Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Sociale Verzekeringen periode [1940] 1997-2003 (Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap)
Opmerking: Deze regeling bevat opdracht tot aanleveren van kwartaalbericht AOW, Anw en AKW, kwartaalverslagen fondsen, kroniek, kwartaalrapportages uitvoeringskosten, kerncijfers en enkele elektronische bestanden.
Waardering: B 5
Handeling: Het, eventueel in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken, (bij AMvB) stellen van regels inzake het verstrekken van (persoons)gegevens aan derden in verband met wetenschappelijk onderzoek of statistiek.
Grondslag: Organisatiewet Sociale Verzekering (Stb. 1952, 344) art. 12 vierde lid, gewijzigd (Stb. 1988, 655) art. 50g derde lid en 50n; Wet op de Sociale Verzekeringsbank en de Raden van Arbeid (Stb. 1933, 598) zoals gewijzigd (Stb. 1988, 655) art. 21 derde lid en 28 tweede en derde lid
Periode: 1952–1994
Product: algemene maatregel van bestuur/ministeriële regeling, onder andere:
– Besluit van de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid van 14 juni 1955, no. 3452 (Stcrt. 1955, 117)
Opmerking: Ten aanzien van de regels voor het verstrekken van statistische gegevens aan het Centraal Bureau voor de Statistiek werd de Centrale Commissie voor de Statistiek gehoord.
Waardering: B 5
Handeling: Het verlenen van ontheffing van het verbod om (persoons)gegevens aan derden door te geven in verband met wetenschappelijk onderzoek of statistiek.
Grondslag: Organisatiewet Sociale Verzekering (Stb. 1952, 344) zoals gewijzigd (Stb. 1988, 655) art. 50g derde lid; Wet op de Sociale Verzekeringsbank en de Raden van Arbeid (Stb. 1933, 598); zoals gewijzigd (Stb. 1988, 655) art. 21 derde lid
Periode: 1989–1994
Product: beschikking
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het jaarlijks vaststellen van een wetenschappelijke balans van het Ongevallenfonds.
Grondslag: Ongevallenwet 1921 (Stb. 1921, 819) art. 40 zevende lid, vernummerd (Stb. 1953, 578) zesde lid
Periode: 1945–1968
Product: Wetenschappelijke Balans van het Ongevallenfonds
Waardering: B 3
Handeling: Het (bij AMvB) vaststellen van voorschriften voor de gegevensverstrekking tussen uitvoeringsorganen onderling en/of andere publiekrechtelijke organen.
Grondslag: Kinderbijslagwet voor loontrekkenden (Stb. 1939, 806) art. 79 tweede lid; vernummerd (Stb. 1952, 342 en 475) art. 35; gewijzigd (Stb. 1962, 257) art. 37 tweede lid (b.w. Stb. 1979, 709); Algemene Ouderdomswet (Stb. 1956, 281) art. 39 tweede lid, gewijzigd (Stb. 1985, 181) art. 51 (b.w. Stb. 1988, 655); Algemene Weduwen- en Wezenwet (Stb. 1959, 139) art. 51 tweede lid (b.w. Stb. 1988, 655); Algemene Kinderbijslagwet (Stb. 1962, 160) art. 32 tweede lid; vernummerd (Stb. 1980, 1) art. 29 tweede lid; Kinderbijslagwet voor kleine zelfstandigen (Stb. 1962, 257) art. 23 vijfde lid (b.w. Stb. 1979, 709); Organisatiewet Sociale Verzekering (Stb. 1952, 344) zoals gewijzigd (Stb. 1988, 655) art. 50n tweede lid; Wet op de Sociale Verzekeringsbank en de Raden van Arbeid (Stb. 1933, 598) zoals gewijzigd (Stb. 1988, 655) art. 20 vijfde lid; Ziektewet (Stb. 1929, 374) zoals gewijzigd (Stb. 1992, 82) art. 62; Organisatiewet sociale verzekeringen (Stb. 1994, 790) art. 103; Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 (Stb. 1997, 95) art. 102
Periode: 1945–1994
Product: algemene maatregel van bestuur/ministeriële regeling/circulaire, onder andere:
algemene maatregel van bestuur
– Besluit van 7 maart 1951 (Stb. 1951, 68)
– Besluit gegevensverstrekking sociale verzekeringen (Stb. 1995, 278)
– Besluit gegevensverstrekking sociale verzekeringen 1997 (Stb. 1997, 99)
ministeriële regeling/circulaire
– Beschikking van de Secretaris-Generaal van Sociale Zaken van 13 februari 1941, nr. 598 (Stcrt. 1941, 31)
– Circulaire van de Ministers van Sociale Zaken en Binnenlandse Zaken van 6 december 1956, afd. Soc. Verzekering nr. 5410, Directie B.B. afd. Bestuurszaken nr. 19119
Opmerking: Bij de invoering van het sofi-nummer in 1988 zijn de bepalingen in de verschillende sociale verzekeringswetten vervangen door bepalingen in de Organisatiewet Sociale Verzekeringen (art. 50a–51a) en de Wet op de Sociale Verzekeringsbank art. 19–28. De overheidsorganen worden limitatief opgesomd en hun bevoegdheden of plichten worden weergegeven. Deze bepalingen zijn vervolgens overgenomen in de nOsv en de Osv 1997. Een deel van de nadere regelingen wordt vastgesteld in overleg met de Minister van Binnenlandse Zaken.
Waardering: B 5
Handeling: Het verstrekken van inlichtingen aan (de Commissie van de Verzoekschriften van) de Staten-Generaal naar aanleiding van klachten van burgers betreffende de sociale verzekeringen.
Periode: 1945–
Product: inlichtingen, verslag
Waardering: B 3
Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van voorlichtingscampagnes.
Periode: 1970–
Product: voorlichtingsmateriaal, voorlichtingsplan
Opmerking: Het betreft hier bijvoorbeeld campagnes om de aandacht te vestigen op de inwerkingtreding van een nieuwe wettelijke regeling (bijv. Wulbz), op de mogelijkheden tot vrijwillige verzekering (bijv. campagnes voor de vrijwillige ouderdomsverzekering door de Raden van Arbeid) of op aspecten van het beleid (bijv. de campagne ‘Zwartwerk is broodroof’ van het Lisv).
Waardering: B 5
Handeling: Het uitvoeren van voorlichtingsactiviteiten op het terrein van de sociale verzekeringen.
Periode: 1940–
Waardering: V 3 jaar
Handeling: Het beantwoorden van vragen van individuele burgers, bedrijven, instellingen en (bestuurs)organen betreffende de sociale verzekeringen.
Grondslag: Grondwet 1887 (Stb. 1887, 212) art. 8; Grondwet 1983 (Stb. 1983, 22) art. 5; Wet Openbaarheid van Bestuur (Stb. 1978, 581; Stb. 1991, 703)
Periode: 1945–
Product: brieven aan burgers en instanties
Opmerking: Dit betreft ook het beantwoorden van vragen van internationale organisaties en buitenlandse bestuursorganen.
Waardering: V 3 jaar
Handeling: Het bij AMvB stellen van nadere regels met betrekking tot het gebruik van het sociaal fiscaalnummer door het Inlichtingenbureau.
