Rijkswet van 2 december 2004, houdende instelling van een Onderzoeksraad voor veiligheid (Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid)
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is een algemene onafhankelijke raad in te stellen voor het onderzoek van rampen, ongevallen en incidenten teneinde de oorzaken of vermoedelijke oorzaken van het voorval of de categorie voorvallen en van de omvang van hun gevolgen vast te stellen en daaraan aanbevelingen te verbinden;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State van het Koninkrijk gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, de bepalingen van het Statuut voor het Koninkrijk in acht genomen zijnde, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Treedt in werking behoudens ten aanzien van het onderzoek naar ongevallen en incidenten met een zeeschip dat niet in gebruik is bij Onze Minister van Defensie of een buitenlandse krijgsmacht. Treedt ten aanzien van de bepalingen over onderzoek naar ongevallen en incidenten met een zeeschip dat niet in gebruik is bij Onze Minister van Defensie of een buitenlandse krijgsmacht in werking op 1 januari 2010 (Stb. 2009/563).
Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
In deze rijkswet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a. Onze Minister: Onze Minister van Justitie en Veiligheid van Nederland;
- b. de raad: de Onderzoeksraad voor veiligheid, genoemd in artikel 2, eerste lid;
- c. de leden van de raad: zowel de leden van de raad, bedoeld in artikel 6, eerste lid, als de buitengewone leden van de raad, bedoeld in artikel 6, tweede lid;
- d. het bureau: het bureau, bedoeld in artikel 11, tweede lid;
- e. voorval: gebeurtenis die de dood of letsel van een persoon dan wel schade aan een zaak of het milieu veroorzaakt, alsmede een gebeurtenis die gevaar voor een dergelijk gevolg in het leven heeft geroepen;
- f. schip: zaak, geen luchtvaartuig zijnde, die blijkens zijn constructie bestemd is om te drijven en drijft of heeft gedreven;
- g. zeeschip: schip dat blijkens zijn constructie uitsluitend of in hoofdzaak voor drijven in zee is bestemd;
- h. Nederlands zeeschip: zeeschip dat op grond van de voor Nederland geldende rechtsregels gerechtigd is de vlag van het Koninkrijk der Nederlanden te voeren;
- i. Curaçaos zeeschip: zeeschip dat op grond van de voor Curaçao geldende rechtsregels gerechtigd is de vlag van het Koninkrijk der Nederlanden te voeren;
- j. Arubaans zeeschip: zeeschip dat op grond van de voor Aruba geldende rechtsregels gerechtigd is de vlag van het Koninkrijk der Nederlanden te voeren;
- k. Sint-Maartens zeeschip: zeeschip dat op grond van de voor Sint Maarten geldende rechtsregels gerechtigd is de vlag van het Koninkrijk der Nederlanden te voeren;
- l. ro-ro-passagiersschip: ro-ro-passagiersschip als omschreven in artikel 2, onderdeel 1, van richtlijn nr. (EU) 2017/2110 van het Europees Parlement en de Raad van 15 november 2017 betreffende een inspectiesysteem voor de veilige exploitatie van ro-ro-passagiersschepen en hogesnelheidspassagiersvaartuigen op geregelde diensten en tot wijziging van Richtlijn 2009/16/EG en tot intrekking van Richtlijn 1999/35/EG van de Raad (PbEU L 315);
- m. hogesnelheidspassagiersvaartuig: hogesnelheidspassagiersvaartuig als omschreven in artikel 2, onderdeel 2, van richtlijn nr. (EU) 2017/2110 van het Europees Parlement en de Raad van 15 november 2017 betreffende een inspectiesysteem voor de veilige exploitatie van ro-ro-passagiersschepen en hogesnelheidspassagiersvaartuigen op geregelde diensten en tot wijziging van Richtlijn 2009/16/EG en tot intrekking van Richtlijn 1999/35/EG van de Raad (PbEU L 315);
- n. luchtvaartuig: toestel dat in de dampkring kan worden gehouden ten gevolge van krachten die de lucht daarop uitoefent, anders dan de krachten van de lucht tegen het aardoppervlak;
- o. Nederlands luchtvaartuig: een in Nederland geregistreerd luchtvaartuig;
- p. oorzaken: handelingen, verzuimen, gebeurtenissen, omstandigheden of een combinatie daarvan die tot het voorval hebben geleid;
- q. aanbeveling: voorstel van de raad op basis van uit onderzoek van de raad voortvloeiende informatie met de bedoeling toekomstige voorvallen te voorkomen of de gevolgen daarvan te beperken;
- r. vluchtrecorder: elk soort, ter vergemakkelijking van onderzoeken van ongevallen en incidenten, in het luchtvaartuig geïnstalleerd registratietoestel;
Onder een voorval als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, wordt niet verstaan:
- a. een verstoring van de openbare orde als bedoeld in artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet of artikel 174, derde lid, van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, een oproerige beweging of een andere ernstige wanordelijkheid als bedoeld in artikel 175, eerste lid, van de Gemeentewet of artikel 178, eerste lid, van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, dan wel een situatie die ernstig doet vrezen voor het ontstaan van een van deze gebeurtenissen;
- b. een optreden van bevoegde autoriteiten ter handhaving van de rechtsorde;
- c. een optreden van de krijgsmacht of een onderdeel daarvan:
- 1°. in een situatie van oorlog of gewapend conflict;
- 2°. tijdens een operatie ter handhaving of bevordering van de internationale rechtsorde;
- 3°. op grond van de Politiewet 2012, de Rijkswet politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba of de Veiligheidswet BES;
- 4°. in het kader van het verlenen van bijstand ingevolge de Aanwijzingen inzake de inzet van de krijgsmacht in Aruba, Curaçao en Sint Maarten.
