Wet van 16 december 2004, houdende regels betreffende de financiering van de sociale verzekeringen (Wet financiering sociale verzekeringen)
Het Zorginstituut, het UWV en de SVB beheren en administreren elk fonds afzonderlijk.
Indien met betrekking tot een fonds de lasten de baten blijken te overtreffen, wordt het tekort niet gedekt uit een ander fonds.
Het Zorginstituut, het UWV en de SVB houden, elk afzonderlijk, de financiële middelen die deel uitmaken van hun fondsen aan in een of meer rekeningen-courant bij Onze Minister van Financiën.
In afwijking van het derde lid kunnen het Zorginstituut, het UWV en de SVB een deel van de in het derde lid bedoelde financiële middelen buiten de in het derde lid bedoelde rekeningen-courant houden.
Bij regeling van Onze Minister en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport worden, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, na overleg met het Zorginstituut, de SVB en het UWV, regels gesteld betreffende de omvang van het in het vierde lid bedoelde deel van de financiële middelen.
Bij regeling van Onze Minister en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kunnen, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, nadere regels worden gesteld omtrent het derde lid.
Artikel 120. Beschikking over financiële middelen
Het Zorginstituut, het UWV en de SVB kunnen, voor de uitvoering van hun wettelijke taken, beschikken over de financiële middelen die zij in rekening-courant bij Onze Minister van Financiën aanhouden.
Bij regeling van Onze Minister van Financiën worden, in overeenstemming met Onze Minister en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en na overleg met het Zorginstituut, het UWV en de SVB, regels gesteld omtrent de rente die over de saldi van de in artikel 119, derde lid, bedoelde rekeningen-courant wordt vergoed onderscheidenlijk in rekening wordt gebracht.
Onze Minister van Financiën brengt voor het beheer van de in artikel 119, derde lid, bedoelde rekeningen-courant geen kosten in rekening.
Bij een tekort aan financiële middelen maken het Zorginstituut, het UWV en de SVB uitsluitend gebruik van de kredietfaciliteiten die door Onze Minister van Financiën worden verleend of lenen het UWV en de SVB uit een door hen beheerd fonds.
Onze Minister van Financiën informeert dagelijks het Zorginstituut, het UWV en de SVB ten aanzien van de in artikel 119, derde lid, bedoelde rekeningen-courant, in elk geval met betrekking tot:
- a. de slotstanden per dag;
- b. alle dagelijks geboekte mutaties of transacties in de desbetreffende rekening-courant.
Het Zorginstituut, het UWV en de SVB informeren Onze Minister van Financiën ten aanzien van de in artikel 119, derde lid, bedoelde rekeningen-courant, in elk geval met betrekking tot de prognoses van de saldi van de desbetreffende rekening-courant.
Bij regeling van Onze Minister en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kunnen, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën en na overleg met het Zorginstituut, het UWV en de SVB, nadere regels worden gesteld omtrent het vierde, vijfde en zesde lid.
Bij regeling van Onze Minister en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de door het College zorgverzekeringen, het UWV en de SVB beheerde fondsen betreffende de onderscheiding van het vermogen van het fonds in verschillende bestanddelen en de normen tot vaststelling van de omvang van deze bestanddelen.
Artikel 121. Financiële rapportage
Jaarlijks vóór bij regeling van Onze Minister vast te stellen tijdstippen zenden het UWV en de SVB aan Onze Minister met betrekking tot elk fonds afzonderlijk:
- a. een rapportage van de ontwikkelingen die zich tot op dat moment hebben voorgedaan met betrekking tot de financiële middelen en de gerealiseerde uitgaven;
- b. een begroting van de te verwachten uitgaven uit elk afzonderlijk fonds in het eerstvolgend kalenderjaar.
Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld omtrent de aard en inrichting van de in het eerste lid bedoelde rapportage en de begroting van uitgaven.
Artikel 122. Afdracht gelden door het Rijk
Bij regeling van Onze Minister en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kunnen, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, en na overleg met het Zorginstituut, regels worden gesteld over de wijze waarop en de voorwaarden waaronder de afdracht van gelden plaatsvindt aan de fondsen die geheel of gedeeltelijk door het Rijk worden gefinancierd.
Hoofdstuk 7a. Overgangsbepalingen
Hoofdstuk 8. Slot- en strafbepalingen
Artikel 123. Samenwerking
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de wijze waarop de rijksbelastingdienst, het UWV, de SVB, het CAK, genoemd in artikel 6.1.1, eerste lid, van de Wet langdurige zorg, de zorgautoriteit en de organen die betrokken zijn bij de uitvoering van de Wet langdurige zorg, samenwerken ten behoeve van een goede uitvoering van deze wet, de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, de volksverzekeringen, de werknemersverzekeringen, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Zorgverzekeringswet en de belastingwetten, voorzover het betreft de financiering van de sociale verzekeringen.
Artikel 124. Onderlinge gegevensuitwisseling
De SVB, het UWV, het CAK, genoemd in artikel 6.1.1, eerste lid, van de Wet langdurige zorg, de zorgautoriteit, de organen die betrokken zijn bij de uitvoering van de Wet langdurige zorg, de rijksbelastingdienst, het Centraal Planbureau en het Centraal Bureau voor de Statistiek zijn bevoegd uit eigen beweging en verplicht desgevraagd aan elkaar en aan Onze Minister, Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kosteloos de opgaven en inlichtingen te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet, de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, de volksverzekeringen, de werknemersverzekeringen, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Zorgverzekeringswet en de belastingwetten, voorzover het betreft de financiering van de sociale verzekeringen.
Artikel 124a. Doorlevering aan derden van gegevens afkomstig van de rijksbelastingdienst
Het UWV is bevoegd de van de rijksbelastingdienst afkomstige gegevens, genoemd in de krachtens artikel 73a, eerste lid, artikel 73, zesde lid of artikel 73, vijfde lid, in verbinding met het eerste tot en met derde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen uitgevaardigde algemene maatregel van bestuur, te verstrekken aan de in de krachtens artikel 73a, eerste lid, of artikel 73, zesde lid van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen uitgevaardigde algemene maatregel van bestuur, onderscheidenlijk de in artikel 73, eerste tot en met derde lid van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen genoemde derden.
Artikel 125. Strafbepalingen
Hij die niet voldoet aan de inlichtingenplicht, bedoeld in artikel 77, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of een geldboete van de derde categorie.
Hij die door hem op grond van deze wet betaalde of verschuldigde premie inhoudt op het loon van of op enige andere wijze verhaalt op een werknemer of gewezen werknemer, zonder dat dit bij deze wet is toegestaan, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie.
