Vaststellingsbesluit selectielijst beleidsterreinen Primair Onderwijs, Voortgezet Onderwijs, Hoger Beroepsonderwijs, Wetenschappelijk Onderwijs en Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie over de periode 1945–2002: neerslag handelingen Inspectie van het Onderwijs
Gelet op artikel 5, tweede lid, onder b, van de Archiefwet 1995;
De Raad voor Cultuur gehoord (advies van de Raad voor Cultuur van 14 augustus 2004, nr. arc-2004.01271/2);
Besluit:
Artikel 1
De bij dit besluit gevoegde ‘selectielijst voor de neerslag van de handelingen van de Inspectie van het Onderwijs en de onder hem ressorterende actoren op de beleidsterreinen Primair Onderwijs, Voortgezet Onderwijs, Hoger Beroepsonderwijs, Wetenschappelijk Onderwijs en Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie over de periode 1945–2002’ en de daarbij behorende toelichting worden vastgesteld.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
Basisselectiedocument
Bsd betreffende het handelen van de inspectie van het onderwijs op het beleidsterrein primair onderwijs periode 1945–2002
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap/Nationaal Archief
Inspectie van het Onderwijs
Maart 2005
AVMB: Algemene voorbereiding op maatschappij en beroep
BSD: Basisselectiedocument
CFI: Centrale Financiën Instellingen
ISOVSO: Interim-wet Speciaal Onderwijs, Voortgezet Speciaal Onderwijs
OALT: Onderwijs in allochtone, levende talen
RIO: Rapport Institutioneel Onderzoek
RPBO: Rechtspositiebesluit Onderwijspersoneel
SO: Speciaal Onderwijs
USZO: Uitvoeringsinstelling Sociale Zekerheid voor Overheid en Onderwijs
WA: Wettelijke aansprakelijkheid
WBO: Wet op het Basisonderwijs
WEC: Wet op de Expertisecentra
WMO: Wet op de Medezeggenschap in het Onderwijs
WPO: Wet op het Primair Onderwijs
Hoofdstuk 1. Inleiding
De PIVOT-rapporten Klaar… af! en Speciaal centraal vormen de basis voor de hier opgenomen selectielijst.
Het rapport en het BSD zijn het resultaat van institutionele onderzoeken (RIO-nummers 64 en 52) welke zijn uitgevoerd binnen het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, in overeenstemming met de afspraken die bij convenant van 9 februari 1995 tussen de plaatsvervangend Secretaris-Generaal van het ministerie van OC&W en de Algemene Rijksarchivaris zijn gemaakt. In aansluiting hierop heeft de Inspectie van het Onderwijs, in verband met de nadien sterk gewijzigde onderwijswetten, de looptijd van het BSD verlengd van 1999 tot en met 2002. Dit is gebaseerd op eigen onderzoek van de Inspectie.
Het rapport beschrijft de taken en handelingen van de verschillende actoren op de beleidsterreinen.
In dit BSD wordt de neerslag van de handelingen gewaardeerd, op basis waarvan de daadwerkelijke selectie van archiefbescheiden uitgevoerd kan worden. Onder archiefbescheiden worden zowel de papieren bescheiden als gedigitaliseerde bescheiden verstaan; deze gedigitaliseerde bestanden vallen namelijk ook onder de Archiefwet 1995.
Tevens kan dit BSD dienen als leidraad bij de inrichting of herinrichting van de documentaire informatievoorziening.
Het BSD is als volgt samengesteld:
Hoofdstuk 2. Beschrijving beleidsterrein Primair Onderwijs
Het beleidsterrein Primair Onderwijs omvat de deelbeleidsterreinen Basisonderwijs en Speciaal Onderwijs.
Het Basisonderwijs is het onderwijs dat gegeven wordt aan kinderen van vier tot ongeveer twaalf jaar.
