← Geldende tekst · Geschiedenis

Besluit van 7 oktober 2004, houdende regels met betrekking tot de afgifte, de ontvangst en het vervoer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen (Besluit melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen)

Geldende tekst a fecha 2010-10-26

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 16 april 2004, nr. MJZ2004039319, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;

Gelet op de artikelen 10.41 tot en met 10.43 en 10.44, derde lid, van de Wet milieubeheer, artikel 21.8 van de Wet milieubeheer voorzover het betreft de artikelen 8, 9 en 10, derde lid, en artikel 24 van de Wet milieugevaarlijke stoffen voorzover het betreft artikel 7;

De Raad van State gehoord (advies van 28 juni 2004, nr W08.04.0159/V);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 1 oktober 2004, nr. MJZ 2004093834, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;

Hebben goedgevonden en verstaan:

§ 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

§ 2. De ontvangstmelding

Artikel 2
1.

De in artikel 10.40, eerste lid, van de wet gestelde verplichting geldt niet voor andere dan de ingevolge het tweede lid aangewezen categorieën van gevallen.

2.

Als categorieën van gevallen waarvoor de in artikel 10.40, eerste lid, van de wet gestelde verplichting geldt, worden aangewezen de categorieën van gevallen waarin:

3.

Een persoon als bedoeld in artikel 10.40, eerste lid, van de wet voor wie de in dat lid gestelde verplichting ingevolge dit besluit niet geldt, registreert de in dat lid bedoelde gegevens op een zodanige wijze dat:

4.

Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de wijze van registreren.

Artikel 3
1.

Aan artikel 10.40, eerste lid, aanhef en onder b, van de wet wordt uitvoering gegeven door het melden van de naam en het adres van degene aan wie met het oog op de desbetreffende afgifte een afvalstroomnummer is verstrekt.

2.

Degene die een melding als bedoeld in artikel 10.40, eerste lid, van de wet doet, meldt daarbij tevens de van toepassing zijnde code van de afvalstoffenlijst en het voor de ontvangst van de afvalstoffen verstrekte afvalstroomnummer.

3.

De in artikel 10.40, eerste lid, aanhef en onder d, van de wet gestelde verplichting geldt niet in de categorieën van gevallen waarin het betreft de afgifte van:

4.

De in artikel 10.40, eerste lid, aanhef en onder f, van de wet gestelde verplichting geldt niet voor een andere categorie van gevallen dan die waarin de afgifte geschiedt door tussenkomst van een ander die opdracht had de afvalstoffen in te zamelen en naar hem te vervoeren.

5.

De melding, bedoeld in artikel 10.40, eerste lid, van de wet geschiedt:

6.

Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de ingevolge artikel 10.40, eerste lid, van de wet en dit besluit te melden gegevens en de wijze waarop de melding wordt gedaan.

Artikel 4

In de categorieën van gevallen waarin de ingevolge artikel 10.40, eerste lid, aanhef en onder b of c, voorzover het betreft de gebruikelijke benaming, en d tot en met f, van de wet en artikel 3 te melden gegevens reeds aan de meldingsinstantie zijn gemeld en deze gegevens niet zijn gewijzigd, wordt, zolang het voor de ontvangst van de afvalstoffen verstrekte afvalstroomnummer niet is vervallen, aan artikel 10.40, eerste lid, van de wet uitvoering gegeven door het melden van het afvalstroomnummer, het aantal afgiften en de totale hoeveelheid afvalstoffen die met het afvalstroomnummer in de voorafgaande maand in ontvangst zijn genomen.

§ 3. De afgiftemelding

Artikel 5
1.

De in artikel 10.38, derde lid, van de wet gestelde verplichting geldt niet voor andere dan de ingevolge het tweede lid aangewezen categorieën van gevallen.

2.

Als categorieën van gevallen waarin de in artikel 10.38, derde lid, van de wet gestelde verplichting geldt, worden aangewezen de categorieën van gevallen waarin de afgifte geschiedt door een persoon als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a, aan een persoon als bedoeld in artikel 10.37, tweede lid, onder a of b, van de wet, niet zijnde een persoon als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a.

Artikel 6
1.

Aan artikel 10.38, derde lid, van de wet in verbinding met het eerste lid, onder a, van dat artikel wordt uitvoering gegeven door het melden van het aantal afgiften dat in de voorafgaande maand heeft plaatsgevonden.

2.

