← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister van Justitie van 22 november 2004, nr. 5295956/04/DJI, houdende bepalingen met betrekking tot de eisen voor erkenning van een penitentiair programma of een onderdeel daarvan (Erkenningsregeling penitentiair programma 2004)

Geldende tekst a fecha 2015-01-01

Gelet op artikel 4, derde en vijfde lid, van de Penitentiaire beginselenwet en artikel 5, vierde lid, van de Penitentiaire maatregel;

Besluit:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2
1.

De sectordirectie Gevangeniswezen kan een penitentiair programma of een onderdeel daarvan erkennen.

2.

De directeur, een reclasseringsinstelling of een derde-organisatie kan een voordracht voor erkenning van een penitentiair programma voorleggen aan de sectordirectie Gevangeniswezen.

Artikel 3

Voor erkenning kunnen worden voorgedragen:

Artikel 4
1.

De erkenning geschiedt voor een periode van maximaal twee jaren.

2.

Op de aanvraag tot erkenning wordt binnen drie maanden beslist.

3.

De sectordirectie Gevangeniswezen zendt een afschrift van zijn besluit aan de aanvrager. De sectordirectie Gevangeniswezen houdt tevens een lijst bij van erkende penitentiaire programma’s.

4.

De erkenning kan door de sectordirectie Gevangeniswezen tussentijds worden ingetrokken indien:

5.

De directeur van een penitentiaire inrichting, een reclasseringsinstelling of de derde-organisatie dient desgewenst uiterlijk drie maanden voor afloop van de termijn waarvoor de erkenning is gegeven een verzoek tot verlenging in.

6.

De sectordirectie Gevangeniswezen kan besluiten de erkenning niet te verlengen indien één of meer omstandigheden zich voordoen als bedoeld in het vierde lid, onder a tot en met d.

Artikel 5
1.

Het standaardprogramma of de module van een penitentiair programma dient een beschrijving te bevatten van de wijze waarop het programma invulling geeft aan de verdere tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf of voorlopige hechtenis.

2.

Een penitentiair programma bevat een samenstel van activiteiten dat zo evenwichtig mogelijk is gespreid over de hierna genoemde onderdelen, per week tenminste 26 uur omvat en ten minste uit een van de volgende hoofdrubrieken is opgebouwd:

3.

De aanvraag tot erkenning van een penitentiair programma of een module van een penitentiair programma bevat ten minste een beschrijving van:

4.

Indien de aanvraag tot erkenning door een derde-organisatie wordt ingediend, legt hij bij de aanvraag een verklaring over waarin is vermeld dat hij zal voldoen aan de volgende voorwaarden:

Artikel 6
1.

De activiteiten in het kader van een penitentiair programma kunnen worden uitgevoerd door een inrichting, een reclasseringsinstelling, een derde-organisatie of een werkgever.

2.

Indien het penitentiair programma of een substantieel gedeelte daarvan uitgevoerd wordt door een derde-organisatie die:

dan vermeldt de organisatie dit bij de aanvraag om erkenning van een penitentiair programma of een module daarvan.

3.

Indien het penitentiair programma of een substantieel gedeelte daarvan wordt uitgevoerd door een derde-organisatie, die niet door een in het tweede lid genoemd Ministerie of krachtens een daar genoemde wet of regeling erkend of toegelaten is, wordt bij de voordracht voor erkenning van het penitentiair programma de betrouwbaarheid van de derde-organisatie getoetst.

4.

Indien het penitentiair programma of een substantieel gedeelte daarvan uitgevoerd wordt door een werkgever, wordt door de directeur van de inrichting of een reclasseringsinstelling de betrouwbaarheid van de werkgever getoetst.

Artikel 7
1.

De sectordirectie Gevangeniswezen wijst per hofressort één of meer inrichtingen aan waarbij de deelnemers administratief worden ingeschreven.

2.

Alleen inrichtingen en reclasseringsinstellingen kunnen aangemerkt worden als uitvoeringsverantwoordelijke instantie.

3.

De selectiefunctionaris wijst bij zijn besluit tot deelname aan een penitentiair programma tevens de uitvoeringsverantwoordelijke instantie aan.

4.

De uitvoeringsverantwoordelijke instantie houdt toezicht op de feitelijke begeleiding van de deelnemer aan het programma. Onder toezicht wordt in ieder geval verstaan:

5.

De uitvoeringsverantwoordelijke instantie sluit een overeenkomst met de werkgever of derde-organisatie. In elk geval worden afspraken gemaakt over de te verrichten werkzaamheden, de financiering en het toezicht door de uitvoeringsverantwoordelijke instantie op inhoud en kwaliteit van het programma.

Artikel 8

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 9

Deze regeling wordt aangehaald als: Erkenningsregeling penitentiair programma 2004.

Artikel 10

De Erkenningsregeling penitentiair programma wordt ingetrokken.