In de Wet op het Basisonderwijs (WBO) van 1985 zijn de vóór deze wet als kleuteronderwijs (voor kinderen van vier tot zes jaar) en lager onderwijs (voor kinderen van zes tot twaalf jaar) bekend staande onderwijsvormen geïntegreerd tot één onderwijsvorm voor kinderen in de leeftijd van vier tot twaalf jaar. Het basisonderwijs omvat acht aaneensluitende jaren en vormt mede de grondslag voor het voortgezet onderwijs.
Het algemeen doel van het basisonderwijs is het langs een ononderbroken ontwikkelingsproces realiseren van een emotionele en verstandelijke ontwikkeling, een ontwikkeling van creativiteit, en de verwerving van noodzakelijke kennis en van sociale, culturele en lichamelijke vaardigheden bij de leerlingen. In de realisatie van dit doel wordt er ook rekening mee gehouden dat de leerlingen opgroeien in een multi-culturele samenleving.
Het basisonderwijs legt, zoals de naam al zegt, de basis voor het verdere onderwijs.
Het deelbeleidsterrein Speciaal Onderwijs omvat zowel het speciaal onderwijs als het voortgezet speciaal onderwijs. In zowel het RIO als in dit BSD worden de termen ‘buitengewoon onderwijs’ en ‘speciaal onderwijs’ door elkaar heen gebruikt; het betreft evenwel in beide gevallen het onderwijs aan kinderen die niet deel kunnen nemen aan het reguliere onderwijs, door maatschappelijke factoren dan wel door factoren op het gebied van het leren of van opvoedkundige aard. Het gebruik van ofwel de term ‘buitengewoon onderwijs’ ofwel de benaming ‘speciaal onderwijs’ is gerelateerd aan de periode waarin een bepaalde handeling plaatsvond: de benaming ‘speciaal onderwijs’ deed namelijk pas in 1977 (Nota Speciaal onderwijs) zijn intrede en het zou, historisch gezien, niet passen in beschrijvingen van handelingen die veel vroeger plaatsvonden.
De Lager-Onderwijswet van 1920, en met name het artikel 3, kan gezien worden als basis voor het overheidsbeleid op het gebied van het buitengewoon onderwijs. Artikel 3 spreekt namelijk van ‘kinderen, die wegens ziels- of lichaamsgebreken of uit maatschappelijke oorzaak niet in staat zijn geregeld en met vrucht het gewone onderwijs te volgen of wier gedrag het noodzakelijk maakt hun buitengewoon onderwijs te doen geven’.
Door de jaren heen verandert de terminologie; ‘buitengewoon lager onderwijs’ wordt vervangen door ‘buitengewoon onderwijs’ en later door ‘speciaal onderwijs’. Ook de doelgroep is van wisselende samenstelling; behoren bijvoorbeeld schipperskinderen tot 1985 nog bij het buiten-gewoon onderwijs, na die tijd vallen zij onder de werkingssfeer van de Wet op het basisonderwijs.
Speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs zijn bedoeld voor leerlingen vanaf drie tot twintig jaar voor wie vaststaat dat overwegend een orthopedagogische of orthodidactische benadering noodzakelijk is.
De verschillende onderwijsvormen binnen deze typen onderwijs zijn toegespitst op leerlingen met zeer uiteenlopende specifieke problemen:
De doelstellingen van het onderwijsbeleid op het gebied van het speciaal onderwijs zijn als volgt:
het onderwijs dient te worden afgestemd op de ontwikkelingsmogelijkheden van de leerling, en dient daarom zodanig ingericht te worden dat een ononderbroken ontwikkelingsproces doorlopen kan worden. Zo mogelijk brengt het leerlingen tot het volgen van gewoon onderwijs in scholen voor basisonderwijs of voortgezet onderwijs.
Verder moet het onderwijs zich richten op de emotionele en verstandelijke ontwikkeling van de leerling binnen het speciaal onderwijs, op het ontwikkelen van creativiteit, het verwerven van kennis en van sociale, culturele en lichamelijke vaardigheden.
De rol van de Inspectie van het Onderwijs ten aanzien van het Primair Onderwijs is het toezicht houden op de naleving van wet- en regelgeving door de scholen en op de kwaliteit van het onderwijs bij die scholen. Voorts houdt de Inspectie zich op de hoogte van de toestand van het onderwijs in het algemeen.
