Regeling ter uitvoering van de artikelen 1, onderdeel e, 2, 9, 20, 26 en 38 van het Besluit spoorverkeer (Regeling spoorverkeer)
Gelet op artikelen 1, onderdeel e, 2, 9, 20, 26 en 38 van het Besluit spoorverkeer;
Besluit:
Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit spoorverkeer in werking treedt.
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- ADOB: automatische dubbele overwegbomen;
- AHOB: automatische halve overwegbomen;
- AKI: automatische knipperlichtinstallatie;
- AOB: automatische overpadbomen;
- besluit: Besluit spoorverkeer;
- ETCS: European Train Control System;
- ETCS-cabinesein: sein, getoond op de ETCS-bestuurdersinterface, bedoeld in paragraaf 4.3 van de bijlage behorende bij beschikking nr. 2006/679/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 28 maart 2006 betreffende de technische specificaties inzake interoperabiliteit van het subsysteem ‘Besturing en Seingeving’ van het conventionele trans-Europese spoorwegsysteem (PbEU L 284) dan wel op de bestuurdersinterface, bedoeld in paragraaf 4.3 van de bijlage behorende bij beschikking nr. 2006/860/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 7 november 2006 betreffende de technische specificaties inzake interoperabiliteit van het subsysteem ‘Besturing en Seingeving’ van het trans-Europees hogesnelheidsspoorwegsysteem en tot wijziging van bijlage A bij Beschikking 2006/679/EG betreffende de technische specificaties inzake interoperabiliteit van het subsysteem ‘Besturing en Seingeving’ van het conventionele trans-Europese spoorwegsysteem (PbEU L 342);
- hoofdsein: lichtsein dat rood licht kan uitstralen;
- krachtvoertuig: spoorvoertuig met eigen voortbewegingsinrichting;
- lichtsein: vast sein dat groen, geel, rood of wit licht kan uitstralen;
- P-sein: lichtsein voorzien van een onderbord met het opschrift ‘P’;
- perronfase: opdeling van een spoor langs een perron door middel van letters;
- rijtuig: spoorvoertuig hoofdzakelijk bestemd voor het vervoer van personen, zonder eigen voortbewegingsinrichting;
- vast sein: niet verplaatsbaar sein;
- voorsein: lichtsein dat aan een hoofdsein voorafgaat en geen rood licht kan uitstralen;
- wagen: spoorvoertuig zonder eigen voortbewegingsinrichting, bestemd voor het vervoer van goederen.
Hoofdstuk 2. Remvoorschriften
§ 1. Algemene bepaling
Artikel 2
Vervallen
Artikel 3
Indien een spoorvoertuig is voorzien van zandstrooiers worden deze gebruikt overeenkomstig de geldende paragrafen en aanhangsels van de TSI Exploitatie en verkeersleiding.
Onverminderd het eerste lid vermijdt de bestuurder indien mogelijk het gebruik van zandstrooiers op spoorstroomkringen die overwegen of overpaden activeren.
Artikel 4
Vervallen
Artikel 5
Vervallen
§ 2. Rembeproeving
Artikel 6
Vervallen
Hoofdstuk 3. Maximumsnelheid treinen
§ 1. Algemene bepalingen
Artikel 7
Vervallen
Artikel 8
De noodremmingsprestaties van treinen zijn zodanig dat treinen op een dalende helling van 5 promille tot stilstand kunnen worden gebracht binnen de hierna genoemde maximaal toegestane remwegen:
| Treinsnelheid | Maximaal toegestane remweg |
|---|---|
| Vmax ≤ 40 km/u | 400 m |
| 40 < Vmax ≤ 60 km/u | 500 m |
| 60 < Vmax ≤ 80 km/u | 800 m |
| 80 < Vmax ≤ 130 km/u | 1.000 m |
| 130 < Vmax ≤ 160 km/u | 1.150 m |
Artikel 9
Vervallen
§ 2. Remgewicht
Artikel 10
Vervallen
Artikel 11
Vervallen
Artikel 12
Vervallen
Artikel 13
Vervallen
Artikel 14
Vervallen
Artikel 15
Vervallen
§ 3. Treingewicht
Artikel 16
Vervallen
Artikel 17
Vervallen
§ 4. Bijzondere beremmingsvoorschriften
Artikel 18
Vervallen
Artikel 19
Vervallen
§ 5. Kranen en krukken
Artikel 20
Vervallen
Artikel 21
Vervallen
Artikel 22
Vervallen
Hoofdstuk 4. Seinen
§ 1. Algemene bepalingen
Artikel 23
De beheerder draagt zorg voor de plaatsing en de bediening van de vaste seinen in en nabij hoofdspoorwegen.
De seinen worden op een zodanige wijze geplaatst en bediend dat op veilige wijze van de hoofdspoorweg gebruik kan worden gemaakt.
De beheerder, gehoord de spoorwegondernemingen en de Minister, stelt interne richtlijnen vast voor de veiligheidskritische handelingen van de treindienstleider bij de bediening van seinen die de handelwijze van de bestuurder raken.
Het eerste, tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de bediening van ETCS-cabineseinen, met dien verstande dat ETCS-cabineseinen door de beheerder worden bediend door het versturen van informatie.
Artikel 24
De aard, uitvoering en betekenis van de seinen anders dan ETCS-cabineseinen zijn opgenomen in bijlage 4.
De aard, uitvoering en betekenis van ETCS-cabineseinen zijn opgenomen in het document, genoemd in aanhangsel A van de TSI Exploitatie en verkeersleiding.
In aanvulling op aanhangsel A van de TSI Exploitatie en verkeersleiding is het in de punten 5.1.6 en 5.31.2 van het document, genoemd in dat aanhangsel, met betrekking tot het ETCS niveau 1 met seinen bepaalde van overeenkomstige toepassing op het ETCS niveau 2 met seinen.
§ 2. Plaatsing van seinen
Artikel 25
Op hoofdspoorwegen waar de ter plaatse toegestane snelheid hoger is dan 40 kilometer per uur worden in ieder geval:
- a. wissels;
- b. gelijkvloerse kruisingen van sporen;
- c. spooraansluitingen; en
- d. beweegbare bruggen
beveiligd door seinen die tenminste rood licht kunnen uitstralen of door ETCS.
Op sporen waar de in het eerste lid bedoelde plaatsen met een snelheid van ten hoogste 40 kilometer per uur worden genaderd, mag de beveiliging ook bestaan uit een daarvoor geplaatst vast sein, dat de bestuurder gebiedt te stoppen.
De Minister kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid.
Artikel 26
Seinen worden geplaatst rechts naast of boven het spoor waarvoor zij zijn bestemd.
In afwijking van het eerste lid mogen seinen links naast het spoor worden geplaatst, indien de situatie ter plaatse dit noodzakelijk maakt en dit geen nadelige invloed heeft op de veiligheid van het spoorverkeer.
