Regeling van de Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties, van 30 juni 2005, nr. 2005-0000059936/CZW/WVOB, houdende regels ter uitvoering van het Besluit brede doeluitkering sociaal, integratie en veiligheid (Uitvoeringsregeling brede doeluitkering sociaal, integratie en veiligheid)

Type Ministeriële regeling
Publication 2013-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 47
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Handelende in overeenstemming met de Ministers van Justitie, voor Vreemdelingenzaken en Integratie, van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en met de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

Gelet op de artikelen 4, tweede lid, 7, tweede en vierde lid, 16, eerste en tweede lid, 20, derde lid en 24, negende lid, van het Besluit brede doeluitkering sociaal, integratie en veiligheid;

Besluit:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • b. G30: de gemeenten Alkmaar, Almelo, Amersfoort, Amsterdam, Arnhem, Breda, Den Haag, Deventer, Dordrecht, Eindhoven, Emmen, Enschede, Groningen, Haarlem, Heerlen, Helmond, Hengelo (Overijssel), ’s-Hertogenbosch, Leeuwarden, Leiden, Lelystad, Maastricht, Nijmegen, Rotterdam, Schiedam, Tilburg, Utrecht, Venlo, Zaanstad en Zwolle;
  • c. niet westerse allochtoon: persoon waarvan ten minste één van de ouders in Turkije, in een land in Afrika, Latijns Amerika of in Azië, met uitzondering van Indonesië en Japan, is geboren;
  • d. CBS: Centraal bureau voor de statistiek;
  • e. maatschappelijke centrumgemeenten: centrumgemeenten voor maatschappelijke opvang, openbare geestelijke gezondheidszorg en verslavingsbeleid die zijn vermeld in de bij deze regeling behorende bijlage A;
  • f. maatschappelijk zorggebied: zorggebied voor maatschappelijke opvang, openbare geestelijke gezondheidszorg en verslavingsbeleid volgens de in de bij deze regeling behorende bijlage A opgenomen gebiedsindeling;
  • g. zorggebied voor vrouwenopvang: zorggebied volgens de in de bij deze regeling behorende bijlage B opgenomen gebiedsindeling;
  • j. wijk: GSB-wijk zoals opgenomen in het rapport ‘Wijkmonitoring G30’ van 30 december 2004;
  • k. de minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
  • l. voorschoolse educatie: een programma dat door gekwalificeerd personeel wordt verzorgd in kinderdagverblijven en peuterspeelzalen voor doelgroepkinderen van 2 en 3 jaar;
  • m. doelgroepkind: kind met onderwijsachterstand dat op grond van artikel 6 van het Besluit bekostiging WPO, zoals dat luidde op 31 juli 2006, in aanmerking komt voor het volgen van voorschoolse educatie, dan wel kind met onderwijsachterstand voor wie een gewicht is vastgesteld op grond van artikel 27 van het Besluit bekostiging WPO, zoals dat luidde op 31 juli 2006, en dat in aanmerking komt voor het volgen van vroegschoolse educatie;
  • r. G27: de gemeenten, behorend tot de G31, met uitzondering van Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht;
  • t. inburgeringscursus: een cursus welke een inburgeringsplichtige of inburgeraar in staat stelt mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal en kennis van de Nederlandse samenleving te verwerven, teneinde het inburgeringsexamen te behalen;
  • x. inburgeringsbedrijf: een natuurlijk persoon of rechtspersoon die in het kader van uitoefening van beroep of bedrijf de inburgering van personen in Nederland bevordert;
  • y. persoonlijk inburgeringsbudget: een budget dat door het college van burgemeester en wethouders, in het kader van een te sluiten overeenkomst met een inburgeringsbedrijf, ten behoeve van een inburgeraar ter beschikking wordt gesteld en met behulp waarvan de inburgeraar zijn inburgering op een individuele wijze vorm geeft;

Artikel 2

Het procentuele aandeel van de gemeente in de middelen voor leefbaarheid en veiligheid, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het Besluit, wordt bepaald volgens de formule:

0,3366 × ((0,50 × Inw2004gem /Inw2004G30) + 0,50 (Nwal2004gem/Nwal2004G30)) + 0,4795 × ((0,3333 × (Jong2004gem/Jong2004G30) + 0,3333 × (A/B) + 0,3333 × (HKS2003gem/HKS2003G30)) + 0,1839 × ((0,50 × Inw2004gem/Inw2004G30) + 0,25 × ((Link2004gem × Kpreg2004gem)/(Link2004G30 × Kpreg2004G30)+ 0,25 × (Jonggem × Kpreg2004gem)/(JongG30 × Kpreg2004G30)).

In deze formule is

  • Inw2004gem: aantal inwoners van de gemeente op 1 januari 2004;
  • Inw2004G30: aantal inwoners van de G30 op 1 januari 2004;
  • Nwal2004gem: aantal niet westerse allochtonen op 1 januari 2004 in de gemeente;
  • Nwal2004G30: aantal niet westerse allochtonen op 1 januari 2004 in de G30;
  • Jong2004gem: het aantal inwoners van de gemeente dat 24 jaar of jonger is op 1 januari 2004 in de gemeente;
  • Jong2004G30: het aantal inwoners van de G30 dat 24 jaar of jonger is op 1 januari 2004;
  • A: (Nwal2004gem/Inw2004gem) × Jong2004gem;
  • B: (Nwal2004G30/Inw2003G30) × Jong2004G30;
  • HKS2003gem: aantal inwoners van de gemeente van twaalf tot en met vierentwintig jaar dat in 2003 voorkomt in het herkenningssysteem van de politie
  • HKS2003G30: aantal inwoners van de G30 van twaalf tot en met vierentwintig jaar dat in 2003 voorkomt in het herkenningssysteem van de politie;
  • Jonggem: het aantal inwoners van de gemeente op 1 januari 2004 dat 19 jaar of jonger is;
  • JongG30: het aantal inwoners van de G30 op 1 januari 2004 dat 19 jaar of jonger is.

Artikel 3

Het procentuele aandeel van de gemeente in de middelen voor het terugdringen van voortijdig schoolverlaten, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het Besluit, wordt bepaald volgens de formule

0,3333 × (NWAl2004gem/NWAl2004G30) + 0,3333 × (ABW2003gem/ABW2003G30) + 0,3333 × (Loplgem/LoplG30).

