Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen Minister van Financiën beleidsterrein Staatsschuld periode 1945–2003
Gelet op artikel 5, tweede lid, onder b, van de Archiefwet 1995;
De Raad voor Cultuur gehoord (advies van de Raad voor Cultuur van 3 februari 2005, nr. arc-2004.01843/2);
Besluiten:
Artikel 1
De bij dit besluit gevoegde ‘selectielijst voor de neerslag van de handelingen van de Minister van Financiën en de onder hem ressorterende actoren op het beleidsterrein Staatsschuld over de periode 1945–2003’. en de daarbij behorende toelichting worden vastgesteld.
Artikel 2
De ‘Selectielijst voor de neerslag van handelingen van de Minister van Financiën en de onder hem ressorterende actoren op het beleidsterrein financiering en beheersing van de staatsschuld over de periode 1940–1993’ (vastgesteld bij beschikking van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en de Minister van Financiën, nr. R&B/OSA/2001/3895 d.d. 3 december 2001 (gepubliceerd in de Staatscourant nr. 5 d.d. 8 januari 2002)) wordt ingetrokken voor wat betreft de handelingen 1,5, 12, 16, 17, 18, 20, 21, 23, 25, 45, 56, 82, 83, 84, 103, 106, 108 en 110.
Artikel 3
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
Selectielijst voor de neerslag van de handelingen van de Minister van Financiën en de onder hem ressorterende actoren op het beleidsterrein van het financieringsbeleid en de zorg voor de financiering en beheersing van de staatsschuld over de periode 1945–2003
Financiën: E. Kuyvenhoven, C. Fieret
Agentschap; J. Visser
Nationaal Archief; G. Beks
Intern vastgesteld 9 juli 2003.
Laatste wijziging: 28 februari 2005 door C. Fieret
1. Inleiding
In 1995 verscheen PIVOT-rapport nummer 43, ‘Die zijn schuld betaalt, verarmt niet’: een institutioneel onderzoek naar actoren en handelingen op het terrein van de zorg voor de financiering en beheersing van de staatsschuld in de periode 1940–1993’ (RIO Staatsschuld 1995).
Dat rapport was ‘het resultaat van het convenant dat op 25 juni 1992 tussen de secretaris-generaal van het Ministerie van Financien en de Algemene Rijksarchivaris werd afgesloten inzake de overbrenging en overdracht van na 1940 gevormde archieven. In dit convenant zijn ondermeer afspraken gemaakt over een institutioneel onderzoek naar de taakontwikkeling en de daaraan gekoppelde organisatorische ontwikkeling van het ministerie in de periode na 1940’.1‘Die zijn schuld betaalt, verarmt niet’: een institutioneel onderzoek naar actoren en handelingen op het terrein van de zorg voor de financiering en beheersing van de staatsschuld in de periode 1940–1993, p. 1.
Het RIO Staatsschuld 1995 stond aan de basis van de ‘Selectielijst neerslag handelingen Minister van Financiën en de onder hem ressorterende actoren op het beleidsterrein ‘financiering en beheersing van de staatsschuld’ over de periode 1940–1993’ (BSD Staatsschuld 2001).
De selectielijst, officieel basisselectiedocument (BSD) geheten, verscheen in december 2001 in de Staatscourant en is een wettelijk goedgekeurd middel voor de selectie van de archieven op het beleidsterrein ‘Staatsschuld’ voor de periode 1940–1993.
In 2002 verscheen het Basis Selectie Document (BSD) voor het beleidsterrein van de staatsschuld, voluit geheten ‘Selectielijst neerslag handelingen Minister van Financiën en de onder hem ressorterende actoren op het beleidsterrein financiering en beheersing van de staatsschuld over de periode 1940–1993’.2Staatscourant 8 januari 2002, nr. 5.