Product: Algemene maatregel van bestuur, o.a.:
– Besluit Inlichtingenbureau gemeenten (Stb. 2001, 686)
Periode: 2002–
Grondslag: Wet SUWI (Stb. 2001, 624) art. 63 tweede lid, gewijzigd (Stb. 2001, 692), art. 63 derde lid, art. 71
Waardering: B 1
Handeling: Het stellen van regels met betrekking tot de meldingen door de werkgevers en verzekerden aan het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen en de verzekerdenadministratie van de werkgevers.
Product: Ministeriële regeling, o.a.:
– Regeling SUWI (Stcrt. 2002, 2, gewijzigd Stcrt. 2002, 66)
Periode: 2002–
Grondslag: Wet SUWI (Stb. 2001, 624) art. 77 eerste lid
Waardering: B 5
Handeling: Het stellen van regels voor (uitvoerings-)organisaties om de gegevens die verkregen worden uit de wettelijke taken te gebruiken bij de uitvoering van andere taken dan de wettelijke taken.
Product: ministeriele regeling, o.a.:
– Regeling SUWI (Stcrt. 2002, 2)
Periode: 2002–
Grondslag: Wet SUWI (Stb. 2001, 624), gewijzigd (Stb. 2001, 692) art. 13 vierde lid
Waardering: B 5
Handeling: Het stellen van regels met betrekking tot de vergoeding van kosten van de gegevensverstrekking.
Product: ministeriele regeling, o.a.:
– Regeling SUWI (Stcrt. 2002, 2)
Periode: 2002–
Grondslag: Wet SUWI (Stb. 2001, 624), gewijzigd (Stb. 2001, 692) art. 13 vierde lid
Waardering: B 5
Handeling: Het bepalen van de termijn waarbinnen en de wijze waarop de (uitvoerings– )organisaties gegevens en inlichtingen dienen te verstrekken.
Product: Regeling, o.a.:
– Regeling SUWI (Stcrt. 2002, 2; gewijzigd Stcrt. 2003, 115)
Periode: 2002–
Grondslag: Wet SUWI (Stb. 2001, 624) art. 72
Waardering: V 5 jaar na wijzing
Handeling: Het bij AMvB stellen van regels met betrekking tot de verstrekking van gegevens door de (uitvoerings-)organisaties aan bestuursorganen, instellingen en bedrijven.
Product: Algemene maatregel van bestuur, o.a.:
– Besluit SUWI (Stb. 2001, 688),
– Besluit overgang Arbeidsvoorziening (Stb. 2001, 689)
Periode: 2002–
Grondslag: Wet SUWI (Stb. 2001, 624) art. 73 vijfde lid
Waardering: B 1
Handeling: Het stellen van nadere regels omtrent de verstrekking van inlichtingen en het verlenen van inzage in gegevens en bescheiden door de (uitvoerings-)organisaties aan de minister en de Inspectie Werk en Inkomen.
Product: Ministeriële regeling, o.a.:
– Regeling SUWI (Stcrt. 2002, 2; gewijzigd Stcrt. 2003, 115)
Periode: 2002–
Grondslag: Wet SUWI (Stb. 2001, 624) art. 77 derde lid
Waardering: B 5
Handeling: Het inrichten en in stand houden van een elektronische infrastructuur waarvan de CWI, het UWV en B&W van de gemeenten, in het kader van de Wet SUWI, gebruik dienen te maken.
Product: Elektronische infrastructuur
Periode: 2002–
Grondslag: Wet SUWI (Stb. 2001, 624) art. 62 tweede en derde lid
Waardering: V 5 jaar na wijzing
Handeling: Het bij AMvB stellen van regels omtrent het gebruik van de infrastructuur
in het kader van de Wet SUWI door de minister en de Inspectie Werk en Inkomen.
Product: Algemene maatregel van bestuur
Periode: 2002–
Grondslag: Wet SUWI (Stb. 2001, 624) art. 62 derde lid
Waardering: B 1
Handeling: Het van toepassing verklaren voor B&W om gegevens te verstrekken en gebruik te maken van de elektronische infrastructuur voor de uitvoering van andere wetgeving dan die in de Wet SUWI genoemd staat.
Product: Ministeriële regeling, o.a.:
– Regeling SUWI (Stcrt. 2002, 2)
Periode: 2002–
Grondslag: Wet SUWI (Stb. 2001, 624) art. 62 vierde lid
Waardering: B 5
Handeling: Het vaststellen van het Gegevensregister Suwi.
Product: Ministeriële regeling, o.a.:
– Regeling SUWI (Stcrt. 2002, 2)
Periode: 2002–
Grondslag: Wet SUWI (Stb. 2001, 624) art. 64 tweede lid, art. 71
Waardering: B 4
Handeling: Het stellen van regels met betrekking tot de aard, definities, de structuur en de schrijfwijze van het gegevensverkeer tussen het UWV en B&W enerzijds en de reïntegratiebedrijven anderzijds
Product: Ministeriële regeling
Periode: 2002–
Grondslag: Wet SUWI (Stb. 2001, 624) art. 65, art. 71
Waardering: B 5
Handeling: Het vaststellen van het Stelselontwerp Suwinet.
Product: Vaststellingsbesluit, o.a.:
– Regeling SUWI (Stcrt. 2002, 2)
Periode: 2002–
Grondslag: Wet SUWI (Stb. 2001, 624) art. 66 eerste lid, art. 71
Waardering: B 4
Handeling: Het aanwijzen van een rechtspersoon die beheertaken ten behoeve van het Suwinet uitvoert alsmede het toekennen van een rijksbijdrage aan deze rechtspersoon voor de uitvoering van deze taken.
Product: Aanwijzingsbesluit, o.a.:
– Regeling SUWI (Stcrt. 2002, 2)
Periode: 2002–
Grondslag: Wet SUWI (Stb. 2001, 624) art. 67 eerste lid
Waardering: B 4
Handeling: Het stellen van nadere regels met betrekking tot de organisatie (van onderdelen) van het beheer van Suwinet door de gebruikers alsmede over de aangewezen rechtspersoon die de beheertaken uitvoert.
Product: Ministeriële regeling, o.a.:
– Regeling SUWI (Stcrt. 2002, 2)
Periode: 2002–
Grondslag: Wet SUWI (Stb. 2001, 624) art. 67 tweede lid, art. 71
Waardering: B 5
Handeling: Het beoordelen van het jaarverslag van de (uitvoerings-)organisaties over de aard en frequentie van de uitwisseling van gegevens met behulp van Suwinet.
Product: Beoordeling
Periode: 2002–
Grondslag: Wet SUWI (Stb. 2001, 624) art. 68 eerste lid
Waardering: B 2 & 3
Handeling: Het stellen van regels met betrekking tot het (jaar)verslag over de aard en frequentie van de uitwisseling van gegevens met behulp van Suwinet.
Product: Ministeriële regeling, o.a.:
– Regeling SUWI (Stcrt. 2002, 2)
Periode: 2002–
Grondslag: Wet SUWI (Stb. 2001, 624) art. 68 tweede lid, art. 71
Waardering: B 2 & 3
Handeling: Het stellen van regels omtrent de toerekening van de kosten van de inrichting, de instandhouding en het gebruik van Suwinet aan de gebruikers.
