Vaststellingsbesluit selectielijst beleidsterrein Belastingheffing over de periode 1945-2001: neerslag handelingen Minister van Verkeer en Waterstaat
Gelet op artikel 5, tweede lid, onder b, van de Archiefwet 1995;
De Raad voor Cultuur gehoord (advies van de Raad voor Cultuur van 30 november 2004, nr. arc-2004.01583/3);
Besluiten:
Artikel 1
De bij dit besluit gevoegde ‘selectielijst voor de neerslag van de handelingen van de Minister van Verkeer en Waterstaat en de onder hem ressorterende actoren op het beleidsterrein Belastingheffing over de periode 1945–2001’ en de daarbij behorende toelichting worden vastgesteld.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
BSD 19 belastingver(h)effend
Zorgdrager: Ministerie van Financiën
April 2005
1. Lijst gebruikte afkortingen
In het voorliggende rapport is ook een aantal afkortingen gebruikt. De belangrijkste zijn:
art.: artikel
AFP: directie/afdeling Algemene Fiscale Politiek
AFZ: directie Algemene Fiscale Zaken
AWR: Algemene Wet inzake Rijksbelastingen
b.w.: buiten werking
DB: directie/afdeling Directe Belastingen
DGFZ: Directoraat-generaal Fiscale Zaken
IFZ: directie/afdeling Internationale Fiscale Zaken
iwtr.: inwerkingtreding
Stb: Staatsblad
Stcrt.: Staatscourant
Trb.: Traktatenblad
Vb.: Verordeningenblad
WDB: directie/afdeling Wetgeving Directe Belastingen
2. Verantwoording
Het PIVOT-institutioneel onderzoeksrapport ‘Belastingver(h)effend’ is in de periode 2001–2003 bijgewerkt door A. Piersma van DisConsult te Zoetermeer in samenwerking van A.J.C.H. van Eeden van het Ministerie van Financiën. Het rapport van 1993 van P. Lamboo is hiermee vervangen. Dit basisselectiedocument (BSD) bevat de uitkomsten, met overwegingen, van het selectieproces en is in overeenstemming met het RIO van 2001 aangepast.
Dit basisselectiedocument bestaat behalve uit een inleiding en toelichting ook uit selectielijsten zoals bedoeld in artikel 2 van het archiefbesluit 1995. Ter vaststelling van de selectielijsten zal uitvoering gegeven worden aan artikel 5 van de archiefwet 1995.
De actualisatie van dit basisselectiedocument is uitgevoerd door DisConsult, Zoetermeer (A. Piersma en R. Wetting) en heeft plaatsgevonden in 2001/2003. Dit was een onderdeel van het bijwerken van de RIO’s/BSD’s 37, 38, 19 en 65 in opdracht van het ministerie van Financiën (Belastingdienst). De opzet van alle vier de BSD’s (en RIO’s) is zoveel als mogelijk in elkaars overeenstemming gebracht conform de meer gebruikelijke opzet van een BSD. Het een en ander is tot stand gekomen in nauw overleg met de heer P.C.A. Lamboo van het ministerie van Financiën, mw. drs. P.H. van Santen en mw. drs. A.L. Weyers van de Belastingdienst.
Tevens is de geactualiseerde versie inhoudelijk besproken met mr. J. Nieuwendijk, juridisch medewerker van het team Juridische Zaken van het Directoraat-generaal Belastingdienst, mw. J.W. van den Berg-Koelewijn, Coördinator Sectie Beleidsondersteuning DGFZ, drs. P.A. Bouwhuis, beleidsmedewerker van de afdeling Beleid van de directie Algemene Fiscale Politiek, drs. J.Chr. Donkhorst van Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling en A.J. van Lohuizen van Belastingdienst/Centrum voor Automatisering, Staf Rechtstoepassing.
Het voorgaande BSD 19 (selectielijst neerslag handelingen van de Minister van Financiën op het beleidsterrein algemene wet- en regelgeving inzake het heffen en invorderen van belastingen 1940–1993: Stcrt. 1995, 199 (13-10-1995)) van P.C.A. Lamboo wordt hiermee vervangen.
