Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 28 september 2004, Directie Arbeidsverhoudingen, nr. AV/KO/2004/65638, houdende nadere regels ter zake van enkele in de Wet kinderopvang geregelde onderwerpen (Regeling Wet kinderopvang)

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-10-01
State In force
Source BWB
artikelen 61
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 24, 30, 35, vierde lid, 45, tweede lid, 46, vierde lid, 48, vijfde en negende lid, onderdeel a, 53, 56, tweede lid, 62, eerste lid, 67, tweede lid, van de Wet kinderopvang;

Besluit:

Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet kinderopvang in werking treedt.

Paragraaf 1. Algemeen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • b. kinderopvangtoeslag buitenland: totaalbedrag van de kinderopvangtoeslagen die door tussenkomst van de Sociale verzekeringsbank worden uitbetaald aan ouders die in een andere lidstaat dan Nederland of in Zwitserland wonen of werken dan wel wonen en werken;
  • c. minister: Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Paragraaf 2. Rijksbijdrage kinderopvangtoeslag buitenland

Artikel 2. Raming baten en lasten

Voor de datum, bedoeld in de eerste volzin van artikel 5.3, eerste lid, van de Regeling SUWI verstrekt de Sociale verzekeringsbank aan de minister in het jaarplan met begroting, bedoeld in artikel 46 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, een opgave van het totaalbedrag aan de voor het komende kalenderjaar geraamde baten en lasten met betrekking tot de kinderopvangtoeslag buitenland, uitgesplitst naar uitkeringslasten per maand en uitvoeringskosten per kalenderjaar.

Artikel 3. Betaling voorschot
1.

De minister stort op de rekening-courant, bedoeld in artikel 5.16, onderdeel a, van de Regeling Wfsv een periodiek voorschot op het bedrag, bedoeld in artikel 2, van:

  • a. geraamde uitkeringslasten met als valutadatum de tweeëntwintigste dag van elke maand, en
  • b. 1/12de deel van de geraamde uitvoeringskosten met als valutadatum de vijftiende dag van elke maand.
2.

De minister kan, na overleg met de Sociale verzekeringsbank, van de in het eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde bedragen afwijken.

Artikel 4. Afrekening
1.

In de jaarrekening, bedoeld in artikel 49 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, worden de baten en lasten, alsmede de ontvangen voorschotten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, met betrekking tot de kinderopvangtoeslag buitenland opgenomen.

2.

Na goedkeuring van het besluit tot vaststelling van de jaarrekening, bedoeld in artikel 34, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, rekent de minister de baten en lasten, alsmede de ontvangen voorschotten, met betrekking tot het desbetreffende kalenderjaar af, met als valutadatum 1 juni van het hierop volgende kalenderjaar.

Paragraaf 3. Regels inzake landelijk register kinderopvang, register buitenlandse kinderopvang en personenregister kinderopvang

Artikel 5. Systeembeschrijving

De systeembeschrijving, bedoeld in artikel 4, vijfde lid, van het Besluit registers, wordt vastgesteld overeenkomstig de bij deze regeling behorende bijlage 1.

Artikel 6. Taak Dienst Uitvoering Onderwijs

De Dienst Uitvoering Onderwijs wordt aangewezen als verwerker in de zin van artikel 4 van het Besluit registers.

Artikel 7. Opleidingseisen
1.

De beroepskwalificatie-eisen en bewijsstukken die voor beroepskrachten worden genoemd in de meest recent aangevangen collectieve arbeidsovereenkomst Kinderopvang voor Kindercentra en Gastouderbureaus worden aangemerkt als beroepskwalificatie-eisen en bewijsstukken voor een passende opleiding als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Besluit kwaliteit kinderopvang.

2.

De beroepskwalificatie-eisen en bewijsstukken die voor pedagogisch beleidsmedewerkers worden genoemd in de meest recent aangevangen collectieve arbeidsovereenkomst Kinderopvang voor Kindercentra en Gastouderbureaus worden aangemerkt als beroepskwalificatie-eisen en bewijsstukken voor een passende opleiding als bedoeld in artikel 6, derde lid, van het Besluit kwaliteit kinderopvang.

3.

De houder van een kindercentrum beschikt over een kopie van een bewijsstuk waaruit blijkt dat de beroepskracht die werkzaam is als Nederlandssprekende beroepskracht:

  • 1°. de deelvaardigheden gesprekken voeren, luisteren en spreken afzonderlijk zijn beoordeeld met ten minste het cijfer 5 en gemiddeld met ten minste het cijfer 5,5, waarbij de deelvaardigheid luisteren afzonderlijk of gecombineerd met lezen is beoordeeld; of
  • 2°. op andere wijze blijkt dat de deelvaardigheden gesprekken voeren, luisteren en spreken afzonderlijk positief zijn beoordeeld;
  • d. in de periode van 1 januari 2018 tot en met 31 december 2024 voldeed aan de voorwaarden, bepaald in bijlage IV van een in die periode toepasselijke collectieve arbeidsovereenkomst Kinderopvang voor Kindercentra en Gastouderbureaus.
4.

Ten aanzien van de beroepskracht die uitsluitend als Friessprekende beroepskracht werkzaam is, beschikt de houder van een kindercentrum over:

  • a. een kopie van een bewijsstuk als bedoeld in het derde lid; of
  • b. een kopie van een bewijsstuk waaruit blijkt dat de Friessprekende beroepskracht de Friese taal voor de deelvaardigheden gesprekken voeren, luisteren en spreken beheerst op ten minste niveau B2 van het Europees Referentiekader voor Talen, en, voor zover het gaat om taalbeheersing op niveau B2:
  • 1°. de deelvaardigheden gesprekken voeren, luisteren en spreken afzonderlijk zijn beoordeeld met ten minste het cijfer 5 en gemiddeld met ten minste het cijfer 5,5, waarbij de deelvaardigheid luisteren afzonderlijk of gecombineerd met lezen is beoordeeld; of
  • 2°. op andere wijze blijkt dat de deelvaardigheden gesprekken voeren, luisteren en spreken afzonderlijk positief zijn beoordeeld.
5.

Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing ten aanzien van:

  • a. een beroepskracht, geboren op of voor 31 december 1964, gedurende de periode van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2027; of
  • b. een beroepskracht die in de periode van 1 juli 2024 tot en met 31 december 2024 voor een aansluitende periode van acht weken of langer volledig afwezig was in verband met ziekte, vakantie of ander soort verlof, gedurende zes maanden, gerekend vanaf 1 januari 2025 of, indien dat later is, de datum van inzet als beroepskracht die meetelt bij het minimaal aantal in te zetten beroepskrachten op een stamgroep, bedoeld in artikel 7 van het Besluit kwaliteit kinderopvang.
Artikel 8. Kwalificatie eerste hulp aan kinderen
1.

Voor de toepassing van artikel 4, vijfde lid, van het Besluit kwaliteit kinderopvang worden door de minister bewijsstukken aangewezen in de vorm van geregistreerde certificaten inzake het met goed gevolg afgesloten onderricht dat in elk geval het verlenen van eerste hulp aan kinderen omvat.

2.

Een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid, vindt alleen plaats indien het certificaat slechts wordt afgegeven aan een persoon die ten minste beschikt over:

  • a. aantoonbare kennis van en inzicht in de voor het verlenen van eerste hulp relevante fysieke verschillen tussen zuigelingen, oudere kinderen en volwassenen;
  • b. aantoonbare kennis van en inzicht in het gedrag van kinderen, waaronder specifiek zuigelingen, bij ongeval en ziekte alsmede aantoonbare vaardigheid om daarop adequaat te reageren;
  • c. aantoonbare vaardigheid in het verlenen van eerste hulp aan kinderen, waaronder specifiek zuigelingen, bij veelvuldig voorkomende stoornissen in de vitale functies en plaatselijke letsels;
  • d. aantoonbare kennis van en inzicht in de gevaren die in het bijzonder kinderen, waaronder specifiek zuigelingen, bedreigen, en
  • e. aantoonbare kennis van en inzicht in de wijze waarop ongevallen bij kinderen, waaronder specifiek zuigelingen, kunnen worden voorkomen.
3.

Een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid, kan alleen plaatsvinden indien naast de criteria met betrekking tot het afgeven van het certificaat, genoemd in het tweede lid, tevens door de certificerende instantie ten minste aan het volgende is voldaan:

  • a. zij is onafhankelijk;
  • b. zij verzorgt zelf geen onderwijs met betrekking tot het te verlenen certificaat;
  • c. zij biedt zelf geen onderwijs aan met betrekking tot het te verlenen certificaat;
  • d. zij schrijft geen onderwijsmethode en onderwijsmateriaal voor met betrekking tot het te verlenen certificaat;
  • e. zij geeft zelf het certificaat af voor maximaal twee jaar;
  • f. zij ziet zelf toe op de kwaliteit van het voor het verkrijgen van het certificaat af te leggen examen, en
  • g. zij registreert zelf de behaalde certificaten en de geldigheidsduur in een register.
Artikel 9. Inzet beroepskrachten in opleiding en stagiairs
1.

De inzet van beroepskrachten in opleiding en stagiairs, bedoeld in artikel 7, achtste lid, van het Besluit kwaliteit kinderopvang, geschiedt overeenkomstig de voorwaarden opgenomen in de meest recent aangevangen collectieve arbeidsovereenkomst Kinderopvang voor Kindercentra en Gastouderbureaus.

2.

