← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling houdende regels voor de luchtvaart voor het geven en ontvangen van seinen in nood, bij spoed, bij zoek- en reddingsacties en bij onderschepping (Regeling seinen luchtvaart)

Geldende tekst a fecha 2004-06-09

Handelende in overeenstemming met de Minister van Defensie;

Gelet op artikel 33 van het Luchtverkeersreglement;

Gezien aanhangsel 1 en 2 en bijvoegsel A van Bijlage 2 (Rules of the Air) en Bijlage 12 (Search and Rescue) van het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemeen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 2. Nood- en spoedseinen

Artikel 2
1.

Een luchtvaartuig dat zich in ernstig en onmiddellijk gevaar bevindt en dringend hulp behoeft, geeft gezamenlijk of afzonderlijk van de volgende noodseinen:

2.

Indien het gebruik van één der in het eerste lid genoemde seinen niet mogelijk is, kan een in nood verkerend luchtvaartuig andere seinen gebruiken om de aandacht te trekken, zijn positie kenbaar te maken of hulp te verkrijgen.

Artikel 3

Een luchtvaartuig dat moeilijkheden heeft waardoor het gedwongen wordt te landen zonder dat onmiddellijke hulp nodig is, geeft de volgende spoedseinen, gezamenlijk of afzonderlijk:

Artikel 4

Een luchtvaartuig dat een zeer dringend bericht heeft over te brengen betreffende de veiligheid van een luchtvaartuig, vaartuig of voertuig dan wel over de veiligheid van één of meer personen aan boord of in zicht, geeft de volgende spoedseinen, gezamenlijk of afzonderlijk:

Hoofdstuk 3. Zoek- en reddingsseinen; seinen bij onderschepping

Artikel 5

Ten behoeve van zoek- en reddingsacties worden door de desbetreffende luchtvaartuigen, reddingsvoertuigen, reddingseenheden en overlevenden de seinen gebruikt als in bijlage 1 bij deze regeling is aangegeven. In deze bijlage is tevens aangegeven hoe overeenkomstig deze seinen moet worden gehandeld.

Artikel 6

Bij onderschepping van een luchtvaartuig worden door het onderscheppende en het onderschepte luchtvaartuig de seinen gebruikt als in bijlage 2 bij deze regeling is aangegeven.

Artikel 7
1.

Luchtvaartuigen die zonder toestemming in of bijna in een beperkt, verboden of gevaarlijk gebied vliegen, worden bij dag en bij nacht gewaarschuwd door het met tussenpozen van 10 seconden vanaf de grond afvuren van een serie projectielen, die bij het springen rode en groene lichten of sterren vertonen.

2.

Het luchtvaartuig neemt geschikte maatregelen om het desbetreffende gebied te verlaten of te vermijden.

Hoofdstuk 4. Seinen voor het luchtvaartterreinverkeer

Artikel 8
1.

De volgende lichtseinen van een plaatselijke luchtverkeersleidingsdienst aan luchtvaartuigen hebben de daarachter vermelde betekenis:

Lichtsein Van luchtverkeersleidingsdienst naar Van luchtverkeersleidingsdienst naar
luchtvaartuig in de lucht luchtvaartuig op de grond
Vast groen Klaring om te landen Klaring om op te stijgen
Vast rood Wijk uit voor andere luchtvaartuigen en blijf cirkelen Stop
Groen knipperlicht Keer terug om te landen; klaring om te landen wordt later gegeven Klaring om te taxiën
Rood knipperlicht Luchtvaartterrein onveilig, niet landen Taxi vrij van de in gebruik zijnde landingsbaan
Wit knipperlicht Land op dit luchtvaartterrein en ga naar het platform; klaring om te landen of te taxiën wordt later gegeven Keer terug naar de plaats op het terrein waar u begonnen bent
Rode lichtkogels of vuurpijlen Ongeacht enige voorgaande instructie voorlopig niet landen
2.

Ontvangst van de volgens het eerste lid gegeven seinen wordt door een luchtvaartuig bevestigd:

Artikel 9

Op een luchtvaartterrein worden de in bijlage 3 bij deze regeling opgenomen grondseinen met de daarachter vermelde betekenis gebruikt.

Artikel 10
1.

De seinen, opgenomen in bijlage 4 bij deze regeling, worden gegeven met de hand, zo nodig voorzien van een middel ter verduidelijking of verlichting, waarbij de seiner zich heeft opgesteld met zijn gezicht gewend naar het luchtvaartuig op een plaats

2.

