Uitvoeringsregeling Experimentenwet vooropleidingseisen, selectie en collegegeldheffing
Na overleg met de minister van landbouw, natuur en voedselkwaliteit,
Gelet op:
• de artikelen 10, eerste lid, en 11, tweede lid, van de Experimentenwet vooropleidingseisen, selectie en collegegeldheffing;
Besluit
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- b. minister: de minister van onderwijs, cultuur en wetenschap;
- c. student: een student die is ingeschreven voor een opleiding als bedoeld in artikel 9 van de wet;
- d. instellingsbestuur: het bestuur van een instelling bedoeld in artikel 1.1, onderdeel j, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
- e. opleiding: een opleiding als bedoeld in artikel 9 van de wet;
- f. collegegeld: het collegegeld, bedoeld in artikel 7.43, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
- g. experiment: een experiment als bedoeld in de artikelen 6 tot en met 9 van de wet;
- h. experimenteel collegegeld: het collegegeld,bedoeld in artikel 9 van de wet;
- i. lening: een lening als bedoeld in artikel 10 van de wet;
- j. aanvraag: een aanvraag als bedoeld in artikel 11 van de wet;
- k. WSF 2000: de Wet studiefinanciering 2000.
Hoofdstuk 2. Experimenten
Artikel 2. Aanvraag
Het instellingsbestuur dient een aanvraag voor een experiment voor de studiejaren 2005 - 2006 en 2006 - 2007 voor 1 juni 2005 in bij de minister.
Het instellingsbestuur dient een aanvraag voor een experiment voor het studiejaar 2006 - 2007 voor 1 november 2005 in bij de minister.
Artikel 3. Besluitvorming
De minister neemt een besluit op een aanvraag als bedoeld in artikel 2, eerste lid, voor 1 augustus 2005.
De minister neemt een besluit op een aanvraag als bedoeld in artikel 2, tweede lid, uiterlijk 1 februari 2006.
Hoofdstuk 3. Lening
Artikel 4. Voorwaarden
Voor een lening komt in aanmerking de student, die is ingeschreven voor een opleiding en die ingevolge de artikelen 2.2 en 2.3 van de WSF 2000 in aanmerking komt voor studiefinanciering.
Artikel 5. Hoogte bedrag
Het bedrag van de lening bedraagt ten hoogste vier maal het collegegeld.
Per student bedraagt de hoogte van de lening het door het instellingsbestuur vastgestelde experimentele collegegeld, verminderd met het collegegeld.
Artikel 6. Lening
Het bedrag van de lening wordt toegevoegd aan de lening, bedoeld in artikel 3.1 van de WSF 2000.
Artikel 7. Aanvraagprocedure
Een student dient de aanvraag voor een lening in bij de minister.
Aan de aanvraag wordt een bewijsstuk toegevoegd, waaruit blijkt dat de student is ingeschreven voor een opleiding.
Artikel 8. Toekenning en verstrekking
De toekenning of afwijzing van de door een student aangevraagde lening alsmede de verstrekking daarvan geschiedt door de minister.
Verstrekking van de lening aan de student vindt in één keer plaats.
Artikel 9. Terugbetaling
Op de terugbetaling van de lening zijn de artikelen 6.2, 6.4 tot en met 6.17, 7.1 en 7.3 van de WSF 2000 van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
Artikel 10. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van 2 mei 2005.
Artikel 11. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling Experimentenwet vooropleidingseisen, selectie en collegegeldheffing.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant en in het Gele katern worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.