← Geldende tekst · Geschiedenis

Besluit van 3 december 2004, houdende regels over de verdeling van de capaciteit van de hoofdspoorweg-infrastructuur (Besluit capaciteitsverdeling hoofdspoorweginfrastructuur)

Geldende tekst a fecha 2006-05-24

Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 19 december 2003, nr. HDJZ/S&W/2003-1875, Hoofddirectie Juridische Zaken;

Gelet op richtlijn 2001/14/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2001 inzake de toewijzing van spoorweginfrastructuurcapaciteit en de heffing van rechten voor het gebruik van spoorweginfrastructuur (PbEG L 75), en op de artikelen 57, onderdeel c, 59, derde lid, 61 en 62, achtste lid, van de Spoorwegwet, en wat betreft artikel 15 van dit besluit, op artikel 27 van de Spoorwegwet 1875;

De Raad van State gehoord (advies van 19 februari 2004, nr. W09.03.0542/V);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 29 november 2004, nr. HDJZ/S&W/2004-2898, Hoofddirectie Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel 2

Iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die om commerciële redenen aantoonbaar belang heeft bij de verwerving van capaciteit voor het doen vervoeren van lading door middel van spoorvervoerdiensten is gerechtigd tot het sluiten van een toegangsovereenkomst en een kaderovereenkomst met de beheerder.

§ 2. Algemene voorwaarden bij de toegangsovereenkomst

Artikel 3

Algemene voorwaarden bij de toegangsovereenkomst als bedoeld in artikel 59, derde lid, van de wet zijn:

§ 3. Bepalingen ten aanzien van de capaciteitsverdelingsprocedure

Artikel 4

De beheerder en gerechtigden nemen bij de capaciteitsverdelingsprocedure voor de normale dienstregeling de procedure van de artikelen 19, 20 en 21 en het tijdschema van bijlage III van richtlijn 2001/14/EG in acht.

Artikel 5
1.

De beheerder verstrekt gerechtigden desgevraagd informatie over de binnen de dienstregeling nog voor ad hoc aanvragen beschikbare capaciteit.

2.

De beheerder geeft binnen vijf werkdagen na ontvangst van een ad hoc aanvraag aan betrokken gerechtigde aan of dit pad voor verdeling beschikbaar is.

Artikel 6

De benodigde capaciteit voor geplande buitendienststellingen van de hoofdspoorwegen ten behoeve van werkzaamheden aan of nabij de hoofdspoorwegen, of benodigde capaciteit voor het door de beheerder op te stellen onderhoudsrooster, wordt bij de capaciteitsverdelingsprocedure voor de normale dienstregeling verdeeld.

§ 4. Regels ten aanzien van overbelast verklaarde infrastructuur

Artikel 7
1.

Indien de beheerder constateert dat er geen overeenstemming kan worden bereikt tijdens de coördinatie ten aanzien van concurrerende capaciteitsaanvragen die betrekking hebben op vervoer, kunnen beheerder en een betrokken gerechtigde door toepassing van een verhoging als bedoeld in artikel 62, derde lid, van de wet tot overeenstemming komen.

2.

Indien de verhoging bedoeld in artikel 62, derde lid, van de wet niet is toegepast of geen bevredigend resultaat heeft opgeleverd:

3.

Het resultaat van de verhoging is in ieder geval niet bevredigend indien ten gevolge hiervan het minimale niveau van het personenvervoer, niet zijnde het hogesnelheidspersonenvervoer, van het hogesnelheidspersonenvervoer of van het goederenvervoer niet worden gehaald.

4.

Indien de verhoging bedoeld in artikel 62, derde lid, is doorberekend, verricht de beheerder een capaciteitsanalyse als bedoeld in artikel 25 van richtlijn 2001/14/EG en stelt deze binnen zes maanden een capaciteitsvergrotingsplan als bedoeld in artikel 26 van richtlijn 2001/14/EG op.

5.

Het tweede lid, onderdelen b en c, en het vierde lid gelden niet indien reeds uitvoering wordt gegeven aan een capaciteitsvergrotingsplan als bedoeld in artikel 26 van richtlijn 2001/14/EG.

Artikel 8
1.

Indien concurrerende capaciteitsaanvragen betrekking hebben op vervoer en de infrastructuur overeenkomstig artikel 7, tweede lid, overbelast is verklaard, is het minimale niveau:

Van/naar Via Naar/Van Paden/uur buiten de spits Paden/uur in de spits
Amersfoort Deventer Oldenzaal grens 1 1
Amersfoort Zwolle Groningen 1 0,5
Beverwijk/Amsterdam Westhaven Breukelen Geldermalsen 2 1
Haarlem Den Haag Kijfhoek 1 0,5
Utrecht Zevenaar 0 0
Kijfhoek Roosendaal grens 2 1
Kijfhoek Breukelen Amersfoort 1 1
Kijfhoek Boxtel Eindhoven 1 1
Geldermalsen Boxtel 1 0,5
Boxtel Eindhoven 1 0.5
Sloe Roosendaal Tilburg 1 1
Tilburg Geldermalsen 1 0,5
Zevenaar Zevenaar grens 4 4
Eindhoven Maastricht Eijsden grens 2 1
Eindhoven Venlo 1 0
Overige baanvakken 1 0
2.