Seinen worden zodanig geplaatst of van zodanige aanduidingen voorzien, dat het voor de bestuurder duidelijk is welke seinen voor het door hem bereden spoor bestemd zijn.
Artikel 27
Seinen zijn voor de bestuurder zodanig zichtbaar dat hij afhankelijk van de plaatselijk toegestane maximumsnelheid in staat is die tijdig waar te nemen en daarop op passende wijze te reageren.
§ 3. Onderling verband
Artikel 28
Tussen een wissel en een daarvoor ingevolge artikel 25, eerste lid, geplaatst sein bestaat een zodanig verband dat als dit sein voorbijrijden toestaat, het wissel niet kan worden omgelegd en de juiste stand van de tongen verzekerd is.
Tussen een beweegbare brug en een daarvoor ingevolge artikel 25, eerste lid, geplaatst sein bestaat een zodanig verband dat als dit sein voorbijrijden toestaat, de brug in de juiste stand is vastgelegd.
De Minister kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid.
Artikel 29
Indien op hoofdspoorwegen, waar de ten hoogste toegelaten snelheid meer dan 40 kilometer per uur bedraagt, en op door de Minister aangewezen sporen een vast sein of ETCS-cabinesein de bestuurder opdraagt te stoppen, leggen de voorafgaande seinen een zodanige snelheidsvermindering op dat de bestuurder de trein voor dit sein tot stilstand kan brengen.
Indien een vast sein de bestuurder een beperkte snelheid opdraagt, leggen de voorafgaande seinen een zodanige snelheidsvermindering op dat de beperkte snelheid bij dit sein bereikt kan worden.
§ 4. Het opvolgen van seinen
Artikel 30
De bestuurder zet een door een sein opgedragen snelheidsverlaging in, wanneer het eerste spoorvoertuig van de trein dit sein bereikt heeft.
De bestuurder mag een door een sein toegestane snelheidsverhoging uitvoeren, nadat het laatste spoorvoertuig van de trein dit sein of het punt van toegestane snelheidsverhoging gepasseerd is.
Artikel 31
Een door een lichtsein of een ETCS-cabinesein gegeven gebod of toestemming geldt vanaf dit sein totdat de trein het volgende sein heeft bereikt of tot een ander ETCS-cabinesein wordt getoond. De bestuurder neemt hierbij geboden of toestemmingen van specifieke snelheidsborden, zoals opgenomen in bijlage 4, in acht.
Een door lichtsein nummer 214 of bord nummer 317, zoals opgenomen in bijlage 4, gegeven toestemming geldt tot aan het eerstvolgende hoofdsein.
Bij gebruik van een hoofdspoorweg, met een spoorvoertuig waarvan de vergunning voor indienststelling of de aanvullende vergunning voor indienststelling, bedoeld in artikel 36 respectievelijk 37a van de wet, dan wel het inzetcertificaat, bedoeld in artikel 41, aanhef en onder b, van het besluit, die hoofdspoorweg voor dat voertuig vermeldt als te berijden met het ETCS, geldt in afwijking van het tweede lid, een in dat lid bedoelde toestemming tot het tijdstip waarop een ETCS-cabinesein wordt getoond indien dat tijdstip voor het tijdstip van het passeren van het eerstvolgende hoofdsein is gelegen.
Onverminderd het tweede lid mag de bestuurder, met inachtneming van geboden of toestemmingen van specifieke snelheidsborden, bedoeld in het eerste lid, de snelheid direct verhogen, indien:
- a. hij overdag en bij goed zicht ziet dat het eerste hoofdsein dat hij zal voorbijrijden, toestaat om te rijden met een hogere snelheid dan de trein rijdt;
- b. er zich tussen de trein en dit hoofdsein geen wissels bevinden;
- c. de trein de wisselbogen in zijn geheel is gepasseerd; en
- d. het punt van toegestane snelheidsverhoging volledig is gepasseerd.
Onverminderd het tweede lid mag een bestuurder de snelheid verhogen, indien hij een specifiek snelheidsbord, bedoeld in het eerste lid, voorbijrijdt, dat een hogere snelheid toestaat dan de trein rijdt, en het voorafgaande lichtsein groen licht uitstraalde.
De door een ETCS-cabinesein aangegeven toegestane snelheid treedt, bij gebruik van een hoofdspoorweg met een spoorvoertuig als bedoeld in het derde lid, indien in de ETCS FS-modus wordt gereden, in de plaats van de aangegeven toegestane snelheden door de in bijlage 4 opgenomen seinen nummers 201 tot en met 212 a/b, nummers 217 tot en met 219 en nummers 313 tot en met 316.
De op basis van het zesde lid geldende toegestane snelheid, geldt tot het tijdstip waarop het in punt 6.10 van het document, genoemd in aanhangsel A van de TSI Exploitatie en verkeersleiding bedoelde signaal is getoond of een daarmee overkomend bericht is ontvangen en één of meer van de in het zesde lid genoemde seinen wordt gepasseerd.
Het derde, zesde en zevende lid is niet van toepassing bij gebruik van de hoofdspoorweg, bedoeld in bijlage 1, punt 15, van het Besluit aanwijzing hoofdspoorwegen.
§ 6. Het passeren van rode seinen
Artikel 32
Wanneer de bestuurder in een hoofdsein, met uitzondering van een P-sein, gedoofd of onjuist licht waarneemt, stopt de bestuurder direct, indien:
- a. hij in het bezit is van een aanwijzing stoptonend sein als bedoeld in artikel 36, eerste lid;
- b. het voorafgaande sein lichtsein nummer 212 a/b, zoals opgenomen in bijlage 4, dat geel licht uitstraalde, was;
- c. het voorafgaande lichtsein een gedoofd sein was;
- d. het voorafgaande sein baken nummer 249a, zoals opgenomen in bijlage 4, was; of
- e. het voorafgaande sein lichtsein nummer 214, zoals opgenomen in bijlage 4, dat geel licht uitstraalde, of bord nummer 317, zoals opgenomen in bijlage 4, was.
In andere dan de onder a tot en met e genoemde gevallen begrenst de bestuurder de snelheid tot 40 kilometer per uur om op elke plaats achter dit sein waar een belemmering voor het verder rijden aanwezig is te kunnen stoppen.
Indien de bestuurder in een P-sein gedoofd of onjuist licht waarneemt, begrenst hij de snelheid tot 40 kilometer per uur om op elke plaats achter dit sein waar een belemmering voor het verder rijden aanwezig is te kunnen stoppen.
Indien de bestuurder in een voorsein gedoofd of onjuist licht waarneemt, dan handelt de bestuurder alsof dit sein overeenkomstig voorsein nummer 219 a/b, zoals opgenomen in bijlage 4, geel licht uitstraalt.
