Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Volwasseneneducatie en beroepsonderwijs over de periode 1945-2004

Type Archiefselectielijst
Publication 2005-08-17
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 5, tweede lid, onder b, van de Archiefwet 1995;

De Raad voor Cultuur gehoord (advies van de Raad voor Cultuur van 20 juli 2005, nr. arc-2005.02405/4);

Besluit:

Artikel 1

De bij dit besluit gevoegde ‘selectielijst voor de neerslag van handelingen van de Kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven op het beleidsterrein Volwasseneneducatie en beroepsonderwijs over de periode 1945–2004’ en de daarbij behorende toelichting worden vastgesteld.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Basisselectiedocument

Selectielijst voor de handelingen van de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven op het beleidsterrein van (volwassenen)educatie en beroepsonderwijs 1945–2004

Opgesteld in opdracht van COLO door:

mw. K. Ravenschlag-de Graaff en drs. R. Groeneweg

Digital display BV

1. Inleiding

Het PIVOT-rapport: ‘De draden van de WEB, een institutioneel onderzoek naar het handelen van de rijksoverheid op het beleidsterrein beroepsonderwijs en volwasseneneducatie in de periode 1945–1995/1996–’, vormt de basis voor dit Basisselectiedocument (hiermee te noemen: BSD).

In dit BSD wordende handelingen gewaardeerd, zodat de selectie van archiefbescheiden uitgevoerd kan worden. Onder archiefbescheiden worden zowel de papieren als digitale bescheiden verstaan.

Tevens kan dit BSD dienen als leidraad bij de inrichting of herinrichting van de documentaire informatievoorziening.

Het BSD is als volgt samengesteld:

Voor dit BSD is beperkt aanvullende onderzoek gepleegd. Het PIVOT-rapport ‘De Draden van de WEB’ beslaat de periode tot 1996. Voor de periode 1996–2004 is aanvullende onderzoek verricht. De hiervoor gehanteerde bronnen en wetgeving, zijn als bijlage I toegevoegd aan deze selectielijst.

2. Lijst van afkortingen

Colo = Vereniging kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven

PIVOT = Project Invoering Verkorting Overbrengingstermijn

V = Vernietigen

B = Bewaren

WEB = Wet educatie en beroepsonderwijs

U-WEB = Uitvoeringsbesluit WEB

BSD = Basisselectiedocument

Kenniscentrum = Kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven

3. Beschrijving beleidsterreinen en actoren

De Minister van OCW is verantwoordelijk voor de ontwikkeling en uitvoering van het beleid op het gebied van beroepsonderwijs en volwasseneducatie. Tot 1996 waren op dat gebied allerlei wetten en regelingen van toepassing:

Met de invoering van de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) op 1 januari 1996 hebben de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven (kenniscentra) nog maar met één wet te maken (op dit beleidsterrein althans). De meest voor de hand liggende naam voor het beleidsterrein vanaf 1996 is dan ook educatie en beroepsonderwijs. Het voorvoegsel ‘volwassenen-’ is vervallen aangezien niet álle vormen van volwasseneneducatie in de WEB zijn bijeengebracht.1De draden van de WEB, p.3.

In deze paragraaf wordt ingegaan op de actor waarvan het handelen in dit BSD gewaardeerd wordt. Voor andere actoren wordt verwezen naar § 3.3.

Actoren op de deelterreinen Volwasseneneducatie/Erkende onderwijsinstellingen/Vormingswerk voor jeugdigen/Leerlingwezen en Cursorisch Beroepsonderwijs 1945–1995/1996–

Er is een aantal landelijke organen die elk één of meer bedrijfstakken als werkterrein hebben. Een landelijk orgaan stelt de programma’s op voor de praktijkcomponent van het leerlingwezen en bewaakt de samenhang tussen praktijk- en schoolcomponent, adviseert over de eindtermen, examineert en begeleidt leerlingen op de arbeidsplaats. De landelijke organen verlenen tussenkomst bij het afsluiten van leerovereenkomsten en zien toe op de naleving daarvan. Zij worden gefinancierd door de overheid. Het bestuur is samengesteld uit vertegenwoordigers van werkgevers, werknemers- en onderwijsorganisaties.