Product: Ministeriële regeling
Periode: 2002–
Grondslag: Wet SUWI (Stb. 2001, 624) art. 69, art. 71
Waardering: B 5
Handeling: Het stellen van regels met betrekking tot het van toepassing verklaren op de Sociale Verzekeringsbank van het gebruik van het Gegevensregister Suwi en het Suwinet.
Product: Ministeriële regeling
Periode: 2002–
Grondslag: Wet SUWI (Stb. 2001, 624) art. 70, art. 71
Waardering: B 5
Handeling: Het verzoeken om of het ontvangen van gegevens en inlichtingen in het kader van de uitvoering van de sociale verzekeringswetten.
Product: Correspondentie, elektronische berichten
Periode: 2002–
Grondslag: Wet SUWI (Stb. 2001, 624) art. 54 eerste t/m zesde lid, 62 eerste lid
Waardering: V 3 jaar
Handeling: Het stellen van regels omtrent de verstrekking van gegevens en inlichtingen door de (uitvoerings-)organisaties voor de uitoefening van de taak.
Product: Ministeriële regeling, o.a.:
– Regeling SUWI (Stcrt. 2002, 2)
Periode: 2002–
Grondslag: Wet SUWI (Stb. 2001, 624) art. 54 zevende lid
Waardering: B 5
Handeling: Het bij AMvB vaststellen van regels inzake het sluiten van leningen door de Raden van Arbeid ten behoeve van de aankoop van terreinen en de aankoop, bouw en verbouw van gebouwen.
Grondslag: Wet op de Sociale Verzekeringsbank en de Raden van Arbeid (Stb. 1933, 598) art. 52 eerste lid
Periode: 1945–1988
Product: algemene maatregel van bestuur, onder andere:
– Besluit van 29 augustus 1934 (Stb. 1934, 491)
– Besluit van 22 oktober 1957 (Stb. 1957, 421)
Waardering: V 5 jaar na vervallen
Handeling: Het (bij AMvB) vaststellen van regels voor de rechtspositie van het personeel van de uitvoeringsorganen van de sociale verzekeringswetten.
Grondslag: o.a.: Organisatiewet Sociale Verzekering (Stb. 1952, 344) zoals gewijzigd (Stb. 1967, 102) 60 vierde lid, vernummerd (Stb. 1967, 102) vijfde lid, 60a en 65 (b.w. Stb. 1997, 96); Wet op de Sociale Verzekeringsbank en de Raden van Arbeid (Stb. 1933, 598) art. 47 (b.w. Stb. 1985, 695); en zoals gewijzigd (Stb. 1956, 297) art. 10 (b.w. Stb. 1985, 695; hersteld Stb. 1988, 623; b.w. Stb. 1994, 917); Ambtenarenwet 1929, art. 134 eerste lid; Werkloosheidswet (Stb. 1949, J 423) zoals gewijzigd (Stb. 1953, 117) art. 15 derde lid; Wet houdende wijziging bepalingen inzake de Rijksverzekeringsbank en de Raden van Arbeid (Stb. 1956, 297) art. VIII; Liquidatie invaliditeitswetten (Stb. 1964, 488) art. 24 eerste lid, vernummerd (Stb. 1967, 307) art. 56; Liquidatiewet Ouderdomswet 1919 (Stb. 1977, 671) art. 10; gewijzigd (Stb. 1979, 673) art. 21; Organisatiewet sociale verzekeringen (Stb. 1994, 790) zoals gewijzigd (Stb. 1995, 691) art. 116b eerste lid (b.w. Stb. 1997, 96); Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 (Stb. 1997, 95) art. 116 eerste lid (b.w. Stb. 2001, 625);
Periode: 1945–
Product: algemene maatregel van bestuur/ministeriële regeling, onder andere:
algemene regels
– Arbeidsovereenkomstenbesluit Raden van Arbeid (Stb. 1934, 386)
– Besluit van 30 mei 1949 (Stb. 1949, J 221)
– Beschikking van de Staatssecretaris van Sociale Zaken van 25 juli 1956, nr. 3757 (Stcrt. 1956, 145)
– Besluit arbeidsvoorwaarden en bezoldiging personeel Sociale Verzekeringsbank (Stcrt. 1989, 142)
overgangsregels bij wijziging van de organisatie van de uitvoering
– Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken van 11 februari 1953, nr. 662 SV (Stcrt. 1953, 33)
– Regeling arbeidsvoorwaarden ex-werknemers BV’en of GAK (Stcrt. 1962, 227)
– Besluit Personeelsvoorzieningen in verband met herziening Kinderbijslagverzekering (Stcrt. 1962, 227)
– Regeling Personeelsvoorzieningen in verband met de invoering van de WAO (Stcrt. 1967, 79)
– Beschikking van de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid van 27 juni 1968, nr. 51 897 (Stcrt. 1968, 129)
– Afvloeiingsregeling Inspecteurs- en Agenten VOV (Stcrt. 1978, 34)
– Kostenverdeling afvloeiingsregeling VOV (Stcrt. 1978, 34)
– Beschikking inzake toerekening kosten Afvloeiingsregeling Inspecteurs- en Agenten-VOV (Stcrt. 1987, 162)
Waardering: V 7 jaar na vervallen
Handeling: Het voorbereiden van instructies voor het bestuur en de ambtenaren van de Sociale Verzekeringsbank.
Grondslag: Wet op de Sociale Verzekeringsbank en de Raden van Arbeid (Stb. 1933, 598) art. 7 tweede lid
Periode: 1945–1956
Product: algemene maatregel van bestuur
Opmerking: Bij de voorbereiding van het besluit werd de Raad van Toezicht gehoord.
Waardering: V 7 jaar (na vervallen)
Handeling: Het overeenstemmen met het desbetreffende uitvoeringsorgaan over de benoeming van directieleden of een algemeen secretaris.
Grondslag: o.m. Wet op de Sociale Verzekeringsbank en de Raden van Arbeid (Stb. 1933, 598); zoals gewijzigd (Stb. 1956, 297) art. 8; Organisatiewet Sociale Verzekering (Stb. 1952, 344) art. 40; Werkloosheidswet (Stb. 1949, J 423) art. 25 tweede lid, vernummerd (Stb. 1953, 325) art. 15 tweede lid
Periode: 1949–1994
Product: beschikking
Opmerking: Het betrof onder andere de directieleden van de Sociale Verzekeringsbank (tot 1989), de algemeen secretaris van de SVr en de directeur van het AWf.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het bepalen van het budget dat ten laste komt van het Algemeen Werkloosheidsfonds en wat gebruikt wordt voor de uitvoering van vergoedingen aan de gemeenten ten behoeve van voorzieningen aan werklozen die de gemeenten in het kader van de Wet Inschakeling Werkzoekenden kunnen verstrekken alsmede het stellen van nadere regels in verband met de besteding.
Grondslag: Werkloosheidswet (Stb. 1986, 566), gewijzigd (Stb. 2001, 625), art. 93b, lid 3
Periode: 2002–
Product: Regeling, o.a.:
– Wijziging Regeling SUWI en enige andere regelingen (Stcrt. 2002, 66; gewijzigd Stcrt. 2003, 114)
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het bepalen van het budget dat ten laste van fondsen komt voor de uitvoering van de reïntegratietaak van het UWV door derden.