Sinds 1993 hebben zich op het beleidsterrein staatsschuld heel wat veranderingen voorgedaan die niet in het BSD 2001 zijn verwerkt. Daarom heeft het Ministerie van Financiën, de zorgdrager voor de archieven op het beleidsterrein, in 2002 een eigen, actueel institutioneel onderzoek3‘Die zijn schuld betaalt, verarmt niet’, een institutioneel onderzoek naar actoren en handelingen op het terrein van het financieringsbeleid en de zorg voor de financiering en beheersing van de staatsschuld in de periode 1940–2002. laten uitvoeren. Het beleidsterrein wordt nu voluit ‘het beleidsterrein van het financieringsbeleid en de zorg voor de financiering en beheersing van de staatsschuld’ genoemd. Afgekort ‘het beleidsterrein staatsschuld’.
Het BSD Staatsschuld 2001 was dus door veranderingen bij zijn goedkeuring in 2001 al aan herziening toe. De beschreven handelingen waren niet langer een adequate weergave van de handelingen op het beleidsterrein. Zeker niet van de handelingen van de belangrijkste actor, het Agentschap van het Ministerie van Financiën. En zijn dus geen goede indicator van de administratieve neerslag die ontstaat. Daarom heeft het Ministerie van Financiën besloten tot een volledige herziening van het RIO en BSD Staatsschuld.
Dit BSD is gebaseerd op het nieuwe institutioneel onderzoek. In dit BSD zijn de handelingen opgenomen van de Minister van Financiën en van de actoren die onder zijn verantwoordelijkheid vallen; de Agent van het Ministerie van Financiën, de Directeur van de Grootboeken der Nationale schuld. Het beleid op het gebied van de staatsschuld ligt grotendeels vast in wetten, algemene maatregelen van bestuur, koninklijke besluiten en ministeriële regelingen. De wet- en regelgeving is een belangrijke bron voor dit document. Daarnaast is gebruik gemaakt van het Documentair Structuurplan (DSP) van het Agentschap en zijn gesprekken gevoerd met verschillende deskundigen op het beleidsterrein.
De belangrijkste veranderingen die zich sinds 1993 hebben voorgedaan zijn:
De Generale Thesaurie, het Agentschap en de Directie van de Grootboeken der Nationale Schuld.
In de Staatsregeling van de Bataafse Republiek van 2 mei 1798 werd de Staat als ondeelbaar gekenmerkt. De schulden van alle gewesten tezamen werden tot ‘Nationale Schuld’ verklaard en in 1809 werd het Grootboek der Publieke Schuld gevestigd.4Wet van 27 januari 1809 tot daarstelling van een Grootboek der publieke Schuld (Stb. 4). In verschillende registers, ‘grootboeken’, werden de schulden ingeschreven. Zo verkreeg de overheid een overzicht van de totale schuld en kon een sluitende administratie op poten worden gezet. Ingeschreven rekeningen kenden een debet- en een creditzijde die ‘In- en overschrijvingen’ en ‘Afschrijvingen’ werden genoemd.5J.C. Beth, ‘De departementen van Algemeen Bestuur gedurende het tijdvak 1798–1907’ (Den Haag, z.d.). Op 1 mei 1841 werd het Agentschap van het Ministerie van Financiën krachtens het besluit van 22 maart 1841 in Amsterdam gevestigd. Als Agenten van het Ministerie van Financiën werden de heren I. Fraser en mr. I. van Iddekinge benoemd. Beiden waren respectievelijk als thesaurier en referendaris werkzaam geweest bij het in 1840 ontbonden Amortisatie-Syndicaat. Het Agentschap werd opgedragen ‘behandeling van zoodanige zaken, waaromtrent dit, in het belang van den Lande en in het Gerief van het Publiek geraden zal voorkomen’.6Besluit van 22 maart 1841, no. 112, houdende voorzieningen betrekkelijk de ontbinding van het Amortisatie-Syndicaat, artikel 2.
De Agent van het Ministerie van Financiën werd van oorsprong in de Comptabiliteitswet 1927 voor het eerst als comptabele aangemerkt en vervulde tevens de funktie van Directeur van de Grootboeken der Nationale Schuld, conform de Grootboekwet 1913 hem opdraagt. In het Grootboekbesluit 1913 was de structuur van de afdeling Grootboeken der Nationale Schuld wettelijk geregeld.
