← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling tot vaststelling van een nieuw examenreglement met betrekking tot bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaart (Examenreglement voor luchtvarenden 2004)

Geldende tekst a fecha 2013-08-23

Gelet op de artikelen 14, vierde lid, en 16 van het Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaart;

Besluit:

§ 1. Algemeen

Artikel 1
1.

In deze regeling wordt verstaan onder:

2.

In deze regeling wordt met de volgende toevoegingen bedoeld:

§ 2. Theorie-examen

Artikel 2

Van het schriftelijk theorie-examen wordt informatie over de examenplanning en de examenlocaties bekendgemaakt door het CBR.

Artikel 3
1.

De kandidaat of de door hem gemachtigde opleidingsinstelling doet een aanvraag voor het afleggen van een schriftelijk theorie-examen bij het CBR op de door het CBR vastgestelde wijze.

2.

Het CBR verstrekt de kandidaat voor het schriftelijk theorie-examen een toelatingsbewijs, dat:

Artikel 4
1.

De kandidaat wordt slechts toegelaten tot het examen indien hij:

2.

Aanvullende eisen voor toelating tot het schriftelijk theorie-examen worden vastgesteld en bekendgemaakt door het CBR.

Artikel 5
1.

Voor het afleggen van een theorie-examen is de kandidaat examengeld verschuldigd, volgens het door de minister in de Regeling tarieven luchtvaart 2008 vastgestelde tarief.

2.

Betalings-, annulerings-, en restitutievoorwaarden worden vastgesteld en bekendgemaakt door het CBR.

Artikel 6

Met inachtneming van de artikelen 2 en 3 van het Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaart zijn op het theorie-examen voor ATPL, CPL(A) en CPL(H), MPL, PPL en IR de bepalingen van JAR-FCL 1.490 respectievelijk JAR-FCL 2.490 van toepassing met dien verstande dat:

Artikel 7

Voor andere dan de in artikel 6 bedoelde theorie-examens geldt dat:

Artikel 8
1.

De theorie-examens worden schriftelijk afgenomen.

2.

De taal waarin de theorie-examens worden afgenomen is:

3.

Ten behoeve van de schriftelijke theorie-examens stelt het CBR een huishoudelijk reglement vast waarin in ieder geval zijn omschreven het toezicht, de ordemaatregelen en consequenties van het plegen van onregelmatigheden.

4.

In afwijking van het eerste lid wordt het theorie-examen voor CSR mondeling afgenomen tijdens het praktijkexamen.

5.

De minister stelt de inhoud van het CSR examen vast.

Artikel 9

De minister kan de uitslag van het schriftelijk theorie-examen ongeldig verklaren en een kandidaat tijdelijk uitsluiten van het schriftelijk theorie-examen indien de kandidaat tijdens het afleggen van het schriftelijk theorie-examen onregelmatigheden pleegt.

Artikel 10
1.

De beoordeling in hoeverre de kandidaat aan de kenniseisen voldoet, wordt uitgedrukt in een percentage van het totaal per vak toe te kennen aantal punten.

2.

Het eindresultaat van de beoordeling per examen luidt:

Artikel 11

Na het afleggen van een of meer vakken dan wel de afronding van het theorie-examen, voorziet Onze Minister de kandidaat van een resultaatbrief.

Artikel 12
1.

De kandidaat die het niet eens is met de uitslag van het schriftelijk theorie-examen kan een verzoek om herziening indienen bij het CBR.

2.

Voorwaarden en eisen omtrent het indienen van een verzoek om herziening worden vastgesteld en bekendgemaakt door het CBR.

3.

Op verzoek kan de kandidaat, bedoeld in het eerste lid, inzage krijgen in het theorie-examen.

4.

Onze Minister neemt binnen zes weken na ontvangst van het verzoekschrift een beslissing op het verzoek.

§ 3. Praktijkexamen

Artikel 13

Een praktijkexamen en een proeve van bekwaamheid worden afgenomen op een luchtvaartuig dan wel een FSTD, die daartoe gekwalificeerd is op grond van de Regeling kwalificatie FSTD’s.