Met een Nederlands luchtvaartuig wordt gelijkgesteld een luchtvaartuig dat door een in Nederland gevestigde natuurlijke persoon, rechtspersoon met of zonder winstoogmerk of overheidslichaam met of zonder rechtspersoonlijkheid wordt geëxploiteerd.
Hoofdstuk 2. De raad
§ 1. Instelling en taak
Artikel 2
Er is een Onderzoeksraad voor veiligheid.
De raad is gevestigd te ‘s-Gravenhage.
De raad bezit rechtspersoonlijkheid.
Artikel 3
De raad heeft, met het uitsluitende doel toekomstige voorvallen te voorkomen of de gevolgen daarvan te beperken, tot taak te onderzoeken en vast te stellen wat de oorzaken of vermoedelijke oorzaken van individuele of categorieën voorvallen en van de omvang van hun gevolgen zijn en daaraan zo nodig aanbevelingen te verbinden.
Artikel 4
De raad is bevoegd een onderzoek in te stellen naar:
- a. voorvallen op, boven of onder het grondgebied van Nederland met inbegrip van wateren onder Nederlandse jurisdictie;
- b. voorvallen op, boven of onder het grondgebied van Aruba, Curaçao of Sint Maarten met inbegrip van wateren onder Arubaanse, Curaçaose of Sint-Maartense jurisdictie, indien de raad door de regering van Aruba, Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten om een onderzoek daarnaar wordt verzocht;
- c. voorvallen waarbij een Nederlands zeeschip op volle zee of in wateren onder andere dan Nederlandse jurisdictie is betrokken;
- d. voorvallen waarbij een ro-ro-passagiersschip of een hogesnelheidspassagiersvaartuig op volle zee is betrokken dat het laatst een haven in Nederland heeft aangedaan;
- e. voorvallen waarbij een Nederlands luchtvaartuig is betrokken boven volle zee of in het buitenland;
- f. voorvallen waarbij een Arubaans, Curaçaos of Sint-Maartens zeeschip is betrokken op volle zee of in wateren onder andere dan Arubaanse, Curaçaose of Sint-Maartense jurisdictie, indien de raad door de regering van Aruba, Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten om een onderzoek daarnaar wordt verzocht;
- g. voorvallen waarbij een Arubaans, Curaçaos of Sint-Maartens luchtvaartuig is betrokken boven volle zee of in het buitenland, indien de raad door de regering van Aruba, Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten om een onderzoek daarnaar wordt verzocht.
De bevoegdheid tot onderzoek strekt zich tevens uit tot:
- a. de wijze waarop in Nederland is omgegaan met de gevolgen van voorvallen in het buitenland waarvan de gevolgen zich uitstrekken tot het grondgebied van Nederland met inbegrip van wateren onder Nederlandse jurisdictie;
- b. de wijze waarop in Aruba, Curaçao of Sint Maarten is omgegaan met de gevolgen van voorvallen in het buitenland waarvan de gevolgen zich uitstrekken tot het grondgebied van Aruba, Curaçao of Sint Maarten met inbegrip van wateren onder Arubaanse, Curaçaose of Sint-Maartense jurisdictie, indien de raad door de regering van Aruba, Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten om een onderzoek daarnaar wordt verzocht;
- c. het omgaan met de gevolgen van de voorvallen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, c, d en e;
- d. het omgaan met de gevolgen van de voorvallen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b, f en g, indien de raad door de regering van Aruba, Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten om een onderzoek naar die voorvallen wordt verzocht.