De Directeur van de Grootboeken der Nationale Schuld beheerde en verzorgde de administratie van alle staatsschuld op naam, te weten: de Grootboeken der Nationale Schuld, Grootboek 1946, Schuldregisters van Nederlandse Staatsleningen en overige ingeschreven schuld.
Tot de belangrijkste taken van de Agent van het Ministerie van Financiën te Amsterdam met het oog op de financiering en beheer van de staatsschuld, konden in 1949 worden gerekend:
Van 1940 tot 1980 waren het Agentschap van het Ministerie van Financiën en de Directie van de Grootboeken der Nationale Schuld hoofdzakelijk betrokken bij de administratieve regulering van de financiering van de Nederlandse staatsschuld. Het beleidsmatige aspekt kreeg vorm op de afdeling ‘Bureau Nationale Schuld’ van het Ministerie, in 1940 ressorterende onder de afdeling Geldwezen (later Directie Binnenlands Geldwezen) van de Generale Thesaurie.
Vanaf 1980 waren de taken van de Agent van het Ministerie van Financiën, mede onder invloed van de stijgende staatsschuld, langzaam maar zeker uitgebreid van administrerend naar beleidsvormend. 8‘Agentschap Financiën na 150 jaar volop in beweging’, in: ‘Financieel Dagblad’ (1991) nr. 86 (1 mei), blz. 2.Was het Agentschap tot die tijd een buitendienst, direct vallend onder de bemoeienis van de directie Binnenlands Geldwezen, na 1980 werd het agentschap een afzonderlijke directie. Hiermee nam het contact tussen de Agent en de Generale Thesaurie, onder invloed van de verwevenheid van taken, sterk toe. Zo was de Agent, naast zijn al eerder genoemde taken, sinds 1980 o.a. verantwoordelijk voor:
De taken met betrekking tot het beheer en de administratie van de staatsschuld waren geclusterd per produkt: schulden op naam en schulden aan toonder. Ook bij de organisatiestructuur van het Agentschap is tot 1994 uitgegaan van deze tweedeling.
In 1991 verdween het Bureau Nationale Schuld uit de organisatie van de Generale Thesaurie en de Directie Binnenlands Geldwezen. Haar taken waren inmiddels grotendeels door het Agentschap van het Ministerie van Financiën overgenomen.
Het beleid op het gebied van (de financiering van) de staatsschuld is en wordt voor een groot deel vastgelegd in wetten (begroting IXA nationale schuld), algemene maatregelen van bestuur, koninklijke besluiten en ministeriële regelingen.
Op het beleidsterrein hebben zich sinds 1993 nogal wat veranderingen voorgedaan. De belangrijkste:
De staatsschuld speelt een belangrijke rol in de begrotingspolitiek van Nederland. De belangrijkste doelstellingen van de begrotingspolitiek zijn vermindering van het financieringstekort en vermindering van de toename van de staatsschuld. De staatsschuld wordt meestal gebruikt om de financieringsbehoefte van de overheid te dekken, het bedrag dat de Staat jaarlijks moet lenen om een tekort op de begroting te dichten.
De overheid streeft de volgende doelstellingen na bij het beheer en de financiering van de staatsschuld:
Het beleidsterrein van de staatsschuld heeft raakvlakken met verschillende andere beleidsterreinen:
Op 1 juli 1999 is MTS Amsterdam opgericht. Het is een elektronisch handelsplatform in Nederlandse staatsobligaties, opgericht door de Nederlandse Staat, Primary Dealers en MTS S.p.A. (systeembouwer). MTS is in 1988 geïntroduceerd door het Italiaanse Ministerie van Financiën en later geprivatiseerd.
De kerntaak van MTS is: ‘Het opzetten, organiseren en beheren van het elektronische systeem voor de handel in Nederlandse staatsobligaties.’