Artikel 14
1.

De kandidaat of een door hem daartoe gemachtigde opleidingsinstelling doet een aanvraag voor het afleggen van een praktijkexamen of proeve van bekwaamheid op een door Onze Minister dan wel een protocolhouder verstrekt aanvraagformulier.

2.

Indien de opleidingsinstelling op het aanvraagformulier verklaart dat de kandidaat de vereiste opleiding binnen de maximale termijn heeft doorlopen dan wel dat de kandidaat die een geïntegreerde opleiding volgt, het desbetreffende theorie-examen heeft behaald en voldoende is voorbereid op het praktijkexamen, verstrekt Onze Minister dan wel een protocolhouder de aanvrager een examenformulier.

3.

Indien een kandidaat die een aanvraag doet voor het afleggen van het praktijkexamen voor het bewijs van bevoegdheid CPL(FB) aantoont dat het desbetreffende theorie-examen is behaald en aan de ervaringseisen is voldaan, verstrekt Onze Minister de kandidaat een examenformulier.

4.

Onze Minister dan wel een protocolhouder verstrekt de aanvrager van een proeve van bekwaamheid de desbetreffende examenformulieren.

Artikel 15
1.

De kandidaat laat zich ten behoeve van het afleggen van een praktijkexamen of proeve van bekwaamheid een geautoriseerde examinator als bedoeld in Hoofdstuk 2 van de Regeling examinatoren voor luchtvarenden 2004 toedelen door:

2.

De datum, tijdstip en locatie waarop het praktijkexamen of de proeve van bekwaamheid wordt afgelegd, worden vastgesteld door degene die krachtens het eerste lid de examinator toedeelt.

Artikel 16
1.

Een kandidaat is voor het afleggen van een praktijkexamen of proeve van bekwaamheid een vergoeding verschuldigd aan:

2.

Het bedrag van de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld op grondslag van artikel 4 van de Regeling examinatoren voor luchtvarenden 2004.

Artikel 17

De kandidaat wordt slechts toegelaten tot het praktijkexamen of de proeve van bekwaamheid indien hij voor aanvang aan de examinator, bedoeld in artikel 15, de volgende bescheiden overlegt:

Artikel 18
1.

De kandidaat dan wel de opleidingsinstelling draagt zorg voor de beschikbaarheid van een luchtvaartuig of FSTD, voor zover van toepassing, voor het afleggen van een praktijkexamen of een proeve van bekwaamheid.

2.

Praktijkexamens en proeven van bekwaamheid voor een ATPL, CFEL of een multi-pilot type bevoegdverklaring worden uitgevoerd in een FSTD als bedoeld in artikel 13, tenzij er geen FSTD beschikbaar is die het voor een examenonderdeel vereiste niveau van kwalificatie heeft, dan wel er voor het desbetreffende type luchtvaartuig geen gekwalificeerde FSTD voorhanden is.

3.

De examenonderdelen die niet geëxamineerd kunnen worden in een FSTD, worden afgenomen in een luchtvaartuig van het desbetreffende type of de desbetreffende klasse.

Artikel 19
1.

Een praktijkexamen en een proeve van bekwaamheid bestaan uit examensecties. Examensecties zijn onderverdeeld in examenitems, die uitsluitend positief of negatief kunnen worden beoordeeld.

2.

Het praktijkexamen of een proeve van bekwaamheid voor ATPL, CPL(A) en CPL(H),MPL en PPL wordt afgenomen met inachtneming van artikel 2 van het Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaart met dien verstande dat alle examensecties binnen ten hoogte 6 maanden worden behaald.

3.

Onverminderd het tweede lid is bij het afnemen van het praktijkexamen bijlage 2, behorende bij deze regeling van toepassing. Onze Minister kan van deze bijlage afwijken indien de strikte naleving ervan in het concrete geval niet nodig is en een onevenredig nadeel voor de kandidaat zou opleveren

Artikel 20
1.