In deze formule is

  • NWAl2004gem: aantal niet westerse allochtonen in de gemeente op 1 januari 2004;
  • NWAl2004G30: aantal niet westerse allochtonen in de G30 op 1 januari 2004;
  • Loplgem: gemiddeld aantal inwoners in de gemeente van 18 jaar tot en met 64 jaar over de jaren 1997–2002 met ten hoogste een diploma op het niveau van het Voorbereidend Beroepsonderwijs;
  • LoplG30: gemiddeld aantal inwoners in de G30 van 18 jaar tot en met 64 jaar over de jaren 1997–2002 met ten hoogste een diploma op het niveau van het Voorbereidend Beroepsonderwijs.

Artikel 4

Het procentuele aandeel van de gemeente in de middelen voor de bestrijding van gezondheidsachterstanden wordt bepaald volgens de formule

Schgw2003gem/Schgw2003G30.

In deze formule is

Artikel 5

Het procentuele aandeel van de gemeente die behoort tot de maatschappelijke centrumgemeenten in de middelen voor maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het Besluit, wordt bepaald volgens de formule

In deze formule is

  • Inwt-1gem: het aantal inwoners van het maatschappelijk zorggebied van de gemeente op 1 januari van het voorafgaande kalenderjaar;
  • Inwt-1cgmo: het aantal inwoners van de maatschappelijke zorggebieden van de maatschappelijke centrumgemeenten op 1 januari van het voorafgaande kalenderjaar;
  • Linkt-1gem: het aantal huishoudens op basis van de Maatstaf lage inkomens, bedoeld in bijlage 2 van het Besluit financiële verhouding 2001, in het maatschappelijke zorggebied van de gemeente, volgens de meest recente vóór het kalenderjaar vastgestelde inkomensstatistiek van het CBS;
  • Linkt-1cgmo: het aantal huishoudens op basis van de Maatstaf lage inkomens, bedoeld in bijlage 2 van het Besluit financiële verhouding 2001, in de maatschappelijke zorggebieden van de maatschappelijke centrumgemeenten volgens de meest recente vóór het kalenderjaar vastgestelde inkomensstatistiek van het CBS;
  • Midmotcgmo: het deel van de middelen voor maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid dat aan het kalenderjaar is toe te rekenen;
  • Basismotcgmo: het deel van de basisbedragen voor maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid van de maatschappelijke centrumgemeenten dat aan het kalenderjaar is toe te rekenen;
  • Basismotgem: het deel van het basisbedrag voor maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid van de gemeente dat aan het kalenderjaar is toe te rekenen;
  • Midmo: de middelen voor maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid in de GSB III periode.

Artikel 6

Het procentuele aandeel van de gemeente die behoort tot de centrumgemeenten voor vrouwenopvang in de middelen voor vrouwenopvang, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het Besluit, wordt bepaald volgens de formule

In deze formule is

  • Inwt-1gem: het aantal inwoners van het zorggebied voor vrouwenopvang van de gemeente op 1 januari van het voorafgaande kalenderjaar;
  • Inwt-1cgvo: het aantal inwoners van de zorggebieden van de centrumgemeenten voor vrouwenopvang op 1 januari van het voorafgaande kalenderjaar;
  • Mint-1cgvo: Het totaal van het aantal inwoners in de zorggebieden voor vrouwenopvang van de centrumgemeenten voor vrouwenopvang op 1 januari van het voorafgaande kalenderjaar, volgens de Maatstaf minderheden, bedoeld in bijlage 2 van het Besluit financiële verhouding 2001;
  • Midvot: het deel van de middelen voor vrouwenopvang dat aan het kalenderjaar is toe te rekenen;
  • Basisvotcgvo: het deel van de basisbedragen voor vrouwenopvang van de centrumgemeenten voor vrouwenopvang dat aan het kalenderjaar is toe te rekenen;
  • Basisvotgem: het deel van het basisbedrag voor vrouwenopvang van de gemeente dat aan het kalenderjaar is toe rekenen;
  • Midvo: de middelen voor vrouwenopvang in de GSB III periode.

Artikel 7

1.

Het procentuele aandeel van de gemeente in de middelen voor de inburgering van nieuwkomers, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het Besluit, voor het jaar 2005 wordt bepaald volgens de formule

(C/D) × (Midverkl/Midinbnk) + (E/F) × (Midbeschl/Midinbnk)).

In deze formule is

  • C: het aantal verklaringen van de gemeente in 2005;
  • D: het aantal verklaringen van de G30 in 2005;
  • E: het aantal beschikkingen omtrent een inburgeringsprogramma van de gemeente in 2005;
  • F: het aantal beschikkingen omtrent een inburgeringsprogramma van de G30 in 2005;
  • Midverkl: het bedrag dat voor de G30 voor de maatstaf verklaringen beschikbaar is;
  • Midbesch: het bedrag dat voor de G30 voor maatstaf beschikkingen beschikbaar is;
  • Midinbnk: de middelen voor de inburgering van nieuwkomers in 2005.
2.

Op het met het procentuele aandeel, bedoeld in het eerste lid, corresponderende bedrag, wordt de helft van de per 31 december 2004 door de gemeente op grondslag van de Wet inburgering nieuwkomers gevormde reserve in mindering gebracht, mits die reserve groter is dan € 0.

3.

Het procentuele aandeel van de gemeente in de middelen voor de inburgering van nieuwkomers, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het Besluit, wordt voor het jaar 2006 bepaald volgens de formule

(C/D) × (Midverkl/Midinbnk) + (E/F) × (Midbeschl/Midinbnk)).

In deze formule is

  • –. C: het aantal verklaringen van de gemeente in 2006, welke betrekking hebben op in dit jaar aangevangen inburgeringsprogramma’s;
  • –. D: het aantal verklaringen van de G30 in 2006, welke betrekking hebben op in dit jaar aangevangen inburgeringsprogramma’s;
  • –. E: het aantal beschikkingen omtrent een inburgeringsprogramma van de gemeente in 2006;
  • –. F: het aantal beschikkingen omtrent een inburgeringsprogramma van de G30 in 2006;
  • –. Midverkl: het bedrag dat voor de G30 voor de maatstaf verklaringen beschikbaar is;
  • –. Midbesch: het bedrag dat voor de G30 voor maatstaf beschikkingen beschikbaar is;
  • –. Midinbnk: de middelen voor de inburgering van nieuwkomers in het jaar 2006.

Artikel 8

1.

Het procentuele aandeel van de gemeente in de middelen voor de inburgering van oudkomers, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het Besluit, wordt bepaald volgens de formule

(G/H) × 2667/8000 + (I/J) × 5333/8000.