MTS staat onder toezicht van de Autoriteit Financiële Markten (AFM).
MTS is een interdealerbroker, een partij die de koop en verkoop van obligaties als middelaar tot stand brengt. De feitelijke verkoop geschiedt via het MTS-systeem, op het beeldscherm staan de bied- en laatprijzen met bijbehorende hoeveelheden.
MTS is quote-driven, d.w.z. de Primary Dealers moeten zowel prijzen voor aankoop als voor verkoop aan geven: ‘Het resultaat is een reeks van elkaar deels overlappende quotes, die uitmonden in een zeer geringe marge tussen beste bied- en laatprijs. Posities kunnen aldus tegen gunstige prijzen en geringe transactiekosten worden afgewikkeld, wat maatgevend is voor de liquiditeit van een markt.’
MTS is georganiseerd als N.V. zonder Raad van Commissarissen (RvC), met een Algemene vergadering van Aandeelhouders (AvA) die de Raad van Bestuur benoemt en de jaarrekening beoordeelt en goedkeurt.
Een afgevaardigde van het Agentschap zit de Raad van Bestuur (RvB) en de AvA voor.
De RvB besluit welke staatsobligaties via MTS worden verhandeld, welke instellingen worden toegelaten voor de handel en aan welke criteria die instellingen moeten voldoen.
De Staat neemt deel aan MTS vanuit de volgende overwegingen:
De Comptabiliteitswet 2001 belast de Minister van Financiën met de zorg voor de financiering en beheersing van de staatsschuld. Ook is de minister verantwoordelijk voor het opstellen van de Begroting voor de Nationale Schuld. Die begroting geeft de minister jaarlijks het recht leningen uit te geven op naam van de Staat.
De Agent van het Ministerie van Financiën geeft leiding aan het Agentschap. Het Agentschap bereidt het financieringsbeleid voor en voert de meeste handelingen op het beleidsterrein uit. In de organisatiebeschikking 20019Ministerie van Financiën, Beschikking van de Minister van Financiën van 25 april 2001 tot vaststelling van de organisatie van het Agentschap van het Ministerie van Financiën, 25 april 2001, nummer BBGT01-180M. zijn de doelstellingen van het Agentschap vastgesteld:
De belangrijkste taken van de Agent op het beleidsterrein zijn:
De Grootboekwet belastte de directeur van de Grootboeken der Nationale Schuld met het beheer van de Grootboeken van de Nationale Schuld. De Wet administratie grootboekschuld (1995) verving de Grootboekwet. De rol van Directeur van de Grootboeken der Nationale Schuld als actor op het beleidsterrein neemt af, maar blijft officieel bestaan zolang er Grootboeken zijn. In de praktijk verricht de Agent alle handelingen.
De ambassadeur vormt, tezamen met zijn ambtelijk gevolg (ambassadepersoneel), de permanente diplomatieke missie in een buitenlandse hoofdstad. Zij stellen verklaringen van echtheid van de handtekening van een in het buitenland verblijvend persoon op, noodzakelijk voor een verrichting bij de Grootboeken. Als het nodig is, wordt ook een in-levenverklaring opgesteld.
Een consul is een ambtenaar van de Buitenlandse Dienst en heeft o.a. tot taak de bescherming van de belangen van de Staat en van zijn onderdanen en het bevorderen van de handel. Daarnaast treedt hij op als notaris en ambtenaar van de burgerlijke stand en beschermt de belangen van de eigen onderdanen in geval van erfopvolging. De consulair ambtenaar is een ambtenaar door de Consulaire Wet van 25 juli 1871 bevoegd tot het opmaken van akten van de burgerlijke stand en andere burgerlijke akten. Zo maakt de consulair ambtenaar ten behoeve van erfgenamen van een ingeschrevene in het grootboek, wiens nalatenschap is opengevallen in de Koloniën of bezittingen van het Rijk of elders in het buitenland, een verklaring van erfrecht op.