De seiner gebruikt geen seinen, wanneer het gebied waarin het luchtvaartuig wordt geleid, niet vrij is van voorwerpen die het luchtvaartuig zouden kunnen raken bij het opvolgen van de te geven aanwijzing.

3.

De betekenis van de seinen blijft gelijk wanneer de seiner borden, verlichte stokken of lantaarns gebruikt.

Artikel 11

De volgende seinen worden gegeven door de bestuurder van een luchtvaartuig vanuit de cockpit, met zijn handen duidelijk zichtbaar voor de seiner, waarbij de handen zo nodig verlicht worden:

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

Artikel 12

Overtreding van artikel 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10 of 11 vormt een strafbaar feit.

Artikel 13

De Regeling seinen wordt ingetrokken.

Artikel 14

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 15

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling seinen luchtvaart.

Bijlage 1. , behorende bij artikel 5

1.

Het luchtvaartuig dat een reddingsvoertuig naar een luchtvaartuig of voertuig wil leiden dat in nood verkeert, geeft dit met de volgende, eventueel herhaalde, bewegingen aan:

2.

De volgende, eventueel herhaalde, bewegingen van een luchtvaartuig betekenen dat de hulp van het reddingsvoertuig waaraan het sein wordt gegeven niet langer nodig is:

op lage hoogte vlak achter het reddingsvoertuig langs vliegen en

3.

Reddingsvoertuigen reageren als volgt op de seinen, bedoeld in onderdeel 1 of 2:

4.

Overlevenden gebruiken de volgende grondseinen naar luchtvaartuigen:

5.

Reddingseenheden gebruiken de volgende grondseinen naar luchtvaartuigen:

6.

De grondseinen, bedoeld in onderdeel 4 of 5, worden ten minste 2,5 m (8 voet) hoog en zo opvallend mogelijk gemaakt. Aandacht voor deze seinen kan met andere middelen worden verkregen, zoals radio, vuur, rook en reflectie.

7.

De volgende seinen van luchtvaartuigen betekenen dat de grondseinen zijn begrepen:

8.

Het uitblijven van het sein, bedoeld in onderdeel 7, betekent dat het grondsein niet is begrepen.

9.

Wanneer een gezagvoerder bemerkt dat een luchtvaartuig, voertuig of vaartuig in nood verkeert is deze verplicht, tenzij hij hiertoe niet in staat is of de omstandigheden dit onredelijk of onnodig maken:

10.

Wanneer het eerste luchtvaartuig dat de plaats van een ongeval bereikt, niet van een zoek- of reddingsdienst is, is het belast met de leiding van de plaatselijke activiteiten van alle andere luchtvaartuigen totdat het eerste luchtvaartuig van een zoek- of reddingsdienst de locatie bereikt. Als het luchtvaartuig echter in de tussentijd niet in staat is te communiceren met het reddingscoördinatiecentrum of de luchtverkeersdienst, draagt het met wederzijdse goedkeuring zijn verantwoordelijkheid over aan een luchtvaartuig dat wel in staat is die communicatie te verzorgen, tot de komst van het eerste luchtvaartuig van de zoek- of reddingsdienst.

11.

Wanneer het noodzakelijk is voor een luchtvaartuig om een voertuig of vaartuig te leiden naar de plaats waar een luchtvaartuig, voertuig of vaartuig in nood is, doet de gezagvoerder dat door nauwkeurige aanwijzingen te geven met elk willekeurig middel dat ter beschikking is. Wanneer geen radiocontact tot stand kan worden gebracht, gebruikt het luchtvaartuig de seinen, bedoeld in onderdeel 1 of 2.

12.

Wanneer het noodzakelijk is voor een luchtvaartuig om informatie te verstrekken aan overlevenden of reddingseenheden en tweezijdig radiocontact niet mogelijk is, dropt het, indien uitvoerbaar, communicatiemiddelen waarmee wel rechtstreeks radiocontact mogelijk is, of verstrekt het de informatie door deze te droppen.

13.

Wanneer een grondsein zichtbaar is, geeft het luchtvaartuig aan of dit sein is begrepen middels de seinen, bedoeld in onderdeel 7 of 8, of via de methode als bedoeld in onderdeel 12.

14.