Aan artikel 10.38, derde lid, van de wet in verbinding met het eerste lid, onder c, van dat artikel wordt, voorzover het betreft de hoeveelheid, uitvoering gegeven door het melden van de totale hoeveelheid afvalstoffen waarvan de afgifte in de voorafgaande maand heeft plaatsgevonden.

3.

Degene die een melding als bedoeld in artikel 10.38, derde lid, van de wet doet, meldt daarbij tevens de van toepassing zijnde code van de afvalstoffenlijst.

4.

Artikel 3, vijfde en zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 7
1.

Artikel 10.38, derde lid, van de wet is van overeenkomstige toepassing in de categorieën van gevallen waarin een persoon als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a, zich van stoffen, preparaten of andere producten, niet zijnde bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen, ontdoet door afgifte aan een persoon als bedoeld in artikel 10.37, tweede lid, onder a of b, van de wet, niet zijnde een persoon als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a.

2.

In de categorieën van gevallen, bedoeld in het eerste lid, zijn de artikelen 3, vijfde lid, en 6, eerste tot en met derde lid, van overeenkomstige toepassing.

3.

Dit artikel berust op artikel 9.2.2.1 van de wet.

§ 4. Het afvalstroomnummer

Artikel 8
1.

Degene voor wie de in artikel 10.40, eerste lid, van de wet gestelde verplichting geldt, verstrekt een afvalstroomnummer:

2.

De in het eerste lid gestelde verplichting geldt niet voor een in de aanhef van dat lid bedoelde persoon, in de categorieën van gevallen waarin het de afgifte van door route-inzameling verkregen bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen die behoren tot een in de bijlage bij dit besluit aangegeven categorie, of de afgifte van door inzameling verkregen afvalstoffen als bedoeld in artikel 3, derde lid, onder b, betreft en hij voorafgaand aan de route-inzameling onderscheidenlijk de inzameling een afvalstroomnummer aan degene die zodanige afvalstoffen inzamelt, heeft verstrekt.

3.

Degene die door een inzameling als bedoeld in het tweede lid bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen in ontvangst neemt en aan wie met toepassing van het tweede lid een afvalstroomnummer is verstrekt, deelt dat afvalstroomnummer mede aan degene die zich van de afvalstoffen ontdoet.

Artikel 9
1.

Het afvalstroomnummer bestaat uit:

2.

De meldingsinstantie verstrekt op verzoek van een persoon als bedoeld in het eerste lid onverwijld een nummer als bedoeld in het eerste lid, onder a.

3.

Een afvalstroomnummer vervalt indien gedurende drie jaar geen melding van de ontvangst van afvalstoffen met gebruikmaking van dat nummer heeft plaatsgevonden.

§ 5. De verstrekking van een omschrijving van aard, eigenschappen en samenstelling van afvalstoffen

Artikel 10
1.

De in artikel 10.39, eerste lid, onder a, van de wet gestelde verplichting geldt niet voor de categorieën van gevallen waarin de afgifte betrekking heeft op bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder b en niet geschiedt aan een persoon die een stortplaats als bedoeld in artikel 8.47, eerste lid, onder a, van de wet drijft om die afvalstoffen te laten storten.

2.

Degene die een omschrijving als bedoeld in artikel 10.39, eerste lid, onder a, van de wet verstrekt, vermeldt daarbij de van toepassing zijnde code van de afvalstoffenlijst.

3.

Een omschrijving die wordt verstrekt in gevallen waarin korrelvormige afvalstoffen aan een persoon die een stortplaats als bedoeld in artikel 8.47, eerste lid, onder a, van de wet drijft, worden afgegeven om te worden gestort, bevat tevens:

4.

Onverminderd het derde lid bevat een omschrijving die wordt verstrekt in gevallen waarin korrelvormige, regelmatige afvalstoffen aan een persoon als bedoeld in dat lid worden afgegeven om te worden gestort tevens:

5.

Degene die ten behoeve van het verstrekken van een omschrijving gebruik maakt van schriftelijk of elektronisch vastgelegde gegevens omtrent aard, eigenschappen en samenstelling van de afvalstoffen, bewaart deze gegevens gedurende ten minste vijf jaar na de laatste afgifte van afvalstoffen waarop die omschrijving betrekking heeft.

6.

Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het verstrekken van een omschrijving.

§ 6. De begeleidingsbrief

Artikel 11
1.

De in de artikelen 10.39, eerste lid, onder b, en 10.44, eerste en tweede lid, van de wet gestelde verplichtingen gelden niet voor het vervoer van:

2.

