Besluit van 21 maart 2005, houdende de vaststelling van de bestanddelen van de beeldenaar van de zilveren munt van tien euro en de gouden munten van twintig en vijftig euro die in 2005 worden uitgegeven ter gelegenheid van het vijfentwintigjarige regeringsjubileum van Koningin Beatrix
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Financiën van 16 maart 2005, FM 2005-00525 M, Generale Thesaurie, Directie Financiële Markten, Afdeling Algemeen en Internationaal;
Gelet op artikel 4, tweede lid, van de Muntwet 2002;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Besluit ook gepubliceerd in Stcrt. 2005/72 en herplaatst in Stcrt. 2005/77.
Artikel 1
De beeldenaar van zilveren munt van tien euro en de gouden munten van twintig en vijftig euro die in 2005 worden uitgegeven ter gelegenheid van het vijfentwintigjarige regeringsjubileum van Koningin Beatrix, is:
- a. op de voorzijde, overeenkomstig onderstaande afbeelding: Onze beeltenis met daarboven het omschrift «BEATRIX» en daaronder het omschrift «KONINGIN DER NEDERLANDEN», ter linkerzijde van Onze beeltenis het woord «WIJ» en ter rechterzijde het woord «ZIJN»;
- b. op de keerzijde, overeenkomstig onderstaande afbeelding: Onze beeltenis met daarboven het jaartal 2005 en daaronder de waardeaanduiding «10 EURO», «20 EURO» onderscheidenlijk «50 EURO» en rechts van de waardeaanduiding en , ter linkerzijde van Onze beeltenis het woord «SAMEN» en ter rechterzijde het woord «ÉÉN».
De tien-euromunt heeft een gladde rand en draagt het randschrift «GOD * ZIJ * MET * ONS *».
De twintig-euromunt en de vijftig-euromunt hebben een fijngeribbelde rand.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad en de Staatscourant zal worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.