De in het eerste en tweede lid bedoelde strafbare feiten zijn overtredingen.
Artikel 126. Nummering
Voor de plaatsing in het Staatsblad stelt Onze Minister de nummering van de artikelen, paragrafen, afdelingen en hoofdstukken van deze wet opnieuw vast en brengt hij de in deze wet voorkomende aanhalingen van de artikelen, paragrafen, afdelingen en hoofdstukken met de nieuwe nummering in overeenstemming.
Artikel 127. Inwerkingtreding
De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Artikel 128. Citeertitel
Deze wet wordt aangehaald als: Wet financiering sociale verzekeringen.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 122f. Overgangsregeling lopende uitkeringen
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor uitkeringen op grond van de Ziektewet aan werknemers die zijn toegekend voor de datum van inwerkingtreding van artikel II van de Wet beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vangnetters en WGA- uitkeringen, die voor die datum zijn toegekend aan werknemers, die uit de dienstbetrekking waaruit de WGA-uitkering is ontstaan, recht hadden op een uitkering op grond van de Ziektewet, en uitvoeringskosten en andere kosten in verband met deze uitkeringen, die ten laste komen van bij die maatregel aan te wijzen fondsen.
Hoofdstuk 8. Slot- en strafbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 67a. Afzien van horen belanghebbende
Vervallen
Hoofdstuk 6. De financiering van de vrijwillige sociale verzekeringen
Afdeling 1. De financiering van de vrijwillige volksverzekeringen
§ 1. Inleidende bepalingen
§ 1. Inleidende bepalingen
§ 2. Heffing en inning
Afdeling 2. De financiering van de vrijwillige werknemersverzekeringen
§ 3. Premieplicht en tarief
§ 1. Inleidende bepaling
§ 1. Inleidende bepalingen
§ 2. Heffing en inning
§ 3. Premieplicht en tarief
§ 4. Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
Afdeling 3. Aanvullende bepalingen
Hoofdstuk 7. De fondsen
Afdeling 1. Algemeen
Afdeling 1. Algemeen
§ 6. Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
§ 2. Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
Afdeling 3. Werknemersverzekeringen
§ 1. Algemeen Werkloosheidsfonds, sectorfondsen en Uitvoeringsfonds voor de overheid
§ 2. Arbeidsongeschiktheidsfonds, Arbeidsongeschiktheidskas en Werkhervattingskas
Afdeling 4. Geïntegreerd middelenbeheer
Hoofdstuk 7a. Overgangsbepalingen
Hoofdstuk 8. Slot- en strafbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 122ac. Overgangsrecht eigenrisicodragen WGA-uitkering 2008
Vervallen
Hoofdstuk 8. Slot- en strafbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
§ 3. Premievrijstelling bij marginale arbeid
Artikel 50a. Premiekorting bevordering duurzame arbeidsparticipatie
Vervallen
Artikel 50b. Uitzondering premiekorting
Vervallen
Artikel 50c. Vaststelling bedrag bonussen
Vervallen
§ 3. Premievrijstelling bij marginale arbeid
Afdeling 7. Dienstplichtigen
Hoofdstuk 4. De heffing en invordering van premies
§ 3. Premievrijstelling bij marginale arbeid
§ 4. Aanvullende regeling
§ 1. Heffing
Hoofdstuk 5. Gemoedsbezwaarden
Hoofdstuk 6. De financiering van de vrijwillige sociale verzekeringen
Afdeling 1. De financiering van de vrijwillige volksverzekeringen
Afdeling 2. De financiering van de vrijwillige werknemersverzekeringen
§ 1. Inleidende bepaling
Afdeling 3. Aanvullende bepalingen
Hoofdstuk 7. De fondsen
Afdeling 1. Algemeen
§ 1. Algemene Ouderdomswet en Algemene nabestaandenwet
§ 2. Wet langdurige zorg
Afdeling 3. Werknemersverzekeringen
§ 1. Algemeen Werkloosheidsfonds, sectorfondsen en Uitvoeringsfonds voor de overheid
§ 2. Arbeidsongeschiktheidsfonds, Arbeidsongeschiktheidskas en Werkhervattingskas
Afdeling 4. Geïntegreerd middelenbeheer
Artikel 121a. Financieringsregeling rijksbijdragen
Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld over de wijze waarop en de voorwaarden waaronder de aan het UWV en de SVB toegekende rijksbijdragen worden afgedragen en vastgesteld.
Hoofdstuk 7a. Overgangsbepalingen
Hoofdstuk 8. Slot- en strafbepalingen
Artikel 125a. Evaluatie premiekorting oudere werknemers
Vervallen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 52a. Voorwaarden premievrijstelling arbeid in kleine banen
Vervallen
Afdeling 7. Dienstplichtigen
Hoofdstuk 4. De heffing en invordering van premies
§ 2. Invordering
§ 3. Schuldige nalatigheid premie volksverzekeringen
§ 1. Heffing
Hoofdstuk 5. Gemoedsbezwaarden
Hoofdstuk 6. De financiering van de vrijwillige sociale verzekeringen
Afdeling 1. De financiering van de vrijwillige volksverzekeringen
§ 3. Premieplicht en tarief
Afdeling 1. De financiering van de vrijwillige volksverzekeringen
§ 1. Inleidende bepaling
§ 2. Heffing en inning
Afdeling 3. Aanvullende bepalingen
Hoofdstuk 7. De fondsen
Afdeling 2. Volksverzekeringen
Afdeling 3. Aanvullende bepalingen
§ 1. Algemene Ouderdomswet en Algemene nabestaandenwet
§ 1. Algemene Ouderdomswet en Algemene nabestaandenwet
Afdeling 3. Werknemersverzekeringen
§ 1. Algemeen Werkloosheidsfonds, sectorfondsen en Uitvoeringsfonds voor de overheid
§ 2. Arbeidsongeschiktheidsfonds, Arbeidsongeschiktheidskas en Werkhervattingskas
Afdeling 4. Geïntegreerd middelenbeheer
Hoofdstuk 7a. Overgangsbepalingen
Artikel 122g. Beëindiging premievrijstelling arbeid in kleine banen
Vervallen
Hoofdstuk 7a. Overgangsbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 122h. Overgang vermogensbestanddelen Arbeidsongeschiktheidskas
Alle vermogensbestanddelen die door het UWV, genoemd in hoofdstuk 5, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, afzonderlijk worden beheerd en geadministreerd in de vorm van een Arbeidsongeschiktheidskas als bedoeld in artikel 113, zoals dat luidde op de dag voor de inwerkingtreding van artikel IV, onderdeel G, van de Wet Harmonisatie en vereenvoudiging socialezekerheidswetgeving, gaan over op het Arbeidsongeschiktheidsfonds, bedoeld artikel 112, overeenkomstig door Onze Minister te stellen regels.