Grondslag: Werkloosheidswet (Stb. 1986, 566), gewijzigd (Stb. 2001, 625), art. 130 tweede lid, art. 130c tweede lid;
Periode: 2002–
Product: Ministeriële regeling, o.a.:
– Wijziging Regeling SUWI en enige andere regelingen (Stcrt. 2002, 66; gewijzigd Stcrt. 2003, 114)
Opmerking: Dit betreft de volgende fondsen: het Algemeen Werkloosheidsfonds, de wachtgeldfondsen en het Uitvoeringsfonds voor de overheid.
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het stellen van nadere regels in verband met de besteding van het budget voor de uitvoering van de reïntegratietaak van het UWV door derden.
Grondslag: Werkloosheidswet (Stb. 1986, 566), gewijzigd (Stb. 2001, 625), art. 130 tweede lid, art. 130c tweede lid;
Periode: 2002–
Product: Ministeriële regeling, o.a.:
– Wijziging Regeling SUWI en enige andere regelingen (Stcrt. 2002, 66; gewijzigd Stcrt. 2003, 114)
Opmerking: Het budget komt ten laste van de volgende fondsen: het Algemeen Werkloosheidsfonds, de wachtgeldfondsen en het Uitvoeringsfonds voor de overheid.
Waardering: B 5
Handeling: Het (bij AMvB) vaststellen van regels voor het toezicht van de SVB op de Raden van Arbeid, zoals
– het aanwijzen van de rechtshandelingen waarvoor de Raden van Arbeid voor het verrichten ervan goedkeuring van de SVB dienen te vragen;
– het aanwijzen van de besluiten van de Raden van Arbeid waarvan zij geen afschrift aan de SVB hoeven te sturen.
Grondslag: Wet op de Sociale Verzekeringsbank en de Raden van Arbeid (Stb. 1933, 598) art. 43 eerste lid onder d, 44 onder b, art. 66 derde lid
Periode: 1945–1988
Product: algemene maatregel van bestuur, ministeriële regeling
Waardering: B 1
Handeling: Het (bij AMvB) vaststellen van regels voor de toezichtstaak van het AWf, de SVr of het Ctsv.
Grondslag: Werkloosheidswet (Stb. 1949, J 423) art. 53 eerste lid (b.w. Stb. 1953, 117); Organisatiewet Sociale Verzekering (Stb. 1952, 344) art. 47 eerste lid (b.w. Stb. 1997, 96);
Wet op de Sociale Verzekeringsbank en de Raden van Arbeid (Stb. 1933, 598) zoals gewijzigd (Stb. 1956, 297) art. 16 eerste lid (b.w. Stb. 1994, 917); Organisatiewet sociale verzekeringen (Stb. 1994, 790) art. 89 vierde lid (b.w. Stb. 1997, 96); Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 (Stb. 1997, 95) art. 11 derde lid (b.w. Stb. 2001, 625)
Periode: 1949–2001
Product: algemene maatregel van bestuur/ministeriële regeling, onder andere:
– Besluit van 15 november 1954 (Stb. 1954, 521)
– Besluit van de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid van 15 november 1966, nr. 59 867 (Stcrt. 1966, 226)
– Besluit toezicht SVr (Stcrt. 1992, 51)
– Regeling rechtmatigheidsverklaring uitvoering sociale verzekeringen (Stcrt. 1995, 57)
– Regeling rechtmatigheidsverklaring sociale verzekeringen 1997 (Stcrt. 1997, 41)
Waardering: B 5
Handeling: Het vaststellen van regels inzake welke besluiten de uitvoeringsorganen ter goedkeuring of informatie aan het Ctsv moeten voorleggen.
Grondslag: Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 (Stb. 1997, 95) art. 13 (b.w. Stb. 2001, 625)
Periode: 1997–2001
Product: ministeriële regeling, onder andere:
– Regeling voorlegging besluiten Ctsv (Stcrt. 1997, 41)
Waardering: B 5
Handeling: Het goedkeuren van uitvoeringsregelingen van uitvoeringsorganen
Grondslag: o.a.: Organisatiewet Sociale Verzekering (Stb. 1952, 344) art. 43 (b.w. Stb. 1997, 96); Organisatiewet sociale verzekeringen (Stb. 1994, 790) art. 65 eerste lid, 85 vijfde lid (b.w. Stb. 1997, 96); Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 (Stb. 1997, 95) art. 53 eerste lid, 54 derde lid en 58 derde lid (b.w. Stb. 2001, 625); Ongevallenwet 1921 (Stb. 1921, 819) zoals gewijzigd (Stb. 1953, 578) art. 7 derde lid; Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 (Stb. 1922, 365) art. 23; Ziektewet (Stb. 1929, 374) zoals gewijzigd (Stb. 1935, 32) art. 65, 85, gewijzigd (Stb. 1952, 474) art. 8a vierde lid, 15, 16, 29, 37 tweede lid, 54, 57 eerste lid, 67 eerste lid, 71, 72a en 103; Werkloosheidswet (Stb. 1949, J 423) art. 37, vernummerd (Stb. 1953, 325) art. 28 en 9 achtste lid, gewijzigd (Stb. 1953, 578) art. 9a tweede lid, vernummerd (Stb. 1967, 396) art. 12a vierde lid; Werkloosheidswet (Stb. 1986, 566), zoals gewijzigd (Stb. 1997, 96), art. 116 eerste lid en 124; Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (Stb. 1966, 84) zoals gewijzigd (Stb. 1992, 82) art. 71a en zoals gewijzigd (Stb. 1993, 412) art. 34 zevende lid en 36 derde lid; Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (Stb. 1975, 674) zoals gewijzigd (Stb. 1992, 82) art. 65 en (Stb. 1993, 412) art. 24 zesde lid, 26 derde lid; Coördinatiewet Sociale Verzekering (Stb. 1953, 577) art. 6, 7 en 9; Wet SUWI (Stb. 2001, 624), art. 6 eerste lid, art. 7 derde lid, art. 16 eerste t/m zevende lid, art. 24 vierde lid, art. 30 vierde lid, art. 34 vierde lid, art. 63 tweede lid;
Periode: 1945–
Product: beschikking
Opmerking: Hieronder wordt o.a. bedoeld: ziekengeld- of wachtgeldreglement, dagloonregels, toezichtsregelingen, enz.
Tevens wordt hiermee het goedkeuren van de door het Lisv opgestelde regels bedoeld.
Waardering: B 5 voor de besluiten die goedkeuring behoeven
V 5 jr voor de besluiten die geen goedkeuring behoeven
Handeling: Het stellen van regels binnen welke termijn besluiten van (uitvoeringsorganisaties) ter kennis van de Inspectie Werk en Inkomen worden gestuurd.
Product: Ministeriële regeling, o.a.:
– Wijziging Regeling SUWI i.v.m. kennisgeving besluiten aan IWI (Stcrt. 2002, 185)
Periode: 2002–
Grondslag: Wet SUWI (Stb. 2001, 624) art. 43
Waardering: V 5 jaar na vervanging
Handeling: Het bepalen voor welke besluiten van de CWI, het UWV, de Sociale Verzekeringsbank, de RWI en het Inlichtingenbureau geen goedkeuring is vereist.
