← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling tot vaststelling van een nieuw examenreglement met betrekking tot bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaart (Examenreglement voor luchtvarenden 2004)

Geldende tekst a fecha 2021-04-20

Gelet op de artikelen 14, vierde lid, en 16 van het Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaart;

Besluit:

§ 1. Algemeen

Artikel 1
2.

In deze regeling wordt verstaan onder:

3.

In deze regeling wordt met de volgende toevoegingen bedoeld:

§ 2. Theorie-examen

Artikel 2

Van de theorie-examens wordt informatie over de examenplanning en de examenlocaties bekendgemaakt door:

Artikel 3
1.

De kandidaat of de door hem gemachtigde opleidingsinstelling doet een aanvraag voor het afleggen van een theorie-examen bij het CBR op de door het CBR vastgestelde wijze.

2.

Het CBR verstrekt de kandidaat voor het theorie-examen een toelatingsbewijs, dat:

3.

Het in het tweede lid bedoelde toelatingsbewijs vermeldt het persoonsgebonden registratienummer en de geldigheidsduur van het toelatingsbewijs, te weten 18 maanden, gerekend vanaf de laatste dag van de kalendermaand waarin de kandidaat voor het eerst aan een examenzitting heeft deelgenomen.

Artikel 4
1.

De kandidaat wordt slechts toegelaten tot het examen indien hij:

2.

Aanvullende eisen voor toelating tot het theorie-examen worden vastgesteld en bekendgemaakt door het CBR, de stichting, of de houder van het examinatorcertificaat RFE(GC).

Artikel 5

Voor het afleggen van een theorie-examen is de kandidaat examengeld verschuldigd.

Artikel 6

Vervallen

Artikel 7

Vervallen

Artikel 8
1.

De theorie-examens worden schriftelijk afgenomen.

2.

De taal waarin de theorie-examens worden afgenomen is:

3.

Ten behoeve van de schriftelijke theorie-examens stellen het CBR onderscheidenlijk de stichting een huishoudelijk reglement vast waarin in ieder geval zijn omschreven het toezicht, de ordemaatregelen en consequenties van het plegen van onregelmatigheden.

4.

In afwijking van het derde lid worden de gyrokoptertheorie-examens georganiseerd volgens de in de bijlage bij deze regeling gestelde regels.

Artikel 9

De minister kan de uitslag van het theorie-examen ongeldig verklaren en een kandidaat tijdelijk uitsluiten van het theorie-examen indien de kandidaat tijdens het afleggen van het theorie-examen onregelmatigheden pleegt.

Artikel 10
1.

De beoordeling in hoeverre de kandidaat aan de kenniseisen voldoet, wordt uitgedrukt in een percentage van het totaal per vak toe te kennen aantal punten.

2.

Het eindresultaat van de beoordeling per examen luidt:

3.

Voor de beoordeling van het theorie-examen, bedoeld in artikel 1a, derde lid, geldt dat een kandidaat slaagt voor een examenonderdeel wanneer hij een score van tenminste 75% behaalt van het aantal punten dat voor dat examenonderdeel kan worden behaald.

Artikel 11

Na het afleggen van een of meer vakken dan wel de afronding van het theorie-examen voor de in artikel 3, tweede lid, bedoelde bewijzen van bevoegdheid, voorziet het CBR de kandidaat van een resultaatbrief.

Artikel 12
1.

De kandidaat die het niet eens is met de uitslag van het schriftelijk theorie-examen kan een verzoek om herziening indienen bij het CBR, de stichting dan wel de houder van het examinatorcertificaat RFE(GC).

2.

Voorwaarden en eisen omtrent het indienen van een verzoek om herziening worden vastgesteld en bekendgemaakt door het CBR, de stichting dan wel de minister.

3.

Op verzoek kan de kandidaat, bedoeld in het eerste lid, inzage krijgen in het theorie-examen.

4.

Tegen het resultaat van de herziening kan de kandidaat bezwaar aantekenen bij de minister.

5.

De minister neemt binnen zes weken na ontvangst van het verzoekschrift een beslissing op het bezwaar.

§ 3. Praktijkexamen

Artikel 13

Een praktijkexamen en een proeve van bekwaamheid worden afgenomen op een luchtvaartuig dan wel een daartoe gekwalificeerde FSTD.