Artikel 122i. Overgangsbepaling eigenrisicodragen WGA gemeente voor schoolpersoneel
Een gemeente die zelf het risico, bedoeld in artikel 40, eerste lid, draagt op 1 juli 2011, draagt op die datum tevens zelf dit risico ten aanzien van haar werknemers als bedoeld in artikel 40, elfde lid, zoals dat luidde op de dag voor de inwerkingtreding van artikel IV, onderdeel H, van de Wet Harmonisatie en vereenvoudiging socialezekerheidswetgeving.
Artikel 122j. Overgangsrecht ontheffing wegens gemoedsbezwaren
Artikel 64, zoals dat luidde op dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel IV, onderdeel K, van de Wet harmonisatie en vereenvoudiging socialezekerheidswetgeving, blijft van toepassing op ontheffingen die op grond van dat artikel zijn verleend.
Artikel 122k. Overgangsrecht in verband met wijziging regime voor vergoedingen en verstrekkingen in de Wet op de loonbelasting 1964
Vervallen
Hoofdstuk 8. Slot- en strafbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 21a. Premieplicht WIA tijdens levensloopverlof
Vervallen
§ 4. Premiewijziging anders dan per 1 januari
Afdeling 2. Algemeen Werkloosheidsfonds
§ 1. Premie ten gunste van het Algemeen Werkloosheidsfonds
§ 2. Uitzondering overheid
§ 3. Premieplicht
§ 4. Maatstaf
§ 5. Tarief
Afdeling 3. Uitvoeringsfonds voor de overheid
§ 1. Door overheid af te dragen middelen
§ 2. Door overheid in te houden op het loon
Afdeling 4. Arbeidsongeschiktheidsfonds en Werkhervattingskas
§ 2. Premieplicht en quotumheffing werkgever
§ 3. Maatstaf
§ 4. Tarief
§ 4. Tarief
§ 5. Rijksbijdrage
Afdeling 5. Eigenrisicodragen
§ 1. Algemeen
§ 2. Eigenrisicodragen Ziektewet
§ 1. bonussen in de vorm van premiekortingen
Afdeling 6. Premiekortingen en premievrijstelling
§ 2. Algemene bepalingen en nadere regels premiekorting
§ 3. Premievrijstelling bij marginale arbeid
Afdeling 7. Dienstplichtigen
Hoofdstuk 4. De heffing en invordering van premies
§ 4. Aanvullende regeling
§ 4. Aanvullende regeling
Hoofdstuk 5. Gemoedsbezwaarden
Hoofdstuk 6. De financiering van de vrijwillige sociale verzekeringen
Afdeling 1. De financiering van de vrijwillige volksverzekeringen
Afdeling 1. De financiering van de vrijwillige volksverzekeringen
§ 2. Heffing en inning
Afdeling 3. Aanvullende bepalingen
Hoofdstuk 7. De fondsen
Afdeling 3. Aanvullende bepalingen
§ 1. Algemene Ouderdomswet en Algemene nabestaandenwet
Artikel 87a. Bijdrage Zorgverzekeringsfonds
Periodiek wordt door de SVB een bijdrage ten laste gebracht van het Ouderdomsfonds die ten gunste komt van het Zorgverzekeringsfonds, bedoeld in artikel 39, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet.
De bijdrage, bedoeld in het eerste lid, vormt het verschil tussen het in het kalenderjaar geldende percentage, bedoeld in artikel 45, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet, dat wordt toegepast voor het loon, bedoeld in artikel 42, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet en het in het kalenderjaar geldende percentage, bedoeld in artikel 45, tweede lid, van de Zorgverzekeringswet, dat wordt toegepast voor het bijdrage-inkomen, bedoeld in artikel 43, tweede lid, van de Zorgverzekeringswet, vermenigvuldigd met de lasten van de algemene ouderdomsverzekering en de vrijwillige algemene ouderdomsverzekering.
De SVB stelt regels omtrent de termijnen waarin en de wijze waarop de bijdrage, bedoeld in het eerste lid, betaalbaar wordt gesteld.
De door de SVB op grond van het derde lid gestelde regels behoeven de goedkeuring van Onze Minister, na overleg met Onze Ministers van Financiën en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Afdeling 3. Werknemersverzekeringen
§ 1. Algemeen Werkloosheidsfonds, sectorfondsen en Uitvoeringsfonds voor de overheid
§ 2. Arbeidsongeschiktheidsfonds, Arbeidsongeschiktheidskas en Werkhervattingskas
Afdeling 4. Geïntegreerd middelenbeheer
Hoofdstuk 7a. Overgangsbepalingen
Hoofdstuk 8. Slot- en strafbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Afdeling 4. Arbeidsongeschiktheidsfonds en Werkhervattingskas
§ 1. Premies en rijksbijdragen ten gunste van de fondsen
§ 4a. Quotumheffing
Afdeling 5. Eigenrisicodragen
Afdeling 6. Premiekortingen en premievrijstelling
Afdeling 7. Dienstplichtigen
Hoofdstuk 4. De heffing en invordering van premies
§ 1. Heffing
§ 2. Invordering
Hoofdstuk 4. De heffing en invordering van premies
Hoofdstuk 7a. Overgangsbepalingen
Hoofdstuk 7a. Overgangsbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 122m. Overgangsbepaling toepassing AWR op beschikkingen eigenrisicodragen
Indien het bij koninklijke boodschap van 24 januari 2014 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Algemene nabestaandenwet en de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945 in verband met een technische aanpassing van de berekening van de nabestaandenuitkering voor alleenstaande ouders en een verduidelijking van de Werkloosheidswet (Kamerstukken 33 855) tot wet wordt verheven en artikel IVa, onderdeel C, onderdeel 3, van die wet in werking treedt en uiterlijk op de dag voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding beroep is ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur op grond van artikel 40, blijft het recht van toepassing zoals dat gold op die dag.
Hoofdstuk 8. Slot- en strafbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 48a. Premiekorting jongere werknemer
Vervallen
Artikel 48b. Omvang bonus jongere werknemer
Vervallen
§ 3. Premievrijstelling bij marginale arbeid
Afdeling 7. Dienstplichtigen
Hoofdstuk 4. De heffing en invordering van premies
§ 3. Premievrijstelling bij marginale arbeid
Hoofdstuk 5. Gemoedsbezwaarden
Hoofdstuk 6. De financiering van de vrijwillige sociale verzekeringen
Afdeling 1. De financiering van de vrijwillige volksverzekeringen
§ 4. Aanvullende regeling
Afdeling 2. De financiering van de vrijwillige werknemersverzekeringen
Afdeling 3. Aanvullende bepalingen
Hoofdstuk 7. De fondsen
§ 6. Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
Artikel 122ga. Beëindiging premiekorting jongere werknemer
De artikelen 48a, 48b en 115, eerste lid, onderdeel l, vervallen met ingang van 1 januari 2018.
