Wet van 3 februari 2005 tot wijziging van de Kadasterwet, de Invoeringswet Kadasterwet, de Organisatiewet Kadaster, enige andere wetten en enkele wetboeken in verband met een verdergaande toepassing van informatie- en communicatietechnologie bij de aanbieding van stukken ter inschrijving in de openbare registers voor registergoederen, het houden van die registers en de verstrekking van inlichtingen daaruit, alsmede in verband met enkele noodzakelijk gebleken technische aanpassingen en het stellen van aanvullende eisen aan het gebruik van elektronische handtekeningen (Herzieningswet Kadasterwet I)

Type Wet
Publication 2005-09-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
Artikel I

Wijzigt de Kadasterwet.

Artikel II

Wijzigt de Invoeringswet Kadasterwet.

Artikel III

Wijzigt de Organisatiewet Kadaster.

Artikel IV

Wijzigt het Burgerlijk Wetboek.

Artikel V

Wijzigt het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Artikel VI

Wijzigt de Faillissementswet.

Artikel VII

Wijzigt de Wet aansprakelijkheid olietankschepen.

Artikel VIII

Wijzigt de Wet nationaliteit zeeschepen in rompbevrachting.

Artikel IX

Wijzigt de Wet op belastingen van rechtsverkeer.

Artikel X

Wijzigt de Wet op het notarisambt.

Artikel XI

Wijzigt de Wet vervoer binnenvaart.

Artikel XII

Wijzigt het Wetboek van Koophandel.

Artikel XIII

Wijzigt de Zeebrievenwet.

Artikel XIV

Wijzigt de Wijzigingswet Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek enz. (wijziging voorwaarden nationaliteitsverlening en registratie zeeschepen).

Artikel XV

Wijzigt de Wet publiekrechtelijke registratie zeeschepen.

Artikel XVI

Wijzigt deze wet.

Artikel XVII

De op het tijdstip van de inwerkingtreding van deze wet door de Dienst gehouden openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdelen a tot en met d, van de Kadasterwet, zoals dat artikel luidde tot aan dat tijdstip, maken deel uit:

Artikel XVIII

In afwijking van hetgeen daaromtrent in wettelijke voorschriften wordt bepaald, haalt de bewaarder een inschrijving betreffende een waardeloos recht van een hypotheek en een beslag niet door.

Artikel XIX
1.

Artikel 48, eerste lid, voorzover betreffend de naam van de hypotheekhouder, artikel 48, tweede lid, onderdelen a, b, c en f, voorzover betreffend een recht van hypotheek en een inbeslagneming, en artikel 48, tweede lid, onderdeel g, van de Kadasterwet vinden, onverminderd de tweede zin, toepassing ten aanzien van een recht van hypotheek en een inbeslagneming ingeschreven vanaf het tijdstip waarop artikel VIII van deze wet in werking treedt. Ten aanzien van een recht van hypotheek en een inbeslagneming ingeschreven in de openbare registers voor het tijdstip, bedoeld in de eerste zin, vinden de bepalingen van de Kadasterwet, genoemd in de eerste zin, toepassing, voorzover door Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer daartoe wordt besloten. In een besluit als bedoeld in de tweede zin worden de desbetreffende rechten van hypotheek en de inbeslagnemingen aangewezen door ten minste de vermelding van:

2.

Een besluit als bedoeld in het eerste lid, tweede zin, wordt geplaatst in de Staatscourant.

Artikel XX
1.

Artikel 48, tweede lid, onderdeel j, van de Kadasterwet vindt toepassing ten aanzien van een notariële akte en een notariële verklaring die zijn ingeschreven in de openbare registers vanaf het tijdstip waarop artikel I, onderdeel Q, van deze wet in werking treedt, en ten aanzien van een voor dat tijdstip ingeschreven notariële akte en notariële verklaring, voorzover dit bij regeling van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer wordt bepaald.

2.

Artikel 48, tweede lid, onderdeel k, van de Kadasterwet vindt toepassing ten aanzien van een stuk dat in de openbare registers is ingeschreven vanaf het tijdstip waarop artikel I, onderdeel Q, van deze wet in werking treedt, en ten aanzien van een voor dat tijdstip ingeschreven stuk, voorzover dit bij regeling van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer wordt bepaald.

3.

Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op artikel 85, tweede lid, onderdelen m en n, van de Kadasterwet, met dien verstande dat in die leden onder «onderdeel Q» wordt verstaan onderdeel U.

4.

Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op artikel 92, tweede lid, onderdelen m en n, van de Kadasterwet, met dien verstande dat in die leden onder «onderdeel Q» wordt verstaan onderdeel Y.

Artikel XXI
1.

Artikel 85, eerste lid, voorzover betreffend de naam van de hypotheekhouder, artikel 85, tweede lid, onderdelen a, b, c en i, voorzover betreffend een recht van hypotheek en een inbeslagneming, en artikel 85, tweede lid, onderdeel k, van de Kadasterwet vinden, onverminderd de tweede zin, toepassing ten aanzien van een recht van hypotheek en een inbeslagneming ingeschreven in de openbare registers vanaf het tijdstip waarop artikel X van deze wet in werking treedt. Ten aanzien van een recht van hypotheek en een inbeslagneming ingeschreven in de openbare registers voor het tijdstip, bedoeld in de eerste zin, vinden de bepalingen van de Kadasterwet, genoemd in de eerste zin, toepassing, voorzover door Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer daartoe wordt besloten. In een besluit als bedoeld in de tweede zin worden de desbetreffende rechten van hypotheek en de inbeslagnemingen aangewezen door ten minste de vermelding van:

2.

Een besluit als bedoeld in het eerste lid, tweede zin, wordt geplaatst in de Staatscourant.

Artikel XXII
1.

Artikel 92, eerste lid, voorzover betreffend de naam van de hypotheekhouder, artikel 92, tweede lid, onderdelen a, b, c en i, voorzover betreffend een recht van hypotheek en een inbeslagneming, en artikel 92, tweede lid, onderdeel k, van de Kadasterwet vinden, onverminderd de tweede zin, toepassing ten aanzien van een recht van hypotheek en een inbeslagneming ingeschreven in de openbare registers vanaf het tijdstip waarop artikel XI van deze wet in werking treedt. Ten aanzien van een recht van hypotheek en een inbeslagneming ingeschreven in de openbare registers voor het tijdstip, bedoeld in de eerste zin, vinden de bepalingen van de Kadasterwet, genoemd in de eerste zin, toepassing, voorzover door Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer daartoe wordt besloten. In een besluit als bedoeld in de tweede zin worden de desbetreffende rechten van hypotheek en de inbeslagnemingen aangewezen door ten minste de vermelding van:

2.

Een besluit als bedoeld in het eerste lid, tweede zin, wordt geplaatst in de Staatscourant.

Artikel XXIII
1.

Na de inwerkingtreding van de desbetreffende onderdelen van artikel I van deze wet berusten de uitvoeringsvoorschriften:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.