In deze formule is

  • G: het aantal oudkomers in de gemeente dat in 2005 en 2006 start met een inburgeringsprogramma voor oudkomers en met wie de gemeente in 2005 en 2006 een overeenkomst heeft gesloten;
  • H: het aantal oudkomers in de G30 dat in 2005 en 2006 start met een inburgeringsprogramma voor oudkomers en met wie in 2005 en 2006 een overeenkomst is gesloten;
  • I: het aantal oudkomers in de gemeente dat in 2005 met een inburgeringsprogramma voor oudkomers start en dat programma uiterlijk 31 december 2006 afrondt, alsmede het aantal oudkomers in de gemeente dat in 2006 met een inburgeringsprogramma voor oudkomers start en dat programma uiterlijk 31 december 2007 afrondt;
  • J: het aantal oudkomers in de G30 dat in 2005 met een inburgeringsprogramma voor oudkomers start en dat programma uiterlijk 31 december 2006 afrondt, alsmede het aantal oudkomers in de G30 dat in 2006 met een inburgeringsprogramma voor oudkomers start en dat programma uiterlijk 31 december 2007 afrondt.
2.

Bij de toepassing van de formule, genoemd in het eerste lid, bedraagt bij elk van de onderdelen van de formule het aantal in aanmerking te nemen oudkomers ten hoogste het aantal oudkomers dat bij de verlening van voorschotten is betrokken.

Artikel 9

Het procentuele aandeel van de gemeente in de extra middelen voor veiligheid, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het Besluit, wordt bepaald volgens de formule

0,1950 × (Inw2004gem/Inw2004G30) + 0,2090 × (Min2004gem/Min2004G30) + 0,12 × (Jonggem/JongG30) + 0,12 × (K/L) + 0,12 × (HKS2003gem/HKS2003G30) + 0,083 × (ABWontgem/ABWontG30) + 0,083 × (Loplgem/LoplG30) + 0,035 × ((Li2004gem × Kpreg2004gem)/(Li2004G30 × Kpreg2004G30)) + 0, 035 × ((Jonggem × Kpreg2004gem)/(JongG30 × Kpreg2004G30)).

In deze formule is

  • Inw2004gem: aantal inwoners van de gemeente op 1 januari 2004;
  • Inw2004G30: aantal inwoners van de G30 op 1 januari 2004;
  • Jonggem: het aantal inwoners van de gemeente dat negentien jaar of jonger is op 1 januari 2004;
  • JongG30: het aantal inwoners van de G30 dat negentien jaar of jonger is op 1 januari 2004 op 1 januari 2004;
  • K: (Min2004gem/Inw2004gem) × Jonggem;
  • L: (Min2004G30/Inw2004G30) × JongG30;
  • HKS2003gem: aantal jongeren van twaalf tot en met vierentwintig jaar in de gemeente dat in 2003 voorkomt in het herkenningssysteem van de politie;
  • HKS2003G30: aantal jongeren van twaalf tot en met vierentwintig jaar in de G30 dat in 2003 voorkomt in het herkenningssysteem van de politie;
  • Loplgem: gemiddeld aantal inwoners in de gemeente van vijftien jaar tot en met vierenzestig jaar over de jaren 1997–2002 met ten hoogste een diploma op het niveau van het Voorbereidend Beroepsonderwijs;
  • LoplG30: gemiddeld aantal inwoners in de G30 van vijftien jaar tot en met vierenzestig jaar over de jaren 1997–2002 met ten hoogste een diploma op het niveau van het Voorbereidend Beroepsonderwijs;

Artikel 10

De indicatoren, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van het Besluit, zijn:

  • a. het aantal doelgroepkinderen dat deelneemt aan voorschoolse educatie;
  • b. het aantal leerlingen dat heeft deelgenomen aan een schakelklas;
  • ba. een door het college van burgermeester en wethouders van de betreffende gemeente te bepalen indicator op het gebied van onderwijsachterstandenbeleid anders dan bedoeld onder a en b; onder deze door de gemeente te bepalen indicator kan het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente tevens kiezen voor een uitsplitsing in subindicatoren;
  • ca. een door het college van burgermeester en wethouders van de betreffende gemeente te bepalen indicator op het gebied van het terugdringen van voortijdig schoolverlaten anders dan bedoeld onder c;
  • d. het aantal trajecten dat door een gemeente bij een roc wordt ingekocht, waarbij een traject kan worden opgebouwd uit onderdelen van opleidingen educatie;
  • e. het aantal deelnemers dat met een opleiding educatie is gestart;
  • f. het aantal deelnemers dat een opleiding educatie succesvol heeft afgerond;
  • g. een door het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente te bepalen indicator op het gebied van educatie anders dan bedoeld onder d tot en met f; onder deze door de gemeente te bepalen indicator kan het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente tevens kiezen voor een uitsplitsing in subindicatoren naar onderdelen van opleidingen educatie;
  • h. de gemiddelde verblijfsduur in de maatschappelijke opvang;
  • i. het aantal plaatsen in de vrouwenopvang;
  • j. het aantal behandelingen op het gebied van de verslavingszorg dat per jaar wordt afgesloten;
  • k. een door het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente te bepalen indicator op het gebied van maatschappelijke opvang, de verslavingszorg of van vrouwenopvang anders dan bedoeld onder h tot en met j; onder deze door de gemeente te bepalen indicator kan het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente tevens kiezen voor een uitsplitsing in subindicatoren;
  • l. het aantal personen van nul tot negentien jaar met overgewicht die via de Jeugdgezondheidszorg wordt opgespoord en voor wie gezondheidsinterventies worden ingezet;
  • m. een door de gemeenteraad te bepalen doelstelling op het gebied van de bestrijding van gezondheidsachterstanden anders dan bedoeld onder l;
  • n. vervallen;
  • o. vervallen;
  • p. het procentuele deel van de personen die overlast geven op straat dat in maatschappelijke opvang kan worden geplaatst, die in crisissituaties vierentwintig uur per dag beschikbaar is;
  • q. de aanwezigheid van een convenant of van een ander arrangement tussen alle partijen betrokken bij huiselijk geweld;
  • r. de aanwezigheid van een advies- en steunpunt huiselijk geweld voor 1 januari 2009 (incl. aanvullende afspraken extra impuls); onder deze indicator kan het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente tevens kiezen voor een uitsplitsing in subindicatoren;
  • s. vervallen;
  • t. het verminderen van criminaliteit in risicogebieden en in de woonomgeving uitgedrukt in een door de gemeenteraad te bepalen indicator;
  • u. een door de gemeenteraad te bepalen doelstelling op het gebied van veiligheid anders dan bedoeld onder n tot en met t;
  • v. het aantal vast te stellen inburgeringsvoorzieningen;
  • w. het aantal vast te stellen gecombineerde inburgeringsvoorzieningen;
  • x. het aantal bekend te maken handhavingsbeschikkingen en te verstrekken kennisgevingen;
  • y. het aantal vast te stellen inburgeringsvoorzieningen ten behoeve van geestelijke bedienaren;
  • aa. het aantal vast te stellen inburgeringsvoorzieningen ten behoeve van inburgeringsplichtigen, bedoeld in het besluit van de Staatssecretaris van Justitie van 12 juni 2007, nr. 2007/11, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000, aan wie geen persoonsvolgend budget is verstrekt;
  • bb. het aantal vast te stellen duale inburgeringsvoorzieningen;
  • cc. het aantal vast te stellen taalkennisvoorzieningen.