In aanvulling op het eerste lid geschiedt de inzet van de beroepskracht in opleiding overeenkomstig een begeleidingsplan waarmee schriftelijk is ingestemd door de beroepskracht in opleiding, de praktijkbegeleider en de opleidingsbegeleider.

3.

Gedurende de dagopvang bestaat maximaal een derde deel van het totaal minimaal aantal op het kindercentrum in te zetten beroepskrachten, dat wordt gevormd door de optelsom van het op grond van artikel 7 van het Besluit kwaliteit kinderopvang minimaal aantal in te zetten beroepskrachten op de afzonderlijke stamgroepen, uit beroepskrachten in opleiding of stagiairs.

4.

In afwijking van het derde lid is het tot en met 30 juni 2026 toegestaan dat maximaal de helft van het totaal minimaal aantal op het kindercentrum in te zetten beroepskrachten bestaat uit beroepskrachten in opleiding of stagiairs.

5.

Bij toepassing van het vierde lid bedraagt het aantal in te zetten stagiairs maximaal een derde deel van het totaal aantal in te zetten beroepskrachten.

Paragraaf 4. Nadere regels met betrekking tot deskundigheidseisen gastouders

Artikel 10
  • a. Helpende Zorg en Welzijn 2; Helpende welzijn 2; en
  • b. Helpende breed 2; Helpende sociaal agogisch werk 2; Verzorgingsassistent(e).
2.

In aanvulling op het eerste lid kan de minister op aanvraag besluiten een beroepsopleiding, waarvan het curriculum voor ten minste 90% vergelijkbaar is met het curriculum van een van de beroepsopleidingen, genoemd het eerste lid, onder a, of waarvan het curriculum identiek is aan het curriculum van een van de beroepsopleidingen, genoemd in het eerste lid, aan te wijzen als een beroepsopleiding waarmee de aanvrager, indien hij in het bezit is van een getuigschrift van deze beroepsopleiding, eveneens voldoet aan de in artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang opgenomen eis.

3.

De minister stelt beleidsregels vast over de wijze waarop de aanwijzing, bedoeld in het tweede lid, plaatsvindt.

Paragraaf 3b. Opleidingseisen, kwalificatie eerste hulp aan kinderen en inzet beroepskrachten in opleiding en stagiairs in de buitenschoolse opvang

Artikel 11. Inrichting administratie
1.

De administratie van een kindercentrum of gastouderbureau is zodanig ingericht dat op verzoek van:

  • b. de Dienst Toeslagen tijdig, de gegevens of inlichtingen over de gegevens, bedoeld in het tweede lid, onder e, f, g, h en i, respectievelijk derde lid, eerste zin, voor zover betrekking hebbend op onderdeel e, en tweede zin, onder b, c, d, e, f, of h kunnen worden verstrekt die voor de aanspraak van een ouder op en de hoogte van de kinderopvangtoeslag en het voorschot daarop van belang kan zijn; of
  • c. het college tijdig, de gegevens of inlichtingen over de gegevens, bedoeld in het tweede lid, onder e en f, respectievelijk derde lid, eerste zin, voor zover betrekking hebbend op onderdeel e, en tweede zin, onder b, c, d, e of f kunnen worden verstrekt die voor de aanspraak van een ouder op en de hoogte van de kinderopvangtoeslag of de hoogte van de tegemoetkoming van de gemeente van belang zijn.
2.

De administratie van een kindercentrum bevat de volgende gegevens:

  • a. een overzicht van alle personen die op grond van artikel 1.50, derde lid, van de wet over een verklaring omtrent het gedrag moeten beschikken, vermeldende in ieder geval naam, burgerservicenummer, geboortedatum, en voor wat betreft de bij het kindercentrum werkzame beroepskrachten eveneens de behaalde diploma’s, getuigschriften en bewijsstukken,
  • e. een overzicht van alle ingeschreven kinderen, vermeldende per kind: naam, burgerservicenummer, geboortedatum, adres, postcode, woonplaats, telefoonnummer en het adres en telefoonnummer van de ouders,
  • f. afschriften van alle met ouders overeengekomen schriftelijke overeenkomsten, vermeldende per overeenkomst: de soort kinderopvang waarop de overeenkomst betrekking heeft, de voor die kinderopvang te betalen prijs per uur, naam, geboortedatum en adres van het kind, het aantal uren kinderopvang per jaar en de duur van de overeenkomst,
  • g. betaalbewijzen waaruit de betalingen van de ouder aan het kindercentrum blijken,
  • h. een jaaroverzicht en maandoverzichten per ouder, met vermelding van de naam, het burgerservicenummer en de geboortedatum van de ouder, met daarin:
  • –. opgave van aantal uren per jaar en per maand dat per kind is afgenomen en de gemiddelde uurprijs per kind,
  • –. het unieke registratienummer van het kindercentrum waar de ouder gebruik van maakt;
  • i. de datum waarop de overeenkomst met de ouder is of wordt beëindigd;
3.

Het tweede lid, onder a, en c tot en met e is van overeenkomstige toepassing op de administratie van een gastouderbureau. De administratie van een gastouderbureau bevat tevens de volgende gegevens:

  • a. een overzicht van alle personen die op grond van artikel 1.56b, derde lid, van de wet over een verklaring omtrent het gedrag moeten beschikken, vermeldende in ieder geval naam, burgerservicenummer, geboortedatum, en voor wat betreft de bij dat gastouderbureau aangesloten gastouders eveneens adres, postcode, woonplaats en telefoonnummer,
  • b. afschriften van alle met vraagouders overeengekomen schriftelijke overeenkomsten, vermeldende per overeenkomst: de voor de gastouderopvang te betalen prijs per uur en, indien van toepassing, de bemiddelingskosten, naam, geboortedatum, adres, postcode en woonplaats van het kind, het aantal uren gastouderopvang per kind per jaar, evenals de duur van de overeenkomst,
  • c. bankafschriften waaruit de betalingen van de vraagouder aan het gastouderbureau blijken,
  • d. bankafschriften waaruit de betalingen van het gastouderbureau aan de gastouder blijken,
  • e. een jaaroverzicht per voorziening voor gastouderopvang, met vermelding van het unieke registratienummer, de naam en de geboortedatum van de gastouder, met daarin:
  • –. het door het gastouderbureau aan de voorziening voor gastouderopvang betaalde bedrag per jaar,
  • –. het door het gastouderbureau aan de voorziening voor gastouderopvang betaalde bedrag per kind per jaar, het aantal uren afgenomen opvang per kind per jaar, de gemiddelde uurprijs per kind per jaar, en
  • –. de naam van de vraagouders die van de voorziening voor gastouderopvang gebruik maken onder vermelding van het burgerservicenummer van deze vraagouders,
  • f. een jaaroverzicht en de maandoverzichten per vraagouder, met vermelding van de naam, het burgerservicenummer, en de geboortedatum van de vraagouder, met daarin:
  • –. het aan het gastouderbureau over dat jaar te betalen bedragen per kind,
  • –. opgave van aantal uren per jaar en per maand dat per kind is afgenomen en de gemiddelde uurprijs per kind,
  • –. de voorzieningen voor gastouderopvang waar de vraagouder gebruik van maakt onder vermelding van het unieke registratienummer van deze gastouders,
  • h. de datum waarop de overeenkomst met de ouder is of wordt beëindigd.
4.

De houder van een kindercentrum of gastouderbureau kan de gegevens, bedoeld in het tweede of derde lid, op een andere plaats administreren dan op de plaats van vestiging van het kindercentrum of van het gastouderbureau, mits de gegevens, bedoeld in het tweede lid, onder a tot en met e, respectievelijk in het derde lid, op verzoek van de toezichthouder, bedoeld in artikel 1.61 van de wet, bij een onderzoek onverwijld beschikbaar komen op de plaats van vestiging van het kindercentrum of van het gastouderbureau.

Paragraaf 6. Gemeentelijk jaarverslag

Artikel 12. Gegevensverstrekking college
1.

Het college verstrekt aan de Minister uiterlijk op 1 juli van elk kalenderjaar gegevens over de uitvoering van de aan het college bij of krachtens de wet opgedragen taken in het daaraan voorafgaande kalenderjaar, met gebruikmaking van een daartoe door de Minister vastgesteld formulier.

2.

Onder de opgedragen taken, bedoeld in het eerste lid, worden in ieder geval verstaan:

  • a. het uitvoeren van de registertaak van het landelijk register kinderopvang;
  • b. de behandeling van aanvragen tot registratie;
  • c. het laten uitvoeren van de verplichte onderzoeken door de toezichthouder; en
  • d. het handhaven of actie ondernemen in reactie op de door de toezichthouder geconstateerde overtredingen.

Paragraaf 4. Deskundigheidseisen gastouders en beroepskrachten voorschoolse educatie

Artikel 13. Aanvraag ten behoeve van opneming in het register buitenlandse kinderopvang

Vervallen

Artikel 14. Kinderopvang in België

Vervallen

Artikel 15. Buitenlandse kinderopvangvoorzieningen

Bij de beoordeling van een aanvraag tot gelijkstelling als bedoeld in artikel 1.48, eerste en tweede lid, van de wet worden de in bijlage 2 genoemde criteria en bewijsstukken, bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onderdeel h, van het Besluit landelijk register kinderopvang, register buitenlandse kinderopvang en personenregister kinderopvang gebruikt.

Artikel 16. Wijzigingen in het register buitenlandse kinderopvang

Vervallen

Paragraaf 5a. Bepalingen voor gastouderbureaus

Artikel 17. Overgangsbepaling met betrekking tot gemeentelijk verslag

De verplichting van artikel 12 geldt voor het eerst over het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarop dat artikel in werking is getreden.