Wanneer een noodsein of -bericht of een soortgelijke boodschap door een luchtvaartuig is opgevangen middels telegrafie of radiotelefonie, is de gezagvoerder verplicht:

Bijlage 2. , behorende bij artikel 6

Serie Seinen te geven door het onderscheppende luchtvaartuig Betekenis Antwoord van het onder- schepte luchtvaartuig Betekenis
1. DAG of NACHT: Schommelen rond de langsas U bent onder- DAG of NACHT: Schommelen Begrepen, voldoe
van het luchtvaartuig en knipperen met de navi- schept. Volg mij. rond de langsas van het lucht- aan opdracht.
gatielichten met onregelmatige tussenpozen (en vaartuig, knipperen met de
landingslichten bij een helikopter), in een positie navigatielichten met onregel-
vóór, iets hoger dan en gewoonlijk links van het matige tussenpozen en volgen.
onderschepte luchtvaartuig (of rechts bij een
helikopter); na bevestiging gevolgd door een
flauwe horizontale bocht, als regel naar links (of
rechts bij een helikopter) naar de gewenste richting.
Opmerking 1: de weersomstandigheden of het
terrein kunnen het onderscheppende luchtvaar- tuig dwingen de posities en de richting als aan- gegeven in serie 1 om te keren
Opmerking 2: wanneer het onderschepte lucht-
vaartuig geen gelijke tred kan houden met het
onderscheppende luchtvaartuig, mag van het
laatste worden verwacht dat het een aantal
vliegpatronen zal vliegen, bestaand uit twee hal-
ve cirkels waarvan de uiteinden zijn verbonden
met twee parallelle lijnen in hetzelfde horizontale
vlak en elke keer dat het onderschepte luchtvaar-
tuig wordt gepasseerd het luchtvaartuig schom-
melt.
2. DAG of NACHT: Plotseling wegdraaien vanaf het U kunt doorgaan. DAG of NACHT: Schommelen Begrepen, voldoe
onderschepte luchtvaartuig met een stijgende rond de langsas van het lucht- aan opdracht.
bocht van 90° of meer, zonder de koerslijn van vaartuig.
het onderschepte luchtvaartuig te kruisen.
3. DAG of NACHT: Het landingsgestel neerlaten Land op dit lucht- DAG of NACHT: Het landings- Begrepen, voldoe
(indien mogelijk), ononderbroken landingslichten vaartterrein. gestel neerlaten (indien mogelijk), aan opdracht.
tonen, de in gebruik zijnde baan overvliegen of, ononderbroken landingslichten
als het onderschepte luchtvaartuig een helikopter tonen terwijl het onderscheppen-
is, over het helikopterlandingsterrein vliegen. de luchtvaartuig wordt gevolgd
Wanneer helikopters elkaar onderscheppen, en wanneer, na het overvliegen
maakt de onderscheppende helikopter een van de in gebruik zijnde baan of
landingsnadering en blijft in de buurt van het het helikopterlandingsterrein, het
landingsgebied vliegen. landingsterrein veilig wordt
geacht, doorgaan om te landen.
Serie Seinen te geven door het onderschepte luchtvaartuig Betekenis Antwoord van het onder- scheppende luchtvaartuig Betekenis
--- --- --- --- ---
4. DAG of NACHT: Het landingsgestel intrekken Het luchtvaart- Als het gewenst is dat het onder- Begrepen, volg
(indien mogelijk) en knipperen met de landings- terrein dat u schepte luchtvaartuig het onder- mij.
lichten tijdens het vliegen over de in gebruik hebt aangewezen scheppende luchtvaartuig volgt
zijnde baan of het helikopterlandingsterrein op is ongeschikt. naar een uitwijkhaven, trekt het
een hoogte, groter dan 300 m (1000 voet), maar onderscheppende luchtvaartuig
lager dan 600 m (2000 voet), bij een helikopter het landingsgestel in (indien
op een hoogte, groter dan 50 m (170 voet), maar mogelijk) en gebruikt de serie 1
lager dan 100 m (330 voet), boven luchtvaart- seinen voor onderscheppende
terreinhoogte, en doorgaan met cirkelen boven luchtvaartuigen.
de in gebruik zijnde baan of boven het landings- Als besloten is om het onder- Begrepen, u kunt
terrein. Als het niet mogelijk is met de landings- schepte luchtvaartuig vrij te laten, doorgaan.
lichten te knipperen, gebruik dan andere gebruikt het onderscheppende
beschikbare lichten. luchtvaartuig de serie 2 seinen
voor onderscheppende luchtvaar-
tuigen.
5. DAG of NACHT: regelmatig aan- en uitschakelen van alle beschikbare lichten, maar zo dat het kan worden onderscheiden van knipperlichten. Kan niet voldoen aan opdracht. DAG of NACHT: Gebruik de serie 2 seinen voor onderscheppende luchtvaartuigen. Begrepen.
6. DAG of NACHT: onregelmatig knipperen met In nood. DAG of NACHT: Gebruik de serie Begrepen.
alle beschikbare lichten. 2 seinen voor onderscheppende
luchtvaartuigen.
2.