Voor andere dan de in artikel 19 bedoelde praktijkexamens of proeven van bekwaamheid geldt dat:

2.

Onverminderd het eerste lid is bij het afnemen van het praktijkexamen bijlage 2, behorende bij deze regeling van toepassing. Van deze bijlage kan worden afgeweken indien de strikte naleving ervan in het concrete geval niet nodig is en een onevenredig nadeel voor de kandidaat zou opleveren.

Artikel 21
1.

Bij het afnemen van een praktijkexamen of een proeve van bekwaamheid wordt, wat betreft de bevoegdverklaringen, uitgegaan van de volgende eisen en procedures, zoals gesteld in de bij Subdeel F JAR-FCL 1, 2 en 4 behorende bijlagen met betrekking tot praktijkexamen of een proeve van bekwaamheid met dien verstande dat alle examensecties binnen ten hoogste 6 maanden behaald worden.

2.

Onverminderd het eerste lid is bij het afnemen van het praktijkexamen bijlage 2, behorende bij deze regeling van toepassing. Van deze bijlage kan worden afgeweken indien de strikte naleving ervan in het concrete geval niet nodig is en een onevenredig nadeel voor de kandidaat zou opleveren.

Artikel 22
1.

De uitslag van een praktijkexamen wordt vastgesteld door Onze Minister aan de hand van de gegevens die door de examinator, bedoeld in artikel 15, eerste lid, op het examenformulier zijn aangetekend.

2.

De uitslag van een praktijkexamen wordt bepaald volgens de eisen gesteld in Bijlage 1 bij JAR-FCL 1.240 en 1.295, onder 3 en 4, Bijlage 1 bij JAR-FCL 2.240 en 2.295, onder 3 en 4, en Bijlage 1 bij 4.240.

3.

Indien het resultaat van het praktijkexamen positief is beoordeeld behoudt dit resultaat gedurende zes maanden na het behalen daarvan zijn geldigheid.

4.

Onze Minister voorziet de kandidaat van een resultaatbrief met de uitslag van het praktijkexamen.

Artikel 23
1.

Met betrekking tot de vaststelling van de uitslag van een proeve van bekwaamheid is artikel 22, behoudens het vijfde lid, van overeenkomstige toepassing.

2.

Indien de examinator een proeve van bekwaamheid positief beoordeelt, tekent hij dit aan op het examenformulier en tekent hij namens Onze Minister de verlenging dan wel de hernieuwde afgifte aan op het document waarop bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen zijn weergegeven.

3.

Indien de examinator een proeve van bekwaamheid negatief beoordeelt, tekent hij dit aan op het examenformulier.

Artikel 24

Vervallen

Artikel 25
1.

In afwijking van artikel 14 tot en met 22 kan de kandidaat aantonen te voldoen aan de bedrevenheidseisen voor afgifte, verlenging of hernieuwde afgifte, bedoeld in de Regeling bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen voor luchtvarenden 2001, door met goed gevolg een praktijkexamen of proeve van bekwaamheid af te leggen, afgenomen door een examinator die in overeenstemming met de bepalingen van JAR-FCL is geautoriseerd door de bevoegde autoriteit van een staat, bedoeld in artikel 1 van de Regeling aanwijzing JAA-landen 2003.

2.

Het gestelde in het eerste lid geldt niet:

3.

Een praktijkexamen of proeve van bekwaamheid, bedoeld in het eerste lid, wordt door de kandidaat afgelegd en door de examinator afgenomen in overeenstemming met de voor het relevante praktijkexamen of de relevante proeve van bekwaamheid op JAR-FCL gebaseerde in de desbetreffende staat geldende regels.

4.

Met betrekking tot de vaststelling van de uitslag van zowel een praktijkexamen als een proeve van bekwaamheid is artikel 22 van overeenkomstige toepassing.

5.

De uitslag wordt slechts vastgesteld na het overleggen aan de minister van een bewijs dat de examinator is toegedeeld in overeenstemming met de in de desbetreffende staat, bedoeld in het eerste en derde lid, geldende regels.

