Besluit van 3 december 2004, houdende regels met betrekking tot het veilig en ongestoord gebruik van hoofdspoorwegen (Besluit spoorverkeer)

Type AMvB
Publication 2023-09-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat van 16 september 2003, Hoofddirectie Juridische Zaken, nr. HDJZ/S&W/2003-1877;

Gelet op richtlijn 2001/14/EG en op de artikelen 23, 64, 65 en 87, eerste lid, van de Spoorwegwet;

De Raad van State gehoord (advies van 19 december 2003, nr. W09.03.0393/V);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 29 november 2004, nr. HDJZ/S&W/2004-2899, Hoofddirectie Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

§ 2. Gebruik van hoofdspoorwegen

Artikel 2

Vervallen

Artikel 3

Vervallen

Artikel 4
1.

Het is verboden om gedeelten van de hoofdspoorweg, waar het verkeer niet wordt geregeld door lichtseinen, te gebruiken zonder voorafgaande toestemming daarvoor van de beheerder.

2.

In het belang van een veilig en ongestoord verkeer op de hoofdspoorweg kan de beheerder aanwijzingen verbinden aan de toestemming.

3.

De aanwijzingen, bedoeld in het tweede lid, worden opgevolgd.

4.

Het eerste lid is niet van toepassing indien de hoofdspoorweginfrastructuur van het betreffende gedeelte van de hoofdspoorweg en het betrokken spoorvoertuig zijn voorzien van een op elkaar afgestemd en goed functionerend ERTMS.

Artikel 5
1.

Het is verboden over een hoofdspoorweg gezien de rijrichting van de trein achteruit te rijden.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing:

3.

De aanwijzingen van de rangeerder worden opgevolgd.

Artikel 6
1.

Het is verboden een trein op een hoofdspoorweg terug te zetten zonder voorafgaande toestemming daarvoor van de beheerder.

2.

In het belang van een veilig en ongestoord verkeer op de hoofdspoorweg kan de beheerder aanwijzingen verbinden aan de toestemming.

3.

De aanwijzingen, bedoeld in het tweede lid, worden opgevolgd.

4.

Voor de toepassing van dit artikel wordt onder terugzetten verstaan het achteruitrijden waarbij een reeds gepasseerd sein, wissel, spoorwegovergang of andere verkeersbeïnvloedende installatie wederom wordt gepasseerd.

Artikel 7

Vervallen

Artikel 8

Vervallen

Artikel 9

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over het veilig en ongestoord gebruik van hoofdspoorwegen en spoorvoertuigen.

Artikel 10
1.

Het is verboden met een spoorvoertuig van een hoofdspoorweg gebruik te maken dan wel gebruik te laten maken indien de lading daarvan buiten het in het infrastructuurregister vermelde referentieprofiel voor spoorvoertuigen uitsteekt.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing indien:

3.

In het belang van een veilig en ongestoord verkeer op de hoofdspoorweg kan de beheerder aanwijzingen verbinden aan de toestemming.

4.

De aanwijzingen, bedoeld in het derde lid, worden opgevolgd.

Artikel 11

Vervallen

Artikel 12

Vervallen

Artikel 13

In afwijking van de geldende paragrafen van de TSI Exploitatie en verkeersleiding mag de stralende verlichting geel zijn bij een trein ten aanzien waarvan een ontheffing is afgegeven op grond van artikel 26k, vijfde lid, van de wet of artikel 26q, zesde lid, van de wet.

Artikel 14

Vervallen

Artikel 15

Vervallen

Artikel 16

Vervallen

Artikel 17

Vervallen

Artikel 18

Op hoofdspoorwegen als bedoeld in bijlage 2 bij het Besluit aanwijzing hoofdspoorwegen bedraagt de maximumsnelheid 30 kilometer per uur.

Artikel 19
1.

Onverminderd artikel 18 en de door de seinen aangegeven maximumsnelheid is de snelheid op de hoofdspoorweg niet hoger dan de door de betrokken spoorwegonderneming voor de trein vastgestelde maximumsnelheid.

2.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over het vaststellen van de maximum snelheid.

§ 3. Seinen

Artikel 20
1.