Hoofdstuk 8. Slot- en strafbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 118a. Vergoeding gemeenten
Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald, dat de colleges van burgemeester en wethouders uitkeringen aan werknemers, die voorafgaande aan de dienstbetrekking, door die colleges van burgemeester en wethouders op grond van artikel 7, eerste lid, onderdeel a, of artikel 7a, eerste lid, onderdeel a, of derde lid, van de Participatiewet zijn ondersteund bij de arbeidsinschakeling vergoeden aan het UWV, indien de dienstbetrekking een bij die maatregel te bepalen tijd heeft geduurd.
Bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval geregeld:
- a. welke uitkeringen op grond van de werknemersverzekeringen dit betreft;
- b. de doelgroep van de werknemers;
- c. de hoogte van de vergoeding;
- d. de wijze van vergoeding;
- e. ten gunste van welk fonds, bedoeld in deze afdeling, de vergoedingen komen.
Een voordracht voor een krachtens dit artikel vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
Een op grond van dit artikel vastgestelde algemene maatregel van bestuur treedt slechts in werking, nadat gebleken is dat aan werknemers als bedoeld in het eerste lid bovenmatig uitkeringen op grond van de werknemersverzekeringen worden verstrekt.
Artikel 122l. Overgangsbepaling premiekorting oudere werknemer
Vervallen
Hoofdstuk 8. Slot- en strafbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 38b. Definities
In deze paragraaf en de daarop berustende bepalingen wordt onder een arbeidsbeperkte verstaan de persoon, niet zijnde de persoon van wie door het college van burgemeester en wethouders is vastgesteld dat hij uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft als bedoeld in
artikel 10b, eerste lid, van de Participatiewet:
- a. die met ondersteuning bij de arbeidsinschakeling van het college van burgemeester en wethouders op grond van artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet naar een dienstbetrekking is of wordt toegeleid of ten behoeve van wie loonkostensubsidie wordt verstrekt op grond van artikel 10d, tweede lid, van de Participatiewet, en van wie uitsluitend op verzoek van het college van burgemeester en wethouders door het UWV is vastgesteld dat hij niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van de Participatiewet, dan wel van wie door het college van burgemeester en wethouders in overeenstemming met de eisen gesteld aan een loonwaardevaststelling op grond van artikel 10d, eerste of tweede lid, van de Participatiewet een loonwaarde is vastgesteld die bij voltijdse arbeid minder bedraagt dan het wettelijk minimumloon, bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van de Participatiewet,
- b. die geïndiceerd is als bedoeld in de Wet sociale werkvoorziening of een nog geldende indicatiebeschikking heeft op grond van artikel 11 van die wet, zoals dat artikel luidde op 31 december 2014,
- c. die recht heeft op arbeidsondersteuning of een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, met dien verstande dat de persoon die duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft als bedoeld in de artikelen 1a:1, eerste lid, 2:4, eerste lid, of 3:8a, eerste lid, van die wet slechts wordt aangemerkt als arbeidsbeperkte indien die persoon arbeid verricht in een dienstbetrekking,
- d. die voldoet aan een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde indicatie,
- e. die met ondersteuning bij de arbeidsinschakeling van het college van burgemeester en wethouders op grond van artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet naar een dienstbetrekking is of wordt toegeleid, en van wie op eigen verzoek door het UWV is of wordt vastgesteld dat hij niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van de Participatiewet. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ten aanzien van de persoon, bedoeld in de vorige zin, nadere regels worden gesteld,
- f. die op of na 1 januari 2013 een persoon was als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b of c, en op 1 mei 2015 niet langer een zodanige persoon was, met uitzondering van de persoon, bedoeld in onderdeel c, die duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie meer heeft als bedoeld in artikel 1a:1 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, of
- g. die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering als bedoeld in Hoofdstuk 6 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en voor wie op grond van artikel 82a, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen bij wijze van experiment het instrument, bedoeld in de artikelen 2:20 en 3:63 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, is ingezet.
Voor de toepassing van deze paragraaf en de daarop berustende bepalingen wordt onder een arbeidsbeperkte mede verstaan een persoon die naar het oordeel van het UWV wegens ziekte of gebrek ontstaan voordat de leeftijd van 18 jaren is bereikt of in de tijd dat hij studerende was als bedoeld in artikel 1:4 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten een belemmering ondervindt in het verrichten van arbeid in dienstbetrekking, en zonder een voorziening als bedoeld in artikel 10 van de Participatiewet of artikel 35 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van de Participatiewet.
Met betrekking tot de beoordeling door het UWV of een persoon een arbeidsbeperkte is als bedoeld in het tweede lid worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels gesteld.
In deze paragraaf en in artikel 122n en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder verloonde uren: de uren waarover loon is betaald en die zijn opgenomen in de loonaangifte op grond van artikel 28, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 en die tevens zijn opgenomen in de polisadministratie op grond van artikel 33, tweede lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
In deze paragraaf en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder de beschikking: de in artikel 38h, eerste lid, bedoelde beschikking alsmede de op grond van artikel 38h, vijfde lid, herziene beschikking.
Voor de toepassing van deze paragraaf en de daarop berustende bepalingen wordt tevens als arbeidsbeperkte beschouwd de persoon, niet zijnde de persoon van wie door het college van burgemeester en wethouders is vastgesteld dat hij uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft als bedoeld in artikel 10b, eerste lid, van de Participatiewet, die niet langer aan de voorwaarden op grond van het eerste dan wel het tweede lid voldoet, zolang zijn opname in de registratie van arbeidsbeperkten, bedoeld in artikel 38d, eerste lid, nog niet is geëindigd.
Artikel 38c. Indeling sectoren
Bij regeling van Onze Minister worden werkgevers voor de toepassing van deze paragraaf en artikel 122n ingedeeld bij de sector overheid of de sector niet-overheid.
Artikel 38d. Registratie arbeidsbeperkten
Het UWV draagt zorg voor de inrichting en de adequate werking van de registratie van arbeidsbeperkten en is de verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4, onderdeel 7, van de Algemene verordening gegevensbescherming met betrekking tot de verwerking van gegevens, waaronder persoonsgegevens als bedoeld in die verordening, ten behoeve van deze registratie.
