Regeling houdende nadere regels met betrekking tot de veiligheid en certificering van in de Nederlandse Antillen en Aruba geregistreerde zeeschepen (Regeling veiligheid Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse zeeschepen)
Handelende in overeenstemming met de Minister van Verkeer en Vervoer van de Nederlandse Antillen en de Minister van Toerisme en Transport van Aruba;
Gelet op de artikelen 12, 22, 32, 46, 48, eerste lid, 51, 54, 58 en 65 van het Schepenbesluit 2004, de artikelen 5, eerste lid, 26e, tweede lid, en 26f van de Schepenwet en de in artikel 1 van deze regeling genoemde Codes;
Besluit:
Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- –. besluit: Schepenbesluit 2004;
- –. Caribische handelszone: Caribische handelszone (Caribbean Trading Area) als omschreven in de CCSS-Code;
- –. CCSS-Code: in het kader van het op 9 februari 1996 te Barbados tot stand gekomen Memorandum van overeenstemming inzake toezicht op schepen door de havenstaat vastgestelde Code voor de veiligheid van vrachtschepen waarmee reizen worden ondernomen in het Caribisch gebied (Code of Satefy for Caribbean Cargo Ships);
- –. DSC-Code: bij resolutie A.373(X) van de Algemene Vergadering van de IMCO aangenomen Code voor de veiligheid van dynamisch ondersteunde schepen (Dynamically Supported Craft Code);
- –. EmS-Gids: bij circulaire MSC/Circ.1025 van de Maritieme Veiligheidscommissie van de IMO vastgestelde Noodmaatregelen en -procedures voor schepen waarmee gevaarlijke stoffen worden vervoerd (Emergency response procedures for ships carrying dangerous goods; EmS Guide);
- –. Houtvaartcode: bij resolutie A.715(17) van de Algemene Vergadering van de IMO aangenomen Code voor het veilig vervoer van deklast hout (Code of Safe Practice for Ships Carrying Timber Deck Cargoes);
- –. IMDG-Code: bij resolutie MSC.122(75) van de Maritieme Veiligheidscommissie van de IMO aangenomen Internationale Maritieme Code inzake gevaarlijke stoffen (International Maritime Dangerous Goods Code);
- –. IMSBC-Code: bij resolutie MSC.268(85) van de Maritieme Veiligheidscommissie van de IMO aangenomen Internationale Maritieme Code voor het vervoer van vaste lading in bulk (International Maritime Solid Bulk Cargoes Code);
- –. IS-Code: bij resolutie A.749(18) van de Algemene vergadering van de IMO aangenomen Code betreffende stabiliteit in onbeschadigde toestand voor alle scheepstypen waarvoor IMO-voorschriften bestaan (Intact Stability Code);
- –. IS-Code 2008: bij resolutie MSC.267(85) van de Maritieme Veiligheidscommissie van de IMO aangenomen Internationale Code betreffende de stabiliteit in onbeschadigde toestand 2008 (Intact Stability Code, 2008);
- –. LY2-Code: bij circulaire nr. 2950 van 23 maart 2009 bij de IMO genotificeerde Code voor grote commerciële jachten (Large Commercial Yacht Code);
- –. LY3-Code: de bij GISIS Equivalent nr. XQ7989 van 13 april 2016 bij de IMO genotificeerde Grote Commerciële Jachten Code (The Large Commercial Yacht Code);
- –. MODU-Code 1979: bij resolutie A.414(XI) van de Algemene Vergadering van de IMCO aangenomen Code voor de bouw en uitrusting van verplaatsbare offshore booreenheden 1979 (Mobile Offshore Drilling Units Code, 1979);
- –. MODU-Code 1989: bij resolutie A.649(16) van de Algemene Vergadering van de IMO aangenomen Code voor de bouw en uitrusting van verplaatsbare offshore booreenheden 1989 (Mobile Offshore Drilling Units Code, 1989);
- –. MODU-Code 2009: bij resolutie A.1023(26) van de Algemene Vergadering van de IMO aangenomen Code voor de bouw en uitrusting van verplaatsbare offshore booreenheden 2009 (Mobile Offshore Drilling Units Code, 2009);
- –. resolutie MSC.235(82): de bij resolutie MSC.235(82) van de Maritieme Veiligheidscommissie van de IMO aangenomen Richtlijnen voor het ontwerp en de bouw van offshore bevoorradingsschepen (2006) (Guidelines for the design and construction of offshore supply vessels, 2006);