Product: Ministeriële regeling, o.a.:
– Regeling SUWI (Stcrt. 2002, 2)
Periode: 2002–
Grondslag: Wet SUWI (Stb. 2001, 624) art. 6 tweede lid
Waardering: B 4 & 5
Handeling: Het goedkeuren van bestuursreglementen en organisatieregelingen van uitvoeringsorganen.
Grondslag: Organisatiewet Sociale Verzekering (Stb. 1952, 344) art. 36 derde lid, 38 en 40 derde lid (art. 40 b.w. Stb. 1985, 695); Wet op de Sociale Verzekeringsbank en de Raden van Arbeid (Stb. 1933, 598) art. 28 en zoals gewijzigd (Stb. 1956, 297) art. 9 (b.w. Stb. 1994, 917); Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 (Stb. 1997, 95) art. 8 vierde lid, 22 tweede lid, 23 vijfde lid, 35 tweede lid (b.w. Stb. 2001, 625); Wet SUWI (Stb. 2001, 624), art. 3 zesde lid
Periode: 1945–
Product: beschikking, o.a.:
– Goedkeuring Belsuit wijziging bestuursreglement Lisv (Stcrt. 1998, 248)
Opmerking: Hieronder worden ook verstaan de bestuursreglementn van de Raden van bestuur en van advies van een uitvoeringsorgaan.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het goedkeuren van besluiten van de Sociale Verzekeringsbank en de bedrijfsverenigingen inzake het intrekken of weigeren van vergunningen aan fondsen en instellingen om uitkeringen ingevolge de AOW, de AWW, de WAO, de AAW en de IW uit te betalen.
Grondslag: Regeling van de Minister, c.q. Staatssecretaris van Sociale Zaken van 2 januari 1957, nr. 5640; Regeling van 1 oktober 1959, nr. 3790 (Stcrt. 1959, 192)
Periode: 1957–1968
Product: beschikking
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het goedkeuren van besluiten van het Aof, het AAf of de GMD inzake toekenning van subsidies aan instellingen of organisaties die ten doel hebben het nemen of bevorderen van maatregelen, welke strekken tot behoud, herstel of ter bevordering van de arbeidsgeschiktheid.
Grondslag: Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (Stb. 1966, 84) art. 73a; Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (Stb. 1975, 674) art. 69
Periode: 1967–1992
Product: beschikking
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het beoordelen van de meerjaren-beleidsplannen en jaarplannen van het Ctsv, de SVB en het Lisv en het vergezeld van zijn oordeel ter kennis brengen daarvan aan de Staten-Generaal.
Grondslag: Organisatiewet sociale verzekeringen (Stb. 1994, 790) art. 89 vijfde en zesde lid (b.w. Stb. 1997, 96); Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 (Stb. 1997, 95) art. 11 tweede en vijfde lid, 25 tweede lid, 38 vierde lid (b.w. Stb. 2001, 625)
Periode: 1989–2001
Waardering: B 3
Handeling: Het beoordelen van de jaarverslagen, jaarrekeningen, verklaringen van rechtmatigheid en doelmatigheidsrapportages van het College van toezicht sociale verzekeringen en het vergezeld van zijn oordeel ter kennis brengen daarvan aan de Staten-Generaal.
Grondslag: Organisatiewet sociale verzekeringen (Stb. 1994, 790) art. 89 vijfde en zesde lid (b.w. Stb. 1997, 96); Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 (Stb. 1997, 95) art. 11 vierde en vijfde lid en 84 vijfde en zesde lid (b.w. Stb. 2001, 625)
Periode: 1995–2001
Waardering: B 3
Handeling: Het geven van aanwijzingen aan de SVr/het Ctsv met betrekking tot de uitoefening van zijn taak.
Grondslag: Organisatiewet Sociale Verzekering (Stb. 1952, 344) art. 41 (b.w. Stb. 1997, 96); Organisatiewet sociale verzekeringen (Stb. 1994, 790) art. 11 (b.w. Stb. 1997, 96); Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 (Stb. 1997, 95) art. 2 (b.w. Stb. 2001, 625)
Periode: 1952–2001
Product: aanwijzing
Opmerking: Van deze aanwijzingsbevoegdheid heeft de minister weinig gebruik gemaakt. Ten tijde van de SVr slechts twee maal; in de beide gevallen betrof het onderwerpen die te maken hadden met de wens van de minister te komen tot een actiever beleid ten aanzien van de fraudebestrijding. De aanwijzingen hadden betrekking op totstandkoming en inrichting van de Verzekerdenadministratie (VZA) bij de bedrijfsverenigingen en de Generale Verwijsindex (GVI) bij de VZA.
Waardering: B 5
Handeling: Het voorbereiden van Koninklijke besluiten ter schorsing of vernietiging van besluiten van de algemene vergadering of het bestuur van een bedrijfsvereniging, de Sociale Verzekeringsraad, het bestuur van het Ctsv, de SVB, een Raad van Arbeid of de voorzitter daarvan, het bestuur van het AWf, het Aof, het AAf, het Tf, het Tica, het Lisv, het UWV of een uitvoeringsinstelling indien deze in strijd zijn met de wet of het algemeen belang.
Grondslag: Organisatiewet Sociale Verzekering (Stb. 1952, 344) art. 28, 44 en 49 (b.w. Stb. 1997, 96); Wet op de Sociale Verzekeringsbank en de Raden van Arbeid (Stb. 1933, 598) art. 73–76 (b.w. Stb. 1994, 917); Ziektewet (Stb. 1929, 374) zoals gewijzigd (Stb. 1935, 32) art. 118 derde lid (b.w. Stb. 1952, 343); Werkloosheidswet (Stb. 1949, J 342) art. 26 tweede lid, vernummerd (Stb. 1953, 117) art. 16 tweede lid; Werkloosheidswet (Stb. 1986, 655) art. 105; Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (Stb. 1966, 84) art. 74 tweede lid; Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (Stb. 1975, 674) art. 70 tweede lid; Toeslagenwet (Stb. 1986, 562) art. 33 tweede lid (b.w. Stb. 1994 916); Organisatiewet sociale verzekeringen (Stb. 1994, 790) art. 106–107 (b.w. Stb. 1997, 96); Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 (Stb. 1997, 95) art. 105–106 (b.w. Stb. 2001, 625);
Periode: 1945–
Product: Koninklijk Besluit
Opmerking: Een dergelijk besluit is met redenen omkleed en regelt tevens de gevolgen van de schorsing of vernietiging.
Waardering: B 1
Handeling: Het vaststellen van regels voor de procedure wanneer een Raad van Arbeid in beroep wil gaan tegen het besluit van de Sociale Verzekeringsbank inzake de begroting van de Raad.
Grondslag: Wet op de Sociale Verzekeringsbank en de Raden van Arbeid (Stb. 1933, 598) art. 57
Periode: 1945–1988
Product: ministeriële regeling
Waardering: V 5 jaar (na vervallen)
Handeling: Het beslissen in geschillen waarbij een Raad van Arbeid tegen een besluit van de Sociale Verzekeringsbank in beroep is gegaan.