Naast de cosmetische aanpassingen die uitgevoerd moesten worden, hebben de volgende inhoudelijke wijzigingen plaatsgevonden:
De wijzigingen in het BSD zijn in overeenstemming met het RIO aangepast. Hst. 3.1 en 3.2 zijn volledig aangepast i.v.m. de actuele waarderingcriteria. Dit heeft overigens geen afbreuk gedaan aan de te bewaren/vernietigen handelingen, alleen de selectiecriteria zijn gewijzigd. De waardering van de handelingen die als neerslag individuele beschikkingen hebben is in verband met de wijziging in de belastingwetgeving gezet op ‘V, 7 jaar na afhandeling’. Dit geldt tevens voor de handelingen met de actor Belastingdienst. Dit is in lijn met het advies van de Raad voor Cultuur.
Het BSD gaat over de periode 1945–2001. De neerslag uit de periode 1940–1945, de Tweede Wereldoorlog, is buiten het BSD gelaten. Dit conform de opzet die tegenwoordig voor alle BSD’s wordt toegepast. De handelingen die exclusief slaan op de periode 1940–1945 zijn vervallen. De handelingen die in het BSD beginnen in 1940 zijn aangepast. Dergelijke handelingen beginnen nu in 1945. Dit heeft tot gevolg dat de volgende actoren vervallen:
De handelingen 5, 6, 33, 34, 35, 36, 37, 138 en 139 zijn mede hierdoor vervallen.
De actoren ministers van Binnenlandse Zaken, LNV, SZW en Verkeer en Waterstaat zijn aan het RIO en BSD toegevoegd. De actoren Raden van beroep der directe belastingen, Gerechtshoven, Arrondissementsrechtbanken, Tariefcommissie en Officier van Justitie zijn niet in het BSD opgenomen, omdat de Minister van Justitie, waaronder zij ressorteren, te kennen heeft gegeven niet te willen meeliften in de vaststelling van dit BSD. Hierdoor zijn de handelingen 10, 15, 49, 50, 53, 74, 76, 77 en 144 uit het BSD verwijderd.
Er zijn 22 nieuwe handelingen, 12 verwijderd en in totaal 43 handelingen gewijzigd (waarvan 24 handelingen zijn afgesloten).
De nog geldende handelingen zijn: 1–4, 54–57, 59–96, 98, 99, 101, 102, 104–111, 117–125, 127–130, 132, 134, 135, 149–154, 156, 157, 162, 163, 166–212, 214–217.
Overzicht nieuwe en gewijzigde handelingen:
Nieuwe handeling (203): Hst. 7.1.1.1
Nieuwe handeling (204): Hst. 7.1.1.3
Nieuwe handeling (205): Hst. 7.1.1.3
Nieuwe handeling (206): Hst. 7.1.1.5
Nieuwe handeling (207): Hst. 7.1.1.5
Nieuwe handeling (208): Hst. 7.1.1.6
Nieuwe handeling (209): Hst. 7.1.1.6
Nieuwe handeling (210): Hst. 7.1.1.6
Nieuwe handeling (211): Hst. 7.1.1.6
Nieuwe handeling (212): Hst. 7.1.1.7
Handeling 20: Handeling afgesloten; periode wordt 1945–1951
Handeling 21: Handeling afgesloten; periode wordt 1945–1967
Handeling 23 t/m 32: Handeling afgesloten; periode wordt 1945–1964
Handeling 54: Van 9 naar 17 actoren, grondslagen (+ aanpassing diverse artikelen) en subhandelingen
Handeling 55: Wijziging ad. 2; artikel
Handeling 56: Wijziging artikel
Nieuwe handeling (193): Hst. 7.2.1.1 na H (56)
Handeling 57: Van 8 naar 9 subhandeling, grondslagen (+ aanpassing diverse artikelen)
Handeling 58: Handeling afgesloten; periode wordt 1959–2000
Handeling 59: Wijziging artikel
Handeling 61: Wijziging artikel
Handeling 67: Wijziging grondslag: toevoeging artikel
Handeling 73: Wijziging grondslag
Nieuwe handeling (194): Hst. 7.2.1.1 na H (73)
Nieuwe handeling (195): Hst. 9.1.1.1 na H (54)
Handeling 74: Wijziging grondslag
Handeling 75: Wijziging grondslag
Handeling 76: Wijziging grondslag
Nieuwe handeling (196): Hst. 7.2.1.1 na H (194)
Nieuwe handeling (197): Hst. 7.2.1.1 na H (86)
Handeling 97: verwijderd Is geen handeling volgens grondslag