Hoofdstuk 3. Selectie
3.A. Doelstelling van de selectie
De selectie richt zich op de (administratieve) neerslag van het handelen door overheidsorganen, die vallen onder de werking van de Archiefwet 19951Archiefwet 1995, Wet van 28 april 1995 (Stb. 276), houdende vervanging van de Archiefwet 1962 (Stb. 313) en in verband daarmee wijziging van enige andere wetten.. De selectielijst is tot stand gekomen op grond van een wettelijk voorgeschreven procedure. Deze procedure, welke zijn grondslag heeft in art. 5 van de Archiefwet 1995, is neergelegd in de artikelen 2 tot en met 5 van het Archiefbesluit 1995, Stb. 671.
De doelstelling van het Nationaal Archief bij de selectie van overheidsarchieven is dat de belangrijkste bronnen van de Nederlandse samenleving en cultuur veilig worden gesteld voor blijvende bewaring. Met het te bewaren materiaal moet het mogelijk zijn om een reconstructie te maken van de hoofdlijnen van het handelen van de rijksoverheid ten opzichte van haar omgeving.
In dit BSD worden de handelingen van de verschillende organen geselecteerd op hun bijdrage aan de realisering van de selectiedoelstelling. Bij de selectie gaat het er om welke gegevensbestanden, behorend bij welke handeling, en berustend bij welke actor, bewaard moeten blijven met als doel het handelen van de rijksoverheid met betrekking tot het beleidsterrein op hoofdlijnen te kunnen reconstrueren.
Het handelen van overheidsorganen bestaat uit verschillende fasen in het beleidsproces. Deze fasen zijn o.a. agendavorming, beleidsvoorbereiding, beleidsbepaling, beleidsvaststelling, beleidsuitvoering en beleidsevaluatie. Om de reconstructie van het handelen op hoofdlijnen mogelijk te maken, dient dus vooral de neerslag van de eerste vier en de laatste fase bewaard te blijven.
De gegevensbestanden kunnen zowel uit papieren- als uit digitale documenten bestaan.
Indien de neerslag in aanmerking komt voor vernietiging dan vermeldt het BSD een V met een termijn. De termijn gaat in na expiratiedatum of afdoening van de archivistische neerslag.
3.B. Selectiecriteria
Teneinde de selectiedoelstelling te operationaliseren zijn de in het Rapport Institutioneel Onderzoek geformuleerde handelingen gewogen aan de hand van de door PIVOT opgestelde selectiecriteria.
Uitgaande van de selectiedoelstelling heeft PIVOT in 1993 een lijst van algemene selectiecriteria geformuleerd. Bij de vaststelling van deze selectiecriteria is bepaald dat de bruikbaarheid van de criteria binnen afzienbare tijd zou worden geëvalueerd. In april 1996 werd met dat doel een werkgroep samengesteld. Bij de samenstelling van de werkgroep is gezorgd voor inbreng vanuit zowel de Rijksarchiefdienst/PIVOT als vanuit de zorgdragers. Op 26 november 1996 werden de resultaten tijdens een PIVOT-themabijeenkomst gepresenteerd, waarna als gevolg van discussie nog enige aanpassingen volgden. Op 29 april 1997 werden de herziene selectiecriteria door het afdelingswerkoverleg vastgesteld, waarop zij werden aangeboden aan het Convent van rijksarchivarissen en voor advies voorgelegd aan de Raad voor Cultuur en de Permanente Commissie Documentaire Informatievoorziening Rijksoverheid (PC Din). Na verwerking van de adviezen zijn de herziene selectiecriteria vastgesteld door het Convent van Rijksarchivarissen. In dit BSD zijn de criteria van 1997 gehanteerd.
De algemene selectiecriteria zijn positief geformuleerd, het zijn bewaarcriteria. De criteria geven de handelingen aan die met een B gewaardeerd worden, en waarvan de neerslag dus overgebracht dient te worden. De neerslag van de handelingen die met een V gewaardeerd worden, wordt niet overgebracht en kan op termijn vernietigd worden.