Het UWV verwerkt in de registratie, bedoeld in het eerste lid, de gegevens over arbeidsbeperkten met het oog op het bevorderen van de arbeidsdeelname van deze personen en ten behoeve van de vaststelling van de quotumheffing, bedoeld in artikel 38h.
Het college van burgemeester en wethouders verstrekt het UWV uit eigen beweging en verplicht op verzoek kosteloos de gegevens over de arbeidsbeperkten, bedoeld in artikel 38b, eerste lid, onderdelen a, b, d en e, en tweede lid, die noodzakelijk zijn voor de gegevensverwerking, bedoeld in het eerste lid.
Het UWV verstrekt het college van burgemeester en wethouders en de belastingdienst uit eigen beweging en verplicht op verzoek kosteloos gegevens uit de registratie, bedoeld in het eerste lid, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van hun taken.
Het UWV is bevoegd gegevens die het verwerkt voor de uitvoering van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten en voor de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 30d van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, te verwerken ten behoeve van de registratie, bedoeld in het eerste lid.
Het UWV en de belastingdienst zijn bevoegd de gegevens, die zij verwerken in de polisadministratie op grond van artikel 33 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen tevens te verwerken voor zover deze noodzakelijk zijn voor de bevordering van arbeidsdeelname van arbeidsbeperkten en voor de vaststelling van de quotumheffing, bedoeld in artikel 38h.
Het UWV deelt op verzoek aan een werkgever over een door middel van het burgerservicenummer aangeduide persoon mede:
- a. of de door de werkgever aangeduide werknemer, persoon met wie hij verwacht een dienstbetrekking aan te gaan, of persoon die onder zijn toezicht en leiding arbeid verricht of ter beschikking is gesteld als bedoeld in artikel 38g, tweede lid, is opgenomen in de registratie, bedoeld in het eerste lid; of
- b. gedurende welke periode in een lopend kalenderjaar of in het voorgaande kalenderjaar deze persoon is opgenomen in de registratie, bedoeld in artikel 38d, eerste lid.
Het college van burgemeester en wethouders en het UWV informeren de persoon op wie de gegevens betrekking hebben over de verwerking van zijn gegevens op grond van dit artikel voordat de gegevens worden vastgelegd in de registratie, bedoeld in het eerste lid, of worden verstrekt met het oog op die vastlegging, tenzij deze persoon redelijkerwijs hiervan kennis draagt.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld, in ieder geval met betrekking tot:
- a. de inrichting, de gegevensset en de wijze van verkrijging van de gegevens ten behoeve van de registratie, bedoeld in het eerste lid,
- b. de geldigheidsduur van de registratie van de persoon en het vervallen van de registratie van de persoon, en
- c. de vaststelling, bedoeld in artikel 38b, eerste lid, onderdelen a en e, ten behoeve van de opname van personen in de registratie, bedoeld in het eerste lid.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot:
- a. de ambtshalve verstrekking door het UWV van gegevens uit de registratie, bedoeld in het eerste lid, aan werkgevers als bedoeld in het zevende lid;
- b. de verstrekking van gegevens aan het UWV door werkgevers als bedoeld in het zevende lid in verband met het verrichten van arbeid door arbeidsbeperkten als bedoeld in artikel 38g, tweede en vierde lid.
Artikel 38e. Wijze van heffing en tijdvak
De met betrekking tot het quotumtekort, bedoeld in artikel 38g, verschuldigde heffing wordt geheven indien deze op grond van artikel 122n, eerste lid, voor de werkgever in de desbetreffende sector is geactiveerd en niet op grond van artikel 122n, tweede lid, niet wordt uitgevoerd.
De quotumheffing wordt geheven over het kalenderjaar waarover het quotumtekort wordt vastgesteld, waarbij het quotumtekort wordt bepaald door het aantal arbeidsplaatsen ingevuld door arbeidsbeperkten, uitgedrukt in verloonde uren, ten opzichte van het totaal aantal arbeidsplaatsen, uitgedrukt in verloonde uren, in dat jaar overeenkomstig de berekeningsformule, bedoeld in artikel 38g, derde lid.
De voor de toepassing van het tweede lid in aanmerking te nemen verloonde uren worden vastgesteld op grond van de loonaangiften die uiterlijk op 1 mei van het jaar volgend op het in het tweede lid bedoelde kalenderjaar zijn ingediend alsmede de correcties daarop die uiterlijk op die datum zijn ingediend. Hierbij worden uitsluitend loonaangiften en correcties in aanmerking genomen met betrekking tot het kalenderjaar waarover het quotumtekort wordt vastgesteld.
Artikel 38f. Vaststelling quotumpercentages
Bij regeling van Onze Minister wordt in het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarover het quotumtekort, bedoeld in artikel 38g, wordt bepaald, ten behoeve van de bepaling van het quotumtekort, bedoeld in artikel 38g, voor het desbetreffende kalenderjaar een quotumpercentage voor de sector overheid onderscheidenlijk de sector niet-overheid vastgesteld overeenkomstig de berekeningsformule, bedoeld in het tweede lid. Bij deze regeling worden de berekeningen op grond van het tweede lid die tot dit percentage hebben geleid, gepubliceerd. Het percentage wordt naar beneden afgerond op twee cijfers achter de komma.
