Besluit van 26 april 2005, houdende regels voor de brede doeluitkering Sociaal, Integratie en Veiligheid van het Grotestedenbeleid (Besluit brede doeluitkering sociaal, integratie en veiligheid)

Type AMvB
Publication 2015-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
Artikel 1
1.

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

2.

In afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdeel d, loopt de GSB III periode voor de gemeente Sittard-Geleen van 1 januari 2006 tot en met 31 december 2009.

Artikel 2

Onze Minister oefent de hem bij of krachtens dit besluit toegekende bevoegdheden uit in overeenstemming met Onze Minister of Onze Ministers wie het mede aangaat.

Artikel 3

Onze Minister verstrekt voor de GSB III periode aan een gemeente een brede doeluitkering ten behoeve van:

Artikel 4
1.

De uitkering wordt berekend volgens de formule:

A x I + B x J + C x K + D x L + E x M + F x N + G x O + H x P + Q + R

in welke formule voorstelt:

A: het procentuele aandeel van de gemeente in de middelen voor leefbaarheid en veiligheid, die gedurende de GSB III periode vanuit hoofdstuk VII van de Rijksbegroting voor de uitkering ter beschikking worden gesteld;

B: het procentuele aandeel van de gemeente in de middelen voor het terugdringen van voortijdig schoolverlaten, die gedurende de GSB III periode vanuit hoofdstuk VIII van de Rijksbegroting voor de uitkering ter beschikking worden gesteld;

C: het procentuele aandeel van de gemeente in de middelen voor de bestrijding van gezondheidsachterstanden, die gedurende de GSB III periode vanuit hoofdstuk XVI van de Rijksbegroting voor de uitkering ter beschikking worden gesteld;

D: het procentuele aandeel van de gemeente die behoort tot de centrumgemeenten voor maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid in de middelen voor maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid, die gedurende de GSB III periode vanuit hoofdstuk XVI van de Rijksbegroting voor de uitkering ter beschikking worden gesteld;

E: het procentuele aandeel van de gemeente die behoort tot de centrumgemeenten voor vrouwenopvang in de middelen voor vrouwenopvang, die gedurende de GSB III periode vanuit hoofdstuk XVI van de Rijksbegroting voor de uitkering ter beschikking worden gesteld;

F: het procentuele aandeel van de gemeente in de middelen voor de inburgering van nieuwkomers, die in 2005 en in 2006 vanuit hoofdstuk VI van de Rijksbegroting voor de uitkering ter beschikking worden gesteld;

G: het procentuele aandeel van de gemeente in de middelen voor de inburgering van oudkomers, die in 2005 en in 2006 vanuit hoofdstuk VI van de Rijksbegroting voor de uitkering ter beschikking worden gesteld;

H: het procentuele aandeel van de gemeente in de extra middelen voor veiligheid, die gedurende de GSB III periode vanuit hoofdstuk VII van de Rijksbegroting voor de uitkering ter beschikking worden gesteld;

I: de middelen voor leefbaarheid en veiligheid die gedurende de GSB III periode vanuit hoofdstuk VII van de Rijksbegroting voor de uitkering ter beschikking worden gesteld;

J: de middelen voor het terugdringen van voortijdig schoolverlaten die gedurende de GSB III periode vanuit hoofdstuk VIII van de Rijksbegroting voor de uitkering ter beschikking worden gesteld;

K: de middelen voor de bestrijding van gezondheidsachterstanden die gedurende de GSB III periode vanuit hoofdstuk XVI van de Rijksbegroting voor de uitkering ter beschikking worden gesteld;

L: de middelen voor maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid die gedurende de GSB III periode vanuit hoofdstuk XVI van de Rijksbegroting voor de uitkering ter beschikking worden gesteld;

M: de middelen voor vrouwenopvang die gedurende de GSB III periode vanuit hoofdstuk XVI van de Rijksbegroting voor de uitkering ter beschikking worden gesteld;

N: de middelen voor de inburgering van nieuwkomers die in 2005 en in 2006 vanuit hoofdstuk VI van de Rijksbegroting voor de uitkering ter beschikking worden gesteld;

O: de middelen voor de inburgering van oudkomers die in 2005 en in 2006 vanuit hoofdstuk VI van de Rijksbegroting voor de uitkering ter beschikking worden gesteld;

P: de extra middelen voor veiligheid die gedurende de GSB III periode vanuit hoofdstuk VII van de Rijksbegroting voor de uitkering ter beschikking worden gesteld;

Q: het aandeel van de gemeente in de middelen ten behoeve van:

R: het aandeel van de gemeente in de middelen ten behoeve van:

2.

Bij of krachtens regeling van Onze Minister wordt de berekeningswijze vastgesteld volgens welke:

3.

In afwijking van het eerste en tweede lid wordt het bedrag van de aan de gemeente Sittard-Geleen te verstrekken uitkering bij regeling van Onze Minister afzonderlijk vastgesteld.

Artikel 5
1.

Het college van burgemeester en wethouders van een gemeente dient binnen acht weken na inwerkingtreding van dit besluit een aanvraag tot verlening van de uitkering in.

2.

De aanvraag gaat vergezeld van het meerjaren ontwikkelingsprogramma waarin de gemeenteraad de in de GSB III periode te bereiken resultaten heeft vastgelegd.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.