Handelingen die betrekking hebben op voorbereiding en bepaling van beleid op hoofdlijnen.
Toelichting: Hieronder wordt verstaan agendavorming, het analyseren van informatie, het formuleren van adviezen met het oog op toekomstig beleid, het ontwerpen van beleid of het plannen van dat beleid, alsmede het nemen van beslissingen over de inhoud van beleid en terugkoppeling van beleid. Dit omvat het kiezen en specificeren van de doeleinden en de instrumenten.
Handelingen die betrekking hebben op evaluatie van beleid op hoofdlijnen.
Toelichting: Hieronder wordt verstaan het beschrijven en beoordelen van de inhoud, het proces of de effecten van beleid. Hieruit worden niet per se consequenties getrokken zoals bij terugkoppeling van beleid.
Handelingen die betrekking hebben op verantwoording van beleid op hoofdlijnen aan andere actoren.
Toelichting: Hieronder valt tevens het uitbrengen van verslag over beleid op hoofdlijnen aan andere actoren of ter publicatie.
Handelingen die betrekking hebben op (her)inrichting van organisaties belast met beleid op hoofdlijnen.
Toelichting: Hieronder wordt verstaan het instellen, wijzigen of opheffen van organen, organisaties of onderdelen daarvan.
Handelingen die bepalend zijn voor de wijze waarop beleidsuitvoering op hoofdlijnen plaatsvindt.
Toelichting: Onder beleidsuitvoering wordt verstaan het toepassen van instrumenten om de gekozen doeleinden te bereiken.
Handelingen die betrekking hebben op beleidsuitvoering op hoofdlijnen en direct zijn gerelateerd aan of direct voortvloeien uit voor het Koninkrijk der Nederlanden bijzondere tijdsomstandigheden en incidenten.
Toelichting: Bijvoorbeeld in het geval de ministeriele verantwoordelijkheid is opgeheven en/of wanneer er sprake is van oorlogstoestand, staat van beleg of toepassing van noodwetgeving.
Naast de algemene criteria kunnen er ten aanzien van bepaalde handelingen, eveneens binnen het kader van de selectiedoelstellingen, in een BSD beleidsterrein-specifieke criteria worden geformuleerd, die met behulp van de algemene criteria niet kunnen worden gewaardeerd.
Ingevolge artikel 5, onder e, van het Archiefbesluit 1995 kan neerslag van bepaalde, als te vernietigen gewaardeerde handelingen betreffende personen en/of gebeurtenissen van bijzonder cultureel of maatschappelijk belang, van vernietiging worden uitgezonderd.
3.C. Verslag van de vaststellingsprocedure
Het Archiefbesluit 1995, artikel 5 onder d, 3° schrijft voor dat in de toelichting bij een selectielijst verslag wordt gedaan van de vaststellingsprocedure.
28 maart 2003 is het ontwerp-BSD door de Inspectie voor Onderwijs aan de Staatssecretaris van OC&W aangeboden, waarna deze het ter advisering heeft ingediend bij de Raad voor Cultuur (RvC). Van het gevoerde driehoeksoverleg over de waarderingen van de handelingen is een verslag gemaakt, dat tegelijk met het BSD naar de RvC is verstuurd. Vanaf 2 februari 2004 lag de selectielijst gedurende acht weken ter publieke inzage bij de registratiebalie van het Nationaal Archief evenals in de bibliotheken van de Inspectie voor Onderwijs, het Ministerie van OC&W en de rijksarchieven in de provincie/regionaal historische centra, hetgeen was aangekondigd in de Staatscourant en in het Archievenblad.
Op 14 september 2004 bracht de RvC advies uit (arc-2004.01272/2), hetwelk behoudens enkele tekstuele correcties heeft geen aanleiding gegeven tot wijzigingen van de ontwerp-selectielijst.
Daarop werd het BSD op 7 februari 2005 door de Algemene Rijksarchivaris, namens de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen vastgesteld [C/S/05/262].
