Regeling tot vaststelling van regels ter uitvoering van de BDU verkeer en vervoer en van een beleidsregel ter uitvoering van artikel 11, eerste lid, onderdeel b, van de Wet BDU verkeer en vervoer (Uitvoeringsregeling en beleidsregel BDU verkeer en vervoer)
Gelet op artikel 4, derde lid, artikel 5, eerste en derde lid, van het Besluit BDU verkeer en vervoer en artikel 11, eerste lid, onderdeel b, van de Wet BDU verkeer en vervoer;
Besluit:
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- a. wet: de Wet BDU verkeer en vervoer;
- b. uitkeringsontvanger: het openbaar lichaam dat een uitkering ontvangt.
Artikel 2
Het percentuele aandeel, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet, van een uitkeringsontvanger is de uitkomst van de formule:
(WREGIO × OADREGIO)/(WTOTAAL × OADTOTAAL) × R × 100%
in welke formule voorstelt:
| WREGIO: | het aantal woningen binnen het in artikel 36b Besluit personenvervoer 2000 weergegeven gebied van het openbaar lichaam dat een uitkering ontvangt |
|---|---|
| OADREGIO: | de omgevingsadressendichtheid binnen het in artikel 36b Besluit personenvervoer 2000 weergegeven gebied van het openbaar lichaam dat een uitkering ontvangt |
| WTOTAAL: | het aantal woningen binnen Nederland |
| OADTOTAAL: | de omgevingsadressendichtheid binnen Nederland |
| R: | de rekenfactor: de regiofactor gerelateerd aan de in artikel 36b Besluit personenvervoer 2000 weergegeven gebieden |
De gegevens die benodigd zijn voor het bepalen van de omgevingsadressendichtheid en het aantal woningen, bedoeld in het eerste lid, worden ontleend aan de bij het Centraal Bureau voor de Statistiek daaromtrent beschikbare gegevens. Voor de omgevingsadressendichtheid en voor het aantal woningen is dat de stand van zaken per 1 januari 2017.
De rekenfactor, bedoeld in het eerste lid, heeft de waarde van:
- a. voor het openbaar lichaam, bedoeld in artikel 36b, eerste lid, onderdeel a, Besluit personenvervoer 2000: 0,981;
- b. voor het openbaar lichaam, bedoeld in artikel 36b, eerste lid, onderdeel b, Besluit personenvervoer 2000: 1,016.
Actualisering van de gegevens, bedoeld in het tweede lid en van de rekenfactor bedoeld in het derde lid, geschiedt slechts op de gezamenlijke voordracht van de dagelijkse besturen van de in artikel 36b Besluit personenvervoer 2000 genoemde openbare lichamen.
Artikel 3
Het absolute aandeel bedraagt voor het uitkeringsjaar 2026 het bij de uitkeringsontvanger genoemde bedrag in onderstaande tabel:
| Uitkeringsontvanger | Bedrag |
|---|---|
| Openbaar lichaam als bedoeld in artikel 36b, eerste lid, onderdeel a, Besluit personenvervoer 2000 | € 119.913.630,– |
| Openbaar lichaam als bedoeld in artikel 36b, eerste lid, onderdeel b, Besluit personenvervoer 2000 | € 131.369.545,– |
Artikel 4
Vervallen
Artikel 5
Indien de minister toepassing geeft aan artikel 11, eerste lid, onder b, van de wet, verlaagt hij de uitkering voor het betreffende uitkeringsjaar met € 150.000.
Artikel 6
Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit BDU verkeer en vervoer in werking treedt.
Deze regeling treedt in afwijking van het eerste lid, in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin deze regeling is geplaatst, indien het Besluit BDU verkeer en vervoer op een daarvoor liggend tijdstip in werking is getreden.
Artikel 7
Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling en beleidsregel BDU verkeer en vervoer.
Bijlage I. , behorende bij artikel 5, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling en beleidsregel BDU verkeer en vervoer
Vervallen
Bijlage II. , behorende bij artikel 5, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling en beleidsregel BDU verkeer en vervoer
Vervallen
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen I en II, die ter inzage worden gelegd bij de bibliotheek van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.
Verantwoordingsmodel
Verantwoording inzake de besteding van de ontvangen bijdrage voor de uitgaven van voorbereiding en uitvoering van het provinciaal/regionaal verkeer- en vervoerbeleid op basis van de Wet BDU verkeer en vervoer van over .
A. Specificatie bestedingen BTW
B. Specificatie bestedingen
Alle individuele bestedingen (concessie, contract, project, enz.) die meer dan 10% van de totaal ontvangen BDU bedragen, dienen hieronder gemeld te worden:
Bijlage II. , behorende bij artikel 5, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling en beleidsregel BDU verkeer en vervoer
Controleprotocol
1. Inleiding
1.1. Dit controleprotocol heeft betrekking op de controle van de door de provincies en kaderwetgebieden af te leggen verantwoording inzake de besteding en reservering van de ontvangen bijdrage voor de uitgaven aan de voorbereiding en uitvoering van het provinciaal en regionaal verkeer- en vervoerbeleid op basis van de Wet BDU verkeer en vervoer. Dit protocol heeft niet alleen betrekking op de verantwoording van de BDU maar ook op de rechtmatige besteding en reservering daarvan.