§ 4. Nationaal Expert Team

Artikel 26
1.

Om het CBR desgevraagd van advies te dienen en te ondersteunen wat betreft de theorie-examinering betreffende ATPL, CPL en IR respectievelijk CPL(FB), PPL en RPL kan het CBR Experts Theorie-examinering benoemen.

2.

Om Onze Minister desgevraagd van advies te dienen en bij te staan wat betreft het standaardiseren en bewaken van de kwaliteit van de praktijkexamens kan Onze Minister een Nationaal Expert Team-Praktijk instellen.

3.

Het Nationaal Expert Team-Praktijk kan subcommissies, met de benaming standaardisatiecommissies instellen.

Artikel 27
1.

De Experts Theorie-examinering worden door het CBR benoemd voor een periode van ten hoogste 3 jaar. De Experts Theorie-examinering kunnen telkens voor ten hoogste 3 jaar worden herbenoemd.

2.

Een Nationaal Expert Team-Praktijk bestaat uit een door Onze Minister vast te stellen aantal leden, die door Onze Minister worden benoemd voor een periode van ten hoogste 3 jaar. De leden kunnen telkens voor ten hoogste 3 jaar worden herbenoemd.

3.

De Experts Theorie-examinering kunnen worden benoemd uit de kring van deskundigen met een aantoonbare binding met de beroepspraktijk met betrekking tot de relevante theorie-examenvakken.

4.

Leden van het Nationaal Expert Team-Praktijk kunnen worden benoemd uit de kring van examinatoren en senior-examinatoren, als bedoeld in de Regeling examinatoren voor luchtvarenden 2004.

5.

Het CBR respectievelijk de minister verleent tussentijds ontslag aan een Expert Theorie-examinering of een lid van het Nationaal Expert Team-Praktijk:

6.

Elk Nationaal Expert Team-Praktijk stelt een reglement vast ter nadere regeling van haar werkzaamheden. Het reglement behoeft de goedkeuring van Onze Minister.

7.

De Experts Theorie-examinering houden de inhoud van theorie-examenvragen geheim.

Artikel 28
1.

Een lid van een Nationaal Expert Team-Praktijk kan voor op verzoek van Onze Minister uit te voeren taken een vergoeding declareren bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

2.

De vergoeding, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit:

3.

Functionarissen in dienst van het Rijk, van een ander publiekrechtelijk lichaam dan het Rijk of van een door het Rijk in het leven geroepen instelling, dan wel van een instelling welker personeelskosten door het Rijk worden vergoed, ontvangen geen vergoeding als bedoeld in het eerste lid, indien hun benoeming haar oorzaak vindt in de functie die zij vervullen.

§ 5. Slotbepalingen

Artikel 29

Het Examenreglement voor luchtvarenden 2001 wordt ingetrokken.

Artikel 30

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2004. Indien de Staatscourant, waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 29 september 2004, treedt zij in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt zij terug tot en met 1 oktober 2004.

Artikel 31

Deze regeling wordt aangehaald als: Examenreglement voor luchtvarenden 2004.

Bijlage 1

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Bijlage 1

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Artikel 28a
1.

Een Expert Theorie-examinering kan voor op verzoek van het CBR uit te voeren taken een vergoeding declareren bij het Ministerie van Infrastructuur en Milieu.

2.

De vergoeding, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit:

3.

In afwijking van het tweede lid bestaat de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, voor:

4.

Onverminderd het eerste tot en met het derde lid ontvangt een Expert Theorie-examinering een vaste vergoeding per jaar bestaande uit het honorarium per uur bedoeld in het tweede lid, vermenigvuldigd met een factor 16. De jaarlijkse vaste vergoeding wordt in twee termijnen uitgekeerd.

§ 5. Slotbepalingen

Bijlage 1

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Artikel 1a

Het schriftelijk theorie-examen wordt afgenomen door het CBR.

§ 3. Praktijkexamen

§ 4. Nationaal Expert Team

§ 5. Slotbepalingen

Bijlage 2

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.