- –. resolutie A.468(XII): de bij resolutie A.468(XII) van de Algemene Vergadering van de IMO voorgeschreven maatregelen ter beperking van geluidhinder aan boord van schepen (Code on noise levels on board ships);
- –. resolutie A.673(16): de bij resolutie A.673(16) van de Algemene Vergadering van de IMO aangenomen Richtlijnen voor het vervoer en de behandeling van beperkte hoeveelheden gevaarlijke en schadelijke vloeistoffen in bulk door offshore ondersteuningsschepen (Guidelines for the transport and handling of limited amounts of hazardous and noxious liquid substances in bulk on offshore support vessels);
- –. SCV-Code: in februari 2001 onder auspiciën van de IMO opgestelde en bij circulaire 396(SLS14) als equivalente regeling voor het Koninkrijk der Nederlanden genotificeerde Code voor de veiligheid van kleine commerciële schepen waarmee reizen worden ondernomen in het Caribisch gebied (Code of Safety for Small Commercial Vessels);
- –. SPS-Code: bij resolutie A.534(13) van de Algemene Vergadering van de IMO aangenomen Code voor de veiligheid van schepen voor bijzondere doeleinden (Special Purpose Ships Code);
- –. SPS-Code 2008: bij resolutie MSC.266(84) van de Maritieme Veiligheidscommissie van de IMO aangenomen Code voor de veiligheid van schepen met bijzondere doeleinden 2008 (Special Purpose Ships Code, 2008).
Artikel 2. Bouwdatum van een schip
Als bouwdatum van een schip wordt aangemerkt de dag waarop de kiel van het schip is gelegd, dan wel de dag waarop met inachtneming van hetgeen dienaangaande in de op grond van deze regeling toepasselijke Codes of resoluties is bepaald, een met de kiellegging vergelijkbaar stadium is bereikt. Artikel 2, tweede lid, van het besluit is van overeenkomstige toepassing.
Vanaf de bouwdatum, bedoeld in het eerste lid, wordt een termijn van zes jaren gesteld voor de oplevering van het betreffende schip.
Bij overschrijding van de termijn, bedoeld in het tweede lid, wordt als bouwdatum van het betreffende schip aangemerkt de datum zes jaren eerder dan de dag waarop het betreffende schip is opgeleverd.
Indien naar het oordeel van de minister sprake is van bijzondere omstandigheden kan afgeweken worden van het derde lid.
Als datum waarop een schip is opgeleverd wordt aangemerkt de datum van eerste afgifte van:
- a. de certificaten, bedoeld in de artikelen 3b tot en met 5;
- b. het internationaal of het nationaal veiligheidscertificaat, bedoeld in de artikelen 5 en 6 van het besluit;
- c. het veiligheidscertificaat voor hogesnelheidsschepen, bedoeld in artikel 7 van het besluit.
Artikel 3. Toepassingsbereik
Deze regeling is van toepassing op schepen die op grond van Arubaanse, Curaçaose of Sint Maartense rechtsregels gerechtigd zijn de vlag van het Koninkrijk te voeren.
Hoofdstuk 2. Certificaten en onderzoeken
§ 1. Benodigde certificaten
Artikel 4. Certificaten voor verplaatsbare offshore booreenheden (IMO)
Voor verplaatsbare offshore booreenheden als bedoeld in de MODU-Code 1979, de MODU-Code 1989 en de MODU-Code 2009 zijn de volgende certificaten benodigd:
- a. voor booreenheden, gebouwd voor 1 mei 1991: het veiligheidscertificaat voor verplaatsbare offshore booreenheden, behorend bij de MODU-Code 1979;
- b. voor booreenheden, gebouwd op of na 1 mei 1991 maar voor 1 januari 2016: het veiligheidscertificaat voor verplaatsbare offshore booreenheden, behorend bij de MODU-Code 1989;
- c. voor booreenheden, gebouwd op of na 1 januari 2016: het veiligheidscertificaat voor verplaatsbare offshore booreenheden, behorend bij de MODU-Code 2009.
Voor schepen als bedoeld in artikel 6 van het besluit treden de in het eerste lid bedoelde certificaten in de plaats van het voor die schepen benodigde nationaal veiligheidscertificaat.
