Besluit van het bestuur van het Productschap Tuinbouw, d.d. 26 april 2005, houdende de vaststelling van aan telers van en handelaren in bloembollen op te leggen heffing voor het oogstjaar 2005 (Verordening PT vakheffing bloembollen plantgoed oogstjaar 2005)

Type Pbo
Publication 2010-12-26
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

§ 1. Begripsbepalingen

Artikel 1
1.

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen worden overgenomen de begripsbepalingen van de artikelen 1 en 2 van het Instellingsbesluit Productschap Tuinbouw.

2.

In deze verordening worden overgenomen de begripsbepalingen van artikel 1:1 en artikel 3:1, en de werkwijze zoals beschreven in hoofdstuk 3 van de Verordening PT algemene bepalingen 2003.

3.

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. bloembollen: bollen of knollen van bloemgewassen;
b. bloembollen plantgoed: 1. soorten en variëteiten van bloembollen die in de lijst, welke als bijlage bij de Verordening PT vakheffing bloembollen leverbaar oogstjaar 2005 is gevoegd, zijn vermeld voor zover deze beneden de daarachter genoemde minimum-maten zijn verhandeld;
2. afgebroeide bloembollen;
3. geholde en gesneden hyacinten;
4. eenjarige bollen van geholde en gesneden hyacinten, voor zover verhandeld per bed of per mand;
5. bollen van hyacinten, die zijn verkocht onder uitdrukkelijke voorwaarde dat deze zullen worden gebruikt als werkbollen, in welk geval deze voorwaarde op het koopbriefje dient te worden vermeld;
6. groen te velde per bed of per mand voor 15 juni van het kalenderjaar waarin het koopseizoen aanvangt verhandelde hyacinten, geplant in de maat onder zift 10, droog gesorteerd;
7. schubbollen van lelies;
8. voortkwekingsmateriaal, voor zover bestemd voor de teelt van bloembollen, met uitzondering van zaden;
c. factuurbedrag: het bedrag van de factuur, exclusief behandelingskosten en exclusief kosten kleinverpakkingsmateriaal factuurbedrag;
d. veiling: Hobaho BV, Coöperatieve Nederlandse Bloembollencentrale (b.a.), en Floralia;
e. koopseizoen: de periode van 1 juni 2005 tot en met 31 mei 2006;
f. oogstjaar: de periode van 1 juni 2005 tot en met 31 mei 2006;
g. verkoopwaarde: de waarde van bloembollen plantgoed vastgesteld op basis van de gemiddelde verkoopprijzen in het betreffende oogstjaar.
4.

Deze verordening is niet van toepassing indien het betreft:

§ 2. Heffingsplicht

Artikel 2
1.

De koper en verkoper van bloembollen plantgoed, waaronder tevens dient te worden verstaan de zelftelende broeier als bedoeld in artikel 10 van deze verordening, zijn aan het productschap een heffing verschuldigd.

2.

De heffing is verschuldigd ten behoeve van de algemene kosten van het productschap, alsmede ten behoeve van promotionele- en marketingactiviteiten, economische-, kwaliteits-, milieuaangelegenheden, technisch onderzoek en voorlichting.

3.

De heffing als bedoeld in het eerste lid, wordt bij wege van een aanslag opgelegd, met in achtneming van het in de volgende artikelen bepaalde.

Artikel 3
1.

Ter uitvoering van artikel 2 doen de koper en verkoper bij het productschap aangifte van de door hen gekochte, respectievelijk verkochte bloembollen-plantgoed.

2.

De opgave als bedoeld in het eerste lid, wordt gedaan op een door het productschap te verstrekken aangifteformulier, met inachtneming van de daarop gestelde vragen en gegeven aanwijzingen.

§ 3. Grondslag en hoogte

Artikel 4
1.

De heffing die de koper en verkoper van bloembollen-plantgoed is verschuldigd, wordt over iedere transactie opgelegd.

2.

De heffing als bedoeld in het eerste lid, bedraagt: 2,1% van het factuurbedrag, ofwel van de verkoopwaarde van de bloembollen plantgoed voor zover het betreft de heffing die is verschuldigd door de zelftelende broeier als bedoeld in artikel 10 van deze verordening.

