Vaststellingsbesluit selectielijsten neerslag handelingen beleidsterreinen Energiebeleid en Energiedelfstoffen vanaf 1945 (Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties)
Gelet op artikel 5, tweede lid, onder b, van de Archiefwet 1995;
De Raad voor Cultuur gehoord (advies van de Raad voor Cultuur van 11 april 2005, nr. arc-2005.02052/3 en arc-2005.0205/4);
Besluiten:
Artikel 1
De bij dit besluit gevoegde ‘selectielijsten voor de neerslag van de handelingen van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de onder hem ressorterende actoren op de beleidsterreinen Energiebeleid en Energie Delfstoffen over de periode vanaf 1945’ en de daarbij behorende toelichting worden vastgesteld.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
Bijlage
Basisselectiedocument energiedelfstoffen vanaf 1944
Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Minister van Defensie
Minister van Economische Zaken
Minister van Financiën
Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Minister van Verkeer en Waterstaat
Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
Minister van Volksgezondheid, Sport en Welzijn
Ministerie van Economische Zaken
Nationaal Archief
1. Lijst van afkortingen
OECD: Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling
A&R: Aanwijzingen en richtlijnen SodM
AER: Algemene Energie Raad
Amvb: Algemene maatregel van bestuur
ARBO: Arbeidsomstandigheden (Wet)
AW: Archiefwet
AWB: Algemene Wet bestuursrecht
AZ: Algemene Zaken (Minister/Ministerie van)
BEB: Buitenlandse Economische Betrekkingen (Directoraat-Generaal voor de –)
BIG: Buisleiding Industrie Gilde
BiZa: Binnenlandse Zaken (Minister/Ministerie van)
BSD: Basis-Selectiedocument
BSEG: Bureau voor de Statistiek van de Europese Gemeenschappen
BSK: Besluit straling kernenergie
BuZA: Buitenlandse Zaken (Minister/Ministerie van)
CBB: College van Beroep voor het Bedrijfsleven
CdK: Commissaris der Koningin
CECC: Civil Emergency Coordination Cell
CEIA: Coördinatiecommissie voor Europese Integratie- en Associatieproblemen (BuiZA)
CERM: Coordinated emergency response measures
CERT: Committee on Energy Research and Technology
CEW: Commissie Elektriciteitswerken
CHARM: Chemical Hazard Assessment and Risk Management (Projectgroep)
CIM: Coördinatiecommissie voor Internationale Milieuvraagstukken
CMPC: Commissariaat Militaire Productie en Crisisbeheersing
CoCo: Coördinatiecommissie (= CEIA)
COCONUT: Commissie Concentratie Nutsbedrijven
Coreper: Comité des Représentants Permanents (EG)
COVA: (Stichting) Centraal Orgaan Voorraadvorming Aardolieproducten
CP: Continentaal Plat
CRM: Ministerie van Cultuur Recreatie en Maatschappelijk werk
DEA: Danish Energy Angency DK
DEF: Defensie (Ministerie van)
DG: Directoraat-Generaal
DGE: Directoraat-Generaal Energie(voorziening) (EZ)
DGI: Directoraat-Generaal voor de Industrie (EZ)
DGM: Directoraat-Generaal Milieubeheer (VROM)
DGRWS: Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat (V&W)
DGSM: Directoraat-Generaal Scheepvaart en Maritieme Zaken (V&W), per 1 mei 1997 DG Goederenvervoer
DGV-TNO: Dienst Grondwaterverkenning TNO
DP: Directie Prijzen
DPC: Defensie Planning Comité (van de NAVO)
DSM: Dutch State Mines (= NV Nederlandse Staatsmijnen)
EB: Algemeen Energiebeleid (directie DGE)
ECE: Economische Commissie voor Europa
ECG: Energy Coordinating Group
ECOSOC: Economisch en Sociaal Comité (EG)
EEG: Europese Economische Gemeenschap
EG: Europese Gemeenschappen
EGKS: Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal
EnergieNed: Vereniging van energiedistributiebedrijven in Nederland