Handeling 100: verwijderd Is een activiteit van H (99)
Handeling 102: Wijziging grondslag
Handeling 103: verwijderd Is geen handeling volgens grondslag
Handeling 105: Wijziging grondslag
Handeling 109: Wijziging grondslag
Handeling 123: Wijziging grondslag
Nieuwe handeling (198): Hst. 24.1.1.1.1 na H (167)
Handeling 124: Wijziging grondslag
Handeling 125: Wijziging bron, handeling
Handeling 126: Wijziging periode: handeling afgesloten
Nieuwe handeling (199): Hst. 7.2.1.2.1 na H (126); zie ook bestaande handeling (61)
Handeling 127: Wijziging grondslag, handeling
Nieuwe handeling (214): Na H (133)
Nieuwe handeling (215): Na H (150)
Nieuwe handeling (216): Na H (150)
Handelingen 136 en 137: Wijziging periode: handelingen afgesloten
Handelingen 140 t/m 144: Wijziging periode: handelingen afgesloten
Handelingen 147 en 148: Wijziging periode: handelingen afgesloten
Nieuwe handeling (202): Hst. 7.3.1.3.2 na H (148)
Handeling 152: Wijziging grondslag, periode
Handeling 155: Wijziging periode: handeling afgesloten
Nieuwe handeling (217): Na H (156)
Een basisselectiedocument (BSD) is de vorm waarin een selectielijst, als bedoeld in artikel 5 van de Archiefwet 1995 (Stb. 277), wordt vastgesteld. De selectielijst biedt de grondslag voor het vernietigen dan wel voor blijvende bewaring overbrengen van de neerslag van handelingen van een zorgdrager en de onder hem ressorterende actoren.
Dit BSD is gebaseerd op het Rapport Institutioneel Onderzoek ‘Belastingver(h)effend’ (RIO) en bestrijkt de periode 1945–2001. Dit BSD bevat dezelfde handelingen als het RIO. Het handelingenblok wijkt in zoverre af van dat van het RIO, dat het veld voor het product wordt weggelaten en een veld voor de waardering wordt toegevoegd.
In het veld ‘waardering’ wordt aangegeven of de administratieve neerslag van de handeling bewaard dan wel vernietigd moet worden. De waardering B (bewaren) betekent dat de neerslag voor permanente bewaring wordt overgedragen aan het Nationaal Archief. De waardering V (vernietiging) betekent dat de neerslag wordt vernietigd. Achter de waardering wordt vermeld op welke termijn dat gebeurt.
Anders dan in het RIO worden in dit BSD de handelingen per actor geordend. Een aantal actoren valt onder een andere zorgdrager. Deze worden per zorgdrager geordend. Hiermee wordt uitdrukking gegeven aan het uitgangspunt dat een selectielijst een eenheid is, bevattende handelingen van een zorgdrager en de onder hem ressorterende actoren.
Het BSD heeft de volgende functies:
Het beleidsterrein waar dit BSD betrekking op heeft, is te kenmerken als ‘het heffen van belastingen van Rijkswege’. De belastingen zijn een belangrijke bron van inkomsten van het Rijk. De heffing is zeer gereguleerd in wetten, AmvB’s, KB’s en andere uitvoeringsregels. Het gehele beleidsterrein ‘Heffing van belastingen van Rijkswege’ is onderverdeeld in vier onderzoeksgebieden waarvoor selectielijsten worden opgesteld. Voor een uitgebreidere beschrijving kan worden verwezen naar de bijgehorende RIO’s (nrs. 19, 65, 37 en 38).
Voortkomend uit de doelstelling die de rijksoverheid heeft op dit beleidsterrein, wordt een aantal taken uitgevoerd. Om deze taken en daarmee de doelstelling te kunnen realiseren worden er handelingen uitgevoerd. Deze handelingen vinden hun grondslag in de wet- en regelgeving op het beleidsterrein. Een overzicht van deze wet- en regelgeving van het beleidsterrein op hoofdlijnen is opgenomen als bijlage A bij dit document.