Wanneer radioverbinding met het onderscheppende luchtvaartuig tot stand is gebracht maar communicatie in een gemeenschappelijke taal niet mogelijk is, worden pogingen ondernomen om essentiële informatie en bevestiging van opdrachten over te brengen door gebruikmaking van de volgende bewoordingen en uitspraken, waarbij elke bewoording twee maal wordt uitgezonden en de klemtoon op de onderstreepte delen wordt gelegd:

Term Uitspraak Betekenis Meaning
CALL SIGN KOL SA-IN Mijn roepnaam is My callsign is
WILCO VILL-KO Begrepen Understood
Voldoe aan opdracht Will comply
CANNOT KANN NOTT Kan niet voldoen aan opdracht Unable to comply
REPEAT REE-PEET Herhaal uw opdracht Repeat your instruction
AM LOST AM LOSST Positie onbekend Position unknown
MAYDAY MAY DAY Ik ben in nood I am in distress
HIJACK1Het gebruik van de term HIJACK kan in bepaalde omstandigheden onmogelijk of ongewenst zijn. HI-JACK Ik ben gekaapt I have been hijacked
LAND LAAND Ik wil landen op I request to land at
(place name) (place name) (plaatsnaam) (place name)
DESCEND DEE-SEND Ik wil dalen I require descent
Term Uitspraak Betekenis Meaning
--- --- --- ---
CALL SIGN KOL SA-IN Mijn roepnaam is My call sign is
FOLLOW FOL-LO Volg mij Follow me
DESCEND DEE-SEND Daal voor de landing Descend for landing
YOU LAND YOU-LAAND Land op dit luchtvaartterrein Land at this aerodrome
PROCEED PRO-SEED U kunt doorgaan You may proceed

Bijlage 3. , behorende bij artikel 9

De volgende grondseinen op een luchtvaartterrein hebben de daarachter vermelde betekenis:

a. rood vierkant bord met gele diagonalen in een seinenvierkant: verboden te landen voor onbepaalde tijd;

b. rood vierkant bord met één gele diagonaal in een seinenvierkant: opletten bij het landen;

c. witte halter in een seinenvierkant: landen, opstijgen en taxiën uitsluitend toegestaan op banen en rijbanen;

d. witte halter met zwarte dwarsbalken in een seinenvierkant: landen en opstijgen uitsluitend toegestaan op banen: taxiën toegestaan op en buiten rijbanen;

e. kruisen in een enkelvoudige kleur, liefst geel of wit, op het landingsterrein: het gedeelte binnen de kruisen in onbruikbaar;

f. witte of oranje landings-T: landen en opstijgen in een lijn evenwijdig aan het staande been van de T en in de richting van de voet naar de top van de T. Bij nachtelijk gebruik van het terrein wordt de landings-T verlicht of met witte lampen afgetekend;

g. twee cijfers tegen of in de nabijheid van de verkeerstoren: richting, waarin moet worden opgestegen, uitgedrukt in tientallen graden ten opzichte van het magnetisch Noorden, afgerond op het meest nabijkomende tiental graden;

h. pijl in een sprekende kleur in een seinenvierkant of aan het einde van de in gebruik zijnde baan: vóór het landen en na het opstijgen iedere bocht naar rechts maken (rechterhand-luchtverkeerscircuit);

i. zwarte C op gele achtergrond: luchtverkeersmeldingspost;

j. dubbel wit kruis in het seinenvierkant: zweefvliegen vindt plaats op het luchtvaartterrein.

