← Geldende tekst · Geschiedenis

Besluit van 29 augustus 2005 tot vaststelling van het Uitvoeringsbesluit Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen

Geldende tekst a fecha 2011-01-01

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Financiën van 15 augustus 2005, nr. WDB 2005/489M;

Gelet op artikel 38a van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen;

De Raad van State gehoord (advies van 24 augustus 2005, nr. W06.05.0382IV);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Financiën van 26 augustus 2005, nr. WDB 2005/489M, Directoraat-Generaal voor Fiscale Zaken, Directie Wetgeving Directe Belastingen;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1. Reikwijdte en definitie
2.

Dit besluit verstaat onder:

Artikel 2. Gegevensverstrekking aan Hulp- en informatiepunten
1.

Als voorzieningen die de dienstverlening voortvloeiende uit de uitvoering van de wet verbeteren, worden aangemerkt: Hulp- en informatiepunten.

2.

De Belastingdienst/Toeslagen verstrekt aan Hulp- en informatiepunten de gegevens die noodzakelijk zijn voor de informatieverstrekking overeenkomstig het derde lid aan belanghebbenden.

3.

Hulp- en informatiepunten zijn verplicht tot geheimhouding van de gegevens waarvan zij ingevolge het tweede lid kennis nemen en mogen uitsluitend op verzoek van de belanghebbende de in zijn aanvraagformulier voor een tegemoetkoming gevraagde dan wel reeds vermelde gegevens raadplegen of aan hem verstrekken.

Artikel 3. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 september 2005. Indien het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 augustus 2005, treedt het in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 1 september 2005.

Artikel 4. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 1a. Informatieverstrekking aan de Belastingdienst/Toeslagen

Aan de Belastingdienst/Toeslagen worden desgevraagd door de hierna aangewezen natuurlijke personen, rechtspersonen en instellingen de volgende gegevens verstrekt die van belang kunnen zijn voor de uitvoering van de wet:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 1b
1.

De verstrekking van gegevens en inlichtingen ingevolge artikel 38, eerste lid, van de wet aan de Belastingdienst/Toeslagen vindt plaats onder vermelding van het Burger Service Nummer van degene op wie de gegevens betrekking hebben en geschiedt op de door de Belastingdienst/Toeslagen voorgeschreven wijze.

2.

Degene op wie de gegevens betrekking hebben, dienen hiertoe hun Burger Service Nummer bekend te maken aan de instelling die de gegevensverstrekking aan de Belastingdienst/Toeslagen verzorgt.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 2a. Samenloop met buitenlandse tegemoetkomingen
1.

Bij regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister voor Jeugd en Gezin worden regels gesteld met betrekking tot de samenloop van tegemoetkomingen op grond van de Wet op het kindgebonden budget met naar aard en strekking daarmee overeenkomende tegemoetkomingen op grond van een regeling van een andere Staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, een Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, of Zwitserland.

2.

Bij regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister voor Jeugd en Gezin worden regels gesteld met betrekking tot de samenloop van tegemoetkomingen op grond van de Wet op het kindgebonden budget met naar aard en strekking daarmee overeenkomende tegemoetkomingen op grond van een regeling van een volkenrechtelijke organisatie als bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, onderdeel d, of 14, tweede lid, van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999.

3.

Bij regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister voor Jeugd en Gezin en de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, worden regels gesteld met betrekking tot de berekeningswijze van tegemoetkomingen op grond van een inkomensafhankelijke regeling in situaties waarin een of meer Nederlandse gezinsbijslagen als bedoeld in artikel 1, onder z) van verordening (EG) nr. 883/2004 met toepassing van artikel 68 van die verordening en verordening (EG) nr. 987/2009 worden uitbetaald in de vorm van een aanvulling op een of meer gezinsbijslagen van een andere lidstaat.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.