Artikel 18. Tijdstip van inwerkingtreding

De Regeling Wet kinderopvang treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet kinderopvang in werking treedt.

Artikel 19. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Wet kinderopvang.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Bijlage

Ligt ter inzage op het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 15a. Kinderopvang in Duitsland

Vervallen

Artikel 15b. Kinderopvang in Frankrijk

Vervallen

Artikel 15c. Kinderopvang in Hongarije

Vervallen

Paragraaf 5a. Bepalingen voor gastouderbureaus en vraagouders

Bijlage

Ligt ter inzage op het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 15d. Kinderopvang in Ierland

Vervallen

Artikel 15e. Kinderopvang in Italië

Vervallen

Artikel 15f. Kinderopvang in Noorwegen

Vervallen

Artikel 15g. Kinderopvang in Polen

Vervallen

Artikel 15h. Kinderopvang in Portugal

Vervallen

Artikel 15i. Kinderopvang in Slovenië

Vervallen

Artikel 15j. Kinderopvang in Spanje

Vervallen

Artikel 15k. Kinderopvang in Tsjechië

Vervallen

Paragraaf 5b. Administratie van gegevens peuterspeelzalen

Bijlage

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te Den Haag.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 16a. Kinderopvang in België (Vlaanderen en Brussel)

Vervallen

Artikel 16b. Kinderopvang in België (Wallonië en Brussel)

Vervallen

Artikel 16c. Kinderopvang in Duitsland (Nordrhein-Westfalen)

Vervallen

Paragraaf 5c. Verslag klachtenregeling kindercentra en gastouderbureaus

Bijlage

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en is gepubliceerd op www.ocw.nl en www.onderwijsinspectie.nl.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 10a
  • a. Gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang; Onderwijsassistent; Onderwijsassistent PO/SO (primair onderwijs/speciaal onderwijs); Pedagogisch medewerker 3 kinderopvang; Pedagogisch Werker 3 Kinderopvang; Pedagogisch Werker 4 Kinderopvang; Pedagogisch Werker niveau 3; Pedagogisch Werker niveau 4; Sociaal-Cultureel Werker (SCW); Sociaal Pedagogisch Werker 3 (SPW-3); Sociaal Pedagogisch Werker 4 (SPW4); Sport en Bewegen (niveau 3 en 4); Sport- en bewegingscoördinator (niveau 4); Sport- en bewegingsleider (niveau 3); en en
  • b. A verpleegkundige; Activiteitenbegeleider (AB); Activiteitenbegeleiding (AB); Agogisch Werk (AW); Agogisch Werk/Residentieel Werk (AW/RW); Agogisch Werk/Cultureel Werk (AW/CW); Akte hoofdleidster kleuteronderwijs als bedoeld in bijlage I bij de Regeling bewijzen van bekwaamheid O.W.V.O. zoals deze luidde op 31 juli 2006; Akte Kleuterleidster A als bedoeld in bijlage I bij de Regeling bewijzen van bekwaamheid O.W.V.O. zoals deze luidde op 31 juli 2006; Akte Kleuterleidster B als bedoeld in bijlage I bij de Regeling bewijzen van bekwaamheid O.W.V.O. zoals deze luidde op 31 juli 2006; Akte van bekwaamheid als hoofdleidster bij het kleuteronderwijs als bedoeld in bijlage I bij de Regeling bewijzen van bekwaamheid O.W.V.O. zoals deze luidde op 31 juli 2006; Akte van bekwaamheid als leidster aan kleuterscholen als bedoeld in bijlage I bij de Regeling bewijzen van bekwaamheid O.W.V.O. zoals deze luidde op 31 juli 2006; Akte van bekwaamheid als leidster bij het kleuteronderwijs als bedoeld in bijlage I bij de Regeling bewijzen van bekwaamheid O.W.V.O. zoals deze luidde op 31 juli 2006; Arbeidstherapie (AT); A-Verpleegkundige; A-verpleegster; A-verpleger; B Verpleegkundige; B-Verpleegkundige; B-verpleger; CIOS algemeen sportleider/ster; Coördinator buurt, onderwijs en sport; Cultureel werk (CW); Diploma A (ziekenverpleging); Diploma MHNO kinderverzorgster voor het jonge kind; Gespecialiseerd pedagogisch medewerker; Getuigschrift A (ziekenverpleging); Getuigschrift B (ziekenverpleging); Extramurale gezondheidszorg (EMGZ); Inrichtingswerk (IW); Kinderbescherming A; Kinderbescherming B; Kinderverzorging en Opvoeding; Kinderverzorging/Jeugdverzorging (KV/JV); Kinderverzorgster (KV); Kinderverzorging/Jeugdverzorging 2 (KV/JV 2); Kinderverzorging/Jeugdverzorging 3 (KV/JV 3); Kinderverzorgster van de centrale raad voor de kinderuitzending; Kleuterzorg (Federatie van medische kleuterdagverblijven in Nederland); Kleuterzorg, medisch kleuterdagverblijf Arnhem; Kultureel werk (KW); Leidster kindercentra (niet van OVDB); Leidster Kindercentra van de OVDB of onder de WEB; Leidster Kindercentra landelijke stg. OVDB; Maatschappelijke zorg (medewerker gehandicaptenzorg); Medewerker Gehandicaptenzorg niveau 3; Medewerker gehandicaptenzorg niveau 4; Medewerker kinderopvang, onderwijs en bewegen; Medewerker maatschappelijke zorg; Pedagogisch medewerker 4 jeugdzorg; Pedagogisch medewerker 4 kinderopvang; Pedagogisch medewerker Kinderopvang; Pedagogisch werker; Pedagogisch werker 3; Pedagogisch Werker kinderopvang; Pedagogisch Werker 4 Jeugdzorg; Pedagogisch Werker Jeugdzorg – niveau 4; Pedagogisch werker niveau 4 Jeugdzorg; Persoonlijk begeleider gehandicaptenzorg niveau 4; Residentieel Werk (RW); Sociaal Agogisch 2; Sociaal Agogisch II; Sociaal-agogisch II richting (MBO SA II) (semi) residentiële hulpverlening; Sociaal Agogisch II (MBO-SA II) afstudeerrichting Kultureelwerk; Sociaal Cultureel Werk; Sociaal Dienstverlener (SD); Sociaal Pedagogisch Werker; Sociaal Pedagogisch Werk Kinderopvang MBO niveau 3; Sociale Arbeid (SA, SA2 of SAII); Sociale Arbeid/Sociaal Dienstverlener (SA/SD); Sociale Dienstverlening (SD, SA, SA1 of SAI); Sociaal Pedagogisch Medewerker (SPW; lang of onder WEB); Sociaal Pedagogisch Werker (SPW; lang of onder WEB); Sport- en bewegingscoördinator; SPW lang; Vakopleiding Leidster kindercentra (conform de WEB); Verdere Scholing in Dienstverband (VSID) richting kinderdagverblijven; Verpleegkunde; Verpleegkunde A; Verpleegkunde B; Verpleegkunde Z; Verpleegkundige; Verpleegkundige Z; Verplegende (VP); Verpleging (VP); Verpleging A; Verpleging B; Verzorgende (VZ niveau 3 of VZ lang); Verzorgende beroepen (VZ); Verzorgende Individuele Gezondheidszorg (VIG); Verzorging (VZ); Z Verpleegkundige; Z-Verpleegkundige; Zwakzinnigenzorg.
2.

In aanvulling op het eerste lid kan de minister op aanvraag besluiten een beroepsopleiding, waarvan het curriculum voor ten minste 90% vergelijkbaar is met het curriculum van een van de beroepsopleidingen genoemd in het eerste lid, onder a, of waarvan het curriculum identiek is aan het curriculum van een van de beroepsopleidingen, genoemd in het eerste lid, aan te wijzen als een beroepsopleiding waarmee de aanvrager, indien hij in het bezit is van een getuigschrift van deze beroepsopleiding, eveneens voldoet aan de in artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang opgenomen eis.

3.

De minister stelt beleidsregels vast over de wijze waarop de aanwijzing, bedoeld in het tweede lid, plaatsvindt.