Bijlage 4. , behorende bij artikel 10

I. De volgende seinenworden door de seiner gegeven door middel van de daarachter vermelde parkeerseinen

a. Ga verder onder aanwijzing van de seiner: De seiner leidt het luchtvaartuig, indien dit noodzakelijk is.

b. Hier parkeren: De armen omhoog gestrekt met de handpalmen naar elkaar toe.

c. Ga verder naar de volgende seiner: Rechter- of linkerarm naar beneden, andere arm gekruist voor het lichaam en gestrekt in de richting van de volgende seiner.

d. Rechtuit rijden: De armen worden een weinig uit elkaar, met de handpalmen achterwaarts, herhaaldelijk vanaf schouderhoogte naar boven en naar achteren bewogen.

e. Draai naar links: De rechterarm wijst naar beneden; de linkerarm wordt herhaaldelijk van recht vooruit naar boven en naar achteren bewogen. Hoe sneller de arm wordt bewogen, hoe sneller moet worden gedraaid.

f. Draai naar rechts: De linkerarm wijst naar beneden; de rechterarm wordt herhaaldelijk van recht vooruit naar boven en naar achteren bewogen. Hoe sneller de arm wordt bewogen, hoe sneller moet worden gedraaid.

g. Stop: De gestrekte armen worden herhaaldelijk boven het hoofd gekruist. Hoe sneller de armen worden gekruist, hoe sneller moet worden gestopt.

h. Remmen vast: De arm en geopende hand worden horizontaal gestrekt voor het lichaam, waarna een vuist wordt gemaakt.

i. Remmen los: De arm en hand met gebalde vuist worden horizontaal gestrekt voor het lichaam, waarna de vuist geopend wordt.

j. Wielblokken worden vastgezet: De gestrekte armen worden met de handpalm naar binnen van zijwaarts naar omlaag bewogen.

k. Wielblokken zijn weggenomen: De gestrekte armen worden met de handpalm naar buiten van omlaag in zijwaartse richting bewogen.

l. Motor(en) starten: De rechterhand beschrijft een cirkel naast het hoofd, terwijl met het aantal opgestoken vingers wordt aangegeven welke motor moet worden gestart; de motoren worden aangeduid door opeenvolgende nummering, te beginnen met de buitenste linker motor, die als nummer 1 wordt aangeduid.

m. Motor(en) afzetten: De rechter- of linkerhand wordt, met de handpalm naar beneden, op schouderhoogte voor de keel heen en weer bewogen, terwijl de arm gebogen blijft.

n. Snelheid verminderen: De armen worden met de handpalmen naar beneden gericht herhaaldelijk naast het lichaam op en neer bewogen.

o. Snelheid van de motoren verminderen aan de aangegeven zijde: De armen worden – met de handpalmen naar de grond gericht – langs het lichaam gestrekt, waarna de linker of rechterhand op en neer wordt bewogen om aan te geven dat de linker of rechter motor(en) snelheid moet(en) minderen.

p. Achteruit: De gestrekte armen worden – met de handpalmen naar voren gericht – herhaaldelijk naar voren en naar boven langs het lichaam bewogen tot aan schouderhoogte.

q. Staart naar rechts, achteruitrijdend: De linkerarm wijst zijwaarts omlaag, terwijl de gestrekte rechterarm – met de handpalm naar voren gericht – herhaaldelijk van omhoog naar voren wordt bewogen.

r. Staart naar links, achteruitrijdend: De rechterarm wijst zijwaarts omlaag, terwijl de gestrekte linkerarm – met de handpalm naar voren gericht – herhaaldelijk van omhoog naar voren wordt bewogen.

s. Alles vrij: De rechterarm wordt opgeheven vanaf de elleboog, terwijl de duim van de rechterhand omhoog wijst.

II. de volgende aanwijzingen voor helikopters worden door de seiner gegeven door middel van de daarachter vermelde manoeuvreertekens

a. Houd positie (‘hover’): Armen horizontaal zijwaarts uitgestrekt.

b. Stijgen: De armen worden horizontaal zijwaarts uitgestrekt en naar boven bewogen, met de handpalmen naar boven gericht. De snelheid van de beweging geeft de stijgsnelheid aan.

c. Dalen: De armen worden horizontaal zijwaarts uitgestrekt en naar beneden bewogen, met de handpalmen naar beneden gericht. De snelheid van de beweging geeft de daalsnelheid aan.

d. Vlieg horizontaal in de aangegeven richting: De ene arm wijst zijwaarts in de vliegrichting, terwijl de andere arm herhaaldelijk in dezelfde richting voor het lichaam wordt bewogen.

e. Landen: De armen gekruist voor het lichaam naar beneden gestrekt.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.