§ 7. Overige bepalingen
Artikel 33
Lichtseinen die rood licht uitstralen mogen alleen voorbijgereden worden, indien de bestuurder van de treindienstleider een aanwijzing stoptonend sein als bedoeld in artikel 36, eerste lid, heeft gekregen.
In afwijking van het eerste lid mag een P-sein dat rood licht uitstraalt worden voorbijgereden, indien de treindienstleider dit heeft toegestaan. Indien de bestuurder geen spreekverbinding met de treindienstleider tot stand kan brengen, dan mag dit P-sein voorbij worden gereden.
Indien het P-sein, bedoeld in het tweede lid, voorbijgereden mag worden, mag de bestuurder ook daaropvolgende P-seinen die rood licht uitstralen voorbijrijden.
Na het voorbijrijden van een P-sein dat rood licht uitstraalt is de bestuurder verplicht:
- a. met een zodanige snelheid te rijden dat hij in staat is om te kunnen stoppen binnen de afstand waarover de spoorweg is te overzien en deze vrij is; en
- b. rekening te houden met het niet goed functioneren van een AKI, AHOB, ADOB of AOB.
De treindienstleider geeft geen toestemming tot het voorbijrijden van het P-sein dat rood licht uitstraalt, bedoeld in het tweede lid, indien hij op de hoogte is van gevaar achter dit sein.
§ 7. Overige bepalingen
Artikel 34
Aanwijzingen van de beheerder, bedoeld in de artikelen 4, tweede lid, 6, tweede lid, 7, tweede lid en 26, derde lid, van het besluit, gaan boven seinen.
Hoofdstuk 4. Standaardaanwijzingen
Artikel 35
Vervallen
Hoofdstuk 5. Spoorwegemplacementen
Artikel 36
De treindienstleider kan aan de bestuurder in ieder geval de volgende gestandaardiseerde aanwijzingen geven:
Stoptonend sein (STS)
Aanwijzing om door te rijden en voorbij het aangegeven sein dat rood licht uitstraalt:
- a. met een zodanige snelheid, die niet hoger is dan 40 kilometer per uur, te rijden dat de bestuurder in staat is om te kunnen stoppen binnen de afstand waarover de spoorweg is te overzien en deze vrij is;
- b. de wissels voorzichtig te berijden met een snelheid van ten hoogste 10 kilometer per uur en voor een wissel te stoppen, indien de wissel niet in de aangegeven stand ligt of uiterlijk beschadigd is; en
- c. rekening te houden met het niet goed functioneren van een AKI, AHOB, ADOB of AOB.
Stoptonend sein met normale snelheid (STS-A)
Aanwijzing om door te rijden en voorbij het aangegeven sein dat rood licht uitstraalt:
- a. de wissels voorzichtig te berijden met een snelheid van ten hoogste 10 kilometer per uur en voor een wissel te stoppen, indien de wissel niet in de aangegeven stand ligt of uiterlijk beschadigd is;
- b. rekening te houden met het niet goed functioneren van een aangegeven AKI, AHOB, ADOB of AOB;
- c. de aangegeven brug slechts te berijden, indien seinnummer 244 a of b voorbijrijden toestaat; of
- d. in andere gevallen te mogen rijden met de normale snelheid.
Voorzichtig rijden (VR)
Aanwijzing om voorzichtig te rijden met een snelheid van ten hoogste 40 kilometer per uur dan wel met een door de treindienstleider aangegeven lagere snelheid vanwege een door hem aangegeven reden. De bestuurder brengt de trein tot stilstand, indien de veiligheid dit vordert.
Overwegen (OVW)
Aanwijzing om bij nadering van de aangegeven overweg of overpad:
- a. tijdig de snelheid te verminderen tot ten hoogste 10 kilometer per uur; en
- b. herhaaldelijk een fluitsignaal te geven en te stoppen, indien de veiligheid van het wegverkeer dit vordert.
Snelheid begrenzen (SB)
Aanwijzing om de snelheid te begrenzen tot de door de treindienstleider aangegeven snelheid vanwege de toestand van de spoorweg.
Verkeerd spoor (VS)
Aanwijzing om de hoofdspoorweg in een andere richting te mogen berijden dan waarvoor de beveiliging is ingericht.
Telefonische toestemming vragen voor vertrek (TTV)
Aanwijzing om voor vertrek telefonisch aan de treindienstleider toestemming te vragen om te mogen vertrekken.
Artikel 37
De aanwijzingen, genoemd in artikel 36, eerste, tweede en zesde lid, zijn schriftelijke aanwijzingen van veiligheidsberichten als bedoeld in de TSI Exploitatie en verkeersleiding.
Bij de aanwijzing Overwegen (OVW) kan de snelheid worden hernomen, indien de voorzijde van de trein de overweg of het overpad is gepasseerd.
Hoofdstuk 7. Spoorwegemplacementen
Artikel 38
Als spoorwegemplacementen, genoemd in artikel 30 van het besluit, zijn aangewezen de spoorwegemplacementen, opgenomen in bijlage 6.
Artikel 39
Tot een spoorwegemplacement behoren:
- a. alle sporen, aangeduid met een cijfer;
- b. de spoorgedeeltes van het wisselcomplex; en
- c. alle aan de sporen als bedoeld in onderdeel a en b grenzende sporen tot een maximale afstand van 200 meter voor het toeleidende sein van het bedoelde emplacement.
In afwijking van het eerste lid, onderdeel c, is op de volgende locaties de maximale afstand:
- a. Alkmaar: 340 meter;
- b. Amersfoort: 340 meter;
- c. Den Haag Centraal/Binckhorst: 340 meter;
- d. Den Haag Holland Spoor: 340 meter;
- e. Dordrecht: 340 meter;
- f. Enkhuizen: 275 meter;
- g. Hoorn: 275 meter;
- h. Leiden: 340 meter;
- i. Leidschendam: 340 meter;
- j. Rotterdam Centraal: 340 meter;
- k. Rotterdam Stadion: 340 meter;
- l. Watergraafsmeer Zuidzijde: 400 meter.
Artikel 40
In afwijking van artikel 39 eerste lid, onderdeel c, en het tweede lid, wordt door de beheerder, indien dit voor het veilige gebruik van de spoorweg vereist is, door middel van het bord nummer 302, genoemd in bijlage 4 aangegeven dat op dit spoor niet gerangeerd kan worden of dat beperkingen gelden ten aanzien van het rangeren.
Hoofdstuk 7. Slotbepalingen
Artikel 41
Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit spoorverkeer in werking treedt.
Artikel 42
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling spoorverkeer.