De belangrijkste taak van het ministerie van Financiën is de zorg voor het beleid ten aanzien van het samenstel van inkomsten en uitgaven. Een (groot) deel van de inkomsten bestaat uit inkomsten uit de belastingheffing. Met betrekking tot de inkomsten uit belastingen zou de verantwoordelijkheid van de Minister van Financiën omschreven kunnen worden met: het volgen/voeren van de belastingpolitiek en fiscale wetgeving in het kader van de heffing, inning en controle van de door de rijksoverheid geheven belastingen. Als hoofdtaken vloeien hieruit voort:
Behalve de Minister van Financiën (binnen de organisatie is een onderscheid te maken naar interne actoren die zich op het taakgebied bewegen: het Directoraat-generaal voor Fiscale Zaken, het Directoraat-generaal der Belastingen en de Belastingdienst) is ook nu een aantal andere actoren te onderscheiden. Voor zover relevant en gemotiveerd in het PIVOT-rapport ‘Belastingver(h)effend’ zijn in dit BSD ook de handelingen van die actoren opgenomen.
De belangrijkste taak van de Belastingdienst is het uitvoeren van het beleid ten aanzien van de heffing en inning van belastingen.
In de fiscale wetgeving zijn tevens taken neergelegd voor onderdelen van de gerechtelijke macht, zoals de raden van beroep in belastingzaken, het Openbaar Ministerie, de Officier van Justitie, de Hoge Raad der Nederlanden, de gerechtshoven en de rechtbanken. Zij spelen allen een rol in gerechtelijke procedures tussen partijen die een fiscaal conflict hebben.
De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij kan in een aantal gevallen een rol spelen bij de invordering van landbouwheffingen.
Het eerste doel van de belastingheffing en invordering is het verkrijgen van middelen ter financiering van de Rijksuitgaven. Daarnaast kan middels belastingwetgeving en -heffing een aantal nevendoelstellingen gerealiseerd worden. De nevendoelstellingen zijn verschillend van aard. De overheid wil de welvaartsverschillen binnen de perken houden maar ook de conjunctuurbeweging beïnvloeden (stimulering van de bestedingen). Een belangrijk instrument is sedert 1970 de zogenaamde Wiebeltaks. Ook is het mogelijk de nationale productie en werkgelegenheid te bewaken via fiscale maatregelen (bijv. via investeringsregelingen). De laatste jaren zien we dat men ook het verschil tussen de bedrijfseconomische en de maatschappelijke kosten van economische activiteiten wil regelen (bijv. middels het toestaan van milieuheffingen/afschrijvingskosten van milieuveilige machines (Wet Inkomstenbelasting)). Ten slotte kan men ook invloed uitoefenen op het bestedingenpakket (bijv. door verhoging van accijns op alcohol en tabak). Niet al het belastinggeld blijft beschikbaar voor de Rijksoverheid. Een deel gaat naar de lokale overheden. Van de omzetbelasting gaat een deel naar de EEG, terwijl de invoerrechten volledig naar de EEG gaan.
Er zijn vele actoren die zich bewegen op het gebied van de belastingen. Immers een ieder krijgt te maken met de belastingheffing. Dat er vele actoren zijn wil niet zeggen dat alle handelingen van alle actoren in deze rapportage aan de orde moeten komen. Het onderzoek beperkt zich tot de actoren die aan enkele criteria voldoen. Er zijn vier criteria gehanteerd:
Valt de actor onder de Archiefwet 1995?
Maakt de betrokken actor onderdeel uit van de organisatie – in enge zin, doch met inbegrip van (interdepartementale) commissies en adviesraden – van waaruit het onderzoek plaatsvindt?
Wordt in een ander institutioneel PIVOT-onderzoek aandacht besteed aan de betrokken actor?
Verricht de actor handelingen op het beleidsterrein?
De voornaamste actor die in dit rapport naar voren komt is de Minister van Financiën.
Uiteraard komt ook de Belastingdienst als actor met regelmaat terug. De handelingen van deze actor zijn echter in verband met de enorme hoeveelheid te verrichten activiteiten door deze dienst beperkt tot een minimale specificatie hiervan middels veelal een opsomming van het feit dat de dienst activiteiten verricht met bij de bronvermelding een opsomming van de relevante wetsartikelen waarin deze activiteiten aangekondigd worden.