In het kader van de WCBO zijn de landelijke organen en de bedrijfstakgewijze overlegorganen onderwijs-bedrijfsleven (boob) sinds 1993 geïntegreerd in de landelijke organen beroepsonderwijs. De nieuw gevormde lob’s zijn onder meer belast met de taak één kwalificatiestructuur voor het gehele secundaire beroepsonderwijs tot stand te brengen. De landelijke organen worden structureel gefinancierd door de overheid; het merendeel door OCW, een enkele door LNV. Aanvullende financiering kan plaats vinden door de betreffende bedrijfstak.

De landelijke organen heten sinds september 2002 kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven (of kortweg kenniscentra). Er zijn inmiddels 19 kenniscentra, die per bedrijfstak georganiseerd zijn. Met de invoering van de WEB hebben de kenniscentra andere taken gekregen, waarbij het belangrijkste doel van de kenniscentra is ervoor te zorgen dat er voldoende nieuw en gekwalificeerd talent instroomt in de bedrijfstak waarvoor zij werken.

De kenniscentra hebben de volgende taken op grond van de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB):

De andere actoren, waarvan de Minister van OCW de belangrijkste is, stellen zelf een selectielijst op of hebben dat reeds gedaan.

Actoren op de deelterreinen Volwasseneneducatie/Erkende onderwijsinstellingen/Vormingswerk voor jeugdigen/Leerlingwezen en Cursorisch Beroepsonderwijs 1945–1995

de Minister van Onderwijs en Wetenschappen/Inspectie

de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij/Inspectie

de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

de Minister van Economische Zaken

Centraal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening (CBA)

Centrale Jeugdraad

Harmonisatieraad Welzijnsbeleid

Onderwijsraad

Provinciale Staten/Gedeputeerde Staten

Raad voor de Jeugdvorming

Raad voor Studie- en Beroepskeuze

Raad voor de volwasseneneducatie (RVE)

Regionaal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening (RBA)

Regionaal orgaan leerlingwezen

Rijksinspectie Jeugdzaken en Volksontwikkelingswerk

Staatstoezicht op de volksgezondheid

Adviescentrum Opleidingsvraagstukken (A&O)

Bedrijfstakgewijs overleg onderwijs-bedrijfsleven (BOOB)

Bond van instellingen voor schriftelijk onderwijs (BISON)

BVE-Kamer

Centraal orgaan beroepsbegeleidend onderwijs (COBO)

Centraal Orgaan voor de Landelijke Opleidingsorganen van het bedrijfsleven (COLO)

Centraal Orgaan Regionale Organen (CORO)

Contactcentra onderwijsarbeid (COA)

Georganiseerd Schoolwezen Beroepsonderwijs (GSB)

Landelijk Landelijke ondersteuningsinstellingen volwasseneneducatie

Landelijke organisaties van het vormingswerk

Landelijke Organisatie Christelijk Vormingswerk (LOCV)

Landelijke Organisatie Vormingswerk voor Werkende Jongeren (LOVWJ)

Landelijk overleg cursorisch ondernemersonderwijs

Landelijke Stichting Katholieke Levensscholen (LSKL)

Nationaal Centrum Vorming Bedrijfsjeugd (NCVB)

Nationale Stichting voor Mater Amabilis Scholen (NSMAS)

Pedagogisch Centrum Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (PCBB)

Procescoördinatie-BVE I (1991–1994) en II (1994–1996)

Regionale dienstencentra (RDC)

Vereniging beroepsonderwijs en volwasseneneducatie (VBVE)

Vereniging voor buitenschools mondeling onderwijs (VBMO)

Actoren Educatie en Beroepsonderwijs 1996–

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen/Inspectie en, voor zover het betreft het beroepsonderwijs op het gebied van de landbouw en de natuurlijke omgeving, de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij/Inspectie