De quotumpercentages worden berekend overeenkomstig de volgende formule:
waarbij:
- A. = totaal aantal banen bij werkgevers die op grond van artikel 34, derde en vierde lid, quotumheffing zijn verschuldigd, die worden vervuld door arbeidsbeperkten als bedoeld in artikel 38b, eerste en zesde lid op grond van de nulmeting op 1 januari 2013 in de sector overheid onderscheidenlijk de sector niet-overheid
- B. = het aantal extra banen voor arbeidsbeperkten als bedoeld in artikel 38b, eerste en zesde lid bij werkgevers dat dient te worden gerealiseerd vanaf het kalenderjaar 2015 overeenkomstig het sociaal akkoord voor de sector overheid onderscheidenlijk de sector niet-overheid
- C. = het gemiddeld aantal verloonde uren van arbeidsbeperkten als bedoeld in artikel 38b, eerste en zesde lid in de sector overheid en de sector niet-overheid tezamen
- D. = het totaal aantal banen bij werkgevers in de sector overheid onderscheidenlijk de sector niet-overheid die op grond van artikel 34, derde en vierde lid, quotumheffing zijn verschuldigd
- E. = het gemiddeld aantal verloonde uren van een werknemer bij werkgevers in de sector overheid en de sector niet-overheid tezamen die op grond van artikel 34, derde en vierde lid, quotumheffing zijn verschuldigd
- F. = het aantal arbeidsbeperkten, bedoeld in artikel 38b, tweede en zesde lid, bij werkgevers die op grond van artikel 34, derde en vierde lid, quotumheffing zijn verschuldigd, in de sector overheid onderscheidenlijk de sector niet-overheid
- G. = het gemiddeld aantal verloonde uren van arbeidsbeperkten als bedoeld in artikel 38b, tweede en zesde lid, in de sector overheid onderscheidenlijk de sector niet-overheid tezamen die op grond van artikel 34, derde en vierde lid, quotumheffing zijn verschuldigd
- H. = het aantal gerealiseerde extra banen voor arbeidsbeperkten bij werkgevers als bedoeld in artikel 34, vierde en zesde lid, in de sector overheid onderscheidenlijk de sector niet-overheid.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de variabelen A tot en met E en H van de formule, bedoeld in het tweede lid. Hierbij kunnen categorieën werknemers worden aangewezen waarvan de banen in mindering worden gebracht op het totaal aantal banen, bedoeld in het tweede lid met betrekking tot variabele D.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de variabelen F en G van de formule, bedoeld in het tweede lid. De voordracht voor een krachtens de vorige volzin vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
Bij regeling van Onze Minister kunnen werknemers in bepaalde soorten dienstbetrekkingen voor de toepassing van het eerste en tweede lid en artikel 122n, eerste en tweede lid, worden gelijkgesteld met arbeidsbeperkten.
Ten aanzien van de werknemers, bedoeld in het vijfde lid, is deze afdeling, alsmede artikel 38b, eerste lid, onderdeel f, van overeenkomstige toepassing.
Artikel 38g. Bepaling van het quotumtekort
Ten behoeve van de vaststelling van de quotumheffing, bedoeld in artikel 38h, wordt het quotumtekort per werkgever bepaald overeenkomstig de berekeningsformule, bedoeld in het derde lid.
Voor de toepassing van dit artikel wordt niet als werknemer en niet als arbeidsbeperkte beschouwd de persoon die arbeid verricht in een dienstbetrekking in de zin van artikel 2 van de Wet sociale werkvoorziening, tenzij deze persoon op grond van het vierde lid is aangewezen en aan de werkgever ter beschikking is gesteld.
Het quotumtekort wordt berekend overeenkomstig de volgende formule:
waarbij:
- A. = totaal verloonde uren van werknemers bij de werkgever in het kalenderjaar waarover het quotumtekort wordt vastgesteld
- B. = het quotumpercentage dat op grond van artikel 38f, eerste lid, is vastgesteld voor het kalenderjaar in de sector overheid onderscheidenlijk de sector niet-overheid waartoe de werkgever behoort
- C. = aantal verloonde uren bij de werkgever van arbeidsbeperkten in het kalenderjaar waarover het quotumtekort wordt vastgesteld
- D. = het gemiddeld aantal verloonde uren van arbeidsbeperkten op jaarbasis in de sector overheid en de sector niet-overheid tezamen.
Bij algemene maatregel van bestuur worden categorieën arbeidsbeperkten die aan de werkgever ter beschikking zijn gesteld om voor hem onder zijn toezicht en leiding arbeid te verrichten aangewezen, die overeenkomstig bij of krachtens die maatregel te stellen regels worden beschouwd als werknemers en arbeidsbeperkten waarop het derde lid van toepassing is. Deze categorieën arbeidsbeperkten worden voor de toepassing van het derde lid niet geacht in dienstbetrekking te staan tot de werkgever die deze arbeidsbeperkten ter beschikking heeft gesteld. Bij of krachtens deze maatregel worden in verband met dit lid nadere regels gesteld voor de toepassing van het derde lid.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën werknemers worden aangewezen ten aanzien waarvan de verloonde uren in mindering worden gebracht op het totaal aantal verloonde uren, bedoeld in het derde lid, met betrekking tot variabele A.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de wijze waarop een quotumtekort wordt bepaald.
Bij de gegevensverwerking die nodig is op grond van het vierde en vijfde lid kan door de werkgever die de arbeidsbeperkten ter beschikking stelt en de werkgever aan wie deze arbeidsbeperkten ter beschikking zijn gesteld om onder zijn toezicht en leiding arbeid te verrichten, het burgerservicenummer worden gebruikt.
Ingeval de periode waarin een werknemer arbeidsbeperkte is, in de loop van een aangiftetijdvak voor de loonbelasting begint of eindigt, worden bij de berekening van het quotumtekort tevens de verloonde uren in aanmerking genomen bij die werkgever in het buiten die periode vallende deel van het aangiftetijdvak waarin die periode begint of eindigt.
Artikel 38h. Vaststelling quotumheffing
De inspecteur stelt bij voor bezwaar vatbare beschikking de quotumheffing vast voor de werkgever, ten aanzien van wie een quotumtekort als bedoeld in artikel 38g is bepaald.
De beschikking bevat in ieder geval:
- a. de vaststelling dat de werkgever quotumheffing is verschuldigd op grond van artikel 34, derde en vierde lid;
- b. het kalenderjaar waarover het quotumtekort is vastgesteld waarop de beschikking betrekking heeft;
- c. het totale aantal verloonde uren bij de werkgever in het kalenderjaar waarover het quotumtekort is vastgesteld;
- d. het aantal van die verloonde uren dat wordt ingevuld door arbeidsbeperkten;
- e. de berekening van het quotumtekort, bedoeld in artikel 38g, derde lid;
- f. het bedrag van de quotumheffing.
De vaststelling van de quotumheffing vindt plaats vóór 1 november volgend op het kalenderjaar waarover het quotumtekort wordt vastgesteld.
De quotumheffing bedraagt het quotumtekort vermenigvuldigd met € 5.000.
De inspecteur is bevoegd tot herziening van een beschikking op grond van dit artikel indien enig feit grond oplevert voor het vermoeden dat de beschikking is gegeven op grond van onjuiste of onvolledige gegevens. Een herziening ten nadele van de werkgever is uitsluitend mogelijk indien deze tekortkoming een gevolg is van een feit dat aan de werkgever of de gewezen werkgever kan worden toegerekend of redelijkerwijs kenbaar had kunnen zijn. De inspecteur stelt de herziening vast bij voor bezwaar vatbare beschikking. De bevoegdheid tot herziening vervalt door verloop van 5 jaren na het einde van het kalenderjaar waarop de beschikking betrekking heeft.
Beschikkingen van de inspecteur op grond van dit artikel worden genomen gehoord het UWV en in overeenstemming met het UWV.