3.

Het bestuur kan door middel van een besluit het percentage als bedoeld in het tweede lid verlagen.

Artikel 5
1.

Degene die bloembollen-plantgoed verkoopt of heeft verkocht door tussenkomst van een veiling, is aan het productschap een heffing verschuldigd over ieder transactie.

2.

De heffing als bedoeld in het eerste lid, bedraagt: 2,1% van het factuurbedrag.

3.

De in het eerste lid bedoelde heffing wordt door de verkoper betaald aan de desbetreffende veiling, die -voor het productschap - het heffingsbedrag inhoudt op de aan de verkopertoekomende koopsom. De aldus geïncasseerde heffing wordt rechtstreeks aan het productschap overgemaakt. Door deze betaling voldoet de verkoper aan de heffingsplicht als bedoeld in het eerste lid.

4.

Het derde lid laat onverlet de bevoegdheid van het productschap om in voorkomende gevallen zelf tot oplegging en invordering van de ingevolge het eerste lid verschuldigde heffing over te gaan.

Artikel 6
1.

Degene die bloembollen-plantgoed koopt of heeft gekocht door tussenkomst van een veiling is aan het productschap een heffing verschuldigd over iedere transactie.

2.

De heffing als bedoeld in het eerste lid, bedraagt: 2,1% van het factuurbedrag.

3.

De in het eerste lid bedoelde heffing wordt door de koper betaald aan de desbetreffende veiling, die - voor het productschap - het heffingsbedrag inhoudt.

De aldus geïncasseerde heffing wordt rechtstreeks aan het productschap overgemaakt. Door deze betaling voldoet de koper aan de heffingsplicht als bedoeld in het eerste lid.

4.

Het derde lid laat onverlet de bevoegdheid van het productschap om in voorkomende gevallen zelf tot oplegging en invordering van de ingevolge het eerste lid verschuldigde heffing over te gaan.

Artikel 7

Degene die zonder tussenkomst van een veiling bloembollen-plantgoed verkoopt is verplicht 2,1% van het factuur-bedrag van de door hem aldus verkochte bollen aan de desbetreffende kopers door te berekenen.

Artikel 8
1.

Degene die zonder tussenkomst van een veiling bloembollen-plantgoed koopt van een teler is aan het productschap een heffing verschuldigd over iedere transactie.

2.

De heffing als bedoeld in het eerste lid, bedraagt: 2,1% van het factuurbedrag.

3.

De in het eerste lid bedoelde heffing dient door de koper te worden betaald aan de desbetreffende teler, die daartoe namens het productschap het betrokken heffingsbedrag in rekening brengt bij de koperen de aldus geïncasseerde heffing, aan het productschap afdraagt.

4.

Door deze betaling voldoet de koper aan de heffingsplicht als bedoeld in het eerste. Het derde lid laat onverlet de bevoegdheid van het productschap om in voorkomende gevallen zelf tot oplegging en invordering van het ingevolge het eerste lid verschuldigde heffing over te gaan.

5.

Indien en voor zover daartoe termen aanwezig zijn, kan bij de toepassing van het eerste lid als factuurbedrag worden aangemerkt de marktwaarde van de desbetreffende bloembollen-leverbaar op het tijdstip van verkoop.

Artikel 9
1.

Degene die zonder tussenkomst van een veiling door hem geteelde bloembollen-plantgoed verkoopt is aan het productschap een heffing verschuldigd over iedere transactie.

2.

De heffing als bedoeld in het eerste lid, bedraagt: 2,1% van het factuurbedrag.

3.

De in het eerste lid bedoelde heffing dient door de verkoper te worden afgedragen aan het productschap tezamen met de bij de koper geïncasseerde heffing volgens artikel 8, derde lid.

4.

Door deze betaling voldoet de verkoper aan de heffingsplicht als bedoeld in het eerste. Het derde lid laat onverlet de bevoegdheid van het productschap om in voorkomende gevallen zelf tot oplegging en invordering van het ingevolge het eerste lid verschuldigde heffing over te gaan.

5.

Indien en voor zover daartoe termen aanwezig zijn, kan bij de toepassing van het eerste lid als factuurbedrag worden aangemerkt de marktwaarde van de desbetreffende bloembollen-leverbaar op het tijdstip van verkoop.