Grondslag: Wet op de Sociale Verzekeringsbank en de Raden van Arbeid (Stb. 1933, 598) art. 40 derde lid, 41 vierde lid, 43 derde lid, 57 eerste lid en 64 eerste lid
Periode: 1945–1988
Product: beschikking
Opmerking: In een aantal gevallen was advisering door de Raad van Toezicht, later de Sociale Verzekeringsraad over het geschil voorgeschreven.
Waardering: B 3
Handeling: Het beslissen in geschillen tussen Raden van Arbeid.
Grondslag: Wet op de Sociale Verzekeringsbank en de Raden van Arbeid (Stb. 1933, 598) art. 65 derde lid
Periode: 1945–1988
Product: beschikking
Waardering: B 3
Handeling: Het (bij AMvB) treffen van voorzieningen indien een uitvoeringsorgaan zijn taak niet naar behoren en in overeenstemming met bij of krachtens de wet gestelde regelen vervult.
Grondslag: Werkloosheidswet (Stb. 1949, J 342) art. 23 zesde lid (b.w. Stb. 1953, 117); Werkloosheidswet (Stb. 1986, 655) art. 107 (b.w. Stb. 1994, 916); Organisatiewet Sociale Verzekering (Stb. 1952, 344) art. 16, 45 en 60 eerste lid (b.w. Stb. 1997, 96); Wet op de Sociale Verzekeringsbank en de Raden van Arbeid (Stb. 1933, 598); zoals gewijzigd (Stb. 1956, 297) art. 17 (b.w. Stb. 1994, 917); Organisatiewet sociale verzekeringen (Stb. 1994, 790) art. 115 (b.w. Stb. 1997, 96); Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 (Stb. 1997, 95) art. 113 (b.w. Stb. 2001, 625)
Periode: 1949–2001
Product: algemene maatregel van bestuur, onder andere:
– Besluit houdende een tijdelijke voorziening met betrekking tot het bestuur van het College van toezicht sociale verzekeringen (Stb. 1996, 216)
Opmerking: Bij de voorbereiding van een dergelijke AMvB werd onder de OSV de Sociale Verzekeringsraad gehoord. In de Osv 1997 is de mogelijkheid opgenomen dat de minister een voorziening treft voor ten hoogste zes maanden, terwijl wanneer het een langere periode betreft de voorziening bij AMvB getroffen dient te worden.
Waardering: B 5
Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren die belast zijn met het houden van toezicht op de naleving van de sociale verzekeringswetten.
Grondslag: Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten (Stb. 1998, 290), art. 9 derde lid;
Periode: 1998–
Product: Aanwijzingsbesluit
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het bij AMvB vaststellen van nadere regels inzake de verantwoording en rekenplichtigheid van het bestuur van de Sociale Verzekeringsbank aan de Sociale Verzekeringsraad en de minister.
Grondslag: Wet op de Sociale Verzekeringsbank en de Raden van Arbeid (Stb. 1933, 598) zoals gewijzigd (Stb. 1956, 297) art. 15 tweede lid
Periode: 1956–1994
Product: algemene maatregel van bestuur
Waardering: B 1
Handeling: Het vaststellen van regels voor de inrichting van de (jaar)verslagen, jaarrekeningen en periodieke balansen van de uitvoeringsorganen inzake de uitvoering van de sociale verzekeringswetten.
Grondslag: Organisatiewet Sociale Verzekering (Stb. 1952, 344) 12 derde lid, 46 derde lid en zoals gewijzigd (Stb. 1966, 86) art. 22d tweede lid; Wet op de Sociale Verzekeringsbank en de Raden van Arbeid (Stb. 1933, 598); zoals gewijzigd (Stb. 1956, 297) art. 11 zesde lid, 46 tweede lid, 50, 60 tweede lid en 78 tweede lid; Organisatiewet sociale verzekeringen (Stb. 1994, 790) art. 63 tweede lid, 87 derde en zesde lid en 90 derde lid; Organisatiewet sociale verzekeringen (Stb. 1997, 95) art. 82 derde en zesde lid; Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 (Stb. 1922, 365) art. 107 derde lid; Ziektewet (Stb. 1929, 374) zoals gewijzigd (Stb. 1935, 32) art. 122; Kinderbijslagwet voor loontrekkenden (Stb. 1939, 806) art. 35 tweede lid, 51 tweede lid en 63 tweede lid; Werkloosheidswet (Stb. 1949, J 423) art. 22 derde lid (b.w. Stb. 1953, 117) en art. 28 derde lid, vernummerd (Stb. 1953, 325) art. 19 derde lid; Werkloosheidswet (Stb. 1986, 566) art. 108 derde lid (b.w. Stb. 1994, 916); Toeslagenwet (Stb. 1986, 562) art. 36 derde lid (b.w. Stb. 1994, 916); Beschikking van de waarnemend Secretaris-Generaal van Sociale Zaken van 22 november 1940, nr. 3762 (Stcrt. 1940, 238) art. 14 tweede lid; Besluit van 20 april 1951 (Stb. 1951, 125) art. 14 tweede lid; Besluit bestuur Kinderbijslagvereveningsfonds (Stb. 1953, 64) art. 12 tweede lid;
Periode: 1945–1995; 1997–2001
Product: (ministeriële) regeling, onder andere:
– Regeling jaarrekening en jaarverslag uitvoeringsorganisaties sociale verzekeringen (Stcrt. 1998, 71)
Opmerking: Onder de nOsv (1995–1997) werden de regels voor jaarverslagen en jaarrekeningen door het Ctsv vastgesteld, in de Osv 1997 werd is deze bevoegdheid weer bij de minister gelegd.
Waardering: V 5 jaar na vervanging
Handeling: Het stellen van regels wanneer de begroting, het jaarplan en/of het meerjarenbeleidplan van de (uitvoerings-)organisaties moeten worden aangeboden.
Product: Besluit, o.a.:
– Regeling SUWI (Stcrt. 2002, 2; gewijzigd Stcrt. 2003, 115)
Periode: 2002–
Grondslag: Wet SUWI (Stb. 2001, 624) art. 46 eerste t/m derde lid
Opmerking: Dit omvat ook het vaststellen van een datum waarop de begroting of de plannen aangeboden moeten worden.
Waardering: V 5 jaar na vervanging
Handeling: Het vaststellen van het tijdstip waarop de (uitvoerings-)organisaties de financiële rapportage met betrekking tot de sociale verzekeringsfondsen aan de minister gezonden dient te worden, alsmede het stellen van regels omtrent de aard en inrichting van die rapportage en de begroting van uitgaven.
Product: Ministeriële regeling, o.a.:
– Regeling SUWI (Stcrt. 2002, 2)
Periode: 2002–
Grondslag: Wet SUWI (Stb. 2001, 624) art. 52 eerste en tweede lid
Waardering: V 3 jaar na vervanging
Handeling: Het beoordelen en goedkeuren van de meerjarenbeleidplannen, jaarplannen, jaarverslagen, begrotingen, jaarrekeningen en besluiten van de Raad van bestuur Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen, de Raad van bestuur Centrale organisatie voor werk en inkomen of de Raad van bestuur Sociale Verzekeringsbank.