De beheerder streeft met betrekking tot de paden voor het hogesnelheidspersonenvervoer, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, naar een redelijke verdeling over het uur.

3.

De beheerder verdeelt de capaciteit zodanig dat met gebruik van spoorvoertuigen als bedoeld in het vierde en vijfde lid, het minimale niveau voor hogesnelheidspersonenvervoer, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, kan worden gerealiseerd met de volgende maximale reistijden:

4.

Spoorvoertuigen voor de toepassing van het derde lid, onderdeel a, zijn voertuigen waarmee een snelheid van meer dan 300 kilometer per uur kan worden bereikt en die ten minste voldoen aan de eisen zoals opgenomen in de desbetreffende krachtens artikel 20, eerste lid, van de Wet personenvervoer 2000, verleende concessie.

5.

Spoorvoertuigen voor de toepassing van het derde lid, onderdelen b tot en met e zijn voertuigen waarmee een snelheid van ten minste 220 kilometer per uur kan worden bereikt en die ten minste voldoen aan de eisen zoals opgenomen in de desbetreffende, krachtens artikel 20, eerste lid, van de Wet personenvervoer 2000 verleende concessie.

Artikel 9
1.

Indien de benodigde capaciteit voor buiten dienst te stellen hoofdspoorwegen ten behoeve van werkzaamheden aan of nabij de hoofdspoorwegen of de benodigde capaciteit voor het door de beheerder op te stellen onderhoudsrooster concurreert met de capaciteitsaanvragen van één of meerdere gerechtigden en er tussen de beheerder en de betrokken gerechtigden tijdens de coördinatie geen overeenstemming kan worden bereikt, verklaart de beheerder de betrokken infrastructuur overbelast, verricht deze een capaciteitsanalyse als bedoeld in artikel 25 van richtlijn 2001/14/EG en stelt deze binnen zes maanden een capaciteitsvergrotingsplan als bedoeld in artikel 26 van richtlijn 2001/14/EG op.

2.

Er wordt prioriteit toegekend aan de door de beheerder benodigde capaciteit, indien:

3.

Er wordt prioriteit toegekend aan capaciteitsaanvragen met betrekking tot personenvervoer in de spits indien deze concurreren met benodigde capaciteit voor het door de beheerder op te stellen onderhoudsrooster.

Artikel 10

Indien de infrastructuur overeenkomstig artikel 7, tweede lid, overbelast is verklaard, wordt bij de verdeling van capaciteit na toepassing van artikel 8 prioriteit toegekend aan deelmarkten overeenkomstig onderstaande volgorde:

Artikel 11

Indien de infrastructuur overeenkomstig artikel 7, tweede lid, overbelast is verklaard en de concurrerende capaciteitsaanvragen zich binnen eenzelfde deelmarkt van het personenvervoer of binnen het hogesnelheidspersonenvervoer, voordoen, komt prioriteit toe aan het zoveel mogelijk minimaliseren van de reistijd van de betrokken reizigers in Nederland, gewogen naar reizigersaantallen.

Artikel 12

Indien de infrastructuur overeenkomstig artikel 7, tweede lid, overbelast is verklaard en de concurrerende capaciteitsaanvragen zich binnen een deelmarkt van het goederenvervoer voordoen, komt prioriteit toe aan het vervoer dat voldoet aan navolgende criteria. Bij toepassing van deze criteria geldt dat een later genoemd criterium slechts toepassing vindt, indien eerder genoemde criteria geen oplossing bieden:

§ 5. Voorbehouden van capaciteit

Artikel 13
1.

Het in artikel 8, eerste lid, onderdeel c, genoemde minimale niveau per deelmarkt van het goederenvervoer is voorbehouden ten behoeve van dit gebruik tot op het moment van capaciteitsverdeling voor de normale dienstregeling.

2.

De internationaal overeengekomen paden zijn voorbehouden ten behoeve van dit gebruik.

3.

Ten minste 10% van de in het eerste lid voor goederenvervoer voorbehouden minimale niveaus is voorbehouden ten behoeve van ad hoc aanvragen met betrekking tot goederenvervoer en besloten personenvervoer.

4.

De beheerder raamt jaarlijks het deel van de minimale niveaus voor goederenvervoer dat ten behoeve van ad hoc aanvragen dient te worden voorbehouden. Indien de behoefte van gerechtigden hoger ligt dan het in het derde lid genoemde percentage, is dat percentage voorbehouden ten behoeve van dit gebruik.

§ 6. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 14

Vervallen

Artikel 15

Het Interimbesluit capaciteitstoewijzing spoorwegen wordt ingetrokken.

Artikel 16

De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel 17

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit capaciteitsverdeling hoofdspoorweginfrastructuur.

Bijlage

Kaart 1: behorende bij artikel 1, onderdelen m en n van het Besluit capaciteitsverdeling hoofdspoorwegstructuur

Kaart 2: behorende bij artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit capaciteitsverdeling hoofdspoorwegstructuur

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.