Op het bezwaar, beroep, hoger beroep en beroep in cassatie inzake de beschikking is hoofdstuk V van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van overeenkomstige toepassing. Het bezwaar, beroep, hoger beroep en beroep in cassatie inzake de beschikking kan niet zijn gegrond op de grief dat een werknemer niet is opgenomen in de registratie, bedoeld in artikel 38d.
Paragraaf 4.1.3.2 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing ten aanzien van de beslissing van de inspecteur naar aanleiding van het bezwaar tegen de beschikking, bedoeld in het eerste en vijfde lid.
Artikel 38i. Inning quotumheffing
De inspecteur stelt de beschikking ter invordering van de daaruit blijkende quotumheffing aan de ontvanger ter hand. Onverminderd het overigens in deze paragraaf bepaalde geschiedt de invordering van de quotumheffing met toepassing van de Invorderingswet 1990 en de Kostenwet invordering rijksbelastingen als ware die heffing een rijksbelasting.
De beschikking is invorderbaar zes weken na de dagtekening van de beschikking.
Artikel 38j. Belastingdienst
De belastingdienst is belast met de heffing van de quotumheffing en de invordering van deze heffing.
§ 5. Rijksbijdrage
Afdeling 5. Eigenrisicodragen
Afdeling 6. Premiekortingen en premievrijstelling
§ 2. Algemene bepalingen en nadere regels premiekorting
Afdeling 7. Dienstplichtigen
§ 2. Invordering
§ 3. Schuldige nalatigheid premie volksverzekeringen
Hoofdstuk 5. Gemoedsbezwaarden
Hoofdstuk 6. De financiering van de vrijwillige sociale verzekeringen
Afdeling 2. De financiering van de vrijwillige werknemersverzekeringen
§ 3. Werkloosheidswet
§ 4. Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
§ 5. Ziektewet
Hoofdstuk 7. De fondsen
Afdeling 1. Algemeen
Afdeling 2. Volksverzekeringen
§ 2. Wet langdurige zorg
Afdeling 3. Werknemersverzekeringen
§ 1. Algemeen Werkloosheidsfonds, sectorfondsen en Uitvoeringsfonds voor de overheid
§ 2. Arbeidsongeschiktheidsfonds, Arbeidsongeschiktheidskas en Werkhervattingskas
Afdeling 4. Geïntegreerd middelenbeheer
Hoofdstuk 7a. Overgangsbepalingen
Artikel 122n. Geleidelijke invoering en de deactivering van de quotumheffing
De quotumheffing, bedoeld in hoofdstuk 3, afdeling 4, paragraaf 4a, wordt niet uitgevoerd dan nadat bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad, tot invoering is besloten indien is gebleken dat het aantal banen voor arbeidsbeperkten als bedoeld in artikel 38b, eerste, tweede en zesde lid, en het vijfde lid, in onvoldoende mate is toegenomen ten opzichte van het aantal van deze banen op 1 januari 2013, waarbij dit apart wordt beoordeeld voor de sector overheid onderscheidenlijk de sector niet-overheid.
In afwijking van het eerste lid wordt de quotumheffing, bedoeld in hoofdstuk 3, afdeling 4, paragraaf 4a, niet uitgevoerd indien hiertoe bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad, is besloten, indien is gebleken dat het aantal banen voor arbeidsbeperkten als bedoeld in artikel 38b, eerste, tweede en zesde lid, en het vijfde lid, in voldoende mate is toegenomen ten opzichte van het aantal van deze banen op 1 januari 2013, waarbij dit apart wordt beoordeeld voor de sector overheid onderscheidenlijk de sector niet-overheid.
Bij regeling van Onze Minister wordt ten behoeve van de vaststelling van de toename, bedoeld in het eerste en tweede lid, het aantal banen bepaald voor arbeidsbeperkten, bedoeld in het eerste en tweede lid, uitgedrukt in verloonde uren op 1 januari 2013 voor de sector overheid onderscheidenlijk de sector niet-overheid en wordt voor de desbetreffende sector voor het desbetreffende kalenderjaar, bepaald:
- a. het cumulatief aantal extra te realiseren banen voor deze arbeidsbeperkten uitgedrukt in verloonde uren;
- b. het cumulatief aantal gerealiseerde banen voor deze arbeidsbeperkten uitgedrukt in verloonde uren, en
- c. de uitkomst van de vergelijking tussen het cumulatief aantal banen, bedoeld in de onderdelen a en b, uitgedrukt in verloonde uren.
Voor de toepassing van het derde lid wordt niet als arbeidsbeperkte beschouwd de persoon die arbeid verricht in een dienstbetrekking in de zin van artikel 2 van de Wet sociale werkvoorziening, tenzij deze persoon op grond van het vijfde lid is aangewezen en aan de werkgever in de sector overheid onderscheidenlijk de sector niet-overheid ter beschikking is gesteld.
Bij regeling van Onze Minister worden categorieën arbeidsbeperkten die aan de werkgever in de sector overheid onderscheidenlijk de sector niet-overheid ter beschikking zijn gesteld om voor hem onder zijn toezicht en leiding arbeid te verrichten, aangewezen die overeenkomstig die regeling te stellen regels worden beschouwd als arbeidsbeperkten waarop het derde lid van toepassing is. Deze categorieën arbeidsbeperkten worden voor de toepassing van het derde lid niet geacht in dienstbetrekking te staan tot de werkgever in de sector overheid onderscheidenlijk de sector niet-overheid die deze arbeidsbeperkten ter beschikking heeft gesteld.
Een krachtens het eerste lid vastgestelde ministeriële regeling wordt gelijktijdig aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. De ministeriële regeling treedt niet eerder in werking dan vier weken na de overlegging.
Artikel 122o. Beëindiging uitsluiting dwangsomregeling
Artikel 38h, achtste lid, vervalt met ingang van 1 januari van het vierde kalenderjaar na het kalenderjaar waarin de quotumheffing op grond van artikel 122n, eerste lid, is geactiveerd, tenzij voor die datum een voorstel van wet bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal is ingediend, dat een vergelijkbare regeling bevat voor de uitsluiting van de dwangsomregeling, bedoeld in artikel 38h, achtste lid.