Product: Goedkeuringsbesluit
Periode: 2002–
Grondslag: Wet SUWI (Stb. 2001, 624) art. 3, lid 9, art. 6 eerste lid, art. 13 eerste lid, art. 46 eerste en tweede lid, art. 49 zevende en tiende lid;
Waardering: B 3
Handeling: Het beoordelen van de meerjarige toezichtplannen, (jaarlijkse)plannen van de werkzaamheden, rapportages en jaarverslagen van de Inspectie Werk en Inkomen.
Product: Beoordelingsbesluit
Periode: 2002–
Grondslag: Wet SUWI (Stb. 2001, 624) art. 38 eerste t/m vierde lid
Waardering: B 3
Handeling: Het jaarlijks uitbrengen van een verslag aan de Kroon en de Kamers van de Staten-Generaal omtrent de staat en werkzaamheden van de Sociale Verzekeringsbank, de Raden van Arbeid en andere uitvoeringsorganen op het terrein van de volksverzekeringen.
Grondslag: Wet op de Sociale Verzekeringsbank en de Raden van Arbeid (Stb. 1933, 598) art. 78; gewijzigd (Stb. 1956, 297) art. 78 eerste lid; Kinderbijslagwet voor loontrekkenden (Stb. 1939, 806) art. 35, 51 en 63;
Periode: 1945–1994
Product: jaarverslag
Opmerking: Vanaf 1956 werd het verslag niet meer door de minister opgesteld, maar werd het door de Sociale Verzekeringsbank opgestelde verslag door de minister ter kennis gebracht aan de Kroon en de Staten-Generaal.
Waardering: B 3
Handeling: Het vaststellen van beleid ten aanzien van aanvullende pensioenvoorzieningen, vervroegde uittreding en flexibele pensionering.
Periode: 1945–
Product: beleidsplan, beleidsnota, onder andere:
– Nota aanvullende pensioenen (Pensioennota), Kamerstukken II, 1990–1991, 22 167, nr. 1–2
– Brief franchises in pensioenregelingen, Kamerstukken II, 1999–2000, 25 694, nr. 7
Waardering: B 1
Handeling: Het (doen) verrichten van onderzoek op het gebied van aanvullende pensioenvoorzieningen, vervroegde uittreding en flexibele pensionering.
Grondslag: o.a.: Wet gelijke behandeling van slapers en gepensioneerden (Stb. 1991, 445) art. III tweede lid
Periode: 1949–
Product: rapport
Waardering: B 1
Handeling: Het bij AMvB regelen over welke gegevens de minister of de SER moet kunnen beschikken m.b.t. de door de Pensioen- & Verzekeringskamer verzamelde gegevens.
Grondslag: Pensioen- en spaarfondsenwet (Stb. 1952, 275), zoals gewijzigd (Stb. 1999, 592) art. 25 vijfde lid
Periode: 2000–
Product: Algemene Maatregel van Bestuur, o.a.:
– Besluit verstrekking niet-vertrouwelijke gegevens pensioenfondsen (Stb. 2000, 333)
Opmerking: Het betreft de in handeling 850 verzamelde gegevens.
Waardering: B 1
Handeling: Het opdragen aan een derde om inlichtingen of gegevens, welke door de Pensioen- & Verzekeringskamer zijn verstrekt, te onderzoeken en daarover verslag uit te brengen.
Grondslag: Pensioen- en spaarfondsenwet (Stb. 1952, 275), zoals gewijzigd (Stb. 1999, 592) art. 20a derde en zesde lid; Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling (Stb. 1972, 400), zoals gewijzigd (Stb. 1999, 592), art. 18b derde en zesde lid;
Periode: 2000–
Product: Opdracht, verslag
Opmerking: De minister mag de uit deze gegevens of inlichtingen ontleende bevindingen en de daaruit getrokken conclusies aan de Staten-Generaal mededelen. Tevens kan hij de conclusies in algemene zin openbaar maken.
Waardering: B 2 & 3
Handeling: Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging of intrekking van wetgeving op het gebied van aanvullende pensioenen.
Periode: 1945–
Product: wetten, o.a.:
– Wet betreffende verplichte deelneming in een bedrijfspensioenfonds (Stb. 1949, J 121), vervallen Stb. 2000, 628
– Pensioen- en spaarfondsenwet (Stb. 1952, 275; opnieuw gepubliceerd Stb. 1981, 18)
– Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling (Stb. 1972, 400)
– Wet tot bevriezing van het kinderbijslagbedrag voor het eerste kind, alsmede oprichting van het Fonds Voorheffing Pensioenverzekering (Stb. 1972, 702)
– Wet regelende het heffen van een tijdelijke bijdrage ten behoeve van het Fonds Voorheffing Pensioenverzekering als nacalculatie van de lonen over 1972 (Stb. 1973, 339)
– Wet houdende bijdrage over 1974 ten behoeve van het Fonds Voorheffing Pensioenverzekering als nacalculatie van de lonen over 1972 (Stb. 1973, 671)
– Wet op de Pensioenkamer (Stb. 1983, 259)
– Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (Stb. 1994, 342)
– Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 (Stb. 2000, 628)
Waardering: B 1
Handeling: Het vaststellen van regels met betrekking tot de door werkgevers te sluiten verzekeringsovereenkomsten inzake pensioenvoorzieningen.
Grondslag: Pensioen- en spaarfondsenwet (Stb. 1952, 275) art. 2 vierde lid
Periode: 1952–
Product: ministeriële regeling, onder andere:
– Algemene eisen verzekeringsovereenkomsten pensioen- en spaarfondsenwet (Stcrt. 1953, 236)
– Algemene eisen verzekeringsovereenkomsten pensioen- en spaarfondsenwet (Stcrt. 1973, 31)
– Algemene eisen schadeverzekeringsovereenkomsten pensioen- en spaarfondsenwet (Stcrt. 1973, 197)
– Regelen verzekeringsovereenkomsten Pensioen- en spaarfondsenwet (Stcrt. 1987, 143)
Waardering: B 1
Handeling: Het bij AMvB vaststellen van regels ten aanzien van de uitvoering van de Pensioen- en spaarfondsenwet en de Wet betreffende verplichte deelneming in een bedrijfspensioenfonds en Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling.
Grondslag: Wet betreffende verplichte deelneming in een bedrijfspensioenfonds (Stb. 1949, J 121) art. 15 (b.w. Stb. 2000, 628); Pensioen- en spaarfondsenwet (Stb. 1952, 275) art. 28; Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling (Stb. 1972, 400), zoals gewijzigd (Stb. 1997, 63), art. 25;
Periode: 1949–
Product: algemene maatregel van bestuur, onder andere:
– Besluit staten pensioenfondsen (Stb. 1998, 545)
Waardering: B 1
Handeling: Het bij AMvB vaststellen van regels inzake het begrip ‘toezegging omtrent pensioen’ zoals dat in de Pensioen- en spaarfondsenwet wordt gehanteerd.
Grondslag: Pensioen- en spaarfondsenwet (Stb. 1952, 275) zoals gewijzigd (Stb. 1997, 65) art. 2 achtste lid
Periode: 1996–
Product: algemene maatregel van bestuur, onder andere:
– Besluit pensioentoezegging (Stb. 1997, 36)
Waardering: B 1
Handeling: Het vaststellen van regels en voorwaarden voor toezeggingen aan direct en indirect grootaandeelhouders.