Bijlage 1
Vervallen
Bijlage 2. behorende bij artikel 8, eerste lid, van de Regeling spoorverkeer
Vervallen
Bijlage 3. behorende bij artikel 20, tweede lid, van de Regeling spoorverkeer
Vervallen
Bijlage 4. behorende bij artikel 24 van de Regeling Spoorverkeer
Bijlage 3. behorende bij artikel 20, tweede lid, van de Regeling spoorverkeer
| Treingewicht exclusief locomotieven | Toelaatbare standen P/G-kranen | Toelaatbare standen P/G-kranen | Toelaatbare standen P/G-kranen | Toelaatbare standen P/G-kranen | Voorwaarden |
|---|---|---|---|---|---|
| ≤ 800 ton1 | GG | LL5 | GP | PP | |
| ≤ 1600 ton2 | GG | LL5 | GP | Niet toegestaan | |
| ≤ 2500 ton3 | GG | LL5 | Niet toegestaan | Niet toegestaan | Voor LL: > 1600 ton, alle wagens in de trein: massa/wagen ≥ 32 ton |
| ≤ 4000 ton | GG | LL5 | Niet toegestaan | Niet toegestaan | Voor LL: > 2500 ton, alle wagens in de trein: massa/wagen ≥ 40 ton |
| > 4000 ton4 | GG | LL5 | Niet toegestaan | Niet toegestaan | Automatische koppeling conform 69e voorschrift van de Internationale Spoorweg Unie verplicht |
| Treinlengte incl. loc’n | Toelaatbare standen P/G-kranen | Toelaatbare standen P/G-kranen | Toelaatbare standen P/G-kranen | Toelaatbare standen P/G-kranen | Voorwaarden |
| > 700 meter | GG | Niet toegestaan | Niet toegestaan | Niet toegestaan | |
| Treinsnelheid | Maximaal toegelaten treinsnelheid | Maximaal toegelaten treinsnelheid | Maximaal toegelaten treinsnelheid | Maximaal toegelaten treinsnelheid | Voorwaarden |
| Treinsnelheid | 90/95 | 120 | 120 | 120 | Voor minimaal benodigd rempercentage λ zie Bijlage 2 |
1 600 ton maximaal treingewicht voor België in stand PP
5 gelede wagens gelden als meerdere wagens; bij een treingewicht > 1600 ton dient elk deel van de gelede wagen een massa te hebben ≥ 32 ton en bij een treingewicht > 2500 ton een massa ≥ 40 ton, alle P/G-kranen van de gelede wagen moeten in éénzelfde stand staan.
2 1200 ton maximaal treingewicht voor België en Duitsland in stand GP
3 1800 ton maximaal treingewicht voor België in stand LL
4 4500 ton maximaal treingewicht voor België met AK
PP:
Vooroplopende locomotie(f)(ven) en alle wagens in de stand P;
Minimum rempercentage λ volgens de P-remtabellen in Bijlage 2;
Data invoer ETCS: P.
GP:
Vooroplopende locomotie(f)(ven) in de stand G en de wagens in de stand P;
Remgewicht vooroplopende locomotie(f)(ven) het G-remgewicht aanhouden;
Minimum rempercentage λ volgens de P-remtabellen in Bijlage 2;
Data invoer ETCS: P.
LL:
Vooroplopende locomotie(f)(ven) en de vijf volgende wagens in de stand G en de overige wagens in de stand P;
Remgewicht vooroplopende locomtie(f)(ven) het G-remgewicht aanhouden, remgewicht van de eerste vijf wagens met 20% verlagen, rest van de wagens het P-remgewicht aanhouden;
Minimum rempercentage λ volgens de P-remtabellen in Bijlage 2;
Data invoer ETCS: P.
GG:
Vooroplopende locomotie(f)(ven) en alle overige wagens in de stand G;
Minimum rempercentage λ volgens de G-remtabellen in Bijlage 2;
Data invoer ETCS: G.
Bijlage 4. , behorende bij artikel 24, eerste lid, van de Regeling spoorverkeer
Ligt ter inzage bij het Ministerie van Infrastructuur en Milieu.
Bijlage 3. behorende bij artikel 20, tweede lid, van de Regeling spoorverkeer
| Treingewicht exclusief locomotieven | Toelaatbare standen P/G-kranen | Toelaatbare standen P/G-kranen | Toelaatbare standen P/G-kranen | Toelaatbare standen P/G-kranen | Voorwaarden |
|---|---|---|---|---|---|
| ≤ 800 ton1 | GG | LL5 | GP | PP | |
| ≤ 1600 ton2 | GG | LL5 | GP | Niet toegestaan | |
| ≤ 2500 ton3 | GG | LL5 | Niet toegestaan | Niet toegestaan | Voor LL: > 1600 ton, alle wagens in de trein: massa/wagen ≥ 32 ton |
| ≤ 4000 ton | GG | LL5 | Niet toegestaan | Niet toegestaan | Voor LL: > 2500 ton, alle wagens in de trein: massa/wagen ≥ 40 ton |
| > 4000 ton4 | GG | LL5 | Niet toegestaan | Niet toegestaan | Automatische koppeling conform 69e voorschrift van de Internationale Spoorweg Unie verplicht |
| Treinlengte incl. loc’n | Toelaatbare standen P/G-kranen | Toelaatbare standen P/G-kranen | Toelaatbare standen P/G-kranen | Toelaatbare standen P/G-kranen | Voorwaarden |
| > 700 meter | GG | Niet toegestaan | Niet toegestaan | Niet toegestaan | |
| Treinsnelheid | Maximaal toegelaten treinsnelheid | Maximaal toegelaten treinsnelheid | Maximaal toegelaten treinsnelheid | Maximaal toegelaten treinsnelheid | Voorwaarden |
| Treinsnelheid | 90/95 | 120 | 120 | 120 | Voor minimaal benodigd rempercentage λ zie Bijlage 2 |
1 600 ton maximaal treingewicht voor België in stand PP
5 gelede wagens gelden als meerdere wagens; bij een treingewicht > 1600 ton dient elk deel van de gelede wagen een massa te hebben ≥ 32 ton en bij een treingewicht > 2500 ton een massa ≥ 40 ton, alle P/G-kranen van de gelede wagen moeten in éénzelfde stand staan.
2 1200 ton maximaal treingewicht voor België en Duitsland in stand GP
3 1800 ton maximaal treingewicht voor België in stand LL
4 4500 ton maximaal treingewicht voor België met AK
PP:
Vooroplopende locomotie(f)(ven) en alle wagens in de stand P;
Minimum rempercentage λ volgens de P-remtabellen in Bijlage 2;
Data invoer ETCS: P.
GP:
Vooroplopende locomotie(f)(ven) in de stand G en de wagens in de stand P;
Remgewicht vooroplopende locomotie(f)(ven) het G-remgewicht aanhouden;
Minimum rempercentage λ volgens de P-remtabellen in Bijlage 2;
Data invoer ETCS: P.
LL:
Vooroplopende locomotie(f)(ven) en de vijf volgende wagens in de stand G en de overige wagens in de stand P;
Remgewicht vooroplopende locomtie(f)(ven) het G-remgewicht aanhouden, remgewicht van de eerste vijf wagens met 20% verlagen, rest van de wagens het P-remgewicht aanhouden;
Minimum rempercentage λ volgens de P-remtabellen in Bijlage 2;
Data invoer ETCS: P.