AB-kamer (Agrarisch beroepsonderwijs)

Adviescommissie onderwijs-arbeidsmarkt (ACOA)

Centraal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening (CBA)

Centrum voor Innovatie Beroepsonderwijs-Bedrijfsleven (CIBB)

Centrum voor Innovatie van Opleidingen (CINOP)

Colo: vereniging kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven

EB-kamer/BVE-kamer (educatie en beroepsonderwijs)

Onderwijsraad

Participatiefonds wachtgelden

Regionaal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening (RBA)

Senter

Voor een beschrijving van bovengenoemde actoren, wordt verwezen naar het PIVOT-rapport ‘De draden van de WEB’ hoofdstuk 7 en 8.

Het beleidsterrein wordt in het RIO opgedeeld in:

Het beleidsterrein van de kenniscentra ligt op het vlak van het secundair beroepsonderwijs.

De overheid heeft als taak zorg te dragen voor het openbaar onderwijs, de vrijheid van onderwijs, de structurering, de bekostiging, het toezicht, het examineren en de studiefinanciering.

De overheid bevordert ook de vernieuwing van het onderwijs. De Minister van OCW, de belangrijkste zorgdrager op de onderwijsbeleidsterreinen, is verder belast met het wetenschapsbeleid en het toezicht op het onderwijs.

De kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven ontwikkelen en onderhouden kwalificaties voor het secundaire beroepsonderwijs, dragen zorg voor voldoende nieuwe leerbedrijven en bewaken ook de kwaliteit van die leerbedrijven. Op deze manier zorgen kenniscentra er voor dat er voldoende nieuw en gekwalificeerd talent instroomt in de bedrijfstak waarvoor zij werken. De taken die hierboven zijn beschreven, zijn vastgelegd in de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB).

Vanuit de gezamenlijke koersbepaling, leveren de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven samen met sociale partners, leerbedrijven, bekostigde en onbekostigde onderwijsinstellingen en overheidsinstellingen een substantiële bijdrage aan goed en aantrekkelijk beroepsonderwijs en hiermee aan de kwaliteit van de Nederlandse samenleving in de toekomst.

4. Selectie

De selectie richt zich op de (administratieve) neerslag van het handelen door overheidsorganen, die vallen onder de werking van Archiefwet 1995. De selectielijst is tot stand gekomen op grond van een wettelijk voorgeschreven procedure. Deze procedure, welke zijn grondslag heeft in art. 5 van de Archiefwet 1995, is neergelegd in de artikelen 2 tot en met 5 van het Archiefbesluit 1995, Stb. 671.

De hoofddoelstelling van de selectie is een onderscheid te maken tussen te bewaren (dat wil zeggen naar het Nationaal Archief over te brengen) en de (op termijn) te vernietigen gegevens van de kenniscentra.

In dit BSD worden de handelingen van de kenniscentra beroepsonderwijs geselecteerd op hun bijdrage aan de realisering van de selectiedoelstelling. Bij de selectie gaat het er om welke gegevensbestanden, behorend bij welke handeling, bewaard moeten blijven met als doel het handelen van de rijksoverheid met betrekking tot het beleidsterrein beroepsonderwijs & volwasseneneducatie op hoofdlijnen te kunnen reconstrueren.

Het handelen van overheidsorganen bestaat uit verschillende fasen in het beleidsproces. Deze fasen zijn o.a. agendavorming, beleidsvoorbereiding, beleidsbepaling, beleidsvaststelling, beleidsuitvoering en beleidsevaluatie. Om de reconstructie van het handelen op hoofdlijnen mogelijk te maken, dient dus vooral de neerslag van de eerste vier en de laatste fase bewaard te blijven.

De gegevensbestanden kunnen zowel uit papieren als uit digitale documenten bestaan.

Indien de neerslag in aanmerking komt voor vernietiging dan vermeldt het BSD een V met een termijn. De termijn gaat in nadat het administratieve belang van de neerslag verlopen is.

