Wet van 23 december 2004, houdende regels met betrekking tot het verstrekken van een brede doeluitkering aan provincies en regionaal openbare lichamen ten behoeve van de uitvoering van een integraal verkeer- en vervoerbeleid (Wet BDU verkeer en vervoer)

Type Wet
Publication 2018-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Hoofdstuk 3. Berekening van de uitkering

Hoofdstuk 2. Verstrekking van de uitkering

Hoofdstuk 5. Verantwoording over de uitkering

Hoofdstuk 6. Wijziging andere wetten

Artikel 16

Wijzigt de Wet personenvervoer 2000.

Artikel 17

Wijzigt de Kaderwet bestuur in verandering.

Artikel 18

Wijzigt de Wet Infrastructuurfonds.

Artikel 19

Wijzigt de Wet verontreiniging oppervlaktewateren.

Artikel 20

Wijzigt de Spoorwegwet.

Artikel 21

Wijzigt de Wet kabelbaaninstallaties.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Hoofdstuk 7. Overgangsrecht

Hoofdstuk 8. Slotbepalingen

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is verscheidene uitkeringen voor aspecten van het verkeer- en vervoerbeleid samen te voegen tot een gebundelde doeluitkering om de effectiviteit van het beleid te vergroten;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 2

Vervallen

Artikel 3
1.

Onze Minister verstrekt jaarlijks voor het uitkeringsjaar aan een openbaar lichaam een brede doeluitkering ten behoeve van de voorbereiding en de uitvoering van het regionaal verkeer- en vervoerbeleid in het krachtens artikel 20, derde lid, van de Wet personenvervoer 2000 aangewezen gebied.

2.

Het dagelijks bestuur kan een gedeelte van de uitkering verstrekken aan:

Artikel 4
1.

De uitkering wordt niet aangewend voor kosten van algemeen bestuurlijke aard.

2.

Bij algemene maatregel van bestuur worden regels vastgesteld over de verstrekking en de betaling van de uitkering.

Hoofdstuk 3. Berekening van de uitkering

Artikel 5
1.

De verdeling over de openbare lichamen van het voor het totaal van de uitkeringen beschikbare bedrag is gebaseerd op bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde gebiedsgerichte structuurkenmerken en andere kenmerken.

2.

Op basis van de structuurkenmerken wordt voor ieder openbaar lichaam afzonderlijk het percentuele aandeel berekend van het voor het totaal van de uitkeringen beschikbare bedrag.

3.

Op basis van de andere kenmerken wordt het absolute aandeel berekend van het voor het totaal van de uitkeringen beschikbare bedrag.

4.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden ten aanzien van de structuurkenmerken en de berekening van het percentuele en het absolute aandeel nadere regels gesteld.

5.

Onze Minister kan in overeenstemming met de dagelijkse besturen uitgaven doen voor:

6.

De uitgaven, bedoeld in het vijfde lid, worden in mindering gebracht op het totaal voor de uitkeringen beschikbare bedrag, bedoeld in het tweede en het derde lid.

Hoofdstuk 4. Besteding van de uitkering

Artikel 6

Vervallen

Artikel 7

Vervallen

Artikel 8

Vervallen

Artikel 9
1.

Het dagelijks bestuur kan een gedeelte van de uitkering reserveren voor het doen van uitgaven in de jaren die volgen op het uitkeringsjaar.

2.

Vervallen.

3.

Vervallen.

Hoofdstuk 5. Verantwoording over de uitkering

Artikel 10

Het openbaar lichaam legt financiële verantwoording af over de besteding en reservering ten laste van de uitkering op de wijze, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

Artikel 11
1.

Onze Minister kan een uitkering ten nadele van het openbaar lichaam wijzigen indien:

2.

Alvorens tot wijziging over te gaan stelt Onze Minister het dagelijks bestuur in de gelegenheid te worden gehoord.

3.

De wijziging van de uitkering ten nadele van het openbaar lichaam vindt plaats binnen vijf jaar na het einde van het uitkeringsjaar.

Artikel 12

Onverschuldigde betalingen gedaan in het kader van de toepassing van deze wet kunnen door Onze Minister binnen zes jaar worden verrekend met de betalingen op grond van deze wet.

Artikel 13
1.

Het dagelijks bestuur verstrekt desgevraagd inlichtingen omtrent de besteding en de reservering ten laste van de uitkering aan de accountant die in opdracht van Onze Minister met de controle hiernaar is belast.

2.

De accountant, bedoeld in het eerste lid, kan ten aanzien van de financiële verantwoording door het openbaar lichaam tevens informatie inwinnen bij de accountant die belast is met de controle van het openbaar lichaam.

Artikel 14
1.

Het dagelijks bestuur verstrekt aan Onze Minister desgevraagd informatie met het oog op:

2.

Onze Minister kan nadere regels stellen over de aard van de informatie, bedoeld in het eerste lid, en de wijze van verstrekking ervan.

Artikel 15

Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

Hoofdstuk 6. Wijziging andere wetten

Hoofdstuk 7. Overgangsrecht

Artikel 22

Vervallen

Artikel 23

Vervallen

Artikel 24

Vervallen

Artikel 25

Vervallen

Artikel 26

Vervallen

Artikel 27
1.

Wijzigt de Spoorwegwet.

2.

Wijzigt deze wet.

Hoofdstuk 8. Slotbepalingen

Artikel 28

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel 29
1.

Artikel 19 werkt terug tot en met 1 juli 2002.

2.

Artikel 20, onderdeel A, werkt terug tot en met de datum van inwerkingtreding van de in dat artikel genoemde bepalingen van de Spoorwegwet (Stb. 2003, 264).

Artikel 30

Deze wet wordt aangehaald als: Wet BDU verkeer en vervoer

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.