GG:
Vooroplopende locomotie(f)(ven) en alle overige wagens in de stand G;
Minimum rempercentage λ volgens de G-remtabellen in Bijlage 2;
Data invoer ETCS: G.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.
Artikel 40a
Het profiel, bedoeld in artikel 10, tweede lid, onderdeel a, van het besluit, is opgenomen in bijlage 8.
Hoofdstuk 8. Slotbepalingen
Bijlage 3. behorende bij artikel 20, tweede lid, van de Regeling spoorverkeer
| Treingewicht exclusief locomotieven | Toelaatbare standen P/G-kranen | Toelaatbare standen P/G-kranen | Toelaatbare standen P/G-kranen | Toelaatbare standen P/G-kranen | Voorwaarden |
|---|---|---|---|---|---|
| ≤ 800 ton1 | GG | LL5 | GP | PP | |
| ≤ 1600 ton2 | GG | LL5 | GP | Niet toegestaan | |
| ≤ 2500 ton3 | GG | LL5 | Niet toegestaan | Niet toegestaan | Voor LL: > 1600 ton, alle wagens in de trein: massa/wagen ≥ 32 ton |
| ≤ 4000 ton | GG | LL5 | Niet toegestaan | Niet toegestaan | Voor LL: > 2500 ton, alle wagens in de trein: massa/wagen ≥ 40 ton |
| > 4000 ton4 | GG | LL5 | Niet toegestaan | Niet toegestaan | Automatische koppeling conform 69e voorschrift van de Internationale Spoorweg Unie verplicht |
| Treinlengte incl. loc’n | Toelaatbare standen P/G-kranen | Toelaatbare standen P/G-kranen | Toelaatbare standen P/G-kranen | Toelaatbare standen P/G-kranen | Voorwaarden |
| > 700 meter | GG | Niet toegestaan | Niet toegestaan | Niet toegestaan | |
| Treinsnelheid | Maximaal toegelaten treinsnelheid | Maximaal toegelaten treinsnelheid | Maximaal toegelaten treinsnelheid | Maximaal toegelaten treinsnelheid | Voorwaarden |
| Treinsnelheid | 90/95 | 120 | 120 | 120 | Voor minimaal benodigd rempercentage λ zie Bijlage 2 |
1 600 ton maximaal treingewicht voor België in stand PP
5 gelede wagens gelden als meerdere wagens; bij een treingewicht > 1600 ton dient elk deel van de gelede wagen een massa te hebben ≥ 32 ton en bij een treingewicht > 2500 ton een massa ≥ 40 ton, alle P/G-kranen van de gelede wagen moeten in éénzelfde stand staan.
2 1200 ton maximaal treingewicht voor België en Duitsland in stand GP
3 1800 ton maximaal treingewicht voor België in stand LL
4 4500 ton maximaal treingewicht voor België met AK
PP:
Vooroplopende locomotie(f)(ven) en alle wagens in de stand P;
Minimum rempercentage λ volgens de P-remtabellen in Bijlage 2;
Data invoer ETCS: P.
GP:
Vooroplopende locomotie(f)(ven) in de stand G en de wagens in de stand P;
Remgewicht vooroplopende locomotie(f)(ven) het G-remgewicht aanhouden;
Minimum rempercentage λ volgens de P-remtabellen in Bijlage 2;
Data invoer ETCS: P.
LL:
Vooroplopende locomotie(f)(ven) en de vijf volgende wagens in de stand G en de overige wagens in de stand P;
Remgewicht vooroplopende locomtie(f)(ven) het G-remgewicht aanhouden, remgewicht van de eerste vijf wagens met 20% verlagen, rest van de wagens het P-remgewicht aanhouden;
Minimum rempercentage λ volgens de P-remtabellen in Bijlage 2;
Data invoer ETCS: P.
GG:
Vooroplopende locomotie(f)(ven) en alle overige wagens in de stand G;
Minimum rempercentage λ volgens de G-remtabellen in Bijlage 2;
Data invoer ETCS: G.
Bijlage 4. behorende bij artikel 24 van de Regeling Spoorverkeer
Bijlage 8
Ligt ter inzage bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat en bij de Inspectie van Verkeer en Waterstaat.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.
§ 2. Noodremmingsprestaties
§ 3. Remgewicht
§ 4. Treingewicht
§ 5. Bijzondere beremmingsvoorschriften
§ 6. Kranen en krukken
Hoofdstuk 3. Seinen
§ 1. Algemene bepalingen
§ 2. Plaatsing van seinen
§ 3. Onderling verband
§ 4. Het opvolgen van seinen
§ 5. Gedoofde en onjuiste seinen
Hoofdstuk 4. Standaardaanwijzingen
Hoofdstuk 6. Afmeting van de lading
Hoofdstuk 7. Slotbepalingen
Bijlage 1
Vervallen
Remtabellen
Remtabellen
Remtabel 1 (onderverdeeld in de kolommen 1.1 tot en met 1.4) geldt voor alle baanvakken met uitzondering van de baanvakken genoemd bij remtabel 2.
Remtabel 1 (onderverdeeld in de kolommen 1.1 tot en met 1.4) geldt voor alle baanvakken met uitzondering van de baanvakken genoemd bij remtabel 2.
Noten
Inleiding
Bijlage 4, behorende bij artikel 24 van de Regeling Spoorverkeer.
In de inhoudsopgave zijn alle seinbeelden opgenomen per hoofdstuk.
Seinbeelden
De pagina’s met seinbeelden zijn verdeeld in 3 kolommen:
Eerste kolom
In de eerste kolom is het nummer en de naam van het sein opgenomen.
Tweede kolom
In de tweede kolom ‘Afbeelding’ is de beeltenis van het sein geplaatst. Het dag- en nachtsein staat naast elkaar.
Derde kolom
In de derde kolom ’Betekenis’ staat de betekenis van het sein.
Inhoud
In de tweede kolom ‘Afbeelding’ is de beeltenis van het sein geplaatst. Het dag- en nachtsein staat naast elkaar.
1.1. Begripsomschrijvingen
In de derde kolom ’Betekenis’ staat de betekenis van het sein.
Inhoud
Inhoud
1. Algemeen
2. Lichtseinen
De in deze bijlage vermelde seinen geven toestemmingen en/of opdrachten.
De in deze bijlage vermelde seinen geven toestemmingen en/of opdrachten.
Opdrachten om de snelheid te begrenzen worden op een zodanige afstand gegeven, dat deze opdracht tijdig kan zijn uitgevoerd. Tijdig betekent dat de beschikbare remweg voldoende is om de opgedragen lagere snelheid te bereiken.