Uitgaande van de selectiedoelstelling heeft PIVOT in 1993 een lijst van algemene selectiecriteria geformuleerd. Bij de vaststelling van deze selectiecriteria is bepaald dat de bruikbaarheid van de criteria binnen afzienbare tijd zou worden geëvalueerd. In april 1996 werd met dat doel een werkgroep samengesteld. Bij de samenstelling van de werkgroep is gezorgd voor inbreng vanuit zowel de Rijksarchiefdienst/PlVOT als vanuit de zorgdragers. Op 26 november 1996 werden de resultaten tijdens een PIVOT-themabijeenkomst gepresenteerd, waarna als gevolg van discussie nog enige aanpassingen volgden. Op 29 april 1997 werden de herziene selectiecriteria door het afdelingswerkoverleg vastgesteld, waarop zij werden aangeboden aan het Convent van Rijksarchivarissen en voor advies voorgelegd aan de Raad voor Cultuur en de Permanente Commissie Documentaire Informatievoorziening Rijksoverheid (PC Din). Na verwerking van de adviezen zijn de herziene selectiecriteria vastgesteld door het Convent van Rijksarchivarissen. De nieuwe selectiecriteria onderscheiden zich van de oude criteria door een streven naar een duidelijker en eenduidige redactie van de formulering van de nieuwe criteria, teneinde de werkbaarheid te vergroten.

De algemene selectiecriteria zijn positief geformuleerd, het zijn bewaarcriteria. De criteria geven de handelingen aan die met een B gewaardeerd worden, en waarvan de neerslag dus overgebracht dient te worden. De neerslag van de handelingen die met een V gewaardeerd worden, wordt niet overgebracht en kan op termijn vernietigd worden.

Om de selectiedoelstelling te bereiken worden de handelingen in het BSD gewaardeerd aan de hand van de volgende algemene selectiecriteria:

Handelingen die gewaardeerd worden met B(ewaren)

Op grond van art. 5e van het Archiefbesluit 1995, Stb 1995/671, kan in bepaalde gevallen de neerslag van handelingen welke op grond van de selectiecriteria voor vernietiging in aanmerking komen, door de zorgdrager van vernietiging uitgezonderd worden.

Ingevolge artikel 5, onder e, van het Archiefbesluit 1995 kan neerslag van bepaalde, als te vernietigen gewaardeerde handelingen betreffende personen en/of gebeurtenissen van bijzonder cultureel of maatschappelijk belang, van vernietiging worden uitgezonderd.

Naast de algemene criteria kunnen er ten aanzien van bepaalde handelingen, eveneens binnen het kader van de selectiedoelstellingen, in een BSD beleidsterreinspecifieke criteria worden geformuleerd, die met behulp van de algemene criteria niet kunnen worden gewaardeerd. Binnen het beleidsterrein volwasseneneducatie en beroepsonderwijs is de noodzaak hiertoe niet aanwezig geacht.

Op 24 maart 2004 is het ontwerp-BSD door de Vereniging kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven [het Colo] aan de Staatssecretaris van OCW aangeboden, waarna deze het ter advisering heeft ingediend bij de Raad voor Cultuur (RvC). Van het gevoerde driehoeksoverleg over de waarderingen van de handelingen, is een verslag gemaakt, dat tegelijkertijd met het BSD naar de RvC is verstuurd. Vanaf 1 maart 2005 lag de selectielijst gedurende acht weken ter publieke inzage bij de registratiebalie van het Algemeen Rijksarchief evenals in de bibliotheken van het Colo en de 19 kenniscentra, hetgeen was aangekondigd in de Staatscourant en in het Archievenblad.

Op 20 juli 2005 bracht de RvC advies uit [arc-2005.02405/4], hetwelk geen aanleiding heeft gegeven tot wijziging van de ontwerpselectielijst.

Daarop werd het BSD op 27 juli 2005 door de Algemene Rijksarchivaris, namens de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, en het Colo vastgesteld C/S&A/05/1505.