EOG: Energie/Olie en Gas (directie DGE)
E-plan: Elektriciteitsplan
EPON: NV Elektriciteits-Productiemaatschappij Oost- en Noord-Nederland
EPZ: NV Elektriciteits-Productiemaatschappij Zuid-Nederland
ES: Economische Structuur (Directoraat-Generaal voor –)
EU: Europese Unie
EZ: Economische Zaken (Ministerie/Minister van –)
EZH: NV Electriciteitsbedrijf Zuid-Holland
FES: Fonds Economische Structuurversterking
FEZ: Financieel-economische Zaken
GATT: General Agreement on Tariffs and Trade
GS: Gedeputeerde Staten
GSL: Gezamenlijke Steenkolenmijnen in Limburg
HA: Hoge Autoriteit
HdEK: Handelingen der Eerste Kamer
HdTK: Handelingen der Tweede Kamer
HID: Hoofdingenieur-directeur
HSE: (Health & Safety Exzecutive UK),
I&D: Industrie en Diensten (Directoraat-Generaal voor –)
IADC: International Association of Dredging Companies
ICA: Interdepartementale Commissie Aardolieproblematiek
ICCE: Interdepartementale Contact Commissie voor de EGKS
ICES: Interdepartementale Commissie voor het Economisch Structuurbeleid
ICOVA: (Stichting) Interim Centraal Orgaan Voorraadvorming Aardolieproducten
IEA: International Energy Agency
IEM-richtlijn: EG-richtlijn Interne Energiemarkt.
IEP: Internationaal Energieprogramma (Overeenkomst –)
IGCP: International Geological Correlation Programme
IGM: Inspecteur-generaal der Mijnen
IGU: International Geographical Union
INQUA: International Union for Quaternary Research
IPO: Interprovinciaal Overleg
IRO: Industriële Raad voor de Oceanologie
ISAG: Industriële Adviesgroep Voorziening
IUGS: International Union of Geological Sciences
iwtr: In werkingtreding (van een regeling)
IZ: Interne Zaken (centrale directie EZ)
KB: Koninklijk besluit
kb: ‘Klein’ koninklijk besluit
KEW: Kernenergiewet
KIvI: Koninklijk Instituut van Ingenieurs
L&V: Landbouw en Visserij (Minister/Ministerie van)
LCCM: Landelijke Coördinatie Commissie Milieuhandhaving
LNV: Landbouw, Natuurbehoud en Visserij (Minister/Ministerie van –)
LOBA: Landes Ober Bergamt/Clausthal Duitsland
LPG: Liquified petroleum gas
LSEO: Landelijke Stuurgroep Energie-onderzoek
m.e.r.: Milieu-effectrapportage
MER: Milieu-effectrapport
MEZ: Minister van Economische Zaken
MIR: Mijnindustrieraad
MJA: Meerjarenafspraak inzake energiegebruik bij een energie-convenant.
MOR: Meeropbrengstenregeling
MoU: Memorandum of Understanding
MR: Mijnreglement
mr: Ministeriële regeling
MR39: Mijnreglement 1939
MR64: Mijnreglement 1964
MRCP: Mijnreglement Continentaal Plat
MvT: Memorie van toelichting
NA: Nationaal Archief
NAM: Nederlandse Aardolie Maatschappij
NAR: Noordatlantische Raad
NARB: Nederlandse Associatie van Reders van Bijstandsboten
NATO: North Atlantic Treaty Organisation
NAVO: Noord-Atlantische Verdragsorganisatie
NCWA’s: NATO Civil Wartime Agencies
NEA: Nucleair Energie Agentschap
NEI: Nederlands Economisch Instituut
NEOM: Nederlandse Energie Ontwikkelings Maatschappij BV
NER: Nederlandse Emissierichtlijn
NGO’s: Non-gouvernementele organisaties
NITG: Nederlands Instituut voor Toegepaste Geowetenschappen TNO
NKD: Nieuwe Koers documenten
NMP: Nationaal Milieubeleidsplan
NOH: Nationaal Onderzoeksplan Hergebruik Afval
NOK: Nationaal Onderzoeksplan Kolen
NOP: Nationaal Onderzoeksplan
NOVEM: Nederlandse Ontwikkelingsmaatschappij voor Energie en Milieu
NOVOK: Nederlandse Organisatie van Olie- en Kolenhandelaren
NOZ: Nationaal Onderzoeksplan Zonne-energie
NPD: Norwegian Petroleum Directorate Norge
NRCP: Nadere regelen Continentaal Plat
NRMR: Nadere regelen Mijnreglement 1964
NVGA: Nederlandse Vereniging voor Groothandel in Aardolieproducten