Artikel 10b
  • a. Culturele en Maatschappelijke vorming (CMV); Kunstzinnig vormende opleiding op HBO-niveau (docentenrichting binnenkunstonderwijs of kunstzinnige richting binnen lerarenopleiding); Leraar basisonderwijs (aan Hogeschool, PABO of IPABO); Leraar lichamelijke oefening (ALO); Pedagogiek (HBO-bachelor); Sociaal Pedagogische Hulpverlening (SPH); Sport en Bewegen; en
  • b. Akte Muziekonderwijs A Algemene Muzikale Vorming als bedoeld in bijlage I bij de Regeling bewijzen van bekwaamheid O.W.V.O. zoals deze luidde op 31 juli 2006; Akte Lager onderwijs zonder hoofdakte (oude kweekschoolopleiding) als bedoeld in bijlage I bij de Regeling bewijzen van bekwaamheid O.W.V.O. zoals deze luidde op 31 juli 2006; Akte van bekwaamheid als hoofdonderwijzer(es) als bedoeld in bijlage I bij de Regeling bewijzen van bekwaamheid O.W.V.O. zoals deze luidde op 31 juli 2006; Akte van bekwaamheid als leidster of hoofdleidster bij het kleuteronderwijs als bedoeld in bijlage I bij de Regeling bewijzen van bekwaamheid O.W.V.O. zoals deze luidde op 31 juli 2006; Akte van bekwaamheid als onderwijzer(es) als bedoeld in bijlage I bij de Regeling bewijzen van bekwaamheid O.W.V.O. zoals deze luidde op 31 juli 2006; Akte van bekwaamheid als volledig bevoegd onderwijzer(es) als bedoeld in bijlage I bij de Regeling bewijzen van bekwaamheid O.W.V.O. zoals deze luidde op 31 juli 2006; Akte van bekwaamheid NXX (volgens de Wet op het voortgezet onderwijs) als bedoeld in bijlage I bij de Regeling bewijzen van bekwaamheid O.W.V.O. zoals deze luidde op 31 juli 2006; Aktiviteitenleidersopleiding (van Mikojel: Middeloo, Kopse Hof, Jelburg of Sittard); Akte van bekwaamheid N XI als bedoeld in bijlage I bij de Regeling bewijzen van bekwaamheid O.W.V.O. zoals deze luidde op 31 juli 2006; Akte van bekwaamheid tot het geven van middelbaar onderwijs in de lichamelijke oefening als bedoeld in bijlage I bij de Regeling bewijzen van bekwaamheid O.W.V.O. zoals deze luidde op 31 juli 2006; Akte van Bekwaamheid van de tweede graad tot het geven van voortgezet onderwijs in Textiele Werkvormen alsmede in (een ander vak) als bedoeld in bijlage I bij de Regeling bewijzen van bekwaamheid O.W.V.O. zoals deze luidde op 31 juli 2006; Akte van Bekwaamheid voor het geven van Lager Onderwijs in het vak Lichamelijke Oefening als bedoeld in bijlage I bij de Regeling bewijzen van bekwaamheid O.W.V.O. zoals deze luidde op 31 juli 2006; Akte van Bekwaamheid voor het geven van Lager Onderwijs in het vak Nuttige Handwerken voor Meisjes als bedoeld in bijlage I bij de Regeling bewijzen van bekwaamheid O.W.V.O. zoals deze luidde op 31 juli 2006; Applicatiecursus leraar basisonderwijs (als vervolg op en in combinatie met kleuterakte A/B); Applicatiecursus volledig bevoegd onderwijzer(es); Pedagogisch management Kinderopvang; Associate Degree Childcare; Associate Degree Jeugdwerker; Associate Degree Pedagogisch Educatief Medewerker; Associate Degree Kinderopvang; Associate Degree Onderwijsondersteuner Omgangskunde; Associate Degree Pedagogical Educational Assistant; Associate Degree Pedagogisch Professional Kind en Educatie; Associate Degree Sociaal Werk, met keuzemodule Opvoeden in brede context; Bachelor of Nursing; Creatieve therapie (waaronder van Mikojel: Middeloo, Kopse Hof, Jelburg of Sittard); Cultureel Werk (CW); Docent Beeldende Kunst en Vormgeving; Docent Dans; Docent Drama; Docent Mime; Docerend musicus; Educatieve therapie (van Mikojel: Middeloo, Kopse Hof, Jelburg of Sittard); Extramurale gezondheidszorg (EMGZ); HBO-bachelor-SPH, CMV, WMD; Hoger Beroepsonderwijs Bekwaamheidsonderzoek interim-wet zij-instroom primair onderwijs; Hogere Beroepsopleiding voor Verpleegkundigen; Hogere sociaal-pedagogische opleiding van leider(st)s op het terrein van jeugdvorming en volksontwikkeling (van Middeloo, Kopse Hof, Jelburg of Sittard); Hoofdonderwijzer; Inrichtingswerk (IW); Jeugdwelzijnswerk; Kinderverzorging en kinderopvoeding; Kinderverzorging en opvoeding; Kreatief Educatief Werk; Kunstzinnige therapie; Leraar lichamelijke opvoeding (b1); Leraar speciaal onderwijs; Leraar voortgezet onderwijs van eerste graad in tekenen; Leraar voortgezet Onderwijs van eerste graad in handvaardigheid; Leraar voortgezet onderwijs van de eerste graad in lichamelijke oefening; Lerarenopleiding Omgangskunde; Lerarenopleiding Verzorging/Gezondheidskunde; Lerarenopleiding Verzorging/Huishoudkunde; Maatschappelijk Werk (MW); Maatschappelijk Werk en Dienstverlening (MWD); Overgangsbewijs naar laatste jaar pedagogische academie; Pedagogiek MO-A of kandidaatsexamen Pedagogiek; Pedagogisch Management Kind en Educatie; Pedagogische Academie; Psychologie, met specialisatie gericht op kinderen, jeugd en/of onderwijs; Sociaal kunstzinnige therapie; Social Educational Care; Social Work, programma Social Educational Care; Social Work/Sociaal Werk, afstudeerrichting/profiel Sociaal Pedagoog; Social Work/Sociaal Werk, profiel Jeugd of Jeugdzorgwerker; Sport- en bewegingseducatie (b1); Toegepaste Psychologie, met specialisatie gericht op kinderen, jeugd en/of onderwijs; Vaktherapie (hbo); Verpleegkunde; Zij-instroom in het Beroep Leraar Primair Onderwijs; 3e jaar deeltijd volgend Sociaal Pedagogisch Hulpverlener (SPH); 3e jaar deeltijd volgend Cultureel Maatschappelijke vorming (CMV); 3e jaar deeltijd volgend Maatschappelijk Werk en Dienstverlening (MWD).
2.

In aanvulling op het eerste lid kan de minister op aanvraag besluiten een opleiding, waarvan het curriculum voor ten minste 90% vergelijkbaar is met het curriculum van een van de opleidingen uit het eerste lid, onder a, of waarvan het curriculum identiek is aan het curriculum van een van de opleidingen, genoemd in het eerste lid, aan te wijzen als een opleiding waarmee de aanvrager, indien hij in het bezit is van een getuigschrift van deze opleiding, eveneens voldoet aan de in artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang opgenomen eis.

3.

De minister stelt beleidsregels vast over de wijze waarop de aanwijzing, bedoeld in het tweede lid, plaatsvindt.

Artikel 10c

De opleidingen die voor beroepskrachten voorschoolse educatie worden genoemd in de meest recent aangevangen collectieve arbeidsovereenkomst Kinderopvang voor Kindercentra en Gastouderbureaus worden aangewezen als opleidingen als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder a, van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie.

Paragraaf 4. Deskundigheidseisen gastouders en beroepskrachten voorschoolse educatie

Paragraaf 5a. Bepalingen voor gastouderbureaus

Artikel 11a. Uitzondering op de kassiersfunctie

Een houder van een gastouderbureau geleidt de betalingen van vraagouders aan gastouders niet door zolang de termijn, bedoeld in 1.47b, vierde lid, van de wet van toepassing is. Binnen deze termijn vinden er geen contante betalingen plaats tussen vraagouder en gastouder.

Artikel 11b. Kostenoverzicht

In de schriftelijke overeenkomst, bedoeld in artikel 1.56, vierde lid, van de wet, geeft het gastouderbureau de vraagouder inzicht in de uitvoeringskosten en de kosten van gastouderopvang.

Artikel 11c. Schriftelijke in kennis stelling

Vervallen

Artikel 11d. Niet verschuldigde uitvoeringskosten

Vervallen

Artikel 11e. Uniek registratienummer

In de schriftelijke overeenkomst, bedoeld in artikel 1.56, vierde lid, van de wet, wordt het unieke registratienummer van de gastouder opgenomen.

Paragraaf 5. Administratie van gegevens bij kindercentra en gastouderbureaus

Paragraaf 5. Administratie van gegevens bij kindercentra en gastouderbureaus

Paragraaf 7. Kinderopvang buiten Nederland

Paragraaf 7a. Aanwijzing van gelijkgestelde buitenlandse kinderopvangvoorzieningen

Bijlage

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en is gepubliceerd op www.ocw.nl en www.onderwijsinspectie.nl.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 9a. Opleidingseisen
1.

De beroepskwalificatie-eisen en bewijsstukken die voor beroepskrachten worden genoemd in de meest recent aangevangen collectieve arbeidsovereenkomst Kinderopvang voor Kindercentra en Gastouderbureaus worden aangemerkt als beroepskwalificatie-eisen en bewijsstukken voor een passende opleiding als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van het Besluit kwaliteit kinderopvang.

2.

De beroepskwalificatie-eisen en bewijsstukken die voor pedagogisch beleidsmedewerkers worden genoemd in de meest recent aangevangen collectieve arbeidsovereenkomst Kinderopvang voor Kindercentra en Gastouderbureaus worden aangemerkt als beroepskwalificatie-eisen en bewijsstukken voor een passende opleiding als bedoeld in artikel 15, derde lid, van het Besluit kwaliteit kinderopvang.

3.

In afwijking van het eerste lid worden de pedagogische modules die voor andersgekwalificeerde beroepskrachten worden genoemd in de meest recent aangevangen collectieve arbeidsovereenkomst Kinderopvang voor Kindercentra en Gastouderbureaus voor andersgekwalificeerde beroepskrachten aangemerkt als beroepskwalificatie-eisen en bewijsstukken voor een passende opleiding als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van het Besluit kwaliteit kinderopvang.

4.