Artikel 5. Certificaten op grond van DSC-Code, SPS-Code en SPS-Code 2008 (IMO)
Voor een schip ten aanzien waarvan op grond van artikel 8 is gekozen voor toepassing van de DSC-Code, de SPS-Code of de SPS-Code 2008, is het bij de desbetreffende Code behorende certificaat benodigd. Indien is gekozen voor toepassing van de DSC-Code, is voor het schip tevens de bij die Code behorende exploitatievergunning benodigd.
Voor schepen als bedoeld in artikel 6 van het besluit treden de in het eerste lid bedoelde certificaten in de plaats van het voor die schepen benodigde nationaal veiligheidscertificaat.
Artikel 6. Bij certificaten behorende uitrustingsrapporten, aanhangsels e.d.
De in de artikelen 3a tot en met 5 bedoelde certificaten gaan vergezeld van de bij die certificaten behorende uitrustingsrapporten en aanhangsels, alsmede van de in de desbetreffende Codes voorgeschreven stabiliteitsgegevens of andere gegevens met betrekking tot schip of lading.
§ 2. Onderzoeken
Artikel 7. Onderzoeken van verplaatsbare offshore booreenheden (IMO)
Verplaatsbare offshore booreenheden als bedoeld in de MODU-Code 1979, de MODU-Code 1989 of de MODU-Code 2009 worden ter verkrijging van de voor die schepen benodigde certificaten en gedurende de geldigheidsduur daarvan onderworpen aan de in de desbetreffende Code voorgeschreven onderzoeken.
Artikel 8. Onderzoeken op grond van DSC-Code, SPS-Code en SPS-Code 2008 (IMO)
De eigenaar van een schip, behorend tot een van de navolgende categorieën van schepen, kan er voor kiezen om dat schip te laten onderzoeken en certificeren met inachtneming van:
- a. voor dynamisch ondersteunde schepen als bedoeld in de DSC-Code, gebouwd voor 1 januari 1996: de voorschriften van de DSC-Code;
- b. voor schepen, bestemd voor bijzondere doeleinden als bedoeld in de SPS-Code en de SPS-Code 2008, gebouwd voor 1 januari 2016: de voorschriften van de SPS-Code of de SPS-Code 2008;
- c. voor schepen, bestemd voor bijzondere doeleinden als bedoeld in de SPS-Code 2008, gebouwd op of na 1 januari 2016: de voorschriften van de SPS-Code 2008.
Indien ten aanzien van een schip is gekozen voor toepassing van een in het eerste lid genoemde Code, treden de in de desbetreffende Code voorgeschreven onderzoeken in de plaats van de in artikel 14 of 15 van het besluit bedoelde onderzoeken.
Artikel 9. Tijdstippen van onderzoek
De in de artikelen 6a tot en met 8 bedoelde onderzoeken vinden plaats op de in de desbetreffende Codes en resoluties voorgeschreven tijdstippen, met dien verstande dat het hernieuwde onderzoek waaraan een schip in verband met de vernieuwing van een certificaat wordt onderworpen, steeds plaatsvindt in de laatste drie maanden van de geldigheidsduur van het desbetreffende certificaat.
Artikel 10. Uitvoering van onderzoeken
De onderzoeken, bedoeld in de artikelen 18, 19 en 19a van het besluit, worden uitgevoerd door een daartoe krachtens artikel 23 van het besluit aangewezen organisatie naar de keuze van de eigenaar.
De onderzoeken waaraan een schip waarvoor een internationaal veiligheidscertificaat als bedoeld in de artikelen 5, eerste lid, onderdeel a of b, of 7 van het besluit benodigd is, ingevolge de artikelen 13, 14, 16 en 17 van het besluit of de artikelen 6d, 7 en 8 van deze regeling wordt onderworpen, worden uitgevoerd door de krachtens artikel 23 van het besluit aangewezen organisatie waar het schip is geklasseerd.
De onderzoeken waaraan een schip, niet zijnde een schip als bedoeld in het tweede of vierde lid, ingevolge de artikelen 13, 14, 15 of 17 van het besluit of de artikelen 6a tot en met 8 van deze regeling wordt onderworpen, worden uitgevoerd door:
- a. voor de onderzoeken, bedoeld in de artikelen 13, 14, derde lid, 15, eerste tot en met derde lid, en 17 van het besluit: de krachtens artikel 23 van het besluit aangewezen organisatie waar het schip is geklasseerd;
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.