De raad is overigens bevoegd een onderzoek in te stellen naar voorvallen en het omgaan met de gevolgen van voorvallen, voor zover het betreft voorvallen waarbij betrokken is een zaak of een persoon, in gebruik bij onderscheidenlijk in de uitoefening van een functie ten behoeve van:
- a. Onze Minister van Defensie;
- b. een buitenlandse krijgsmacht, indien het voorval plaatsvond op of boven het grondgebied van het Koninkrijk, met inbegrip van de territoriale zee en het bij het grondgebied behorende continentaal plat, alsmede voor zover het een voorval met een luchtvaartuig betreft, indien het voorval plaatsvond binnen het vluchtinformatiegebied Curaçao, voor zover dit vluchtinformatiegebied niet omvat gebieden of wateren, behorend tot de jurisdictie van een andere staat.
De raad is overigens ook bevoegd een onderzoek in te stellen naar voorvallen en het omgaan met de gevolgen van voorvallen, voor zover het betreft voorvallen waarbij betrokken is een zaak of een persoon, in gebruik bij onderscheidenlijk in de uitoefening van een functie ten behoeve van een organisatie waarvan het beheer is opgedragen aan Onze Minister van Defensie.
Artikel 5
Bij algemene maatregel van rijksbestuur of algemene maatregel van bestuur wordt bepaald ten aanzien van welke voorvallen de raad verplicht is een onderzoek in te stellen.
Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur of algemene maatregel van bestuur worden ten aanzien van nader aan te wijzen voorvallen waarbij ook een andere staat of een ander land betrokken is, regels gesteld over de inrichting van het onderzoek, over het samenwerken met die andere staat of dat andere land bij de uitvoering van het onderzoek en de rol van de raad in deze gevallen alsmede de bij een dergelijk onderzoek in acht te nemen internationale verplichtingen.
§ 2. Inrichting en samenstelling
Artikel 6
De raad kent minimaal drie en maximaal vijf leden, de voorzitter daaronder begrepen.
Voorts maken buitengewone leden deel uit van de raad.
Buitengewone leden kunnen op verzoek of uit eigen beweging deelnemen aan beraadslagingen van de raad, behoudens het bepaalde in het vierde lid.
Aan de beraadslagingen van de raad nemen buitengewone leden niet deel voor de toepassing van de artikelen 7, 16, 17, 20, eerste lid, 25, 26 en 65.
Artikel 7
In afwijking van artikel 12, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen worden de leden van de raad, bedoeld in artikel 6, eerste lid, bij koninklijk besluit benoemd, geschorst en ontslagen, de raad gehoord.
In afwijking van artikel 12, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen worden de leden van de raad, bedoeld in artikel 6, tweede lid, bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister, gedaan in overeenstemming met Onze Minister in Nederland wie het mede aangaat, benoemd, geschorst en ontslagen, de raad gehoord.
De keuze van de leden van de raad geschiedt op zodanige wijze dat alle relevante deskundigheid in de raad aanwezig is. In de raad is in ieder geval deskundigheid aanwezig op het terrein van defensie en transport. Bij algemene maatregel van rijksbestuur kunnen terzake nadere regels worden gesteld.
De benoeming van de leden van de raad geschiedt voor een periode van vier jaar. De zittingsduur van het lid dat is benoemd op een tussentijds opengevallen plaats, is gelijk aan de duur van de resterende zittingsperiode van het lid in wiens plaats dit lid is benoemd. De leden van de raad kunnen eenmaalworden herbenoemd.
Onze Minister draagt in overeenstemming met Onze Minister in Nederland wie het mede aangaat, zorg voor openbaarmaking van een vacature in de raad. De raad kan aan Onze Minister een met redenen omkleed voorstel doen voor openbaarmaking van een vacature. Onze Minister informeert de Staten-Generaal over de gevolgde procedure bij de benoeming en de benoemde kandidaat.
Op eigen verzoek wordt aan de leden van de raad ontslag verleend uiterlijk met ingang van de eerste dag van de derde kalendermaand na de dag waarop Onze Minister het verzoek om ontslag heeft ontvangen.
Onverminderd het zesde lid zijn schorsing en ontslag alleen mogelijk wegens ongeschiktheid of onbekwaamheid voor de vervulde functie dan wel wegens andere zwaarwegende in de persoon van de betrokkene gelegen redenen.
Artikel 8
Een van de leden van de raad, bedoeld in artikel 6, eerste lid, wordt bij koninklijk besluit benoemd tot voorzitter van de raad.
Een van de leden van de raad, bedoeld in artikel 6, eerste lid, wordt bij koninklijk besluit benoemd tot plaatsvervangend voorzitter van de raad.
Artikel 9
Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur worden regels gesteld omtrent de wijze van beëdiging van de leden van de raad.
Artikel 10
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.