De houder van een kindercentrum beschikt over een kopie van een bewijsstuk waaruit blijkt dat de beroepskracht die als Nederlandssprekende beroepskracht werkzaam is de Nederlandse taal voor de deelvaardigheden gesprekken voeren, luisteren en spreken beheerst op ten minste niveau B1 van het Europees Referentiekader voor Talen, of op ten minste niveau 2F als bedoeld in bijlage 1 bij het Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen.

5.

Ten aanzien van de beroepskracht die uitsluitend als Friessprekende beroepskracht werkzaam is, beschikt de houder van een kindercentrum over:

  • a. een kopie van een bewijsstuk als bedoeld in het vierde lid; of
  • b. een kopie van een bewijsstuk waaruit blijkt dat de Friessprekende beroepskracht de Friese taal beheerst op niveau B1 van het Europees Referentiekader voor Talen.
Artikel 9b. Kwalificatie eerste hulp aan kinderen
1.

Voor de toepassing van artikel 13, vierde lid, van het Besluit kwaliteit kinderopvang worden door de minister bewijsstukken aangewezen in de vorm van geregistreerde certificaten inzake het met goed gevolg afgesloten onderricht dat in elk geval het verlenen van eerste hulp aan kinderen omvat.

2.

Een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid, vindt alleen plaats indien het certificaat slechts wordt afgegeven aan een persoon die ten minste beschikt over:

  • a. aantoonbare kennis van en inzicht in de voor het verlenen van eerste hulp relevante fysieke verschillen tussen zuigelingen, oudere kinderen en volwassenen;
  • b. aantoonbare kennis van en inzicht in het gedrag van kinderen, waaronder specifiek zuigelingen, bij ongeval en ziekte alsmede aantoonbare vaardigheid om daarop adequaat te reageren;
  • c. aantoonbare vaardigheid in het verlenen van eerste hulp aan kinderen, waaronder specifiek zuigelingen, bij veelvuldig voorkomende stoornissen in de vitale functies en plaatselijke letsels;
  • d. aantoonbare kennis van en inzicht in de gevaren die in het bijzonder kinderen, waaronder specifiek zuigelingen, bedreigen, en
  • e. aantoonbare kennis van en inzicht in de wijze waarop ongevallen bij kinderen, waaronder specifiek zuigelingen, kunnen worden voorkomen.
3.

Een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid, kan alleen plaatsvinden indien naast de criteria met betrekking tot het afgeven van het certificaat, genoemd in het tweede lid, tevens door de certificerende instantie ten minste aan het volgende is voldaan:

  • a. zij is onafhankelijk;
  • b. zij verzorgt zelf geen onderwijs met betrekking tot het te verlenen certificaat;
  • c. zij biedt zelf geen onderwijs aan met betrekking tot het te verlenen certificaat;
  • d. zij schrijft geen onderwijsmethode en onderwijsmateriaal voor met betrekking tot het te verlenen certificaat;
  • e. zij geeft zelf het certificaat af voor maximaal twee jaar;
  • f. zij ziet zelf toe op de kwaliteit van het voor het verkrijgen van het certificaat af te leggen examen, en
  • g. zij registreert zelf de behaalde certificaten en de geldigheidsduur in een register.
Artikel 9c. Inzet beroepskrachten in opleiding, stagiairs en andersgekwalificeerde beroepskrachten
1.

De inzet van beroepskrachten in opleiding en stagiairs, bedoeld in artikel 16, zevende lid, van het Besluit kwaliteit kinderopvang, geschiedt overeenkomstig de voorwaarden opgenomen in de meest recent aangevangen collectieve arbeidsovereenkomst Kinderopvang voor Kindercentra en Gastouderbureaus.

2.

In aanvulling op het eerste lid geschiedt de inzet van de beroepskracht in opleiding overeenkomstig een begeleidingsplan waarmee schriftelijk is ingestemd door de beroepskracht in opleiding, de praktijkbegeleider en de opleidingsbegeleider.

3.

Gedurende de buitenschoolse opvang bestaat maximaal een derde deel van het totaal minimaal aantal op het kindercentrum in te zetten beroepskrachten, dat wordt gevormd door de optelsom van het op grond van artikel 16 van het Besluit kwaliteit kinderopvang minimaal aantal op het kindercentrum in te zetten beroepskrachten, uit beroepskrachten in opleiding, stagiairs of andersgekwalificeerde beroepskrachten.

4.

In afwijking van het derde lid is het tot en met 30 juni 2026 toegestaan dat maximaal de helft van het totaal minimaal aantal op het kindercentrum in te zetten beroepskrachten bestaat uit beroepskrachten in opleiding, stagiairs of andersgekwalificeerde beroepskrachten.

5.

Bij toepassing van het vierde lid bedraagt het aantal in te zetten stagiairs of andersgekwalificeerde beroepskrachten maximaal een derde deel van het totaal aantal in te zetten beroepskrachten.

Paragraaf 3b. Opleidingseisen, kwalificatie eerste hulp aan kinderen en inzet beroepskrachten in opleiding en stagiairs in de buitenschoolse opvang

Paragraaf 4. Deskundigheidseisen gastouders en beroepskrachten voorschoolse educatie

Paragraaf 5. Administratie van gegevens bij kindercentra en gastouderbureaus

Paragraaf 6. Gemeentelijk jaarverslag

Paragraaf 6. Gemeentelijk jaarverslag

Paragraaf 7a. Aanwijzing van gelijkgestelde buitenlandse kinderopvangvoorzieningen

Paragraaf 8. Overgangs- en slotbepalingen

Bijlage 1a

Bijlage 1b

Bijlage 1a

Bijlage 1b

Bijlage 1a

Bijlage 1a

Bijlage 1b

Bijlage 1c

Projectstartarchitectuur Landelijk Register Kinderopvang

Systeembeschrijving LR KO&PSW

Projectstartarchitectuur Landelijk Register Kinderopvang

Deze ProjectStartArchitectuur (PSA) bevat een eerste opzet voor de architectuur voor een Landelijk Register Kinderopvang. De opzet van het document is gebaseerd op de Nederlandse Overheid Referentie Architectuur (NORA).

De registers kinderopvang en peuterspeelzaalwerk zijn in de uitvoering gerealiseerd en bijeengebracht onder de naam Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen (LRKP). Het LRKP is een centrale, door Dienst Uitvoering Onderwijs (hierna: DUO) beheerde, elektronische database die door een webapplicatie ter beschikking is gesteld aan alle gemeenten, die op basis van door DUO verstrekte autorisaties bevoegd zijn gegevens in het systeem in te voeren, te wijzigen of te verwijderen (via het zogenoemde Overheidsportaal). Gekoppeld aan dit Overheidsportaal is er een inkijkfunctie in de Basisregistratie personen (hierna: Brp), waarmee de gegevens van de aanvrager door de gemeenten te controleren zijn.1Voor de inwerkingtreding van de Wet basisadministratie personen (Stb. 2013, 315) is deze administratie aangeduid met het begrip ‘gemeentelijke basisadministratie’.

Systeembeschrijving registers kinderopvang en peuterspeelzaalwerk.

De registers kinderopvang en peuterspeelzaalwerk zijn in de uitvoering gerealiseerd en bijeengebracht onder de naam Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen (LRKP). Het LRKP is een centrale, door Dienst Uitvoering Onderwijs (hierna: DUO) beheerde, elektronische database die door een webapplicatie ter beschikking is gesteld aan alle gemeenten, die op basis van door DUO verstrekte autorisaties bevoegd zijn gegevens in het systeem in te voeren, te wijzigen of te verwijderen (via het zogenoemde Overheidsportaal). Gekoppeld aan dit Overheidsportaal is er een inkijkfunctie in de Basisregistratie personen (hierna: Brp), waarmee de gegevens van de aanvrager door de gemeenten te controleren zijn.1Voor de inwerkingtreding van de Wet basisadministratie personen (Stb. 2013, 315) is deze administratie aangeduid met het begrip ‘gemeentelijke basisadministratie’.

Tevens is aan het LRKP een toezichts- en handhavingssysteem gekoppeld: de Gemeenschappelijke Inspectieruimte (GIR). Deze GIR is via het Overheidsportaal toegankelijk voor GGD’en en gemeenten en wordt gebruikt om toezicht en handhaving te faciliteren: toezichtsgegevens kunnen makkelijk in het systeem worden vastgelegd en inspectierapporten en handhavingsbrieven kunnen worden gegenereerd. Tevens kan gemakkelijk informatie worden uitgewisseld tussen GGD en gemeente. De GIR wordt ook gebruikt bij het genereren van de jaarverantwoording door gemeenten aan de Inspectie van het Onderwijs (de tweedelijns toezichthouder).

Het LRKP staat in verbinding met het toeslagensysteem van de Belastingdienst/Toeslagen, die het LRKP gebruikt bij de toekenning van de kinderopvangtoeslag.

Het landelijk register kinderopvang is in de uitvoering gerealiseerd en bijeengebracht onder de naam Landelijk Register Kinderopvang (LRK). Het LRK is een centrale, door Dienst Uitvoering Onderwijs (hierna: DUO) beheerde, elektronische database die door een webapplicatie ter beschikking is gesteld aan alle gemeenten, die op basis van door DUO verstrekte autorisaties bevoegd zijn gegevens in het systeem in te voeren, te wijzigen of te verwijderen (via het zogenoemde Overheidsportaal). Gekoppeld aan dit Overheidsportaal is er een inkijkfunctie in de Basisregistratie personen (hierna: Brp), waarmee de gegevens van de aanvrager door de gemeenten te controleren zijn.1Voor de inwerkingtreding van de Wet basisadministratie personen (Stb. 2013, 315) is deze administratie aangeduid met het begrip ‘gemeentelijke basisadministratie’.