Hoofdstuk 8. Slot- en strafbepalingen
Artikel 124b. Evaluatie registratie arbeidsbeperkten
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van artikel 38d aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van dit artikel in de praktijk.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 122p. Overgangsrecht in verband met de Wet werken na de AOW-gerechtigde leeftijd
Artikel 40, eerste lid, aanhef en onderdeel a, blijft buiten toepassing op het ziekengeld op grond van de Ziektewet, alsmede de overlijdensuitkering, bedoeld in artikel 35 van de Ziektewet, vermeerderd met de verschuldigde inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 42 van de Zorgverzekeringswet, dat is of wordt betaald aan de verzekerde ten aanzien van wie de eerste dag van ongeschiktheid tot werken is gelegen op of na de dag dat de verzekerde de leeftijd, bedoeld in artikel 7, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet heeft bereikt en voor de dag van inwerkingtreding van artikel III, onderdeel D, van de Wet werken na de AOW-gerechtigde leeftijd.
Hoofdstuk 8. Slot- en strafbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
§ 2. Algemene bepalingen en nadere regels premiekorting
Artikel 50d. Nadere regels
Vervallen
Afdeling 7. Dienstplichtigen
§ 2. Invordering
Hoofdstuk 5. Gemoedsbezwaarden
Hoofdstuk 6. De financiering van de vrijwillige sociale verzekeringen
§ 3. Werkloosheidswet
§ 4. Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
Hoofdstuk 7. De fondsen
Afdeling 1. Algemeen
Afdeling 2. Volksverzekeringen
§ 1. Algemene Ouderdomswet en Algemene nabestaandenwet
§ 2. Wet langdurige zorg
Afdeling 3. Werknemersverzekeringen
§ 1. Algemeen Werkloosheidsfonds, Uitvoeringsfonds voor de overheid en sectorindeling
§ 2. Arbeidsongeschiktheidsfonds, Arbeidsongeschiktheidskas en Werkhervattingskas
Afdeling 4. Geïntegreerd middelenbeheer
Hoofdstuk 8. Slot- en strafbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 122q. Overgangsrecht in verband met de Wet beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vangnetters
Vervallen
Hoofdstuk 8. Slot- en strafbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 122na. Opschorting quotumheffing
Nadat bij regeling van Onze Minister op grond van artikel 122n, eerste lid, tot invoering van de quotumheffing voor de betreffende sector is besloten, wordt de quotumheffing, in afwijking van de artikelen 38e, eerste lid, en 122n, eerste lid, niet uitgevoerd met betrekking tot kalenderjaren die zijn gelegen vóór het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 2 van de Wet banenafspraak.
Ten aanzien van een kalenderjaar waarover de quotumheffing op grond van het eerste lid niet wordt uitgevoerd, wordt met overeenkomstige toepassing van artikel 38f een quotumpercentage vastgesteld voor de sector overheid, onderscheidenlijk voor de sector niet-overheid.
Hoofdstuk 8. Slot- en strafbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 122r
In afwijking van artikel 117b, derde lid, onderdeel c, komt een door UWV te betalen WGA-uitkering als bedoeld in dat onderdeel, niet ten laste van de Werkhervattingskas indien:
- a. op grond van de artikelen 38a, negende lid, of 38b, tweede lid, van de Ziektewet geen ziekengeld is of wordt toegekend; en
- b. voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel XIV, onderdeel D, van de Verzamelwet SZW 2022 bij UWV een aanvraag is gedaan om vast te stellen of de werknemer, aan wie de WGA-uitkering is toegekend, uit diezelfde dienstbetrekking recht had op ziekengeld als bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdeel d, e, f of g, van de Ziektewet of op ziekengeld als bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdelen a, b en c, van de Ziektewet, dat aan de werknemer is toegekend direct aansluitend op een dienstbetrekking waarin recht op ziekengeld als bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdeel e, f of g, van de Ziektewet bestond.
Dit artikel vervalt met ingang van 1 januari 2032.
Hoofdstuk 8. Slot- en strafbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 122s. Overgangsrecht afschaffing schuldig nalatigverklaring AOW
De SVB neemt een besluit als bedoeld in artikel 61, eerste lid, zoals dat luidde op de dag voor de datum van inwerkingtreding van de Wet van 16 oktober 2023 tot wijziging van de Algemene Ouderdomswet, de Wet financiering sociale verzekeringen en de Invorderingswet 1990 in verband met het afschaffen van de mogelijkheid om schuldig nalatig te verklaren bij het niet of niet geheel betalen van de premie voor de volksverzekeringen, niet op of na die datum van inwerkingtreding.
Hoofdstuk 8. Slot- en strafbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 91a
De zorgautoriteit kan besluiten uitgaven voor zorg die door of namens een Wlz-uitvoerder als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet langdurige zorg, zijn gedaan en geen kosten van zorg of overige prestaties die op grond van de Wet langdurige zorg worden verstrekt of kosten ter uitvoering van die wet betreffen, in stand te laten.
De zorgautoriteit kan besluiten uitgaven voor persoonsgebonden budgetten als bedoeld in de Wet langdurige zorg die geen kosten van zorg en overige prestaties betreffen die op grond van de Wet langdurige zorg worden verstrekt, in stand te laten.
De zorgautoriteit kan toepassing geven aan het eerste of tweede lid voor bepaalde gevallen of, met gebruik van nieuwe regels waarvan het tijdstip van inwerkingtreding is vastgesteld, voor groepen van gevallen.
De zorgautoriteit weegt bij een besluit over toepassing van het eerste of tweede lid af of het belang van de uitvoering van de zorgplicht voor de verzekerden en de handelwijze van de betrokken Wlz-uitvoerder dan wel Wlz-uitvoerders daartoe aanleiding geven.
De zorgautoriteit kan over een kalenderjaar toepassing geven aan het eerste lid voor ten hoogste een procent van het bedrag, bedoeld in artikel 49e, derde lid, onderdeel a, van de Wet marktordening gezondheidszorg voor dat kalenderjaar.
De zorgautoriteit kan over een kalenderjaar toepassing geven aan het tweede lid voor ten hoogste een procent van het bedrag dat op grond van artikel 49e, derde lid, onderdeel b, van de Wet marktordening gezondheidszorg, voor dat kalenderjaar.
De zorgautoriteit vraagt voorafgaand aan een toepassing van het eerste of tweede lid indien die een uitleg van het op grond van de Wet langdurige zorg verzekerde pakket vergt, advies aan het Zorginstituut of de uitgaven al dan niet kosten van zorg en overige prestaties betreffen die op grond van de Wet langdurige zorg worden verstrekt.
Afdeling 3. Werknemersverzekeringen
§ 1. Algemeen Werkloosheidsfonds, Uitvoeringsfonds voor de overheid en sectorindeling
§ 2. Arbeidsongeschiktheidsfonds, Arbeidsongeschiktheidskas en Werkhervattingskas
Afdeling 4. Geïntegreerd middelenbeheer
Hoofdstuk 8. Slot- en strafbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)