Artikel 11

1.

De percentsgewijze verdeling van de middelen voor leefbaarheid en veiligheid over de indicatoren, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van het Besluit, is als volgt samengesteld:

2.

Bij de percentsgewijze verdeling van de middelen voor het terugdringen van voortijdig schoolverlaten over de indicatoren, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van het Besluit, wordt 100 percent toegedeeld aan de indicator, bedoeld in artikel 10, onder c. Indien ten aanzien van de indicator, bedoeld in artikel 10, onder c, geen resultaat is vastgelegd, wordt 100 percent toegedeeld aan de indicator, bedoeld in artikel 10, onder ca.

3.

De percentsgewijze verdeling van de middelen voor de bestrijding van gezondheidsachterstanden over de indicatoren, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van het Besluit, is als volgt samengesteld:

4.

De percentsgewijze verdeling van de middelen voor maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid respectievelijk voor vrouwenopvang over de indicatoren, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van het Besluit, is steeds als volgt samengesteld:

  • d. 20,00 percent aan de indicator, bedoeld in artikel 10, onder k. Voor de centrumgemeenten voor maatschappelijke opvang, openbare geestelijke gezondheidszorg en verslavingsbeleid Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht, die een Plan van aanpak maatschappelijke opvang, bedoeld in artikel 12h, derde lid, hebben opgesteld, met daarin opgenomen de te bereiken resultaten, wordt de percentsgewijze verdeling van de middelen, bedoeld in onderdeel a respectievelijk onderdeel c van dit lid, tezamen met de percentsgewijze verdeling van de middelen, bedoeld in artikel 12h, vierde lid, toegevoegd aan de 20,00 percent, bedoeld in de eerste zin van dit onderdeel. Als bij de indicator, bedoeld in artikel 10, onderdeel k, gekozen is voor een uitsplitsing in subindicatoren, wordt het totale percentage, bedoeld in de vorige zin, toegerekend aan die subindicatoren met gelijke percentages.
5.

De percentsgewijze verdeling van de extra middelen voor veiligheid over de indicatoren, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van het Besluit, is als volgt samengesteld:

6.

De bedragen, bedoeld in de artikelen 12d en 12e, eerste lid, worden toegerekend aan de middelen, genoemd in het eerste tot en met vijfde lid, evenredig naar de omvang van die middelen, en daarbinnen naar rato van de in die leden genoemde percentsgewijze verdeling over de indicatoren.

Artikel 12

1.

De uitkering aan de gemeente Heerlen wordt verhoogd met ten hoogste € 1.500.000,– ten laste van de middelen die vanuit hoofdstuk VII van de Rijksbegroting voor het jaar 2005 ter beschikking worden gesteld ten behoeve van het project Hartslag, gericht op het verminderen van de aan harddrugs gerelateerde overlast in die gemeente.

2.

Voor 1 augustus 2005 dient het college van burgemeester en wethouders van Heerlen bij de minister een aanvraag in tot de verhoging, bedoeld in het eerste lid. De aanvraag gaat vergezeld van een wijziging van het meerjaren ontwikkelingsprogramma. Daarin worden vastgelegd de in de GSB III periode te bereiken resultaten die bijdragen aan het verminderen van de aan harddrugs gerelateerde overlast, met de daarbij behorende indicatoren.

3.

De minister neemt een beschikking tot verlening van de in het eerste lid bedoelde verhoging binnen acht weken na het tijdstip waarop de in het tweede lid bedoelde aanvraag is ontvangen. De verhoging wordt in zijn geheel toegedeeld aan de in het tweede lid bedoelde indicatoren.

4.

De minister kan de verhoging op een lager bedrag dan € 1.500.000,– vaststellen indien de in het ontwikkelingsprogramma opgenomen resultaten naar zijn oordeel daartoe aanleiding geven.

5.

De minister geeft niet eerder toepassing aan het vorige lid dan nadat hij het college van burgemeester en wethouders van Heerlen heeft geïnformeerd waarom hij voornemens is daartoe over te gaan en hij het college binnen een door hem te bepalen termijn in de gelegenheid heeft gesteld een aanpassing van de wijziging van het ontwikkelingsprogramma in te zenden.

Artikel 13

1.

Ten behoeve van het meten van de maatschappelijke effecten die zijn bereikt met de uitvoering van het ontwikkelingsprogramma worden periodiek gegevens verzameld op basis van de volgende indicatoren:

  • a. slachtofferschap:
  • i. vermogensdelicten: het aantal respondenten dat in het voorafgaande jaar binnen het grondgebied van de gemeente te maken heeft gehad met poging tot inbraak, inbraak, fietsendiefstal, diefstal uit auto’s, diefstal van auto’s, diefstal of vernieling aan de buitenkant van auto’s en zakkenrollerij;
  • ii. geweldsdelicten: het aantal respondenten dat in het voorafgaande jaar binnen het grondgebied van de gemeente te maken heeft gehad met diefstal met geweld, mishandeling en bedreiging;
  • b. een meting van de onveiligheidsgevoelens in de buurt;
  • c. verloedering: een schaalscore, gebaseerd op de volgende elementen:
  • i. bekladding van muren en gebouwen;
  • ii. vernieling van telefooncellen, bus- en tramhokjes;
  • iii. rommel op straat;
  • iv. hondenpoep op straat;
  • d. sociale kwaliteit: een schaalscore, gebaseerd op de reacties op de volgende stellingen:
  • i. de mensen in de buurt kennen elkaar nauwelijks;
  • ii. de mensen gaan op een prettige manier met elkaar om;
  • iii. ik woon in een buurt waar veel saamhorigheid is;
  • iv. ik voel mij thuis bij de mensen die hier wonen.
2.