3. Snelheidsborden
4. Aanvullende seinen
4.1. Richtingaanwijzer en herhalingssein
4.2. Borden aan lichtseinen
4.3. Baken
5. ATB-seinen
5.1. ATB-baanseinen
5.2. ATB-cabineseinen
6. Seinen voor tunnels en steile hellingen
7. Seinen met stopopdrachten
8. Seinen voor spoorvoertuigen met stroomafnemers
9. Seinen op kracht- en overige spoorvoertuigen
10. Remproefseinen
11. Vertrekseinen
12. Overige vaste seinen
13. Seinen voor ETCS
14. Handseinen voor materieelverplaatsing
15. Gevaarseinen
16. Seinen voor de persoonlijke veiligheid
16.1. Vaste waarschuwingsinstallatie bij uitzichtbelemmerende objecten (wubo)
16.2. Vaste waarschuwingsinstallatie op bruggen (wibr)
16.3. Vaste waarschuwingsinstallatie voor dienstoverpaden (wido)
16.4. Vaste waarschuwingsinstallatie in tunnels (wit)
16.5. Geluids- en lichtseinen bij werkzaamheden
17. 301
18. Markeringen
19. Lokaal voorkomende seinen
19.1. Amsterdam
19.2. Venlo
19.3. Kijfhoek
19.4. Nederlands – Belgisch baanvakken
19.5. Diverse baanvakken
19.6. Baanvakken Tilburg – ‘s Hertogenbosch en Boxtel – Eindhoven
19.7. Amersfoort
20. Seinen op buitendienstgesteld spoor
19.4. Nederlands – Belgisch baanvakken
19.5. Diverse baanvakken
19.6. Baanvakken Tilburg – ‘s Hertogenbosch en Boxtel – Eindhoven
19.7. Amersfoort
Bijlage 5
Vervallen
Bijlage 5
Vervallen
Bijlage 6. behorende bij artikel 38 van de Regeling spoorverkeer
| A | |
|---|---|
| Ah | Arnhem |
| Ahg | Arnhem Goederenstation |
| Amf | Amersfoort |
| Amfs | Amersfoort Schothorst |
| Almo | Almere Oostvaarders |
| Aml | Almelo |
| Amr | Alkmaar |
| Apd | Apeldoorn |
| Apn | Alphen aan den Rijn |
| Asb | Amsterdam Bijlmer |
| Asd | Amsterdam Centraal |
| Asdma | Amsterdam Muiderpoort ASL |
| Asdta | Amsterdam Transformatorweg |
| Asdwpl | Amsterdam Werkplaats |
| Asn | Assen |
| Ass | Amsterdam Sloterdijk |
| At | Acht |
| Awhv | Amsterdam Westhaven |
| B | |
| Bd | Breda |
| Bgn | Bergen op Zoom |
| Bkd | Amersfoort Bokkeduinen |
| Bkh | Binckhorst |
| Bkhn | Binckhorst Noord |
| Bkhz | Binckhorst Zuid |
| Bkl | Breukelen |
| Bkp | Blauwkapel |
| Bnva | Barneveld Aansluiting |
| Bon | Born |
| Bot | Botlek |
| Br | Blerick |
| Brn | Baarn |
| Btl | Boxtel |
| Bv | Beverwijk |
| C | |
| Co | Coevorden |
| Cr | Crailoo |
| D | |
| Ddn | Delden |
| Ddr | Dordrecht |
| Ddri | Dordrecht Aansluiting Industrieterrein De Staart |
| Dgr | Amsterdam Dijksgracht |
| Dld | Den Dolder |
| Dn | Deurne |
| Dt | Delft |
| Dtc | Doetinchem |
| Dv | Deventer |
| Dvaw | Duivendrecht Aansluiting West |
| Dvd | Duivendrecht |
| Dz | Delfzijl |
| E | |
| Ed | Ede-Wageningen |
| Eem | Eemshaven |
| Ehv | Eindhoven |
| Ekz | Enkhuizen |
| Emn | Emmen |
| Erp | Europoort |
| Es | Enschede |
| Esta | Elst Aansluiting |
| F | |
| Fo | Feijenoord |
| G | |
| Gbr | Glanerbrug |
| Gd | Gouda |
| Gdg | Gouda Goverwelle |
| Gdm | Geldermalsen |
| Gn | Groningen |
| Gnl | Groningen Losplaats |
| Gs | Goes |
| Gv | Den Haag HS |
| Gvc | Den Haag Centraal |
| H | |
| Han | Haanrade |
| Har | De Haar Aansluiting |
| Hde | ‘t Harde |
| Hdr | Den Helder |
| Hfd | Hoofddorp |
| Hfdo | Hoofddorp Opstel |
| Hgl | Hengelo |
| Hgv | Hoogeveen |
| Hld | Hoek van Holland |
| Hlds | Hoek van Holland Strand |
| Hlg | Harlingen |
| Hlgh | Harlingen Haven |
| Hlm | Haarlem |
| Hlmw | Haarlem Hoofdwerkplaats (wgl-groep) |
| Hmla | Harmelen Aansluiting |
| Hn | Hoorn |
| Hnk | Hoorn Kersenboogerd |
| Hrl | Heerlen |
| Hsbda | Breda Aansluiting |
| Hsbdg | Breda Grens |
| Hszha | Zevenbergschehoek Aansluiting |
| Ht | ’s Hertogenbosch |
| Hvs | Hilversum |
| Hwd | Heerhugowaard |
| I | |
| IJsm | IJsselmonde Rangeerterrein |
| J | |
| – | – |
| K | |
| Kfh | Kijfhoek |
| Kpn | Kampen |
| Krd | Kerkrade |
| Ktr | Kesteren |
| L | |
| Ldd | Leidschendam |
| Ledn | Leiden |
| Lls | Lelystad |
| Llso | Lelystad Opstelterrein |
| Lw | Leeuwarden |
| Lwd | Lewedorp |
| M | |
| Mas | Maarssen |
| Mbga | Muiderberg ASL |
| Mdk | Moerdijk raccordementstamlijn |
| Mdsa | Muiderstraatweg Aansluiting |
| Mp | Meppel |
| Mrb | Mariënberg |
| Mrg | Maarn (GE) |
| Mss | Maassluis |
| Mt | Maastricht |
| Mtr | Maastricht Randwijck |
| Mvt | Maasvlakte |
| N | |
| Ndb | Naarden-Bussum |
| Nm | Nijmegen |
| Nmge | Nijmegen Goederen |
| Nmrep | Nijmegen Opstel |
| Nsch | Nieuweschans |