1.2. De volgende wet- en regelgeving is van toepassing:
1.3. De volgende begrippen zijn van toepassing:
1.4. In dit controleprotocol wordt uiteengezet welke algemene uitgangspunten en specifieke vereisten gelden bij de controle door de accountant van de provincie en kaderwetgebied ten behoeve van de onder 1.1 genoemde bijdrage, alsmede op welke wijze de uitkomsten van deze controle dienen te worden gerapporteerd.
1.5. Het is mogelijk dat door of namens de Departementale Auditdienst van Verkeer en Waterstaat een review zal worden uitgevoerd bij de derde-accountant ter toetsing van de naleving van dit controleprotocol. Indien een review wordt uitgevoerd, zal hierover tevens overleg worden gepleegd met de betreffende provincie en kaderwetgebied.
1.6. Provincies en kaderwetgebieden, zijnde de uitkeringsontvangers, leggen verantwoording af over de gehele BDU-bijdrage, ongeacht of de uitkeringsontvangers al dan niet zelf uitgaven verrichten. De uitkeringsontvangers zijn daarbij zelf verantwoordelijk voor het opzetten en uitvoeren van hun eigen beleid ten aanzien van het toekennen, beheersen en laten verantwoorden (en desgewenst reviewen ervan) van door derden of zelf uit te voeren activiteiten. De uitkeringsontvangers doen dat op dusdanige wijze dat voldaan kan worden aan de verplichtingen die uit de voor de BDU relevante regelgeving (zie onder 1.2) voortvloeien.
2. Algemene uitgangspunten voor de controle
2.1. De controle dient zowel de getrouwe weergave van de financiële verantwoording alsmede de rechtmatige besteding en reservering van de ter beschikking gestelde bijdrage te omvatten. Van de derde-accountant wordt derhalve verwacht dat hij niet alleen de getrouwheid van de verantwoording controleert, maar dat hij ook de naleving van de subsidievoorwaarden (geldende regelgeving) toetst. De controle van de derde-accountant dient ook de besteding door de gemeenten en de waterschappen te omvatten. In dit kader dient de derde-accountant voorzover noodzakelijk voor zijn oordeel over de totale verantwoording over de besteding en reservering van de BDU-bijdrage reviews uit te voeren op de uitgevoerde controle door de accountant van de gemeente of het waterschap. Hierbij wordt verwezen naar de relevante bepalingen uit de Richtlijnen voor de Accountantscontrole.
2.2. De betrokken uitkeringsontvanger blijft voor de minister het aanspreekpunt ten aanzien van de verantwoording en de informatieverschaffing over alle door hem te ontvangen BDU-middelen. Dit betekent, dat de minister en de door hem aangewezen ambtenaren of accountants zich uitsluitend zullen hoeven te verstaan met de in de wet opgenomen 19 ontvangers van de BDU verkeer en vervoer, ook al besluit de provincie of het kaderwetgebied een gedeelte van de uitkering door te decentraliseren.
2.3. Ten aanzien van de uitvoering van de controle van de financiële verantwoording geldt een tolerantie van maximaal 1% van de uitkering van het desbetreffende uitkeringsjaar.
3. Specifieke vereisten
3.1. Bij de uitvoering van de controle door de derde-accountant van de verantwoording van de provincie of het kaderwetgebied dient te worden vastgesteld dat:
4. Rapportering
4.1. Model-accountantsverklaring bij een door een provincie en kaderwetgebied af te leggen verantwoording inzake de besteding en reservering van de bijdrage voor de uitgaven van voorbereiding en uitvoering van het provinciaal en regionaal verkeer- en vervoerbeleid.
Ingevolge uw opdracht hebben wij de bijgevoegde en door ons gewaarmerkte verantwoording van
over inzake de besteding en reservering van de bijdrage voor de uitgaven van voorbereiding en uitvoering van het provinciaal/regionaal verkeer- en vervoerbeleid in het kader van de Wet BDU verkeer en vervoer gecontroleerd.
Deze verantwoording is opgesteld onder de verantwoordelijkheid van de leiding van .
Het is onze verantwoordelijkheid een accountantsverklaring inzake de verantwoording te verstrekken.
Onze controle is verricht overeenkomstig in Nederland algemeen aanvaarde richtlijnen met betrekking tot controleopdrachten. Volgens deze richtlijnen dient onze controle zodanig te worden gepland en uitgevoerd, dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de verantwoording geen onjuistheden van materieel belang bevat. Verder is ons onderzoek verricht met inachtneming van het controleprotocol genoemd in artikel 5 van het Besluit BDU verkeer en vervoer.
Wij zijn van oordeel dat de verantwoording voldoet aan de ter zake gestelde eisen en dat de Wet BDU verkeer en vervoer is nageleefd door de
4.2. Ten aanzien van de onder 3.1 genoemde specifieke aandachtspunten geldt dat alle bij de controle geconstateerde en niet gecorrigeerde fouten en onzekerheden groter dan 1% van de bijdrage dan wel groter dan 250.000 euro alsmede alle voor de Wet BDU Verkeer en Vervoer relevante tekortkomingen in de administratieve organisatie en interne controle, voorzien van een toelichting, worden opgenomen in een rapport van bevindingen.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen I en II, die ter inzage worden gelegd bij de bibliotheek van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.