De in artikel 10.39, eerste lid, onder b, van de wet gestelde verplichting geldt evenmin in de categorieën van gevallen waarin afvalstoffen worden afgegeven aan een persoon die de afvalstoffen door route-inzameling verkrijgt of door inzameling verkrijgt ingeval de afvalstoffen behoren tot een krachtens artikel 3, derde lid, onder b, aangewezen categorie, en het op de afvalstoffen betrekking hebbende afvalstroomnummer met toepassing van artikel 8, derde lid, aan hem is verstrekt.

Artikel 12
1.

Onverminderd het tweede lid wordt voor de begeleidingsbrief, bedoeld in artikel 10.39, eerste lid, onder b, van de wet gebruik gemaakt van een bij regeling van Onze Minister vastgesteld formulier dat voor de daarbij aangegeven categorieën van gevallen verschillend kan worden vastgesteld.

2.

Onze Minister kan toestemming geven om gebruik te maken van een andere gegevensdrager dan een formulier als bedoeld in het eerste lid.

3.

Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de toepassing van het eerste lid. Tevens kunnen daarbij categorieën van gevallen worden aangewezen waarvoor de verplichting, bedoeld in het eerste lid, niet geldt.

§ 7. Slotbepalingen

Artikel 13

Indien een melding als bedoeld in artikel 10.38, derde lid, of 10.40, eerste lid, van de wet betrekking heeft op een afgifte die heeft plaatsgevonden op of na de inwerkingtreding van dit besluit en vóór de eerste dag van de maand volgende op die inwerkingtreding, geschiedt, in afwijking van artikel 6, vierde lid, dan wel artikel 3, vijfde lid, aanhef en onder a, die melding uiterlijk tien weken na de datum van inwerkingtreding van dit besluit.

Artikel 14

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel 15

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen.

Bijlage. behorend bij artikel 8

Categorieën van gevaarlijke afvalstoffen als bedoeld in artikel 8, tweede lid:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 10a
1.

Degene die een omschrijving verstrekt in gevallen als bedoeld in artikel 10, derde lid, draagt er zorg voor dat ter bepaling van de in de omschrijving op te nemen gegevens over de samenstelling en het uitlooggedrag van afvalstoffen, monsters van de betrokken afvalstoffen worden genomen, die monsters worden geanalyseerd en dat daaromtrent gegevens worden geregistreerd.

2.

De in het eerste lid gestelde verplichting geldt niet voor:

3.

De monsterneming, bedoeld in het eerste lid, wordt uitgevoerd door een persoon of instelling die beschikt over een erkenning als bedoeld in artikel 12b.

4.

De analyse van de monsters wordt uitgevoerd door een persoon of instelling die beschikt over een bewijs waarmee de Raad voor Accreditatie of een daaraan gelijkwaardig instituut in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, kenbaar heeft gemaakt dat gedurende de periode waarin deze worden uitgevoerd, een gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat de betrokken persoon of instelling competent is voor het uitvoeren van de analyse overeenkomstig de krachtens het vijfde lid gestelde regels.

5.

Bij regeling van Onze Minister:

6.

Het is verboden te doen handelen in strijd met het derde en vierde lid.

§ 6. De begeleidingsbrief

§ 6a. Regels inzake de erkenning van personen of instellingen voor de monsterneming, bedoeld in artikel 10a, derde lid

Artikel 12a
1.

In deze paragraaf en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

2.

Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op monsterneming die wordt uitgevoerd ter bepaling van de in de omschrijving op te nemen gegevens over de samenstelling en het uitlooggedrag van afvalstoffen.

Artikel 12b
1.

Onze Minister kan op aanvraag een erkenning verlenen aan een persoon of een instelling voor het nemen van monsters van afvalstoffen.

2.

De beschikking vermeldt ten minste de naam van de persoon of instelling, de vestigingsplaats en, indien van toepassing, de naam van de natuurlijk persoon die voor de erkende persoon of instelling de monsterneming van afvalstoffen uitvoert.

3.

Een erkenning wordt voor onbepaalde tijd verleend.

4.

Onze Minister stelt een lijst met erkende personen en instellingen beschikbaar via een bij regeling van Onze Minister aangewezen website.

5.

Een erkenning is niet overdraagbaar.

Artikel 12c
1.

Een aanvraag voor een erkenning wordt door middel van een bij regeling van Onze Minister vastgesteld formulier, ingediend bij Onze Minister.

2.

Bij de aanvraag worden ten minste de volgende gegevens verstrekt:

3.

Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de in het tweede lid bedoelde gegevens.

Artikel 12d
1.

Onze Minister beslist binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.

2.

Onze Minister verleent de erkenning geheel of gedeeltelijk indien de desbetreffende persoon of instelling:

3.

De erkenning wordt gebaseerd op een certificaat.

4.

Een erkenning kan geheel of gedeeltelijk worden geweigerd indien de desbetreffende persoon of instelling of een bestuurder van deze persoon of instelling, in de drie jaar voorafgaande aan de aanvraag een wettelijk voorschrift heeft overtreden dat is gesteld bij of krachtens deze paragraaf of artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht, voor zover de overtreding verband houdt met het nemen van monsters van afvalstoffen.

Artikel 12e
1.

Op verzoek van de erkende persoon of instelling kan de erkenning worden gewijzigd. Artikel 12b, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

2.

Het verzoek wordt, door middel van een bij regeling van Onze Minister vastgesteld formulier, ingediend bij Onze Minister. Artikel 12c, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

3.

Onze Minister beslist binnen vier weken na de datum van ontvangst van het verzoek. Artikel 12d, tweede en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 12f
1.

Met een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 12c, tweede lid, onder d, wordt gelijkgesteld een verklaring omtrent het gedrag afgegeven door een daartoe bevoegde instantie in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, op basis van onderzoekingen of documenten die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het beschermingsniveau dat met de nationale onderzoekingen of documenten wordt geboden, mits die verklaring niet ouder is dan zes maanden.

2.

Met een certificaat wordt gelijkgesteld een certificaat afgegeven door een daartoe bevoegde instantie in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, op basis van onderzoekingen of documenten die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het beschermingsniveau dat met de nationale onderzoekingen of documenten wordt geboden.

3.

Met een erkenning wordt gelijkgesteld een erkenning of vergelijkbare beschikking afgegeven door een daartoe bevoegde instantie in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, op basis van voorwaarden die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het beschermingsniveau dat met de in artikel 12c, tweede lid, gestelde eisen wordt geboden. De artikelen 12b, vierde lid, en 12l zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 12g
1.

Het is verboden monsters van afvalstoffen te nemen zonder daartoe verleende erkenning.

2.

De monsters kunnen worden genomen door een natuurlijk persoon die staat vermeld op de erkenning.

3.

Het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt niet voor zover de werkzaamheid wordt uitgevoerd voor het verkrijgen van een certificaat.

Artikel 12h

Het is een persoon of instelling verboden een resultaat van een monsterneming van afvalstoffen te gebruiken of aan een ander ter beschikking te stellen indien hij weet of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat dit resultaat, gelet op het doel waarvoor dit wordt gebruikt, geen betrouwbaar beeld verschaft van de eigenschappen, aard, hoedanigheid of samenstelling van de afvalstof.

Artikel 12i

De houder van een erkenning meldt onverwijld aan een door Onze Minister aangewezen instantie zijn door de rechtbank uitgesproken faillissement of surseance van betaling. De melding geschiedt door middel van een bij regeling van Onze Minister vastgesteld formulier.

Artikel 12j

Een certificeringsinstelling meldt een schorsing of intrekking van een certificaat voor de monsterneming onverwijld aan een door Onze Minister aangewezen instantie. De melding geschiedt door middel van een bij regeling van Onze Minister vastgesteld formulier.

Artikel 12k
1.

Onze Minister kan een erkenning geheel of gedeeltelijk intrekken:

2.

Onze Minister kan een erkenning voor een periode van ten hoogste twee jaar geheel of gedeeltelijk schorsen, indien:

3.

In geval van aanwijzingen dat er sprake is van een overtreding als bedoeld in het eerste lid, onder e, kan Onze Minister de desbetreffende persoon of instelling verzoeken binnen een redelijke termijn een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens over te leggen, die niet ouder is dan twee maanden. Indien de desbetreffende persoon of instelling niet binnen de gestelde termijn aan dit verzoek voldoet of kan voldoen, kan Onze Minister de erkenning voor een periode van ten hoogste twee jaar geheel of gedeeltelijk schorsen.

Artikel 12l

Onze Minister verwerkt de schorsing en intrekking van de erkenning in de lijst, bedoeld in artikel 12b, vierde lid.

§ 7. Slotbepalingen

Bijlage. behorend bij artikel 8

Categorieën van gevaarlijke afvalstoffen als bedoeld in artikel 8, tweede lid:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.