Besluit van 26 april 2005, houdende regels voor de brede doeluitkering Sociaal, Integratie en Veiligheid van het Grotestedenbeleid (Besluit brede doeluitkering sociaal, integratie en veiligheid)
Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a. Onze Minister: Onze Minister belast met de coördinatie van het Grotestedenbeleid;
- b. G31: de gemeenten Alkmaar, Almelo, Amersfoort, Amsterdam, Arnhem, Breda, Den Haag, Deventer, Dordrecht, Eindhoven, Emmen, Enschede, Groningen, Haarlem, Heerlen, Helmond, Hengelo (Overijssel), ´s-Hertogenbosch, Leeuwarden, Leiden, Lelystad, Maastricht, Nijmegen, Rotterdam, Schiedam, Sittard-Geleen, Tilburg, Utrecht, Venlo, Zaanstad en Zwolle;
- c. gemeente: een tot de G31 behorende gemeente;
- d. GSB III periode: de periode van 1 januari 2005 tot en met 31 december 2009;
- e. uitkering: de brede doeluitkering, bedoeld in artikel 3;
- f. centrumgemeenten voor maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid: de G31 met uitzondering van de gemeenten Hengelo (Overijssel), Lelystad, Schiedam en Sittard-Geleen;
- g. centrumgemeenten voor vrouwenopvang: de G31 met uitzondering van de gemeenten Almelo, Deventer, Hengelo (Overijssel), Lelystad, Schiedam en Sittard-Geleen;
- h. nieuwkomer: de vreemdeling, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, ten eerste, en de Nederlander, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, ten tweede van de Wet inburgering nieuwkomers;
- i. oudkomer:
-
- persoon die 18 jaar of ouder is, die buiten Nederland is geboren en behoort tot een etnische minderheidsgroep, die rechtmatig in Nederland verblijft anders dan voor een tijdelijk doel als bepaald bij of krachtens de Wet inburgering nieuwkomers, en die niet verplicht is om op grond van de Wet inburgering nieuwkomers een inburgeringsprogramma te volgen;
-
- geestelijke bedienaar als bedoeld in de Regeling aanwijzing bijzondere categorieën vreemdelingen ten behoeve van inburgering, die niet verplicht is om op grond van de Wet inburgering nieuwkomers een inburgerings-programma te volgen;
- j. inburgeringsprogramma voor oudkomers: een inburgeringsprogramma dat oudkomers volgen en waarin het onderdeel Nederlands als tweede taal kan worden gekoppeld aan onderdelen voor het bereiken van werk, toegang tot beroepsonderwijs, opvoedingsondersteuning of sociale activering;
- k. volwasseneneducatie: onderwijs als bedoeld in artikel 7.3.1., eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
- l. ontwikkelingsprogramma: het meerjaren ontwikkelingsprogramma, bedoeld in artikel 5, tweede lid;
- m. volwassen veelpleger: een persoon van 18 jaar of ouder tegen wie meer dan tien processen-verbaal wegens een misdrijf zijn opgemaakt;
- n. jeugdige veelpleger: een persoon van 12 tot en met 17 jaar tegen wie meer dan vijf processen-verbaal wegens een misdrijf zijn opgemaakt;
- o. inburgeringsdeel: het deel van de uitkering dat afkomstig is uit de middelen voor de inburgering van nieuwkomers en voor de inburgering van oudkomers, gedurende 2005 en 2006;
- p. programmadeel: het andere deel van de uitkering dan het inburgeringsdeel;
- q. inburgeringsplichtige: de inburgeringsplichtige, bedoeld in de artikelen 1, eerste lid, onderdeel b, en 20 van de Wet inburgering, die niet behoort tot de inburgeringsplichtigen, bedoeld in het besluit van de Staatssecretaris van Justitie van 12 juni 2007, nr. 2007/11, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000, aan wie een persoonsvolgend budget is verstrekt;
- r. vrijwillige inburgeraar: de Nederlander of de rechtmatig in Nederland verblijvende vreemdeling, bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderdeel a, van de Wet inburgering, het rechtmatig in Nederland verblijvende familielid van voornoemde vreemdeling of de rechtmatig in Nederland verblijvende vreemdeling die onderdaan is van een staat wiens onderdanen op grond van bepalingen van verdragen of besluiten van volkenrechtelijke organisaties geen inburgeringsplicht als bedoeld in artikel 7 van de Wet inburgering kan worden opgelegd, en die
- 1°. ouder is dan 15 jaar;
- 2°. minder dan acht jaren tijdens de leerplichtige leeftijd in Nederland heeft verbleven, en;
- 3°. niet beschikt over een diploma, certificaat of document als bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit inburgering;
- 4°. niet leerplichtig of kwalificatieplichtig is, dan wel een opleiding volgt waarvan de afronding leidt tot uitreiking van een diploma, certificaat of document als bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit inburgering;
- 5°. geen overeenkomst heeft afgesloten op grond van de Regeling inburgering allochtone vrouwen niet-G31, de Regeling inburgering allochtone vrouwen G31, dan wel het extensieve deel van de Pilot inburgering allochtone vrouwen Taal Totaal;