Het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds was volgens de Beleggingswet verplicht een deel van de jaarlijkse pensioenpremies te beleggen in de Nationale Schuld. Vanaf 1987 gebeurde dat, op basis van de Algemene Burgerlijke Pensioenwet, via een speciale rekening, de zogenaamde Voorinschrijvingsrekening. Vanaf 1 januari 1994 is deze verplichte vorm van beleggen niet meer geoorloofd. Dat is een EMU-afspraak. Sinds die datum is het ABP geen actor meer op dit beleidsterrein.
De selectie richt zich op de organen van de overheid, voor zover de organen vallen onder de werking van de artikelen 3, 12 en 41 van de Archiefwet 1995.
De hoofddoelstelling van de selectie is een scheiding aan te brengen tussen te bewaren (naar het Nationaal Archief over te brengen) en (op termijn) te vernietigen gegevens van deze overheidsorganen.
Dit BSD is opgesteld tegen de achtergrond van de selectiedoelstelling van het Nationaal Archief: het mogelijk maken van de reconstructie van het overheidshandelen op hoofdlijnen. Deze reconstructie moet kunnen plaatsvinden op basis van de te bewaren gegevens. Deze doelstelling wordt geoperationaliseerd binnen het beleidsterrein staatsschuld. De handelingen van de verschillende overheidsactoren binnen het beleidsterrein worden geselecteerd en gewaardeerd op hun bijdrage aan de realisering van die selectiedoelstelling.
Bij deze selectie en waardering is derhalve de vraag aan de orde: ‘welke gegevens, behorend bij welke handeling, berustend bij welke actor, dienen te worden bewaard teneinde het handelen van de rijksoverheid, op hoofdlijnen, binnen het beleidsterrein staatsschuld te kunnen reconstrueren’.
Om de selectiedoelstelling te bereiken worden de handelingen in het BSD gewaardeerd aan de hand van de volgend algemene selectiecriteria:
Handelingen die betrekking hebben op voorbereiding en bepaling van beleid op hoofdlijnen.
Toelichting: Hieronder wordt verstaan agendavorming, het analyseren van informatie, het formuleren van adviezen met het oog op toekomstig beleid, het ontwerpen van beleid of het plannen van dat beleid, evenals het nemen van beslissingen over de inhoud van beleid en terugkoppeling van beleid. Dit omvat het kiezen en specificeren van de doeleinden en de instrumenten.
Handelingen die betrekking hebben op evaluatie van beleid op hoofdlijnen.
Toelichting: Hieronder wordt verstaan het beschrijven en beoordelen van de inhoud, het proces of de effecten van beleid. Hieronder valt ook het toetsen van en het toezien op beleid. Hieruit worden niet per se consequenties getrokken zoals bij terugkoppeling van beleid.
Handelingen die betrekking hebben op verantwoording van beleid op hoofdlijnen aan andere actoren.
Toelichting: Hieronder valt tevens het uitbrengen van verslag over beleid op hoofdlijnen aan andere actoren of ter publicatie.
Handelingen die betrekking hebben op (her-) inrichting van organisaties belast met beleid op hoofdlijnen.
Toelichting: Hieronder wordt verstaan het instellen, wijzigen of opheffen van organen, organisaties of onderdelen daarvan.
Handelingen die bepalend zijn voor de wijze waarop beleidsuitvoering op hoofdlijnen plaatsvindt.
Toelichting: Onder beleidsuitvoering wordt verstaan het toepassen van instrumenten om de gekozen doeleinden te bereiken.
Handelingen die betrekking hebben op beleidsuitvoering op hoofdlijnen en direct zijn gerelateerd aan of direct voortvloeien uit voor het Koninkrijk der Nederlanden bijzondere tijdsomstandigheden en incidenten.
Toelichting: Bijvoorbeeld in het geval de ministeriële verantwoordelijkheid is opgeheven en/of wanneer er sprake is van oorlogstoestand, staat van beleg of toepassing van noodwetgeving.
De Minister van Financiën is een van de zorgdragers voor de archieven op het beleidsterrein staatsschuld.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.