Hoofdstuk 4. De selectielijst Primair Onderwijs
Aangegeven worden:
RIO nr.: dit is het corresponderende nummer van de handeling binnen het RIO.
Handeling: dit is een complex van activiteiten die een actor verricht ter vervulling van een taak of op grond van een bevoegdheid. In de praktijk komt een handeling meestal overeen met een procedure of een werkproces.
Periode: Hier staat het tijdvak vermeld gedurende welke jaren de handeling is verricht. Wanneer er geen eindjaar staat vermeld wordt de handeling nog steeds uitgevoerd.
Grondslag: indien bekend aangegeven.
Product: Indien bekend aangegeven.
Waardering: door middel van plaatsing van de letters B en V wordt een waardering gegeven voor het ‘Bewaren’ dan wel ‘Vernietigen’ van de neerslag van de handeling. Bij de handelingen die met een B gewaardeerd zijn wordt het selectiecriterium vermeld dat tot dat voorstel geleid heeft. De te bewaren neerslag dient na afloop van de overbrengingstermijn overgebracht te worden naar de Rijksarchiefdienst in goede, geordende en toegankelijke staat.
Bij de handelingen die met een V gewaardeerd worden, wordt zo mogelijk de termijn aangegeven, waarna de vernietiging kan plaatsvinden. De vernietigingstermijnen zijn ingevuld op grond van informatie uit bestaande vernietigingslijsten en gesprekken met vertegenwoordigers van het juridische en administratieve belang bij de zorgdrager.
4.A. Het Basisonderwijs
Handeling: het toezien op het naleven van de wettelijke bepalingen en voorschriften bij scholen voor basisonderwijs
Periode: 1945– (31 juli 1998)
Grondslag: WBO, art. 5, lid 2a
Product: Verslagen zoals schoolbezoekverslag, jaarverslag, onderwijsverslag, aspectrapportage
Waardering: V, 20 jaar m.u.v. een aantal voorbeelddossiers: B (5)
Toelichting bij de waardering: per provincie worden 1x per 5 jaar 2 rapporten bewaard per schoolsoort (katholiek, prot. Christelijk, neutrale en bijzondere neutrale). Totaal: (12 x 2 x 4 =) 96
Handeling: het evalueren van de stand van het basisonderwijs met betrekking tot de kwaliteit ervan
Periode: 1945– (31 juli 1998)
Grondslag: WPO, art. 5, lid 2b
Product: Rapportages aan de minister
Waardering: B (3)
Handeling: het samenstellen van het gedeelte betreffende het basisonderwijs in het Onderwijsverslag
Periode: 1993– (31 juli 1998)
Grondslag: WPO, art. 5, lid 2b en 2e
Product: (gedeelte) Onderwijsverslag
Waardering: B (3)
Handeling: het doen van voorstellen aan de minister indien deze in het belang van het basisonderwijs worden geacht
Periode: 1945– (31 juli 1998)
Grondslag: WPO, art. 5, lid 2e
Product: Advies
Waardering: B (1)/(5)
Handeling: het toetsen van een afwijking van de regeling spreiding zomervakantie
Periode: 2002–
Grondslag: Regeling Spreiding zomervakanties 2002–2006, art. 6, lid 9
Product: Verslag
Waardering: V 2 jaar
Handeling: het verlenen van goedkeuring aan scholen voor lager beroepsonderwijs of andere vormen van regulier onderwijs om een deel van het schoolwerkplan, voor zover het betrekking heeft op het voortgezet speciaal onderwijs, uit te voeren
Periode: 1985–
Grondslag: ISOVSO, art. 19, lid 10
Product: Beschikking
Waardering: V 0 jaar (tot ontvangst vervangend exemplaar)
Handeling: het verlenen van toestemming aan een school voor woonwagenkinderen, om de maximum leeftijd van kinderen van woonwagenkampbewoners die onderwijs volgen in een klas voor zeer jeugdige kinderen, te verhogen
Periode: 1995–
Grondslag: Besluit van 26-11-1955, art. 143, lid 7
Product: Beschikking
Waardering: V 0 jaar (tot einde opleiding)
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.