Artikel 10
1.

Degene die bloembollen-plantgoed afkomstig uit eigen kraam aanwendt voor de teelt van bolbloemen is over die bloembollen-plantgoed aan het productschap een heffing verschuldigd.

2.

De heffing als bedoeld in het eerste lid bedraagt: 2,1%, van de verkoopwaarde van de desbetreffende bloembollen.

3.

De verkoopwaarde van de bloembollen-plantgoed wordt vastgesteld op basis van de gemiddelde veilingprijzen in het betreffende oogstjaar.

Artikel 11
1.

Degene die:

a. aantoont dat hij door hem in een verkoopseizoen ingekochte bloembollen-plantgoed in dat zelfde seizoen door tussenkomst van een veiling heeft doorverkocht, en
b. dat de over deze inkoop en verkoop op grond van de bepalingen van deze verordening verschuldigde vakheffing, door de veiling aan het productschap is overgemaakt,

kan restitutie van de betaalde vakheffing ontvangen van het productschap.

2.

De restitutie bedraagt het dubbele van het percentage als bedoeld in artikel 4, tweede lid berekend over het verkoop-factuurbedrag van de bloembollen-plantgoed.

3.

Aanvragen tot restituties dienen bij het productschap te worden ingediend binnen twee jaar na de datum van de betaling van de betreffende bloembollen-plantgoed.

4.

Iedere bij het productschap geregistreerde bloemkweker die bloembollen en plantgoed heeft aangekocht om deze aan te wenden in zijn bloemkwekerijbedrijf ter verkrijging van een oogst aan bolbloemen, ontvangt van het productschap een restitutie ten bedrage van 0,65% van het aankoop factuurbedrag van de desbetreffende bloembollen.

5.

Bij wijze van overgangsregeling bestaat de mogelijkheid deze restitutie aan te vragen tot een half jaar na de datum van inwerkingtreding van de wijzigingsverordening. Tot restitutie als bedoeld in het vorige lid wordt slechts overgegaan indien de desbetreffende bloemkweker aan en ten genoegen van het productschap aantoont:

Artikel 12
1.

Ingeval van verkoop van groen te velde verhandelde bollen van tulpen of narcissen, anders dan de in artikel 1, vierde lid, onderdeel b, bedoelde partijen, wordt de heffing berekend voor zover het betreft:

a. tulpen over de helft. en
b. narcissen over 1/5 gedeelte,

van het factuurbedrag van de desbetreffende partij.

2.

Ingeval van verkoop van mud- en kilogramgoed van tulpen of narcissen, normaal aflopend ongeraapt, wordt de heffing berekend:

a. voor zover het betreft tulpen indien: 1. daarin de maten zift 10, zift 11 en zift 12/op aanwezig zijn: over 50%;
2. daaraan de maat zift 12/op ontbreekt: over 70%, en
3. daaraan de maten zift 11 en zift 12/op ontbreken: over 90%

van het factuurbedrag van de desbetreffende partij.

b. voor zover het betreft narcissen: over 20% van het factuurbedrag van de desbetreffende partij
3.

Ingeval van mud- en kilogramgoed van krokussen en/of irissen, normaal aflopend ongeraapt, wordt de heffing berekend voor zover het betreft:

a. krokussen: over 20%, en
a. b. irissen: over 50%,

van het factuurbedrag van de desbetreffende partij.

4.

Ingeval van mud-en kilogramgoed van monbretia's, nat van het veld en normaal aflopend ongeraapt, wordt de heffing berekend over 60% van het factuurbedrag van de desbetreffende partij.

§ 4. Oplegging en inning

§ 4. Oplegging en inning

gelet op de artikelen 95 en 126 van de Wet op de bedrijfsorganisatie, en gelet op de artikelen 12 tot en met 14 van het Instellingsbesluit Productschap Tuinbouw;

gehoord de Commissie voor bollen, knollen en wortelstokken van bloemgewassen, d.d. 15 februari 2005

Besluit:

§ 1. Begripsbepalingen

§ 2. Heffingsplicht

§ 3. Grondslag en hoogte

Artikel 13

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.