De in het eerste lid bedoelde gegevens worden zowel op het niveau van de wijk als op het niveau van de gemeente verzameld.

3.

Het college van burgemeester en wethouders verstrekt de in het eerste lid bedoelde gegevens uiterlijk op 30 juni 2005, 31 mei 2007 en 15 juli 2010 aan de minister.

4.

De uiterlijk per 30 juni 2005 te verstrekken gegevens hebben zoveel mogelijk betrekking op de stand per 31 december 2004, voorzover in het eerste lid niet anders is aangegeven.

5.

De in 2007 en 2010 te verstrekken gegevens die voortkomen uit registratiesystemen hebben zoveel mogelijk betrekking op de stand per 31 december 2006, respectievelijk 31 december 2009. Voorzover het college van burgemeester en wethouders gebruik maakt van enquêtes, worden deze uitgevoerd in de periode oktober 2006–maart 2007, respectievelijk 15 september–31 december 2009 en hebben deze betrekking op 2006, respectievelijk 2009.

Artikel 14

1.

Het bedrag dat jaarlijks ambtshalve aan voorschotten op het programmadeel wordt verleend, is de uitkomst van de formule

0,20 × M + ((0,40 × Inwt-1gemmo/Inwt-1cgmo) + 0,50 × ((Linkt-1gemmo × Kpregt-1gemmo)/(Linkt-1cgmo × Kpregt-1cgmo)) + 0.10 × (Ut-2gemmo/Ut-2cgmo)) × (Midmotcgmo –Basismotcgmo)+Basismotgem + (0,90 × (Inwt-1gemvo/Inwt-1cgvo) + 0,10 × (Mint-1gemvo/Mint-1cgvo)) × ((Midvot – Basisvotcgvo))+Basisvotgem + N + Q + R.

In deze formule is

  • M: het bedrag van de aandelen van de gemeente in de middelen voor veiligheid en leefbaarheid, voor het terugdringen van voortijdig schoolverlaten en voor de bestrijding van gezondheidsachterstanden;
  • Inwt-1gemmo: het aantal inwoners in het maatschappelijke zorggebied van de gemeente, op 1 januari van het voorafgaande kalenderjaar;
  • Inwt-1cgmo: het aantal inwoners in de maatschappelijke zorggebieden van de maatschappelijke centrumgemeenten op 1 januari van het voorafgaande kalenderjaar;
  • Linkt-1gemmo: het aantal huishoudens op basis van de Maatstaf lage inkomens, bedoeld in bijlage 2 van het Besluit financiële verhouding 2001, in het maatschappelijke zorggebied van de gemeente volgens de meest recente vóór het kalenderjaar vastgestelde inkomensstatistiek van het CBS;
  • Linkt-1cgmo: het aantal huishoudens op basis van de Maatstaf lage inkomens, bedoeld in bijlage 2 van het Besluit financiële verhouding 2001, in de maatschappelijke zorggebieden van de maatschappelijke centrumgemeenten volgens de meest recente vóór het kalenderjaar vastgestelde inkomensstatistiek van het CBS;
  • Midmotcgmo: het deel van de middelen voor maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid dat aan het kalenderjaar is toe te rekenen;
  • Basismotcgmo: het deel van de basisbedragen voor maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid van de maatschappelijke centrumgemeenten dat aan het kalenderjaar is toe te rekenen;
  • Basismotgem: het deel van het basisbedrag voor maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid van de gemeente dat aan het kalenderjaar is toe te rekenen;
  • Inw: het aantal inwoners;
  • Inwt-1gemvo: het aantal inwoners van het zorggebied voor vrouwenopvang van de gemeente;
  • Inwt-1cgvo: het aantal inwoners van de centrumgemeenten voor vrouwenopvang en de regiogemeenten op 1 januari van het voorafgaande kalenderjaar;
  • Mint-1cgvo: Het totaal van het aantal inwoners op 1 januari van het voorafgaande kalenderjaar in de zorggebieden voor vrouwenopvang van de centrumgemeenten voor vrouwenopvang volgens de Maatstaf minderheden, bedoeld in bijlage 2 van het Besluit financiële verhouding 2001;
  • Midvot: het deel van de middelen voor vrouwenopvang dat aan het kalenderjaar is toe te rekenen;
  • Basisvotcgvo: het deel van de basisbedragen voor vrouwenopvang van de centrumgemeenten voor vrouwenopvang dat aan het kalenderjaar is toe te rekenen;
  • Basisvotgem: het deel van het basisbedrag voor vrouwenopvang van de gemeente dat aan het kalenderjaar is toe rekenen;
  • N: het aan het kalenderjaar op basis van het tweede lid toe te rekenen bedrag van de gemeente voor de extra veiligheidsmiddelen;
2.

Het bedrag van de gemeente voor de extra veiligheidsmiddelen bedraagt voor:

  • a. het kalenderjaar 2005, 8,17% van het aandeel van de gemeente in de extra veiligheidsmiddelen;
  • b. het kalenderjaar 2006, 25,67% van het aandeel van de gemeente in de extra veiligheidsmiddelen;
  • c. het kalenderjaar 2007, 27,33% van het aandeel van de gemeente in de extra veiligheidsmiddelen;
  • d. het kalenderjaar 2008, 21,50% van het aandeel van de gemeente in de extra veiligheidsmiddelen, en
  • e. het kalenderjaar 2009, 17,33% van het aandeel van de gemeente in de extra veiligheidsmiddelen.
3.

Het verleende voorschot voor een kalenderjaar wordt in twee termijnen betaald.

4.

Het in 2005 aan de gemeente Heerlen te verlenen voorschot wordt verhoogd met het bedrag dat de minister op grond van artikel 12, derde lid, heeft verleend.

5.

Aan Sittard-Geleen wordt vanaf 2006 ambtshalve jaarlijks een voorschot verleend van € 1.494.327,–, met in 2006 een extra bedrag voor inburgering van € 870.420,–. De te verlenen voorschotten worden in de jaren 2007, 2008 en 2009 steeds verhoogd met de bedragen die de Minister heeft verleend op grond van artikel 9, derde lid van het Besluit, alsmede op grond van artikel 12b, achtste en negende lid, artikel 12ba, derde lid, artikel 12bb, zesde en zevende lid, en artikel 12c, vijfde en zesde lid, van de Uitvoeringsregeling brede doeluitkering sociaal, integratie en veiligheid.

