Besluit van het bestuur van het Productschap Tuinbouw van 1 juli 2004, houdende de vaststelling van een heffing over de teelt van groenten en fruit, voor het jaar 2005 (Verordening PT heffing teelt groenten en fruit 2005)

Type Pbo
Publication 2004-11-06
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

gelet op de artikelen 95 en 126 van de Wet op de bedrijfsorganisatie, en

gelet op de artikelen 12 tot en met 14 van het Instellingsbesluit Productschap Tuinbouw;

gehoord de Sectorcommissie voor groenten en fruit, d.d. 24 juni 2004

BESLUIT:

§ 1. Begripsbepalingen

Artikel 1
1.

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen worden overgenomen de begripsbepalingen van de artikelen 1 en 2 van het Instellingsbesluit Productschap Tuinbouw.

2.

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

3.

Deze verordening is niet van toepassing op de teelt van uien.

§ 2. Heffingsplicht

Artikel 2
1.

De ondernemer is jaarlijks een heffing aan het Productschap Tuinbouw verschuldigd ten behoeve van aangelegenheden als milieuprojecten, kwaliteitscontrole, onderzoek en afzetbevordering, alsmede de algemene kosten van het Productschap Tuinbouw.

2.

De heffing als bedoeld in het eerste lid, wordt opgelegd en berekend door de voorzitter, met inachtneming van het in de volgende artikelen bepaalde.

§ 3. Grondslag en hoogte

Artikel 3
1.

De heffing die de ondernemer is verschuldigd, wordt opgelegd naar de grondslag van de productwaarde over het kalenderjaar 2005.

2.

De heffing als bedoeld in het eerste lid, wordt uitgedrukt in een percentage van de productwaarde en bedraagt ten hoogste voor:

a. glasgroenten: 0.60%;
b. vollegrondsgroenten: 0.80%;
c. fruit: 0.90%;
d. champignons : 1.50%;
e. uitgangsmateriaal: 0.20%.
3.

De hoogte van de heffing als bedoeld in het tweede lid, wordt door middel van een besluit van het bestuur vastgesteld, met inachtneming van de genoemde maxima voor verschillende soorten groenten en fruit.

4.

Indien en voor zover de ondernemer op contract teelt voor industrie die groenten en fruit verduurzaamt of bewerkt, is geen heffing verschuldigd waar het kwaliteitscontrole betreft; tegelijk met de jaarlijkse vaststelling van de hoogte van de heffing als bedoeld in het derde lid, stelt het bestuur het percentage vast, waarmee de heffing voor die gevallen wordt verlaagd.

§ 4. Oplegging en inning

Artikel 4

Indien de heffingsplichtige de gegevens die hem krachtens of ten behoeve van de onderhavige verordening zijn gevraagd, niet, niet tijdig of niet volledig verstrekt, wordt de heffing berekend over de dan door de voorzitter te ramen omvang van de grondslag die op de heffingsplichtige ingevolge deze verordening van toepassing is, in welk geval de heffing met € 40,= wordt verhoogd in verband met administratiekosten.

Artikel 5
1.

De oplegging van de krachtens deze verordening verschuldigde heffing vindt plaats na afloop van het jaar waarover de heffing verschuldigd is en geschiedt door de voorzitter door middel van toezending of uitreiking aan de heffingsplichtige van een heffingsnota.

2.

Iedere heffingsnota is gedagtekend en bevat ten minste:

3.

In afwijking van het eerste lid, kan de voorzitter de heffingsplichtige een voorlopige heffing opleggen tot het bedrag waarop de heffing vermoedelijk zal worden vastgesteld. De voorlopige heffing wordt verrekend met de krachtens deze verordening verschuldigde heffing.

4.

De heffingsplichtige kan bij wijze van voorschot de heffing ingeval van transacties via een afzetorganisatie in gedeelten voldoen. In dat geval houdt de afzetorganisatie per transactie in het door het bestuur vastgestelde percentage of vastgesteld tarief, bedoeld in artikel 3, derde lid.

5.

Voorschotten als bedoeld in het vierde lid worden verrekend met de krachtens deze verordening verschuldigde heffing.

Artikel 6

De voorzitter kan, indien hem uit te zijner beschikking gekomen gegevens blijkt dat de verstrekking van de gegevens of een raming als bedoeld in artikel 4, niet in overeenstemming is met de werkelijkheid, een opgelegde heffing aan de hand van deze gegevens herzien en opnieuw opleggen.

Artikel 7
1.

Betaling geschiedt binnen 30 dagen na dagtekening van de heffingsnota.

2.

In afwijking van het eerste lid is de nota terstond invorderbaar:

Artikel 8

Aan de heffingsplichtige, die niet of niet geheel binnen de in artikel 7 bedoelde termijn heeft betaald, kunnen de daaruit voortvloeiende extra kosten van € 22,50 in rekening worden gebracht, alsmede de wettelijke interest over het niet betaalde bedrag, te berekenen vanaf de dag waarop de betaling diende te zijn verricht ingevolge de aanmaning bedoeld in artikel 127, tweede lid van de Wet op de bedrijfsorganisatie.

Artikel 9

De invorderingskosten voortvloeiend uit het niet betalen binnen de gestelde termijn als bedoeld in artikel 7 en 8, zijn voor rekening en risico van de ondernemer.

Artikel 10

De voorzitter is belast met de oplegging en inning van de heffing en de daarmee samenhangende kosten als bedoeld in de artikelen 6 tot en met 9.

Artikel 11
1.

De gegevens verkregen uit hoofde van het bepaalde in deze verordening dienen in handen van de voorzitter of door deze aan te wijzen personen van het secretariaat van het productschap te worden gesteld.

2.

Deze gegevens mogen slechts worden gebezigd voor de vervulling van de taak van het productschap.

§ 5. Slotbepalingen

Artikel 12

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de datum van publicatie in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 13

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening PT heffing teelt groenten en fruit 2005.

De verordening en de daarbij behorende toelichting worden gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.