Systeembeschrijving landelijk register kinderopvang.

Het landelijk register kinderopvang is in de uitvoering gerealiseerd en bijeengebracht onder de naam Landelijk Register Kinderopvang (LRK). Het LRK is een centrale, door Dienst Uitvoering Onderwijs (hierna: DUO) beheerde, elektronische database die door een webapplicatie ter beschikking is gesteld aan alle gemeenten, die op basis van door DUO verstrekte autorisaties bevoegd zijn gegevens in het systeem in te voeren, te wijzigen of te verwijderen (via het zogenoemde Overheidsportaal). Gekoppeld aan dit Overheidsportaal is er een inkijkfunctie in de Basisregistratie personen (hierna: Brp), waarmee de gegevens van de aanvrager door de gemeenten te controleren zijn.1Voor de inwerkingtreding van de Wet basisadministratie personen (Stb. 2013, 315) is deze administratie aangeduid met het begrip ‘gemeentelijke basisadministratie’.

Tevens is aan het LRK een toezichts- en handhavingssysteem gekoppeld: de Gemeenschappelijke Inspectieruimte (GIR). Deze GIR is via het Overheidsportaal toegankelijk voor GGD’en en gemeenten en wordt gebruikt om toezicht en handhaving te faciliteren: toezichtsgegevens kunnen makkelijk in het systeem worden vastgelegd en inspectierapporten en handhavingsbrieven kunnen worden gegenereerd. Tevens kan gemakkelijk informatie worden uitgewisseld tussen GGD en gemeente. De GIR wordt ook gebruikt bij het genereren van de jaarverantwoording door gemeenten aan de Inspectie van het Onderwijs (de tweedelijns toezichthouder).

Het landelijk register kinderopvang is in de uitvoering gerealiseerd en bijeengebracht onder de naam Landelijk Register Kinderopvang (LRK). Het LRK is een centrale, door Dienst Uitvoering Onderwijs (hierna: DUO) beheerde, elektronische database die door een webapplicatie ter beschikking is gesteld aan alle gemeenten, die op basis van door DUO verstrekte autorisaties bevoegd zijn gegevens in het systeem in te voeren, te wijzigen of te verwijderen (via het zogenoemde Overheidsportaal). Gekoppeld aan dit Overheidsportaal is er een inkijkfunctie in de Basisregistratie personen (hierna: Brp), waarmee de gegevens van de aanvrager door de gemeenten te controleren zijn.1Voor de inwerkingtreding van de Wet basisadministratie personen (Stb. 2013, 315) is deze administratie aangeduid met het begrip ‘gemeentelijke basisadministratie’.

Tevens is aan het LRK een toezichts- en handhavingssysteem gekoppeld: de Gemeenschappelijke Inspectieruimte (GIR). Deze GIR is via het Overheidsportaal toegankelijk voor GGD’en en gemeenten en wordt gebruikt om toezicht en handhaving te faciliteren: toezichtsgegevens kunnen makkelijk in het systeem worden vastgelegd en inspectierapporten en handhavingsbrieven kunnen worden gegenereerd. Tevens kan gemakkelijk informatie worden uitgewisseld tussen GGD en gemeente. De GIR wordt ook gebruikt bij het genereren van de jaarverantwoording door gemeenten aan de Inspectie van het Onderwijs (de tweedelijns toezichthouder).

Systeembeschrijving register buitenlandse kinderopvang

Het openbare deel van de gegevens in het LRK is via een website voor iedereen in te zien (het Publieksportaal). In het Publieksportaal kan op diverse manieren gezocht worden naar kinderopvangvoorzieningen en wordt allerlei informatie over de voorzieningen en de houders zichtbaar gemaakt. Deze informatie kan via internet ook in de vorm van een spreadsheet door iedereen worden gedownload via Open data Rijksoverheid.

Het proces rond het systeemcomplex werkt als volgt:

DUO zorgt in opdracht van de minister voor het beheer en de verdere ontwikkeling van het systeemcomplex LRK/GIR. In een jaarlijks contract met daarbij een Dienstverleningsovereenkomst en een Service Level Agreement wordt vastgelegd welke werkzaamheden DUO dient uit te voeren en welke doelen bereikt moeten worden. Iedere maand wordt door DUO gerapporteerd over het Service level en ieder kwartaal vindt op directeursniveau overleg plaats over de voortgang en het niveau van de dienstverlening.

Er is minstens eenmaal per maand overleg tussen de ketenpartners (DUO, SZW, ICT Uitvoeringsorganisatie, Vereniging Nederlandse Gemeenten (hierna: VNG), GGD Nederland, Dienst Toeslagen, Inspectie van het Onderwijs) over de voortgang en over vraagstukken in de uitvoering. Tevens is er maandelijks een Change Advisory Board (hierna: CAB), met daarin voornoemde partijen, die systeemwijzigingsvoorstellen prioriteert en de opdrachtgever adviseert over de doorontwikkeling van het systeem. In principe is er een halfjaarlijkse nieuwe release, waarin eventuele wijzigingen in beleid en regelgeving en gebruikerswensen zijn verwerkt.

VNG, GGD Nederland en DUO hebben veelvuldig overleg met gebruikers van het systeem. Eventuele gewenste wijzigingen kunnen via een wijzigingsvoorstel worden ingebracht in het CAB, dat daar vervolgens over adviseert. De hele procedure van het indienen van een wijzigingsvoorstel tot de uiteindelijke wijziging van het systeem is in een beschrijving vastgelegd en maakt onderdeel uit van de Dienstverleningsovereenkomst.

DUO zorgt voor een helpdesk en een nieuwsbrief aan gebruikers en gaat met regiomanagers het land in om bij gemeenten en GGD’en de vinger aan de pols te houden en problemen voor te zijn of op te lossen. Ook zorgt DUO voor instructies en korte cursussen in het werken met het LRK en de GIR.

Systeembeschrijving register buitenlandse kinderopvang

Het beheer van het register buitenlandse kinderopvang wordt ondergebracht bij de Helpdesk Kinderopvang van DUO. Omdat door het afschaffen van de gelijkgestelde categorieën kinderopvang het aantal aanvragen tot inschrijving in het register buitenlandse kinderopvang zal toenemen, wordt ter ondersteuning van de uitvoering een compacte applicatie ingericht waarin de aanvragen en de daaruit volgende registraties worden bijgehouden. In deze applicatie wordt onder meer bijgehouden wat de status van een aanvraag is, en of en zo ja, welke brieven en beschikkingen er zijn verstuurd. Bij elke registratie wordt een identificerend nummer gegenereerd dat onder andere gebruikt wordt in de communicatie met de Dienst Toeslagen en dat ook gebruikt kan worden om gearchiveerde bewijsstukken op te vragen uit het digitaal archief van DUO.

De binnenkomende aanvragen en bewijsstukken worden in eerste instantie verzameld en handmatig verwerkt. Dit wordt onder andere zo gedaan omdat het belangrijk is de bewijsstukken fysiek te kunnen beoordelen. Nadat een beschikking is afgegeven wordt het dossier als één geheel gescand en zowel fysiek als digitaal gearchiveerd.

De regelgeving is verwerkt in werkinstructies aan de hand waarvan de Helpdesk Kinderopvang werkt. Naarmate de regeling tot meer landen wordt uitgebreid zullen ook daarvoor werkinstructies worden opgesteld.

Rond eind 2014/begin 2015 zal worden aangesloten op de bestaande koppeling tussen het LRK en de Dienst Toeslagen. De gegevens van de geregistreerde buitenlandse kinderopvanginstellingen zullen dan via een automatische koppeling worden doorgegeven naar de Dienst Toeslagen. In principe wordt aangesloten op de bestaande koppeling, maar dat gebeurt zodanig dat de berichten onderscheiden kunnen worden van de berichten die betrekking hebben op het LRK, zodat de beide stromen van elkaar gescheiden blijven. Alleen de medewerkers van de Helpdesk Kinderopvang hebben toegang tot de beheerfunctionaliteit van het register buitenlandse kinderopvang.

3.1.1. Processcope ondersteuning

De informatieverstrekking geschiedt aan de hand van de criteria die hieronder zijn opgenomen.

1.5. Relatie met andere documenten op lager niveau

3.1.2. Koppelvlakken

Informatieverstrekking over de toezicht- en handhavingstaken

De informatieverstrekking van het college aan de minister over de uitvoering van de bij of krachtens de wet opgedragen taken toezicht en handhaving in het kader van de wet- en regelgeving kinderopvang, dient jaarlijks uiterlijk op 1 juli plaats te vinden.

De informatieverstrekking geschiedt aan de hand van de criteria die hieronder zijn opgenomen.

De informatieverstrekking van het college aan de minister over de uitvoering van de bij of krachtens de wet opgedragen taken toezicht en handhaving in het kader van de wet- en regelgeving kinderopvang, dient jaarlijks uiterlijk op 1 juli plaats te vinden.

B. Criterium tijdig afgehandeld kindercentra, buitenschoolse opvang, gastouderbureaus, peuterspeelzalen en voorzieningen gastouderopvang

C. Criterium ‘uitvoering inspecties’ kindercentra, buitenschoolse opvang, gastouderbureaus, peuterspeelzalen en voorzieningen gastouderopvang

Gemeenten die gebruik maken van de landelijke uitvoeringssystemen LRK en GIR en waarvan de bij de gemeente behorende GGD dat eveneens doet, dienen de gegevens vast te laten stellen door het college. Vervolgens wordt het jaarverslag aan de gemeenteraad en de Inspectie van het Onderwijs (hierna: IvhO) beschikbaar gesteld.