6.

De aan de vier gemeenten, genoemd in artikel 12a, eerste lid, te verlenen voorschotten worden verhoogd met de bedragen die de minister op grond van artikel 12a, vierde en vijfde lid, heeft verleend.

7.

De aan de in het eerste lid van artikel 12b bedoelde gemeenten te verlenen voorschotten worden verhoogd met de bedragen die de minister op grond van artikel 12b, achtste en negende lid, heeft verleend. Het procentuele aandeel voor het jaar 2006, als bedoeld in artikel 12b, tweede lid, wordt door de minister als voorschot vóór 1 oktober 2006 beschikbaar gesteld. Dit voorschot wordt verstrekt, vooruitlopend op de beschikking tot verlening, als bedoeld in artikel 12b, achtste en negende lid.

8.

De aan gemeenten te verlenen voorschotten worden steeds verhoogd op de volgende wijze:

  • a. De aan de gemeenten, bedoeld in artikel 12b, eerste lid, te verlenen voorschotten worden in de jaren 2007, 2008 en 2009 verhoogd met de bedragen, die de minister ten behoeve van het schooljaar 2007–2008 respectievelijk het schooljaar 2008–2009 op grond van artikel 12ba, derde lid, heeft toegekend;
  • b. De aan de gemeenten, bedoeld in artikel 12b, eerste lid, te verlenen voorschotten worden in de jaren 2008 en 2009 verhoogd met de bedragen, die de minister op grond van artikel 12bb, zesde en zevende lid, voor 2008 en 2009 heeft toegekend, onverminderd de verhoging bedoeld in onderdeel a;
  • c. De aan de vier gemeenten, genoemd in artikel 12bb, derde lid, te verlenen voorschotten worden in 2008 en 2009 verhoogd met de bedragen, die de minister op grond van artikel 12bb, zesde lid, voor 2008 en 2009 heeft toegekend, onverminderd de verhoging bedoeld in de onderdelen a en b.
9.

De aan de gemeenten, waaraan op grond van artikel 12c een aanvulling op de uitkering wordt verleend, te verlenen voorschotten worden in de jaren 2007 tot en met 2009 steeds verhoogd met een derde deel van het bedrag dat op grond van artikel 12c, vijfde en zesde lid, is verleend.

10.

De aan gemeenten te verlenen voorschotten ten behoeve van de impuls ‘Sociale Herovering’ worden op de volgende wijze verleend:

  • a. De aan de gemeenten, genoemd in artikel 12d, te verlenen voorschotten worden verhoogd met € 808.333,– voor het jaar 2006 en met € 1.191.667,– voor het jaar 2007;
  • b. Het aan de gemeente Leeuwarden te verlenen voorschot wordt verhoogd met € 50.000,– voor het jaar 2008, onverminderd de verhoging bedoeld in onderdeel a.
11.

De aan gemeenten te verlenen voorschotten ten behoeve van ‘Aanval op de Uitval’ worden op de volgende wijze verleend:

  • a. De aan de gemeenten, die op basis van artikel 12e, zesde lid, in aanmerking komen voor een bijdrage in het kader van het initiatief ‘Aanval op de Uitval’, te verlenen voorschotten worden verhoogd met € 100.000 per toegekend project voor het jaar 2006. Het aan Hengelo te verlenen voorschot wordt ten gevolge van artikel 12e, achtste lid, voor het jaar 2006 verhoogd met € 120.000;
  • b. Het aan de gemeente Leeuwarden te verlenen voorschot wordt verhoogd met € 150.000,– voor het jaar 2008, onverminderd de verhoging bedoeld in onderdeel a.
12.

De aan de elf gemeenten, genoemd in artikel 12f, eerste lid, te verlenen voorschotten worden in de jaren 2006, 2007, 2008 en 2009 steeds verhoogd met respectievelijk 17,69%, 17,69%, 43,08% en 21,54% van het bedrag dat de minister op grond van artikel 12f, vierde en vijfde lid, heeft verleend.

13.

De aan de centrumgemeenten voor vrouwenopvang te verlenen voorschotten worden:

  • a. voor het jaar 2008 en het jaar 2009 verhoogd met de helft van het bedrag dat de minister op grond van artikel 12g, derde lid, heeft verleend, en
  • b. voor het jaar 2008 en het jaar 2009 verhoogd met de bedragen, die de minister op grond van artikel 12ga, vierde en vijfde lid, heeft verleend, onverminderd de verhoging, bedoeld in onderdeel a.
14.

De aan de maatschappelijke centrumgemeenten te verlenen voorschotten worden op de volgende wijze verleend:

  • a. De aan de maatschappelijke centrumgemeenten te verlenen voorschotten worden voor de jaren 2007, 2008 en 2009 verhoogd met het bedrag dat de minister op grond van artikel 12h, vierde en vijfde lid, heeft verleend. Indien een maatschappelijke centrumgemeente bij de inwerkingtreding van deze regeling niet beschikt over een Plan van aanpak maatschappelijke opvang, wordt het procentuele aandeel, bedoeld in artikel 12h, tweede lid, door de minister als voorschot vóór 1 augustus 2007 respectievelijk 1 augustus 2008 beschikbaar gesteld, vooruitlopend op de beschikking tot verlening, bedoeld in artikel 12h, vierde en vijfde lid;
  • b. Het procentuele aandeel aan de maatschappelijke centrumgemeenten Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht, bedoeld in artikel 12ha, tweede lid, wordt door de minister voor de jaren 2007, 2008 en 2009 op grond van artikel 12ha, derde lid, beschikbaar gesteld, onverminderd de verhoging bedoeld in onderdeel a. Het voorschot betreft een vooruitbetaling, vooruitlopend op de beschikking tot verlening, bedoeld als voorfinanciering van een eventuele herverdeling van de verdeelsleutel maatschappelijke opvang en voor de voortgang in de uitvoering van het Plan van aanpak maatschappelijk opvang van de betrokken centrumgemeenten.

Artikel 15

1.

Het bedrag dat in 2005 ambtshalve aan voorschotten op het inburgeringsdeel wordt verleend is de uitkomst van de formule ((O/P) × Midverkl + (Q:R) × Midbesch) – ½S + (T × € 6400).