- s. geestelijke bedienaar: de persoon, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel g, van de Wet inburgering;
- t. inburgeringsvoorziening: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1, onderdeel j, van het Besluit inburgering;
- u. gecombineerde inburgeringsvoorziening: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1, onderdeel k, van het Besluit inburgering;
- v. handhavingsbeschikking: de beschikking, bedoeld in artikel 26 van de Wet inburgering, die niet tevens is gegeven op grond van artikel 19a, tweede lid, onderdeel c, of artikel 22, tweede lid, van die wet;
- w. kennisgeving: de schriftelijke informatieverstrekking op grond van artikel 5.3, derde lid, van het Besluit inburgering;
- x. Wet inburgering nieuwkomers: Wet inburgering nieuwkomers zoals die luidde op 31 december 2006;
- y. persoonsvolgend budget: budget dat ter beschikking wordt gesteld ten behoeve van de inburgering van een persoon als bedoeld in het besluit van de Staatssecretaris van Justitie van 12 juni 2007, nr. 2007/11, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Stcrt. 2007, 111), die inburgeringsplichtig is op grond van de artikelen 3 tot en met 6 van de Wet inburgering en die op 1 januari 2008 in een opvangvoorziening als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers verblijft;
- z. Wet inburgering: Wet inburgering zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de wet van 13 september 2012 tot wijziging van de Wet inburgering en enkele andere wetten in verband met de versterking van de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige (Stb. 2012, 430).
- aa. Besluit inburgering: Besluit inburgering zoals dat luidde voor het tijdstip van de inwerkingtreding van het besluit van 25 september 2012 tot wijziging van het Besluit inburgering en enkele andere besluiten in verband met de versterking van de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige (Stb. 2012, 432).
In afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdeel d, loopt de GSB III periode voor de gemeente Sittard-Geleen van 1 januari 2006 tot en met 31 december 2009.
Artikel 2
Onze Minister oefent de hem bij of krachtens dit besluit toegekende bevoegdheden uit in overeenstemming met Onze Minister of Onze Ministers wie het mede aangaat.
Artikel 3
Onze Minister verstrekt voor de GSB III periode aan een gemeente een brede doeluitkering ten behoeve van:
- a. de uitvoering van het ontwikkelingsprogramma;
- b. de uitvoering van de artikelen 4, 5, 6, eerste lid, en 15 van de Wet inburgering nieuwkomers en het aanbieden van inburgeringsprogramma’s voor oudkomers in 2005 en 2006, en
- c. het in 2009 aanbieden aan de doelgroep, bedoeld in artikel 1 van de Wet participatiebudget, van re-integratievoorzieningen als bedoeld in dat artikel, overeenkomstig artikel 3 van die wet.
Artikel 4
De uitkering wordt berekend volgens de formule:
A x I + B x J + C x K + D x L + E x M + F x N + G x O + H x P + Q + R
in welke formule voorstelt:
A: het procentuele aandeel van de gemeente in de middelen voor leefbaarheid en veiligheid, die gedurende de GSB III periode vanuit hoofdstuk VII van de Rijksbegroting voor de uitkering ter beschikking worden gesteld;
B: het procentuele aandeel van de gemeente in de middelen voor het terugdringen van voortijdig schoolverlaten, die gedurende de GSB III periode vanuit hoofdstuk VIII van de Rijksbegroting voor de uitkering ter beschikking worden gesteld;
C: het procentuele aandeel van de gemeente in de middelen voor de bestrijding van gezondheidsachterstanden, die gedurende de GSB III periode vanuit hoofdstuk XVI van de Rijksbegroting voor de uitkering ter beschikking worden gesteld;
D: het procentuele aandeel van de gemeente die behoort tot de centrumgemeenten voor maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid in de middelen voor maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid, die gedurende de GSB III periode vanuit hoofdstuk XVI van de Rijksbegroting voor de uitkering ter beschikking worden gesteld;
E: het procentuele aandeel van de gemeente die behoort tot de centrumgemeenten voor vrouwenopvang in de middelen voor vrouwenopvang, die gedurende de GSB III periode vanuit hoofdstuk XVI van de Rijksbegroting voor de uitkering ter beschikking worden gesteld;
F: het procentuele aandeel van de gemeente in de middelen voor de inburgering van nieuwkomers, die in 2005 en in 2006 vanuit hoofdstuk VI van de Rijksbegroting voor de uitkering ter beschikking worden gesteld;
G: het procentuele aandeel van de gemeente in de middelen voor de inburgering van oudkomers, die in 2005 en in 2006 vanuit hoofdstuk VI van de Rijksbegroting voor de uitkering ter beschikking worden gesteld;