NvT: Nota van toelichting
NWOO: NATO Wartime Oil Organisation
NZMC: Noordzee-ministersconferentie
O&W: Onderwijs en Wetenschappen
o.g.v.: Op grond van
O.N.: Oranje Nassau (Mijnen)
OC&W: Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen
OCC: Oliecontactcommissie
OECE/OEEC: Organisatie voor Europese Economische Samenwerking
OEES: Organisatie voor Europese Economische Samenwerking
OESO: Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling
OPEC: Organization of Petroleum Exporting Countries
OR: Ondernemingsraad
OVS: Overeenkomst van Samenwerking (onderdeel van een milieuconvenant)
PARCOM: Parijse Commissie (verdragsorgaan)
PbEG: Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen
Pbo: Publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie
PEG: Petroleum Experts Group
PG: Projectgroep
PICO: Projectgroep Interim Centraal Orgaan
PIVOT: Project Invoering Verkorting Overbrengingstermijn
PIVOT: Project Invoering Verkorting Overbrengingstermijn (RAD)
PKB: Planologische kernbeslissing
PKHN: Permanente Kontaktgroep Handhavingsdiensten Noordzee
PKON: Permanente Kontaktgroep Opsporingsdiensten Noordzee
plv.: Plaatsvervangend
POR: Prijzen, Ordening en Regionaal Beleid (Directoraat-Generaal voor –)
PPC: Planningscomité voor de Petroleumproducten
PPD: Provinciale Planologische Dienst
PV: Permanente Vertegenwoordiger
pv: Proces-verbaal
RAD: Rijksarchiefdienst
RARO: Raad van Advies voor de Ruimtelijke Ordening (VROM)
RBM: Regio’s, Bedrijfsomgeving en Milieu (directie ES)
REA: Raad voor Economische Aangelegenheden (van de Ministerraad)
RGD: Rijks Geologische Dienst (EZ)
RIO: Rapport Institutioneel Onderzoek
RIVM: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne
RKB: Rijkskolenbureau
RPC: Rijks Planologische Commissie
RPD: Rijks Planologische Dienst (VROM)
Rvc: Raad van commissarissen
RvT: Raad van Toezicht
RWS: Rijkswaterstaat (V&W)
SAG: Samenwerkende Aardkundige Gegevensverstrekkende Instituten
SBUI: Structuurschema Buisleidingen
SEQ: Standing Group on Emergy Questions
SER: Sociaal-Economische Raad
SG: Secretaris-generaal
SHCMOEI: Safety and Health Committee for Mining and other Extracting Industries
SHV: Steenkolen-Handelsvereniging
SIC: Sanering Interdepartementale Commissies
SLT: Standing Group on Long-term Cooperation
SodM: Staatstoezicht op de Mijnen (EZ)
SOM: Standing Group on the Oil Market
SoZa: Sociale Zaken (Ministerie/Minister van –)
SoZaVo: Sociale Zaken en Volksgezondheid (Ministerie/Minister van –)
SoZaWe: Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Ministerie/Minister van –)
Stas: Staatssecretaris
Stb.: Staatsblad
Stcrt.: Staatscourant
Stiboka: Stichting voor Bodemkartering
THD: Technische Hogeschool Delft
TNO: Nederlandse Organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek
TNO-GG: TNO-Instituut voor Grondwater en Geo-Energie (TNO-GG)
Trb.: Traktatenblad
TUD: Technische Universiteit Delft
TWG: Technical Working Group (PARCOM)
UAR: Uniform aanbestedingsreglement
UAV: Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken
UNCTAD: United Nations Conference for Trade Development
UTP: Unit Transport by Pipe
V&W: Verkeer en Waterstaat (Minister/Ministerie van)
VBB: Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie (SER)
VDEN: Vereniging van Directeuren van Elektriciteitsbedrijven in Nederland
VEEN: Vereniging van Exploitanten van Elektriciteitsbedrijven in Nederland
VELIN: Vereniging van Leidingeigenaren in Nederland
VGM: Veiligheid, gezondheid en milieu
VINEX: Vierde Nota over de ruimtelijke ordening extra