Artikel 14

De minister stelt de examenformulieren ter beschikking aan de examinator van een praktijkexamen of een proeve van bekwaamheid.

Artikel 15
1.

In bijzondere gevallen kan de minister een examinator toedelen.

2.

Bij de keuze voor of toedeling van een examinator is FCL.1005 van deel FCL van overeenkomstige toepassing.

3.

De datum, het tijdstip en de locatie waarop het praktijkexamen of de proeve van bekwaamheid wordt afgelegd, worden vastgesteld door de examinator.

Artikel 16

Een kandidaat is voor het afleggen van een praktijkexamen of proeve van bekwaamheid een vergoeding verschuldigd aan de examinator.

Artikel 17

De kandidaat wordt slechts toegelaten tot het praktijkexamen of de proeve van bekwaamheid indien hij voor aanvang aan de examinator, bedoeld in artikel 15, een wettig en geldig legitimatiebewijs overlegt en het examengeld heeft betaald

Artikel 18
1.

De kandidaat dan wel de opleidingsinstelling draagt zorg voor de beschikbaarheid van een luchtvaartuig of FSTD, voor zover van toepassing, voor het afleggen van een praktijkexamen of een proeve van bekwaamheid.

2.

Praktijkexamens en proeven van bekwaamheid voor een ATPL, of een multi-pilot type bevoegdverklaring worden uitgevoerd in een FSTD als bedoeld in artikel 13, tenzij er geen FSTD beschikbaar is die het voor een examenonderdeel vereiste niveau van kwalificatie heeft, dan wel er voor het desbetreffende type luchtvaartuig geen gekwalificeerde FSTD voorhanden is.

3.

De examenonderdelen die niet geëxamineerd kunnen worden in een FSTD, worden afgenomen in een luchtvaartuig van het desbetreffende type of de desbetreffende klasse.

Artikel 19

Vervallen

Artikel 20

Voor de praktijkexamens of proeven van bekwaamheid voor RPL geldt dat:

Artikel 21

Vervallen

Artikel 22

De uitslag van een praktijkexamen voor RPL wordt door de examinator namens de minister vastgesteld en vastgelegd op het examenformulier aan de hand van de gegevens die door de examinator op het vaardigheidstestschema zijn aangetekend.

Artikel 23
1.

Met betrekking tot de vaststelling van de uitslag van een proeve van bekwaamheid is artikel 22 van overeenkomstige toepassing.

2.

Indien de examinator een proeve van bekwaamheid positief beoordeelt, tekent hij dit aan op het examenformulier en tekent hij namens de minister de verlenging dan wel de hernieuwde afgifte aan op het document waarop bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen zijn weergegeven.

3.

Indien de examinator een proeve van bekwaamheid negatief beoordeelt, tekent hij dit aan op het examenformulier.

Artikel 24

Vervallen

Artikel 25

Vervallen

§ 4. Nationaal Expert Team

Artikel 26
1.

Om de minister desgevraagd van advies te dienen en bij te staan wat betreft het standaardiseren en bewaken van de kwaliteit van de praktijkexamens kan de minister een Nationaal Expert Team-Praktijk instellen.

2.

Het Nationaal Expert Team-Praktijk kan subcommissies, met de benaming standaardisatiecommissies instellen.

Artikel 27
1.

Een Nationaal Expert Team-Praktijk bestaat uit een door de minister vast te stellen aantal leden, die door de minister worden benoemd voor een periode van ten hoogste 3 jaar. De leden kunnen telkens voor ten hoogste 3 jaar worden herbenoemd.

2.

Leden van het Nationaal Expert Team-Praktijk kunnen worden benoemd uit de kring van examinatoren en senior-examinatoren, als bedoeld in de Regeling examinatoren voor luchtvarenden 2004.

3.

De minister verleent tussentijds ontslag aan een lid van het Nationale Expert Team-Praktijk:

4.

Elk Nationaal Expert Team-Praktijk stelt een reglement vast ter nadere regeling van haar werkzaamheden. Het reglement behoeft de goedkeuring van de minister.

Artikel 28
1.

Een lid van een Nationaal Expert Team-Praktijk kan voor op verzoek van de minister uit te voeren taken een vergoeding declareren bij de minister.