In deze formule is

  • O: het aantal verklaringen van de gemeente in 2003;
  • P: het aantal verklaringen van de G30 in 2003;
  • Midverkl: het bedrag dat voor de G30 voor de maatstaf verklaringen beschikbaar is;
  • Q: het aantal beschikkingen van de gemeente in 2003;
  • R: het aantal beschikkingen van de G30 in 2003;
  • Midbesch: het bedrag dat voor de G30 voor de maatstaf beschikkingen beschikbaar is;
  • T: het door de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie vastgestelde aantal oudkomers dat bij de verlening van de voorschotten wordt betrokken.
2.

Als de reserve, bedoeld in onderdeel S van de formule, genoemd in het eerste lid, negatief is wordt S gesteld op 0.

3.

Het bedrag dat in 2005 ambtshalve aan voorschotten op het inburgeringsdeel wordt verleend bedraagt in afwijking van het eerste lid ten minste T × € 6400.

Artikel 16

Vervallen

Artikel 17

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 juni 2005.

Artikel 18

Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling brede doeluitkering sociaal, integratie en veiligheid.

Bijlage A. behorende bij artikel 1, onderdelen d en e

In deze bijlage wordt verstaan onder gezondheidsregio: gezondheidsregio voor de Wet ziekenhuisvoorzieningen.

Centrumgemeente voor maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid Zorggebied voor maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid
Alkmaar Het deelgebied Noord-Kennemerland van de gezondheidsregio12 Alkmaar
Almelo Het deelgebied Almelo van gezondheidsregio 05 Twente
Amersfoort Het deelgebied Oost-Utrecht van de gezondheidsregio 09 Utrecht
Amsterdam Het deelgebied Amsterdam, Amstelland, Meerlanden en Diemen van gezondheidsregio 14 Amsterdam
Arnhem De deelgebieden Arnhem en Zevenaar van en gezondheidsregio 07 Arnhem
Breda Het deelgebied Breda van de gezondheidsregio 22 Breda met uitzondering van het grondgebied van de gemeenten Aalburg en Alphen-Chaam
Den Haag De gezondheidsregio 16 ’s-Gravenhage
Deventer De deelgebieden Deventer en Zutphen van de gezondheidsregio 06 Stedendriehoek
Dordrecht De gezondheidsregio 20 Dordrecht
Eindhoven Het deelgebied Eindhoven/Kempenland van de gezondheidsregio 25 Eindhoven
Emmen Het deelgebied Zuid-Oost Drenthe van de gezondheidsregio 03 Drenthe
Enschede De deelgebieden Hengelo en Enschede van de gezondheidsregio 05 Twente
Groningen De gezondheidsregio 01 Groningen
Haarlem De gezondheidsregio 13 Kennemerland
Heerlen Het deelgebied Oostelijke Mijnstreek van de gezondheidsregio 27 Zuid-Limburg
Helmond Het deelgebied Helmond van de gezondheidsregio 25 Eindhoven
’s-Hertogenbosch De deelgebieden ’s-Hertogenbosch en Ammerzoden van de gezondheidsregio 24 ’s-Hertogenbosch
Leeuwarden De gezondheidsregio 02 Friesland
Leiden De gezondheidsregio 15 Leiden
Maastricht De deelgebieden Heuvelland en Westelijke Mijnstreek van de gezondheidsregio 27 Zuid-Limburg
Nijmegen De gezondheidsregio 08 Nijmegen en het grondgebied van de gemeente Nederbetuwe
Rotterdam Het deelgebied Rotterdam van de gezondheidsregio 19 Rijnmond
Tilburg De gezondheidsregio 23 Tilburg
Utrecht Het deelgebied Midden-West-Utrecht van de gezondheidsregio 09 Utrecht
Venlo De gezondheidsregio 26 Noord-Limburg
Zaanstad Het deelgebied Zaanstreek van de gezondheidsregio 14 Amsterdam
Zwolle De gezondheidsregio 04 Zwolle

Bijlage A. behorende bij artikel 1, onderdelen d en e

In deze bijlage wordt verstaan onder gezondheidsregio: gezondheidsregio voor de Wet ziekenhuisvoorzieningen.

Centrumgemeente voor maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid Zorggebied voor maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid
Alkmaar Het deelgebied Noord-Kennemerland van de gezondheidsregio12 Alkmaar
Almelo Het deelgebied Almelo van gezondheidsregio 05 Twente
Amersfoort Het deelgebied Oost-Utrecht van de gezondheidsregio 09 Utrecht
Amsterdam Het deelgebied Amsterdam, Amstelland, Meerlanden en Diemen van gezondheidsregio 14 Amsterdam
Arnhem De deelgebieden Arnhem en Zevenaar van en gezondheidsregio 07 Arnhem
Breda Het deelgebied Breda van de gezondheidsregio 22 Breda met uitzondering van het grondgebied van de gemeenten Aalburg en Alphen-Chaam
Den Haag De gezondheidsregio 16 ’s-Gravenhage
Deventer De deelgebieden Deventer en Zutphen van de gezondheidsregio 06 Stedendriehoek
Dordrecht De gezondheidsregio 20 Dordrecht
Eindhoven Het deelgebied Eindhoven/Kempenland van de gezondheidsregio 25 Eindhoven
Emmen Het deelgebied Zuid-Oost Drenthe van de gezondheidsregio 03 Drenthe
Enschede De deelgebieden Hengelo en Enschede van de gezondheidsregio 05 Twente
Groningen De gezondheidsregio 01 Groningen
Haarlem De gezondheidsregio 13 Kennemerland
Heerlen Het deelgebied Oostelijke Mijnstreek van de gezondheidsregio 27 Zuid-Limburg
Helmond Het deelgebied Helmond van de gezondheidsregio 25 Eindhoven
’s-Hertogenbosch De deelgebieden ’s-Hertogenbosch en Ammerzoden van de gezondheidsregio 24 ’s-Hertogenbosch
Leeuwarden De gezondheidsregio 02 Friesland
Leiden De gezondheidsregio 15 Leiden
Maastricht De deelgebieden Heuvelland en Westelijke Mijnstreek van de gezondheidsregio 27 Zuid-Limburg
Nijmegen De gezondheidsregio 08 Nijmegen en het grondgebied van de gemeente Nederbetuwe
Rotterdam Het deelgebied Rotterdam van de gezondheidsregio 19 Rijnmond
Tilburg De gezondheidsregio 23 Tilburg
Utrecht Het deelgebied Midden-West-Utrecht van de gezondheidsregio 09 Utrecht
Venlo De gezondheidsregio 26 Noord-Limburg
Zaanstad Het deelgebied Zaanstreek van de gezondheidsregio 14 Amsterdam
Zwolle De gezondheidsregio 04 Zwolle