VN: Verenigde Naties
VNA: Vereniging van de Nederlandse Aardolie-industrie
VNG: Vereniging van Nederlandse Gemeenten
VOMIL: Volksgezondheid en Milieuhygiëne (Minister/Ministerie van)
VRO: Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (Minister/Ministerie van)
VROM: Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (Minister/Ministerie van)
WABM: Wet algemene bepalingen milieuhygiëne
WJA: Wetgeving en andere Juridische Aangelegenheden (stafdirectie van EZ)
WMB: Wet milieubeheer
WRO: Wet op de ruimtelijke ordening
WRR: Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (AZ)
WVA: Wet voorraadvorming aardolieproducten
WVC: Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur (Minister/Ministerie van)
WVC: Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur
WVS: Welzijn, Volksgezondheid en Sport (Minister/Ministerie van)
Actor: Overheidsorgaan of particuliere organisatie/persoon die een rol speelt op het beleidsterrein.
Handeling: Complex van activiteiten, gericht op het tot stand brengen van een product, dat een actor verricht ter vervulling van een taak of op grond van een bevoegdheid.
B: De selectiebeslissing ‘(blijvend) te bewaren’ ten aanzien van de archiefbescheiden die de neerslag vormen van de gewaardeerde handeling.
V: De selectiebeslissing ‘(op termijn) te vernietigen’ ten aanzien de archiefbescheiden die de neerslag vormen van de gewaardeerde handeling.
2. Verantwoording
Wettelijk kader voor de selectie van overheidsarchieven
Ingevolge artikel 3 van de Archiefwet 1995 (Stb. 275) dient de overheid haar archiefbescheiden in goede, geordende en toegankelijke staat te brengen en te bewaren. Onder archiefbescheiden worden niet slechts papieren documenten te verstaan, maar álle bescheiden – ongeacht hun vorm – die door een overheidsorgaan zijn ontvangen of opgemaakt en naar hun aard bestemd zijn daaronder te berusten. Ook digitaal vastgelegde informatie valt dus onder de werking van de archiefwetgeving.
Het in goede en geordende staat bewaren van archiefbescheiden houdt onder meer in dat een overheidsarchief op gezette tijden wordt geschoond. In dat verband kent de Archiefwet 1995 zowel een vernietigingsplicht (art. 3) als een overbrengingsplicht (art. 12). Beide plichten rusten op degene die de bestuurlijke verantwoordelijkheid draag voor het beheer van het desbetreffende archief: de zorgdrager.
De verplichting tot overbrenging bepaalt dat de zorgdrager zijn archiefbescheiden die niet voor vernietiging in aanmerking komen en ouder zijn dan twintig jaar ter blijvende bewaring overbrengt naar een archiefbewaarplaats. Wat de archiefbescheiden van de ministeries en de Hoge Colleges van Staat betreft, is de aangewezen archiefbewaarplaats het Nationaal Archief (NA) in Den Haag.
In verband met de selectie van hun archiefbescheiden zijn zorgdragers verplicht hiertoe selectielijsten op te stellen. In een selectielijst dient te worden aangegeven welke archiefbescheiden voor vernietiging, dan wel voor blijvende bewaring in aanmerking komen. Voorts dient een selectielijst de termijnen aan te geven waarna de te vernietigen bestanddelen dienen te worden vernietigd.
Een selectielijst is naar haar aard een duurzaam instrument. Het ligt in de rede dat een organisatie een vastgestelde lijst niet eenmalig toepast maar (zonodig in geactualiseerde vorm) blijft hanteren om de periodieke aanwas van archiefmateriaal te selecteren. Een selectielijst vormt zo een belangrijk onderdeel van het instrumentarium voor het beheer van de documentaire informatievoorziening in een overheidsorganisatie.