In deze BSD zijn de handelingenblokken als volgt opgebouwd, conform de productbeschrijving BSD versie januari 2004:

(X): Tussen haakjes staat het handelingnummer uit het RIO ‘De draden van de WEB’. Bij nieuwe handelingen staat er ‘concept’ achter.

Handeling: Een complex van activiteiten die een actor verricht ter vervulling van een taak of op grond van een bevoegdheid. In de praktijk komt een handeling vaak overeen met een procedure of een werkproces.

Periode: Het tijdvak waarin de handeling is verricht. Als geen eindjaar staat vermeld, wordt de handeling nog steeds uitgevoerd.

Grondslag/bron: De wettelijke basis voor de handeling. Als er geen wettelijke grondslag voor een handeling bestaat, kan de bron worden genoemd waarin de handeling staat vermeld.

Product: Hier achter staat het product vermeld waarin de handeling resulteert of zou moeten resulteren.

Opmerking: Deze aanvullende informatie wordt slechts vermeld wanneer de strekking van de handeling toelichting behoeft.

Waardering: Waardering van de handeling in B (bewaren) of V (vernietigen). Bij vernietigen wordt de vernietigingstermijn vermeld, bij bewaren het selectiecriterium.

5. Selectielijst 2004 Actor: Kenniscentra Beroepsonderwijs Bedrijfsleven

Handeling: Het adviseren aan de Minister van Onderwijs over de toekenning van een afdeling beroepsbegeleidend onderwijs aan een school

Periode: 1993–1995

Grondslag/bron: WCBO 1992, art. 3.4 lid 2

Product: Advies

Opmerking: WCBO vervallen per 1-1-1996

Waardering: V 5

Handeling: Het opstellen van nadere regels omtrent de vereiste vooropleiding voor deelname aan het leerlingwezen

Periode: 1993–1995

Grondslag/bron: WCBO 1992, art. 2.13 lid 6

Product: Besluit vooropleidingseisen

Opmerking: WCBO vervallen per 1-1-1996

Waardering: B 5

Handeling: Het opstellen van examenprogramma’s voor de opleidingen leerlingwezen

Periode: 1 augustus 1968–1995

Grondslag/bron: WLW 1966, art. 19 lid 5 c.q. Examenbesluit Leerlingwezen 1972, art. 3; WCBO 1992, art. 2.20 eerste lid; idem art. 2.39 lid 4; Uitvoeringsbesluit WCBO 1992, art. C.3

Product: Examenprogramma

Waardering: B 5

Handeling: Het opstellen c.q. het vaststellen van een examenregeling voor de opleidingen leerlingwezen

Periode: 1 augustus 1968–1995

Grondslag/bron: WLW 1966, art. 19 c.q. Examenbesluit Leerlingwezen 1972, art. 12; Uitvoeringsbesluit WCBO 1992, art. C.5

Product: Examenregeling

Opmerking: De bepaling ‘onder goedkeuring van Onze minister’ (WLW) is in de WCBO komen te vervallen. De Nota van Toelichting (4.2.1) schrijft daar over: ‘Zo geldt niet meer voor alle examenreglementen een goedkeuringsplicht.’

Waardering: B 5

Handeling: Het opstellen van een beroepsregeling bij voortijdige beëindiging van een leerovereenkomst van een opleiding leerlingwezen

Periode: 1 augustus 1993–1995

Grondslag/bron: WCBO 1992, art. 2.22 lid 6

Product: Reglement

Waardering: V 10, ingaande na de beëindiging van de beroepsregeling

Handeling: Het verlenen van gehele of gedeeltelijke vrijstelling aan een leerling van een opleiding leerlingwezen van de verplichting tot het volgen van beroepsbegeleidend onderwijs

Periode: 1 augustus 1993–1995

Grondslag/bron: WCBO 1992, art. 2.25 lid 3

Product: Besluit

Opmerking: Naast vrijstelling kan een landelijk orgaan van het leerlingwezen uitzonderingen toestaan op het volgen van geregeld beroepsbegeleidend onderwijs

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.