| Nwh | Noordwijkerhout |
| O | |
| O | Oss |
| Obpa | Overbrakepolder |
| Odz | Oldenzaal |
| On | Onnen |
| Onz | Onnen Zuid |
| Otw | Oosterhout raccordement Weststad |
| P | |
| Pon | Amersfoort raccordement Pon |
| Ps | Pernis |
| Q | |
| – | – |
| R | |
| Rd | Roodeschool |
| Rhn | Rhenen |
| Rlb | Rotterdam Lombardijen |
| Rm | Roermond |
| Rmo | Rotterdam Rechter Maasoever |
| Rsd | Roosendaal |
| Rtd | Rotterdam CS |
| Rtng | Rotterdam Noord Goederen |
| Rtst | Rotterdam Stadion |
| S | |
| Sdm | Schiedam |
| Shl | Schiphol |
| Sloe | Sloehaven |
| Std | Sittard |
| Stv | Stavoren |
| Svg | Sas van Gent |
| Swd | Sauwerd |
| Swk | Steenwijk |
| T | |
| Tb | Tilburg |
| Tbge | Tilburg Goederenemplacement |
| Tbu | Tilburg Universiteit |
| Tl | Tiel |
| Tnz | Terneuzen |
| U | |
| Ut | Utrecht CS |
| Utcw | Utrecht Cartesiusweg |
| Utg | Uitgeest |
| Utge | Utrecht Goederen |
| Utls | Utrecht Landstraat |
| Utlw | Utrecht Lage Weide |
| Utm | Utrecht Maliebaan |
| Utoz | Utrecht Opstelterrein Zuid |
| V | |
| Vam | VAM-terrein Wijster |
| Vdg | Vlaardingen Centrum |
| Vdm | Veendam |
| Vk | Valkenburg |
| Vl | Venlo |
| Vry | Venray |
| Vs | Vlissingen |
| Vspa | Venserpolder ASL |
| W | |
| Wd | Woerden |
| Wdn | Wierden |
| Wgm | Watergraafsmeer |
| Whz | Rotterdam Waalhaven Zuid |
| Wp | Weesp |
| Wspl | Westelijke Splitsing |
| Wt | Weert |
| Ww | Winterswijk |
| X | |
| – | – |
| Y | |
| Ypb | Den Haag Ypenburg |
| Z | |
| Zb | Zuidbroek |
| Zd | Zaandam |
| Zl | Zwolle |
| Zlw | Lage Zwaluwe |
| Zp | Zutphen |
| Zst | Amsterdam Zaanstraat |
| Zv | Zevenaar |
| Zvt | Zandvoort |
| Zwdl | Zwijndrecht Groote Lindt |
| Afkortingen buitenland | |
| Wr | Weener |
| Lar | Laarwald |
| Bh | Bad Bentheim |
| G | Gronau |
| Em | Emmerich |
| Kn | Kaldenkirchen |
| Dh | Dalheim |
| Hz | Herzogenrath |
| Fvs | Visé |
| Lnp | Neerpelt |
| Esn | Essen |
| Fsz | Zelzate |
Bijlage 7
Vervallen
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.
Artikel 24a
Het op afstand met behulp van radiogestuurde apparatuur besturen van tractievoertuigen vindt uitsluitend plaats in SH-modus indien het voertuig gebruik maakt van ETCS.
Het is verboden gebruik te maken van ETCS niveau 0.
Het tweede lid is niet van toepassing op spoorvoertuigen die rijden op buiten dienst gestelde gedeelten van de hoofdspoorwegen, genoemd in bijlage 1, punten 16 en 18, van het Besluit aanwijzing hoofdspoorwegen.
§ 2. Plaatsing van seinen
§ 3. Onderling verband
§ 4. Het opvolgen van seinen
§ 5. Gedoofde en onjuiste seinen
§ 6. Het passeren van rode seinen
§ 7. Overige bepalingen
Hoofdstuk 5. Spoorwegemplacementen
Hoofdstuk 6. Afmeting van de lading
Leeswijzer
Bijlage 4, behorende bij artikel 24 van de Regeling Spoorverkeer.
Noten
Inhoudsopgave
De indeling is als volgt:
Blad versie- en inhoudshistorie Bijlage 4
Het doel van het blad versie- en inhoudshistorie is, dat u dit invult nadat u een wijzigings-blad heeft ontvangen en heeft bijgewerkt in deze bijlage 4.
Inhoudsopgave
In de inhoudsopgave zijn alle seinbeelden opgenomen per hoofdstuk.
Seinbeelden
De pagina’s met seinbeelden zijn verdeeld in 3 kolommen:
Eerste kolom
In de eerste kolom is het nummer en de naam van het sein opgenomen.
1. Algemeen
In de tweede kolom ‘Afbeelding’ is de beeltenis van het sein geplaatst. Het dag- en nachtsein staat naast elkaar.
1.2. Toestemmingen en opdrachten
De in deze bijlage vermelde seinen geven toestemmingen en/of opdrachten.
2.1. Hoofdseinen
Voor het verlagen of verhogen van de snelheid geldt, dat:
20. Seinen op buitendienstgesteld spoor
Bijlage 8. behorende bij artikel 40a van de Regeling spoorverkeer
Het profiel, bedoeld in artikel 10, tweede lid, onderdeel a, van het besluit, bestaat uit het rode meetgebied (RM). Maten zijn in millimeter.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.
Inleiding
De indeling is als volgt:
Blad versie- en inhoudshistorie Bijlage 4
Het doel van het blad versie- en inhoudshistorie is, dat u dit invult nadat u een wijzigings-blad heeft ontvangen en heeft bijgewerkt in deze bijlage 4.
Opdrachten om de snelheid te begrenzen worden op een zodanige afstand gegeven, dat deze opdracht tijdig kan zijn uitgevoerd. Tijdig betekent dat de beschikbare remweg voldoende is om de opgedragen lagere snelheid te bereiken.