Voor gemeenten die voor een deel van hun taak niet zijn aangesloten bij de hiervoor genoemde landelijke systemen, of waarvan de GGD niet met GIR-inspecteren werkt, kan de volledige gegevensverzameling niet automatisch plaatsvinden. Deze gemeenten dienen de ontbrekende gegevens zelf op de website www.waarstaatjegemeente.nl toe te voegen. Ook deze gemeenten dienen de verantwoordingsgegevens door het college te laten vaststellen en aan de gemeenteraad en IvhO beschikbaar te stellen.

Gezien de connectie met OCW, en dan met name de relatie met DUO, is ook de ROSA (referentie onderwijs sector architectuur) voor het systeemcomplex van belang. Daarnaast is gelet op de GEMMA (gemeentelijke modelarchitectuur). De principes van deze architecturen worden niet in dit document besproken. Bij het ontwikkelen van het systeemcomplex is er voor gezorgd dat de principes van deze architecturen geen geweld is aangedaan.

B. Criterium tijdig afgehandeld kindercentra, buitenschoolse opvang, gastouderbureaus en voorzieningen gastouderopvang

De bedrijfsarchitectuur is voor de opsteller van dit document een gegeven. Het ICT project LR-GIR KO&PSW ontwerpt en ontwikkelt informatiesystemen, geen organisatie(delen). In dit hoofdstuk wordt een beeld van de betrokken organisaties, diensten en processen geschetst om aan te geven voor wie en waarvoor het systeemcomplex is ontwikkeld. De pretenties van deze beschrijving gaan niet verder dan het schetsen van dat beeld.

Het probleem dat dit programma dient op te lossen is heel eenvoudig: het ondersteunen bij de implementatie van de nieuwe Wet Kinderopvang.

Het systeemcomplex LR KO&PSW is relevant voor volgende organisaties:

Daarnaast geldt dat:

4.2.1. Diensten

Het systeemcomplex wordt gebruikt om de volgende diensten te leveren:

ICT-technisch worden de volgende deel-resultaten onderkend:

2.3. Projectaanpak

Voorliggende PSA richt zich op de eerste iteratie van de totale oplossing, het inrichten van een Landelijk Register en de mogelijkheden (portalen) voor Publiek en Overheden om het register te ontsluiten. (voornoemde punten 1 en 2)

Op basis van de in bovenstaande paragraaf benoemde problemen die opgelost moeten worden en de prioriteit die ligt op het realiseren van een kwalitatief hoogwaardig register volgt de volgende volgorde van op te leveren resultaten:

Houders van organisaties voor kinderopvang en peuterspeelzalen vragen bij de gemeente van vestiging toestemming voor het exploiteren van hun voorziening. De gemeente legt de gegevens van de aanvraag vast in het landelijke register en vraagt de GGD een inspectie uit te voeren. De GGD controleert de kwalificaties van de aanvrager, en de locatie waar zal worden opgevangen of de peuterspeelzaal zal worden gevestigd, en stelt een inspectierapport op. Het college van de betreffende gemeente geeft op basis van dat inspectierapport een positieve of negatieve beschikking af. Na een positieve beschikking wordt de voorziening geregistreerd in het register voor kinderopvang of het register voor peuterspeelzalen. Geregistreerde voorzieningen worden periodiek geïnspecteerd door de GGD. Een inspectierapport kan voor een gemeente aanleiding zijn om een handhavingstraject op te starten. Dat gebeurt wanneer een gemeente niet (helemaal) tevreden is met de geboden kwaliteit, en wil zorgen dat de kwaliteit wordt verbeterd. De ultieme sanctie die een gemeente daarbij kan opleggen is het uit het register verwijderen van de voorziening.

Geregistreerde voorzieningen worden – met de bijbehorende inspectierapporten – gepubliceerd in het publieksportaal. Wanneer een voorziening uit een register wordt verwijderd, blijft een deel van de bij die voorziening behorende gegevens zichtbaar in dat publieksportaal.

4.3.2. Toekennen van kindertoeslag

Vraagouders kunnen het publieksportaal gebruiken om een organisatie voor kinderopvang of een peuterspeelzaal in hun omgeving te vinden. In dat portaal vinden ze bij de organisaties voor kinderopvang een registratienummer. Met dat registratienummer kunnen ze bij de belastingdienst kinderopvangtoeslag aanvragen. Een van de voorwaarden voor het verkrijgen van kindertoeslag is dat de kinderen zijn opgevangen door een geregistreerde organisatie voor kinderopvang. De belastingdienst controleert hiertoe in eerste instantie of de betreffende OKO is geregistreerd (geweest) in de periode waarvoor kindertoeslag wordt aangevraagd. Is dat het geval en wordt aan de overige voorwaarden voldaan, dan wordt kinderopvangtoeslag toegekend. In tweede instantie zoekt de belastingdienst aan de hand van een controle bij de opvangende instantie uit of de kinderen van de vraagouders inderdaad het door die ouders gespecificeerde aantal uren zijn opgevangen bij de betreffende organisatie.

5. Informatiearchitectuur

Hoe ziet de omgeving er per 1-1-2010 uit?

NB: In hoofdstuk 4 wordt nader gegaan op de taken en verantwoordelijkheden van de verschillende relevante actoren in de omgeving van het Landelijk Register.

Binnen het systeemcomplex worden de volgende rollen gespeeld door mensen:

Gegeven de gefaseerde aanpak van het project beschrijft dit hoofdstuk voorlopig alleen de scope van de eerste oplevering per 1-1-2010.

3.1. Scope

De scope van de eerste iteratie van het project heeft gevolgen voor de mate waaraan aan de verschillende referentiearchitecturen wordt voldaan.

5.2. Berichten en gegevens

De ICT-ondersteuning voor processen die plaatsvinden binnen de gemeenten (zoals het behandelen van aanvragen voor registratie, het verstrekken van beschikkingen) vallen buiten de scope van dit project.

3.1.2. Koppelvlakken

Op dit moment zijn er vanuit het Landelijk Register gezien twee koppelvlakken in scope:

De Houder is een natuurlijk persoon of een niet natuurlijk persoon. Indien het een natuurlijk persoon is, wordt de Houder geïdentificeerd door een BSN of een SoFi-nummer. Is de Houder een niet natuurlijk persoon, dan moet hij bij de Kamer van Koophandel bekend zijn als de eigenaar van een organisatie voor kinderopvang of peuterspeelzaal, met een vestiging waarvan het adres overeen komt met het Adres van de Voorziening waarvan hij Houder is. Dit geldt zowel voor de buitenlandse als voor de Nederlandse niet natuurlijke personen. De eigenaar wordt bij de Kamer van Koophandel geïdentificeerd met een RSIN.

5.2.1.2. Object Voorziening

Een Voorziening is een peuterspeelzaal of een organisatie voor kinderopvang. De organisaties voor kinderopvang worden onderscheiden in: voorzieningen voor gastouderopvang (of VGO's, combinaties van een gastouder en een opvanglocatie), gastouderbureaus (of GOB's, organisaties die bemiddelen tussen vraagouders en gastouders, en de administratieve taken voor gastouders uitvoeren) en kindercentra. Bij kindercentra worden de smaken buitenschoolse opvang (BSO) en kinderdagverblijf (KDV) onderscheiden.

3.1.3. Externe systemen

In deze fase zijn nog geen externe systemen in scope.

Het Adres van een voorziening is de locatie waar de werkzaamheden worden verricht. Voor de gastouderbureaus gaat het bij de werkzaamheden om administratieve handelingen bij alle andere soorten Voorzieningen gaat het bij de werkzaamheden om het opvangen van kinderen, en specificeert het Adres dus de opvanglocatie.

Het Adres is of het woonadres van een gastouder, of het woonadres van een vraagouder, of een vestigingsadres van een organisatie die eigendom is van de houder.

De belangrijkste uitgangspunten voor deze fase van het project en daarmee deze versie van de projectstartarchitectuur zijn:

3.3. Kaders en standaarden

De overheid is voornemens de interoperabiliteit tussen overheidsinstellingen te verbeteren. Daarvoor worden in toenemende maten standaarden benoemd en afspraken gemaakt over de wijze waarop met elkaar gecommuniceerd gaat worden. De NORA is daarvan een uitvloeisel. Om toe te lichten op welke wijze dit ICT-project de NORA principes interpreteert worden de 20 fundamentele principes genoemd en vertaald naar de projectarchitectuur.

4. Bedrijfsarchitectuur

DE NORA-TEKSTEN ZIJN LETTERLIJK OVERGENOMEN

De Persoonsgegevens zijn geen onderdeel van LR KO&PSW, ze worden slechts geraadpleegd. Deze gegevens zijn onderdeel van de GBA.

In het aandachtsgebied van de Wet Kinderopvang, participeren een aantal verschillende organisaties. Elke organisatie heeft wettelijk vastgestelde taken in de uitvoering van de Wet KO. Door de onderlinge samenwerking tussen overheidsorganisaties, kunnen diensten worden geleverd aan het publiek en services tussen de onderlinge overheden. Om de taken adequaat uit te kunnen voeren en de diensten te kunnen verlenen, wordt gebruik gemaakt van ICT-voorzieningen. Welke overheidsorganisaties betrokken zijn, welke diensten en services geleverd worden en welke processen ervoor nodig zijn, wordt in de verschillende paragrafen van dit hoofdstuk toegelicht.