2.

De vergoeding, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit:

3.

Functionarissen in dienst van het Rijk, van een ander publiekrechtelijk lichaam dan het Rijk of van een door het Rijk in het leven geroepen instelling, dan wel van een instelling welker personeelskosten door het Rijk worden vergoed, ontvangen geen vergoeding als bedoeld in het eerste lid, indien hun benoeming haar oorzaak vindt in de functie die zij vervullen.

§ 4. Nationaal Expert Team

Artikel 29

Het Examenreglement voor luchtvarenden 2001 wordt ingetrokken.

Artikel 30

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2004. Indien de Staatscourant, waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 29 september 2004, treedt zij in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt zij terug tot en met 1 oktober 2004.

Artikel 31

Deze regeling wordt aangehaald als: Examenreglement voor luchtvarenden 2004.

Bijlage 1

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Bijlage 1

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Artikel 28a

Vervallen

§ 5. Slotbepalingen

Bijlage 1

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Artikel 1a
1.

Het theorie-examen voor de in artikel 3, tweede lid, bedoelde bewijzen van bevoegdheid wordt afgenomen door het CBR.

2.

Het theorie-examen voor de bewijzen van bevoegdheid BPL en SPL wordt afgenomen door de stichting.

3.

Het deel van het theorie-examen GC voor het bewijs van bevoegdheid RPL(GC) dat betreft de kennis over de theorie zoals vastgelegd in bijlage 8 bij de Regeling bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen voor luchtvarenden 2001 wordt afgenomen door een houder van het examinatorcertificaat RFE(GC).

§ 3. Praktijkexamen

§ 4. Nationaal Expert Team

§ 4. Nationaal Expert Team

Bijlage 2

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Artikel 3a
1.

De kandidaat die beschikt over een voordracht van een daartoe bevoegde opleidingsinstelling voor het doen van theorie-examen voor de brevetten BPL en SPL meldt zich aan voor het afleggen van het betreffende examen bij de stichting op de door de stichting vastgestelde wijze.

2.

De toegelaten kandidaat ontvangt van de stichting een toelatingsbewijs, dat geldig is conform deel BFCL of deel SFCL, en het persoonsgebonden registratienummer en de geldigheidsduur van het toelatingsbewijs vermeldt.

Artikel 8a

Vervallen

Artikel 11a
1.

Ter beoordeling van de resultaten van het theorie-examen BPL en SPL doet de stichting de in artikel 10, eerste lid, bedoelde percentages, alsmede de bevestiging dat de scores binnen de daarvoor gestelde termijn zijn behaald, onder vermelding van de examendatum aan de minister toekomen.

2.

Na het afleggen van een of meer vakken dan wel de afronding van het theorie-examen voor de in het eerste lid bedoelde bewijzen van bevoegdheid, voorziet de stichting de kandidaat van een resultaatbrief.

§ 3. Praktijkexamen

§ 5. Slotbepalingen

Bijlage 1

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Bijlage 2

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Artikel 3b
1.

De kandidaat die beschikt over een voordracht van een daartoe bevoegde opleidingsinstelling voor het doen van het theorie-examen voor het RPL(GC), meldt zich voor het afleggen van het deel van het theorie-examen, bedoeld in artikel 1a, derde lid, aan bij de houder van het examinatorcertificaat RFE(GC). De voordracht is twaalf maanden geldig.

2.

De toegelaten kandidaat ontvangt van de houder van het examinatorcertificaat RFE(GC) een toelatingsbewijs, dat het persoonsgebonden registratienummer en de geldigheidsduur van het toelatingsbewijs vermeldt.

Artikel 11b

Na de afronding van het specifieke GC-deel van het theorie-examen RPL(GC), bedoeld in artikel 1a, derde lid, voorziet de houder van het examinatorcertificaat RFE(GC) de kandidaat van een resultaatbrief.

§ 3. Praktijkexamen

§ 5. Slotbepalingen

Bijlage. behorende bij artikel 8, vierde lid, van het Examenreglement voor luchtvarenden 2004

Organisatie van de theorie-examens ten behoeve van het RPL(GC)

1. Algemeen

2. Gyrokopterspecifiek deel van het theorie-examen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.