Bij het ontwerpen van een selectielijst dient krachtens art. 2, lid 1, van het Archiefbesluit 1995 (Stb. 1995, 671) rekening gehouden te worden met:
de taak van het desbetreffende overheidsorgaan;
de verhouding van dit overheidsorgaan tot andere overheidsorganen;
de waarde van de archiefbescheiden als bestanddeel van het cultureel erfgoed;
het belang van de in de bescheiden voorkomende gegevens voor overheidsorganen,
recht- of bewijszoekenden en historisch onderzoek.
Voorts moeten ingevolge art. 3 van het Archiefbesluit 1995 bij het ontwerpen van een selectielijst ten minste betrokken zijn een deskundige op het gebied van de organisatie en taken van het desbetreffende overheidsorgaan, een deskundige ten aanzien van het beheer van de archiefbescheiden van dat orgaan en (een vertegenwoordiger van) de Algemeen Rijksarchivaris.
Wat betreft de geldigheidsduur van het BSD als selectielijst wordt uitgegaan van de wettelijke periode van twintig jaar vanaf de vaststelling. Dit laat uiteraard onverlet dat de selectielijst (of een bepaald onderdeel daarvan) binnen deze termijn zal komen te vervallen, indien dit mocht worden bepaald bij de vaststelling (via de aangewezen archiefwettelijke weg) van een nieuwe dan wel herziene selectielijst.
Het basisselectiedocument
Een basisselectiedocument (BSD) is een bijzondere vorm van een selectielijst. In de regel heeft een BSD niet zozeer betrekking op (alle) archiefbescheiden van een enkele organisatie, als wel op het geheel van de bescheiden die de administratieve neerslag vormen van het overheidshandelen op een bepaald beleidsterrein. Het BSD geldt dus voor de archiefbescheiden van verschillende overheidsorganen (veelal ook diverse zorgdragers), en wel voorzover de desbetreffende actoren op het terrein in kwestie werkzaam zijn (geweest). Dit betekent dat er geen handelingen van particuliere actoren worden opgenomen.
Een BSD wordt opgesteld op basis van institutioneel onderzoek. In het Rapport Institutioneel Onderzoek (RIO) wordt het betreffende beleidsterrein beschreven, evenals de taken en bevoegdheden van de betrokken organen. De handelingen van de overheid op het beleidsterrein staan in het RIO in hun functionele context geplaatst. In het BSD zijn de handelingen overgenomen, alleen nu geordend naar de actor. Bovendien is bij elke handeling aangegeven of de administratieve neerslag hiervan bewaarde dan wel vernietigd moet worden.
Het niveau waarop geselecteerd wordt is dus niet dat van de stukken zelf, maar dat van de handelingen waarvan die archiefbescheiden de administratieve neerslag vormen. Een BSD is derhalve geen opsomming (categorieën) stukken, maar een lijst van handelingen van overheidsactoren, waarbij elke handeling is voor zien van een waardering en indien van toepassing een vernietigingstermijn.
Door de beleidsterreingerichte benadering komen verschillende aspecten betreffende het beheer van de eigen organisatie van de zorgdrager (personeelsbeleid, financieel beleid, enz.) niet aan bod. Voor het selecteren van de administratieve neerslag die betrekking heeft op de instandhouding en ontwikkeling van de eigen organisaties van overheidsorganen dienen een aantal zogeheten ‘horizontale’ BSD’s. Deze horizontale BSD’s zijn van toepassing op alle organisaties van de rijksoverheid.
Het opgestelde ontwerp-BSD wordt voorgelegd aan de Raad van Cultuur en op verschillende plaatsen ter inzage gelegd. Na eventuele wijziging van het ontwerp-BSD kan worden overgegaan tot de vaststelling. Het BSD wordt vastgesteld in een gezamenlijk besluit van de minister belast met het cultuurbeleid (tegenwoordig de Minister van OC&W) en de betrokken zorgdrager(s).
Het BSD Energiedelfstoffen
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.