Regeling van de Minister van Justitie van 26 juli 2004, nr. 5296620/804, houdende regels inzake individuele keuzen in het arbeidsvoorwaardenpakket (IKAP) voor de sector Rechterlijke Macht
Geldende tekst a fecha 2017-09-27
Gelet op artikel 38k, tweede lid, van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren;
Besluit:
Artikel 1
1.
De IKAP-regeling rijkspersoneel is van overeenkomstige toepassing op de rechterlijke ambtenaren die zijn aangesteld of aangewezen voor het vervullen van een volledige of gedeeltelijke taak met dien verstande dat:
- a. onder ambtenaar wordt verstaan: rechterlijk ambtenaar;
- b. onder bevoegd gezag wordt verstaan: functionele autoriteit;
- c. onder sector Rijk wordt verstaan: sector Rechterlijke Macht;
- d. onder arbeidsduur, arbeidsduurfactor, salaris, salaris per uur, vakantie, onderscheidenlijk vakantie-uitkering wordt verstaan: hetgeen daaronder wordt verstaan in of krachtens de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren;
- e. onder artikel 21a van het ARAR moet worden verstaan: artikel 8d van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren;
- f. onder artikel 23b van het ARAR moet worden verstaan: artikel 33d van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren;
- g. onder artikel 33g van het ARAR moet worden verstaan: artikel 33n van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren;
- h. onder artikel 129a, eerste en tweede lid, van het ARAR moet worden verstaan: artikel 33fa, eerste en tweede lid, van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren.
2.
In afwijking van artikel 3, eerste lid, van de IKAP-Regeling rijkspersoneel, bedraagt het aantal meer te werken uren voor de rechterlijke ambtenaren maximaal 200 uur per kalenderjaar.
Artikel 2
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2004.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.