Regeling van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 2 juni 2005, nr. DGM/EV2005054032, houdende regels met betrekking tot verstrekking van subsidie aan provincies ten behoeve van het externe veiligheidsbeleid voor het tijdvak 2006 tot en met 2010 (Subsidieregeling programmafinanciering EV-beleid voor andere overheden 2006–2010)

Type Ministeriële regeling
Publication 2007-03-30
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 15.13, eerste tot en met derde lid, van de Wet milieubeheer;

Besluit:

§ 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

§ 2. Doel

Artikel 2
1.

Deze regeling heeft tot doel het stimuleren van de structurele, adequate uitvoering van het externe veiligheidsbeleid en het daartoe bevorderen van de samenwerking tussen gemeenten, provincies en regionale samenwerkingsverbanden op het gebied van externe veiligheid.

2.

Subsidie kan worden verstrekt op aanvraag van een provincie ter zake van de kosten van projecten en activiteiten die zijn opgenomen in een provinciaal programma en naar het oordeel van de minister bijdragen aan de realisatie van de doelstellingen van deze regeling.

3.

De projecten en activiteiten, bedoeld in het tweede lid, zijn voor 31 december 2010 afgerond.

§ 3. Provinciaal programma

Artikel 3
1.

Een provinciaal programma kan bestaan uit de volgende projecten of activiteiten op het gebied van externe veiligheid:

2.

Het provinciaal programma:

§ 4. Voorwaarden voor subsidie

Artikel 4

Een provincie komt in aanmerking voor subsidie voor de uitvoeringskosten van projecten en activiteiten gericht op de versterking van de uitvoering van het externe veiligheidsbeleid, onder de volgende voorwaarden:

§ 5. Beoordelingscriteria

Artikel 5

Een provinciaal programma wordt beoordeeld op de volgende criteria:

§ 6. Subsidiabele kosten

Artikel 6
1.

Als subsidiabele kosten worden in aanmerking genomen de volgende noodzakelijke, rechtstreeks aan de uitvoering van het provinciaal programma toe te rekenen en door de aanvrager tot subsidieverlening gemaakte en betaalde uitvoeringskosten:

2.

Indien geen loonkosten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, worden gemaakt, maar niettemin arbeid ten behoeve van het project uit het provinciaal programma wordt verricht, kan het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer daarvoor een redelijk bedrag vaststellen dat als uitvoeringskosten in aanmerking wordt genomen.

3.

In afwijking van het eerste lid, onderdelen a en b, mag de berekening:

§ 7. Niet-subsidiabele kosten

Artikel 7

De volgende kosten komen niet in aanmerking voor subsidie:

§ 8. Hoogte van de subsidie

Artikel 8

Het subsidieplafond bedraagt voor subsidies als bedoeld in artikel 6 voor de jaren 2006 tot en met 2010 per provincie per jaar, afgerond naar duizenden euro’s:

Provincie Totaal
Drenthe 313.000
Flevoland 241.000
Friesland 667.000
Gelderland 2.172.000
Groningen 999.000
Limburg 1.473.000
Noord-Brabant 3.476.000
Noord-Holland 1.592.000
Overijssel 1.048.000
Utrecht 782.000
Zeeland 1.091.000
Zuid-Holland 6.145.000

§ 9. Bevoorschotting

Artikel 9
1.

De minister kan op aanvraag elk kwartaal van de jaren 2006 tot en met 2010 een voorschot verstrekken van telkens 25% van de bedragen, genoemd in artikel 8.

2.

Bij de vaststelling van een voorschot wordt rekening gehouden met reeds verstrekte voorschotten, gedane uitgaven en de liquiditeitsprognose voor het betreffende kwartaal.

§ 10. Verplichtingen van de subsidie-ontvanger

Artikel 10

De subsidie-ontvanger is verplicht:

§ 11. Aanvraag tot subsidieverlening en subsidievaststelling

Artikel 11
1.

Een aanvraag tot subsidieverlening en subsidievaststelling kan uitsluitend worden ingediend door gedeputeerde staten.

2.

Een aanvraag tot subsidieverlening en subsidievaststelling, het provinciaal programma en een gespecificeerde begroting worden ingediend bij het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, met gebruikmaking van een bij dat ministerie verkrijgbaar formulier.

3.

Een aanvraag tot subsidieverlening kan eenmalig worden gedaan en geschiedt in de periode tussen 1 december 2005 en 28 februari 2006.

§ 12. Slotbepalingen

Artikel 12

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 13

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling programmafinanciering EV-beleid voor andere overheden 2006–2010.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.