H: het procentuele aandeel van de gemeente in de extra middelen voor veiligheid, die gedurende de GSB III periode vanuit hoofdstuk VII van de Rijksbegroting voor de uitkering ter beschikking worden gesteld;
I: de middelen voor leefbaarheid en veiligheid die gedurende de GSB III periode vanuit hoofdstuk VII van de Rijksbegroting voor de uitkering ter beschikking worden gesteld;
J: de middelen voor het terugdringen van voortijdig schoolverlaten die gedurende de GSB III periode vanuit hoofdstuk VIII van de Rijksbegroting voor de uitkering ter beschikking worden gesteld;
K: de middelen voor de bestrijding van gezondheidsachterstanden die gedurende de GSB III periode vanuit hoofdstuk XVI van de Rijksbegroting voor de uitkering ter beschikking worden gesteld;
L: de middelen voor maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid die gedurende de GSB III periode vanuit hoofdstuk XVI van de Rijksbegroting voor de uitkering ter beschikking worden gesteld;
M: de middelen voor vrouwenopvang die gedurende de GSB III periode vanuit hoofdstuk XVI van de Rijksbegroting voor de uitkering ter beschikking worden gesteld;
N: de middelen voor de inburgering van nieuwkomers die in 2005 en in 2006 vanuit hoofdstuk VI van de Rijksbegroting voor de uitkering ter beschikking worden gesteld;
O: de middelen voor de inburgering van oudkomers die in 2005 en in 2006 vanuit hoofdstuk VI van de Rijksbegroting voor de uitkering ter beschikking worden gesteld;
P: de extra middelen voor veiligheid die gedurende de GSB III periode vanuit hoofdstuk VII van de Rijksbegroting voor de uitkering ter beschikking worden gesteld;
Q: het aandeel van de gemeente in de middelen ten behoeve van:
- a. inburgeringsplichtigen, niet bedoeld in artikel 7.1a van het Besluit inburgering en aan wie geen lening als bedoeld in artikel 16 van de Wet inburgering is verstrekt, hetzij ten behoeve van wie die lening is terugbetaald, die gedurende 2007 en 2008 vanuit hoofdstuk XI, respectievelijk hoofdstuk XVIII van de Rijksbegroting voor de uitkering ter beschikking worden gesteld;
- b. inburgeringsplichtigen, niet bedoeld in artikel 7.1a van het Besluit inburgering, die gedurende 2009 vanuit hoofdstuk XVIII van de Rijksbegroting voor de uitkering ter beschikking worden gesteld;
- c. vrijwillige inburgeraars, die gedurende 2007, 2008 en 2009 vanuit hoofdstuk XI, respectievelijk hoofdstuk XVIII van de Rijksbegroting voor de uitkering ter beschikking worden gesteld;
R: het aandeel van de gemeente in de middelen ten behoeve van:
- a. inburgeringsplichtigen als bedoeld in artikel 7.1a van het Besluit inburgering aan wie geen persoonsvolgend budget dan wel lening als bedoeld in artikel 16 van de Wet inburgering is verstrekt, hetzij ten behoeve van wie die lening is terugbetaald, die gedurende 2007 en 2008 vanuit hoofdstuk XI, respectievelijk hoofdstuk XVIII van de Rijksbegroting voor de uitkering ter beschikking worden gesteld;
- b. inburgeringsplichtigen als bedoeld in artikel 7.1a van het Besluit inburgering aan wie geen persoonsvolgend budget is verstrekt, en die gedurende 2009 vanuit hoofdstuk XVIII van de Rijksbegroting voor de uitkering ter beschikking worden gesteld.
Bij of krachtens regeling van Onze Minister wordt de berekeningswijze vastgesteld volgens welke:
- a. de procentuele aandelen van de gemeenten, bedoeld in het eerste lid, onder de letters A tot en met H, worden bepaald;
- b. het aandeel van de gemeenten, bedoeld in het eerste lid, onder letter Q, wordt bepaald, met dien verstande dat dit aandeel zal bestaan uit:
- 1°. een vast deel, en
- 2°. een deel dat wordt berekend op de grondslag van door de gemeente gerealiseerde prestaties, vermenigvuldigd met de bijbehorende bijdragevergoedingen, waarvan de hoogte per kalenderjaar kan verschillen;
- c. het aandeel van de gemeenten, bedoeld in het eerste lid, onder letter R, wordt bepaald, met dien verstande dat dit aandeel wordt berekend op de grondslag van door de gemeente gerealiseerde prestaties, vermenigvuldigd met de bijbehorende bijdragevergoedingen, waarvan de hoogte per kalenderjaar kan verschillen.
In afwijking van het eerste en tweede lid wordt het bedrag van de aan de gemeente Sittard-Geleen te verstrekken uitkering bij regeling van Onze Minister afzonderlijk vastgesteld.
Artikel 5
Het college van burgemeester en wethouders van een gemeente dient binnen acht weken na inwerkingtreding van dit besluit een aanvraag tot verlening van de uitkering in.
De aanvraag gaat vergezeld van het meerjaren ontwikkelingsprogramma waarin de gemeenteraad de in de GSB III periode te bereiken resultaten heeft vastgelegd.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.