Onverminderd artikel 18 is de snelheid op de hoofdspoorweg niet hoger dan de snelheid waarmee de trein tot stilstand kan worden gebracht binnen de afstand waarover de spoorweg te overzien en vrij is, indien:

2.

Onze Minister kan gedeelten van de hoofdspoorweg als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, aanwijzen waarop het eerste lid niet van toepassing is.

§ 3. Seinen

Artikel 21
1.

Indien gereden wordt over hoofdspoorwegen als bedoeld in bijlage 2 bij het Besluit aanwijzing hoofdspoorwegen, die gelegen zijn in een kruising of een samenloop met een voor het openbaar verkeer openstaande weg als bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994, en die niet worden aangeduid als een overweg door middel van de borden J12 en J13 van bijlage 1 bij RVV 1990:

2.

Wanneer de stoptekens en aanwijzingen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, niet door de bestuurder kunnen worden gegeven, worden deze gegeven door de begeleider van de trein.

§ 4. Werkzaamheden aan of nabij de hoofdspoorweg

Artikel 22
1.

Op kruisingen van hoofdspoorwegen met niet voor het openbaar verkeer openstaande wegen verlenen weggebruikers voorrang aan spoorvoertuigen.

2.

Het is weggebruikers verboden een kruising als bedoeld in het eerste lid op te rijden of te betreden:

Artikel 23

Vervallen

§ 6. Samenstelling treinen

Artikel 24

Vervallen

Artikel 25

Vervallen

§ 7. Verlichting en signalering

Artikel 26
1.

De beheerder kan bij gestoord bedrijf, incidenten of noodsituaties aan de bestuurder of andere personen die deelnemen aan het spoorverkeer, aanwijzingen geven inzake het veilig en ongestoord gebruik van de hoofdspoorweg. Deze personen zijn verplicht deze aanwijzingen op te volgen.

2.

De maatregelen die worden gehanteerd bij gestoord bedrijf, incidenten, noodsituaties en bij het herstel van het veilige en ongestoorde treinverkeer houden in elk geval in dat de beheerder een noodplan opstelt dat voldoet aan artikel 54, eerste lid, van richtlijn 2012/34/EU.

3.

De spoorwegonderneming doet onverwijld melding aan Onze Minister van storingen of andere onregelmatigheden die een veilig en ongestoord gebruik van de hoofdspoorweg in gevaar brengen of kunnen brengen, voor zover deze een trein betreffen waarmee in haar opdracht gebruik wordt gemaakt van de hoofdspoorweg.

Artikel 27

Vervallen

§ 7. Gebruik van hoofdspoorwegen uitsluitend binnen spoorwegemplacementen

Artikel 28

Vervallen

Artikel 29

Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder:

Artikel 30

Bij ministeriële regeling worden delen van hoofdspoorwegen aangewezen als spoorwegemplacementen.

Artikel 31

Bij rangeren en parkeren kunnen de regels met betrekking tot geluidsinstallaties, verlichting en sluitseinen uit de TSI Exploitatie en verkeersleiding buiten toepassing worden gelaten.

Artikel 32

Het is verboden om bij het rangeren te rijden met een hogere snelheid dan 40 kilometer per uur.

§ 9. Noodremming

Artikel 33

De spoorwegonderneming verstrekt voordat in haar opdracht wordt gerangeerd, aan de bestuurder en de rangeerder een rangeeropdracht en aan de beheerder een rangeerplan.

Artikel 34
1.

Een trein is tijdens het gebruik van een hoofdspoorweg uitsluitend binnen een spoorwegemplacement aan de voor- en aan de achterzijde voorzien van tenminste een brandend wit licht.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing gedurende de periode dat een trein is geparkeerd.

Artikel 35

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels gesteld worden over aanwijzingen als bedoeld in de artikelen 4, tweede lid, 6, tweede lid en 10, derde lid.

§ 10. Diverse bepalingen

Artikel 36

Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de aard, uitvoering, plaatsing, bediening en betekenis van seinen.

Artikel 37

De beheerder draagt er zorg voor:

Artikel 38

Vervallen

Artikel 39

Overtreding van artikel 22 vormt een strafbaar feit in de zin van artikel 87, eerste lid, van de wet.

§ 10. Overgangsrecht

Artikel 40

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.