Buiten de Minister van Financiën zijn ook andere instanties actief binnen het belastinggebied. In nationaal verband kan de belastingbetaler als gevolg van bepalingen in de wetgeving zijn recht halen bij de Rechter, de Tariefcommissie en de Raad van State, afd. Rechtspraak. Via de Nationale Ombudsman, waarvoor afzonderlijke wetgeving van toepassing is, kan men zijn beklag doen met betrekking tot zijn/haar ondervindingen met betrekking tot het handelen of nalaten van de Belastingdienst.
Via de Commissies van de Verzoekschriften van de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal kan de burger zijn problemen met betrekking tot de belastingheffing en/of belastinginning onder de aandacht brengen van de Eerste of Tweede Kamer. Alle hiervoor genoemde organen/instanties zullen de Minister van Financiën om opheldering verzoeken of in staat stellen verweer te geven. Middels art. 5 van de Grondwet heeft iedere burger het recht schriftelijke verzoeken bij het bevoegde gezag in te dienen. In het wetgevingstraject komen naast de beide Kamers der Staten-Generaal ook de Raad van State, verschillende commissies en deskundigen die advies geven als actoren naar voren. Ook verzoeken die bij de Koningin en het Kabinet van de Koningin vanwege belastingplichtigen binnenkomen worden voor afhandeling en/of advies voorgelegd aan de Minister van Financiën. Het Kabinet van de Koningin speelt ook een rol bij de totstandkoming en de uiteindelijke bewaring van de Koninklijke Besluiten.
Internationaal is er ook een aantal actoren waar te nemen.
Naast de contacten met andere mogendheden die voortvloeien uit met elkaar gesloten verdragen zijn er ook de zogenaamde volkenrechtelijke organisaties en hun instituten en onderdelen. Vanzelfsprekend zijn de EEG en de OESO vooraanstaande actoren.
Vanuit deze volkenrechtelijke organisaties worden internationaal geldende regels gesteld. Nederland, als aangeslotene, werkt mee deze regels op te stellen. Als gevolg van de verschillende verdragsteksten dient bijvoorbeeld de EG op een groot aantal terreinen de gestelde doelen te bereiken en te controleren. Hiertoe worden de zogenaamde verordeningen en richtlijnen uitgevaardigd. Alvorens deze door de daartoe bestemde organen worden uitgevaardigd, gaat er een voorbereiding aan vooraf waarbij de lidstaten ook nauw betrokken zijn.
Op fiscaal gebied betekent dit dat het ministerie van Financiën hierin participeert. Zodoende worden adviezen voorbereid aan de Raad en aan de Europese Commissie inzake te ontwerpen (ontworpen) regelingen. Hiertoe worden activiteiten ontwikkeld in een Permanent Comité (de hoofden van de belastingadministraties van de Lidstaten), de groep van 6 (communautaire fiscale maatregelen t.a.v. grensoverschrijdende situaties), Werkgroep voor financiële vraagstukken, overleg in het kader van de permanente vertegenwoordigers. Ook voor andere internationale organisaties waartoe Nederland is toegetreden geldt dat binnen dat geheel de lidstaten betrokken zijn bij de voorbereiding van Besluiten, conferenties e.d. Een voorbeeld van een uiteindelijk product van een internationale organisatie (samenwerkingsverband) is:
Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende de wederzijdse bijstand van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten op het gebied van de directe belastingen.
Nadat de richtlijnen/verordeningen/resoluties van de verschillende internationale organen zijn uitgebracht worden deze, zoals vaak in de verdragen of overeenkomsten is voorgeschreven, opgenomen d.m.v. wijzigingen in bestaande nationale wetgeving. Het kan ook gebeuren dat een richtlijn uitnodigt tot nieuwe nationale wetgeving. Een voorbeeld hiervan is:
de Wet van 24-10-1979, Stb. 572, m.b.t. de wederzijdse bijstand bij de invordering van enkele EEG-Heffingen (invoerrecht enz. (EEG-middelen) en van nationale omzetbelasting).
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.