Bijlage B. behorende bij artikel 1, onderdeel f

In deze bijlage wordt verstaan onder gezondheidsregio: gezondheidsregio voor de Wet ziekenhuisvoorzieningen

Centrumgemeente voor vrouwenopvang Zorggebied voor vrouwenopvang
Alkmaar De deelgebieden Noord-Kennemerland en West-Friesland van de gezondheidsregio 12 Alkmaar
Amersfoort Het deelgebied Oost-Utrecht van de gezondheidsregio 09 Utrecht
Amsterdam Het deelgebieden Amsterdam, Amstelland, Meerlanden en Diemen van de gezondheidsregio 14 Amsterdam
Arnhem De deelgebieden Arnhem, Zevenaar, Doetinchem en Winterwijk van de gezondheidsregio 07 Arnhem
Breda De gezondheidsregio 22 Breda
Den Haag De gezondheidsregio 16 ’s-Gravenhage
Dordrecht De gezondheidsregio 20 Dordrecht
Eindhoven Het deelgebied Eindhoven/Kempenland van de gezondheidsregio 25 Eindhoven
Emmen De gezondheidsregio 03 Drenthe
Enschede De gezondheidsregio 05 Twente
Groningen De gezondheidsregio 01 Groningen
Haarlem De gezondheidsregio 13 Kennemerland
Heerlen Het deelgebied Oostelijke Mijnstreek van de gezondheidsregio 27 Zuid-Limburg
Helmond Het deelgebied Helmond van de gezondheidsregio 25 Eindhoven
’s-Hertogenbosch De gezondheidsregio 24 ’s-Hertogenbosch
Leeuwarden De gezondheidsregio 02 Friesland
Leiden De gezondheidsregio 15 Leiden
Maastricht De deelgebieden Heuvelland en Westelijke Mijnstreek van de gezondheidsregio 27 Zuid-Limburg
Nijmegen De gezondheidsregio 08 Nijmegen
Rotterdam Het deelgebied Rotterdam van gezondheidsregio 19 Rijnmond
Tilburg De gezondheidsregio 23 Tilburg
Utrecht Het deelgebied Midden-West-Utrecht van de gezondheidsregio 09 Utrecht
Venlo De gezondheidsregio 26 Noord-Limburg
Zaanstad De deelgebieden Waterland en Zaanstreek van de gezondheidsregio 14 Amsterdam
Zwolle De gezondheidsregio 04 Zwolle

Bijlage C. behorende bij artikel 16, eerste lid

Format verantwoording Prestaties

OUTPUT Outputindicatoren OUTPUT Stedelijke ambitie MOP OUTPUT Stedelijke realisatie
a het aantal peuters en kleuters dat deelneemt aan voor- en vroegschoolse programma’s
b het aantal ingerichte schakelklassen
c het aantal voortijdige schoolverlaters onder de drieëntwintig jaar dat is herplaatst en alsnog een startkwalificatie behaalt van tenminste het niveau van de basisberoepsopleiding, bedoeld in artikel 7.2.2., eerste lid, onder b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs
d het aantal deelnemers aan trajecten: Voortgezet Algemeen Volwassenenonderwijs (VAVO);
e het aantal deelnemers aan trajecten: Breed Maatschappelijk Functioneren/Toeleiding vervolgonderwijs
f het aantal deelnemers aan trajecten: Sociale Redzaamheid (met onderscheid tussen NT2-onderwijs en Alfabetisering van autochtone Nederlanders
g het aantal deelnemers aan trajecten Staatsexamen NT2 opleidingen
h de gemiddelde verblijfsduur in de maatschappelijke opvang
i het aantal plaatsen in de vrouwenopvang
j het aantal behandelingen op het gebied van de verslavingszorg dat per jaar wordt afgesloten
k een door de gemeente te bepalen doelstelling op het gebied van maatschappelijke opvang, de verslavingszorg of van vrouwenopvang anders dan bedoeld onder h tot en met j
l het aantal van de personen van nul tot negentien jaar met overgewicht die via de Jeugdgezondheidszorg worden opgespoord en voor wie gezondheidsinterventies worden ingezet
m een door de gemeente te bepalen doelstelling op het gebied van de bestrijding van gezondheidsachterstanden anders dan bedoeld onder l
n het procentuele deel van de jeugdige en volwassen veelplegers waarvoor door de gemeente nazorg of resocialisatietrajecten worden aangeboden;
o het procentuele deel van de jeugdige en volwassen veelplegers waarvoor door de gemeente nazorg of resocialisatie-trajecten worden afgerond
p het procentuele deel van de personen die overlast geven op straat dat in maatschappelijke opvang kan worden geplaatst, die in crisissituaties vierentwintig uur per dag beschikbaar is
q de aanwezigheid van een convenant of van een ander arrangement tussen alle partijen betrokken bij huiselijk geweld
r de aanwezigheid van een advies- en steunpunt huiselijk geweld voor 1 januari 2009
s het aantal eerste meldingen van huiselijk geweld en het aantal meldingen van herhaling van huiselijk geweld
t het verminderen van criminaliteit in risicogebieden en in de woonomgeving, uitgedrukt in een door de gemeente te bepalen indicator
u een door de gemeente te bepalen doelstelling op het gebied van veiligheid anders dan bedoeld onder n tot en met t

Voor iedere indicator waar eventueel het resultaat niet (volledig) is gerealiseerd, geeft de stad conform artikel 24, derde lid, van het besluit brede doeluitkering sociaal, veiligheid en integratie aan:

Omschrijving Indicator: Kwantitatieve vergelijking van in het prestatieconvenant vastgelegde resultaat met het bereikte resultaat:
Toelichting waarom resultaat niet volledig is bereikt: Toelichting waarom resultaat niet volledig is bereikt:
Door de stad verrichte inspanningen om het niet bereiken van het in het prestatieconvenant vastgelegde resultaat zoveel mogelijk te voorkomen: Door de stad verrichte inspanningen om het niet bereiken van het in het prestatieconvenant vastgelegde resultaat zoveel mogelijk te voorkomen:

Het hier volgende deel van het format verantwoording prestaties GSB/BDU SIV is alleen van toepassing indien uit voorgaande blijkt dat de stad een of meer resultaten niet (geheel) heeft bereikt én de stad in dat geval op basis van artikel 27, vijfde lid, van het Besluit brede doeluitkering sociaal, veiligheid en integratie kiest voor verrekening per indicator op basis van feitelijke bestedingen van de rijksbijdrage.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)