dan wel te wiens aanzien de tot dat ontslag strekkende vordering, bedoeld in artikel 46o van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, is ingesteld vóór de inwerkingtreding van deze wet.
Artikel XXI
De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Artikel XXII
Deze wet wordt aangehaald als: Veegwet modernisering rechterlijke organisatie.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.