Voor het verlagen of verhogen van de snelheid geldt, dat:
2.2. Voorseinen
2.3. Lichtseinen met borden met een zwarte driehoek
Bijlage 5
Vervallen
Bijlage 6. behorende bij artikel 38 van de Regeling spoorverkeer
| A | |
|---|---|
| Ah | Arnhem |
| Ahg | Arnhem Goederenstation |
| Amf | Amersfoort |
| Amfs | Amersfoort Schothorst |
| Almo | Almere Oostvaarders |
| Aml | Almelo |
| Amr | Alkmaar |
| Apd | Apeldoorn |
| Apn | Alphen aan den Rijn |
| Asb | Amsterdam Bijlmer |
| Asd | Amsterdam Centraal |
| Asdma | Amsterdam Muiderpoort ASL |
| Asdta | Amsterdam Transformatorweg |
| Asdwpl | Amsterdam Werkplaats |
| Asn | Assen |
| Ass | Amsterdam Sloterdijk |
| At | Acht |
| Awhv | Amsterdam Westhaven |
| B | |
| Bd | Breda |
| Bgn | Bergen op Zoom |
| Bkd | Amersfoort Bokkeduinen |
| Bkh | Binckhorst |
| Bkhn | Binckhorst Noord |
| Bkhz | Binckhorst Zuid |
| Bkl | Breukelen |
| Bkp | Blauwkapel |
| Bnva | Barneveld Aansluiting |
| Bon | Born |
| Bot | Botlek |
| Br | Blerick |
| Brn | Baarn |
| Btl | Boxtel |
| Bv | Beverwijk |
| C | |
| Co | Coevorden |
| Cr | Crailoo |
| D | |
| Ddn | Delden |
| Ddr | Dordrecht |
| Ddri | Dordrecht Aansluiting Industrieterrein De Staart |
| Dgr | Amsterdam Dijksgracht |
| Dld | Den Dolder |
| Dn | Deurne |
| Dt | Delft |
| Dtc | Doetinchem |
| Dv | Deventer |
| Dvaw | Duivendrecht Aansluiting West |
| Dvd | Duivendrecht |
| Dz | Delfzijl |
| E | |
| Ed | Ede-Wageningen |
| Eem | Eemshaven |
| Ehv | Eindhoven |
| Ekz | Enkhuizen |
| Emn | Emmen |
| Erp | Europoort |
| Es | Enschede |
| Esta | Elst Aansluiting |
| F | |
| Fo | Feijenoord |
| G | |
| Gbr | Glanerbrug |
| Gd | Gouda |
| Gdg | Gouda Goverwelle |
| Gdm | Geldermalsen |
| Gn | Groningen |
| Gnl | Groningen Losplaats |
| Gs | Goes |
| Gv | Den Haag HS |
| Gvc | Den Haag Centraal |
| H | |
| Han | Haanrade |
| Har | De Haar Aansluiting |
| Hde | ‘t Harde |
| Hdr | Den Helder |
| Hfd | Hoofddorp |
| Hfdo | Hoofddorp Opstel |
| Hgl | Hengelo |
| Hgv | Hoogeveen |
| Hld | Hoek van Holland |
| Hlds | Hoek van Holland Strand |
| Hlg | Harlingen |
| Hlgh | Harlingen Haven |
| Hlm | Haarlem |
| Hlmw | Haarlem Hoofdwerkplaats (wgl-groep) |
| Hmla | Harmelen Aansluiting |
| Hn | Hoorn |
| Hnk | Hoorn Kersenboogerd |
| Hrl | Heerlen |
| Hsbda | Breda Aansluiting |
| Hsbdg | Breda Grens |
| Hszha | Zevenbergschehoek Aansluiting |
| Ht | ’s Hertogenbosch |
| Hvs | Hilversum |
| Hwd | Heerhugowaard |
| I | |
| IJsm | IJsselmonde Rangeerterrein |
| J | |
| – | – |
| K | |
| Kfh | Kijfhoek |
| Kpn | Kampen |
| Krd | Kerkrade |
| Ktr | Kesteren |
| L | |
| Ldd | Leidschendam |
| Ledn | Leiden |
| Lls | Lelystad |
| Llso | Lelystad Opstelterrein |
| Lw | Leeuwarden |
| Lwd | Lewedorp |
| M | |
| Mas | Maarssen |
| Mbga | Muiderberg ASL |
| Mdk | Moerdijk raccordementstamlijn |
| Mdsa | Muiderstraatweg Aansluiting |
| Mp | Meppel |
| Mrb | Mariënberg |
| Mrg | Maarn (GE) |
| Mss | Maassluis |
| Mt | Maastricht |
| Mtr | Maastricht Randwijck |
| Mvt | Maasvlakte |
| N | |
| Ndb | Naarden-Bussum |
| Nm | Nijmegen |
| Nmge | Nijmegen Goederen |
| Nmrep | Nijmegen Opstel |
| Nsch | Nieuweschans |
| Nwh | Noordwijkerhout |
| O | |
| O | Oss |
| Obpa | Overbrakepolder |
| Odz | Oldenzaal |
| On | Onnen |
| Onz | Onnen Zuid |
| Otw | Oosterhout raccordement Weststad |
| P | |
| Pon | Amersfoort raccordement Pon |
| Ps | Pernis |
| Q | |
| – | – |
| R | |
| Rd | Roodeschool |
| Rhn | Rhenen |
| Rlb | Rotterdam Lombardijen |
| Rm | Roermond |
| Rmo | Rotterdam Rechter Maasoever |
| Rsd | Roosendaal |
| Rtd | Rotterdam CS |
| Rtng | Rotterdam Noord Goederen |
| Rtst | Rotterdam Stadion |
| S | |
| Sdm | Schiedam |
| Shl | Schiphol |
| Sloe | Sloehaven |
| Std | Sittard |
| Stv | Stavoren |
| Svg | Sas van Gent |
| Swd | Sauwerd |
| Swk | Steenwijk |
| T | |
| Tb | Tilburg |
| Tbge | Tilburg Goederenemplacement |
| Tbu | Tilburg Universiteit |
| Tl | Tiel |
| Tnz | Terneuzen |
| U | |
| Ut | Utrecht CS |
| Utcw | Utrecht Cartesiusweg |
| Utg | Uitgeest |
| Utge | Utrecht Goederen |
| Utls | Utrecht Landstraat |
| Utlw | Utrecht Lage Weide |
| Utm | Utrecht Maliebaan |
| Utoz | Utrecht Opstelterrein Zuid |
| V | |
| Vam | VAM-terrein Wijster |
| Vdg | Vlaardingen Centrum |
| Vdm | Veendam |
| Vk | Valkenburg |
| Vl | Venlo |
| Vry | Venray |
| Vs | Vlissingen |
| Vspa | Venserpolder ASL |
| W | |
| Wd | Woerden |
| Wdn | Wierden |
| Wgm | Watergraafsmeer |
| Whz | Rotterdam Waalhaven Zuid |
| Wp | Weesp |
| Wspl | Westelijke Splitsing |
| Wt | Weert |
| Ww | Winterswijk |
| X | |
| – | – |
| Y | |
| Ypb | Den Haag Ypenburg |
| Z | |
| Zb | Zuidbroek |
| Zd | Zaandam |
| Zl | Zwolle |
| Zlw | Lage Zwaluwe |
| Zp | Zutphen |
| Zst | Amsterdam Zaanstraat |
| Zv | Zevenaar |
| Zvt | Zandvoort |
| Zwdl | Zwijndrecht Groote Lindt |
| Afkortingen buitenland | |
| Wr | Weener |
| Lar | Laarwald |
| Bh | Bad Bentheim |
| G | Gronau |
| Em | Emmerich |
| Kn | Kaldenkirchen |
| Dh | Dalheim |
| Hz | Herzogenrath |
| Fvs | Visé |
| Lnp | Neerpelt |
| Esn | Essen |
| Fsz | Zelzate |
Bijlage 7
Vervallen
Bijlage 8. behorende bij artikel 40a van de Regeling spoorverkeer
Het profiel, bedoeld in artikel 10, tweede lid, onderdeel a, van het besluit, bestaat uit het rode meetgebied (RM). Maten zijn in millimeter.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.