4.1. Inleiding

In het aandachtsgebied van de Wet Kinderopvang, participeren een aantal verschillende organisaties. Elke organisatie heeft wettelijk vastgestelde taken in de uitvoering van de Wet KO. Door de onderlinge samenwerking tussen overheidsorganisaties, kunnen diensten worden geleverd aan het publiek en services tussen de onderlinge overheden. Om de taken adequaat uit te kunnen voeren en de diensten te kunnen verlenen, wordt gebruik gemaakt van ICT-voorzieningen. Welke overheidsorganisaties betrokken zijn, welke diensten en services geleverd worden en welke processen ervoor nodig zijn, wordt in de verschillende paragrafen van dit hoofdstuk toegelicht.

Het systeemcomplex LR KO&PSW wordt gevormd door de systemen LRK en KOT&B. Bij elk van deze systemen horen een aantal gegevensgroepen.

In het aandachtsgebied zijn vier processen te onderkennen:

De bij dit systeem behorende gegevensgroepen beelden de objecten uit.

4.2. Architectuureisen

Deze groep heeft een relatie met de gegevensgroepen:

Deze gegevensgroep is een afbeelding van het inspectiedeel van het object Voorziening. De groep bevat gegevens betreffende de op de voorziening uitgevoerde inspecties.

Deze groep heeft een relatie met de gegevensgroep:

Deze gegevensgroep is een afbeelding van het object Adres. De groep bevat de gegevens van het bezoekadres van de voorziening. Voor de GOB's is dit het adres waar de administratie wordt gevoerd. Voor de overige soorten voorzieningen het adres waar kinderen worden opgevangen.

4.3. Organisatie

Deze gegevensgroep beeld samen met de gegevensgroepen NNP-houder, woonadres en vestigingsadres het object Houder af. De groep bevat de gegevens van een natuurlijk persoon die houder is van een voorziening.

Deze groep heeft een relatie met de gegevensgroepen:

Deze gegevensgroep beeld samen met de gegevensgroepen NP-houder, NNP-houder en vestigingsadres het object Houder af. De groep bevat de gegevens van een adres waar een natuurlijk persoon woont.

Deze groep heeft een relatie met de gegevensgroepen:

Deze gegevensgroep beeld samen met de gegevensgroepen NP-houder, woonadres en vestigingsadres het object Houder af. De groep bevat de gegevens van een niet natuurlijk persoon die houder is van een voorziening.

4.4.1. Positionering ten opzicht van NORA paradigma

Deze gegevensgroep beeld samen met de gegevensgroepen NP-houder, NNP-houder en woonadres het object Houder af. De groep bevat de gegevens van een adres van een vestiging waar een niet natuurlijk persoon de eigenaar van is.

Deze groep heeft een relatie met de gegevensgroepen:

5.2.2.2. KOT&B

De bij dit systeem behorende gegevensgroepen bepalen de rollen en rechten van gebruikers, en bevatten algemene gegevens.

Deze gegevensgroep bevat de gegevens van de gebruikers.

4.4.2. Ketenproces Registreren nieuwe kinderopvang

Deze gegevensgroep bevat de gegevens van de rollen die gebruikers mogen spelen.

Deze groep heeft een relatie met de gegevensgroepen:

Deze gegevensgroep bevat de gegevens van de toe te kennen rechten.

Deze groep heeft een relatie met de gegevensgroepen:

4.4.2.1. Procesdecompositie binnen ketenproces Registreren nieuwe kinderopvang

Deze groep heeft een relatie met de gegevensgroepen:

Deze gegevensgroep bevat de gegevens van de gemeentes.

Deze groep heeft een relatie met de gegevensgroepen:

Deze gegevensgroep bevat de codes van de verschillende landen.

Deze gegevensgroep bevat de postcodetabel.

Het systeemcomplex ondersteunt de volgende functies:

De gestructureerde gegevens worden opgeslagen in een relationele database (Oracle). In die database worden ook de ongestructureerde gegevens (documenten) opgeslagen. Het datamodel wordt getoond in Afbeelding 6.

LR is het Landelijk Registeren

OP is het OverheidsPortaal

Bij de GBA worden persoonsgegevens opgevraagd. Daarvoor wordt GBA-V benaderd. De berichten die daarbij worden gebruikt zijn conform de specificaties van het logisch ontwerp versie 3.7 van GBA.

Gem is het geheel aan gemeentelijke processen en systemen

De belastingdienst wordt op de hoogte gehouden van geregistreerde voorzieningen. In concreto gebeurt dit door een bericht naar de belastingdienst te sturen voor elke voorziening waarvan:

BD is het geheel aan Belastingdienst processen en systemen

5.3.1. GBA

Met GBA-V worden berichten via SuwiNet uitgewisseld over GemNet gebruik makend van SOAP.

C= creatie, R = raadplegen, U = updaten (muteren)van gegevens en D = delete (verwijderen).

Voor het uitwisselen van berichten met de belastingdienst wordt gebruik gemaakt van de koppelvlakstandaard ebMS over Digikoppeling.

6. Technische architectuur

Voor de realisatie van het systeemcomplex LR KO&PSW is zoveel mogelijk gebruik gemaakt van open source componenten en open standaarden. De applicaties draaien in GlassFish clusters op CentOS Linux. Er wordt gebruik gemaakt van twee verschillende clusters: een cluster voor het voor een ieder toegankelijke publieksportaal, en een met behulp van toegangsbeveiliging afgeschermd cluster waarop de applicaties voor de medewerkers van de overheid draaien. Voor de toegangsbeveiliging wordt gebruik gemaakt van OpenSSO ook onder CentOS Linux. Voor de opslag van gegevens wordt gebruik gemaakt van een database van Oracle, draaiend op een Oracle cluster onder Oracle Linux. De aansluiting op het internet wordt verzorgt door een HAProxy cluster met actieve failover draaiend onder CentOS Linux. Deze architectuur wordt getoond in Afbeelding 7.

Er zijn verschillende aanleidingen om mutaties in het register door te voeren:

6.1.1 Applicaties

4.4.4. Functionele decompositie Inspecteren, Handhaven en Gebruiken

De performance eisen zijn gebaseerd op een verwacht gebruik van gemiddeld 3500 bevragingen via het publieksportaal per dag (piek 20.000/dag) en 8000 transacties per dag voor het overheidsportaal (piek 8000/uur oftewel 3/seconde).

Op het gebied van beveiliging van applicaties geldt dat die moet voldoen aan de maatregelen die horen bij WBP risicoklasse II op basis van Achtergrondstudies en Verkenning 23 (AV23).

Dit ketenproces is eruit gelicht, omdat het grootste deel van het ketenproces niet ondersteund wordt door het LR, maar wel het uiteindelijke resultaat vastlegt.

4.4.3.2. Procesdecompositie binnen ketenproces Wijzigen registratie kinderopvang

Functionele decompositie voor Inspecteren en Handhaven volgen in een vervolgfase na deze PSA deel 1.

Het publieksportaal is een maatwerk applicatie voor gebruik door het publiek. De doelgroep wordt gevormd door de vraagouders, maar er zit geen toegangsbeveiliging op de applicatie. Een ieder die dat wil kan de applicatie gebruiken om te zoeken in de publieke gegevens van het register kinderopvang en het register peuterspeelzalen.

4.5. Diensten en services

Het kunnen raadplegen van de gegevens over kinderopvang door het Publiek (incl. de kinderopvang, vraagouders) is tevens wettelijke bepaald.

4.5. Diensten en services

De ondersteunde browsers zijn Internet Explorer versie 7 en 8, en Firefox versie 3.6. Waarbij geldt dat alleen de laatste (van alle patches voorziene) varianten van deze versies worden ondersteund.

6.1.1.4. OpenSSO

OpenSSO is een open source applicatie die – in combinatie met de KOT&B database – wordt gebruikt om de toegang tot het overheidsportaal te regelen. De applicatie draait onder CentOS Linux.

6.1.1.5. Kinderopvang Toegang & Beheer (KOT&B)

Kinderopvang Toegang & Beheer is een maatwerk applicatie voor gebruik door beheer. Daarnaast verleent deze applicatie gebruikers toegang tot de applicaties waarvoor ze rechten hebben.

5. Informatiearchitectuur

KOT&B draait in een GlassFish cluster onder CentOS Linux.

Bij de eerste oplevering wordt alleen gebruik gemaakt van standaard tabellen. Verder worden er geen externe services gebruikt.

Het overheidsportaal is een maatwerk applicatie voor gebruik door de overheid. De doelgroep wordt in de eerste plaats gevormd door de medewerkers kinderopvang en peuterspeelzalen van de gemeenten. Zij worden geacht de registers te onderhouden.

Daarnaast kan inzagerecht worden verleend aan medewerkers van de GGD-en, de belastingdienst en de inspectie van het onderwijs.

Het overheidsportaal draait in een GlassFish cluster onder CentOS Linux.

In de overeenstemming met de scope van deze versie van het PSA heeft informatiearchitectuur betrekking op de volgende componenten van de totale oplossing:

5.2. Architectuurplaat

De applicatie draait in IBM WebSphere onder MS Enterprise Server.

6.1.1.8. Koppeling BD

De koppeling met de belastingdienst is een maatwerk applicatie die wijzigingen in het register kinderopvang doorgeeft aan de belastingdienst.

5.3. Architectuureisen

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)