Grondslag: Pensioen- en spaarfondsenwet (Stb. 1952, 275) zoals gewijzigd (Stb. 1981, 17) art. 2 derde lid onder c
Periode: 1981–
Product: ministeriële regeling, onder andere:
– Regeling voorwaarden voor pensioentoezeggingen aan grootaandeelhouders (Stcrt. 1981, 31)
– Besluit vaststelling regels en voorwaarden voor pensioentoezeggingen aan direct en indirect grootaandeelhouders (Stcrt. 1994, 136)
– Regeling van voorwaarden voor pensioentoezeggingen aan direct- en indirect-grootaandeelhouders (Stcrt. 1994, 251)
Waardering: B 1
Handeling: Het vaststellen van regels en voorwaarden voor werkgevers inzake het doen van toezeggingen omtrent pensioen aan oudere personen.
Grondslag: Pensioen- en spaarfondsenwet (Stb. 1952, 275) zoals gewijzigd (Stb. 1994, 496) art. 2 derde lid onder d
Periode: 1994–
Product: ministeriële regeling, onder andere:
– Besluit van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 15 juli 1994, nr. SZ/SV/P/94/3026 (Stcrt. 1994, 136)
Waardering: B 1
Handeling: Het vaststellen van regels omtrent de begrippen ‘gewezen deelnemer’ en ‘toeslagen’ in de Pensioen- en spaarfondsenwet.
Grondslag: Pensioen- en spaarfondsenwet (Stb. 1952, 275) zoals gewijzigd (Stb. 1987, 340) art. 8 zevende lid; vernummerd (Stb. 1991, 445) negende lid
Periode: 1952–
Product: ministeriële regeling, onder andere:
– Regeling omschrijving gewezen deelnemer (Stcrt. 1991, 205)
Waardering: B 1
Handeling: Het vaststellen van regels in welke gevallen de afkoop van een pensioen of de aanspraak op een pensioen mogelijk is.
Grondslag: Pensioen- en spaarfondsenwet (Stb. 1952, 275) zoals gewijzigd (Stb. 1987, 340) art. 32 vierde lid
Periode: 1987–
Product: ministeriële regeling, o.a.:
– Regeling aanwijzing van gevallen waarin afkoop van pensioen of een aanspraak op pensioen mogelijk is (Stcrt. 1987, 143)
– Regeling aanwijzing van gevallen waarin afkoop van pensioen of een aanspraak op pensioen mogelijk is (Stcrt. 1994, 136)
Waardering: B 1
Handeling: Het vaststellen van de maximum-hoogte van het pensioen, waarbij zowel het pensioenfonds of de verzekeraar als de rechthebbende zonder toestemming van de ander kan overgaan tot afkoop van het pensioen.
Grondslag: Pensioen- en spaarfondsenwet (Stb. 1952, 275) zoals gewijzigd (Stb. 1994, 496) art. 32 zesde lid
Periode: 1994–
Product: ministeriële regeling, o.a.:
– Regeling tot herziening bedrag genoemd in art. 32, vijfde lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet (Stcrt. 1997, 240)
– Regeling tot herziening bedrag afkoop pensioenbedragen genoemd in art. 32, vijfde lid, Pensioen- en spaarfondsenwet (Stcrt. 1997, 249)
– Regeling herziening bedrag genoemd in artikel 32 vijfde lid, Pensioen- en spaarfondsenwet (Stcrt. 1998, 233)
Waardering: B 1
Handeling: Het aanwijzen van een instelling waaraan eerder opgebouwde pensioenaanspraken kunnen worden overgedragen
Grondslag: Pensioen- en spaarfondsenwet (Stb. 1952, 275), zoals gewijzigd (Stb. 1994, 496) art. 32b eerste lid onder c;
Periode: 1994–
Product: Aanwijzingsbesluit, o.a.:
– Regeling aanwijzing instellingen ex artikel 32b PSW (Stcrt. 1999, 78; gewijzigd Stcrt. 2000, 205; 2003, 28)
Waardering: B 5
Handeling: Het (bij of krachtens AMvB) vaststellen van regels ten aanzien van de berekening van de waarde van af of in te kopen aanspraken op pensioen en de te volgen procedure daarbij.
Grondslag: Pensioen- en spaarfondsenwet (Stb. 1952, 275) zoals gewijzigd (Stb. 1987, 340) art. 32a derde lid; gewijzigd (Stb. 1994, 496) art. 32b derde lid; Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (Stb. 1994, 342) art. 7 vierde lid; Besluit reken- en procedureregels recht op waarde-overdracht (Stb. 1994, 647) art. 8 vierde lid, 9 eerste lid en 12 tweede lid
Periode: 1994–
Product: algemene maatregel van bestuur, onder andere:
– Besluit reken- en procedureregels recht op waarde-overdracht (Stb. 1994, 647)
ministeriële regeling, onder andere:
– Regeling berekening van een aan één van de Europese Gemeenschappen af te dragen afkoopsom (Stcrt. 1987, 143)
– Besluit van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 19 augustus 1994, nr. AZ/SV/P/94/3485 (Stcrt. 1994, 170, gewijzigd Stcrt. 1998, 118)
– Regels voor berekening in geval van waarde-overdracht (Stcrt. 1995, 83)
Opmerking: Ten aanzien van de AMvB op grond van art. 32b PSW gold tot de Wet afschaffing adviesverplichtingen (Stb. 1995, 355) de verplichting van de minister de Stichting van de Arbeid en de PVK te horen. Sindsdien geldt dat de minister bevoegd is de beide organen om advies te vragen.
Waardering: B 1
Handeling: Het vaststellen van regels met betrekking tot de voorwaarden waaronder het sluiten of afwikkelen van overeenkomsten van verzekering voor eigen rekening door pensioen- of ondernemingsfondsen niet tot de uitoefening van het verzekeringsbedrijf wordt gerekend.
Grondslag: Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 (Stb. 1994, 252), zoals gewijzigd (Stb. 1995, 355), art. 13 vijfde lid;
Periode: 1993–
Product: ministeriële regeling, o.a.:
Waardering: B 5
Handeling: Het bij AMvB vaststellen van regels ten aanzien van het uitruilen van mogelijkheden van nabestaandenpensioen tegen een hoger of eerder ingaand ouderdomspensioen.
Grondslag: Pensioen- en spaarfondsenwet (Stb. 1952, 275) zoals gewijzigd (Stb. 1994, 496; Stb. 2000, 625) art. 2b vijfde lid;
Periode: 1995–
Product: algemene maatregel van bestuur:
– Besluit gelijke behandeling bij pensioenen (Stb. 2002, 101)
Opmerking: Artikel 2b van de wet met deze uitruilmogelijkheid, treedt op 1 januari 2000 in werking.
Waardering: B 1
Handeling: Het bij AMvB vaststellen van regels inzake de afkoopsom van een pensioen.
Grondslag: Pensioen- en spaarfondsenwet (Stb. 1952, 275) zoals gewijzigd (Stb. 2000, 625) art. 32 negende lid
Periode: 2000–
Product: algemene maatregel van bestuur
– Besluit gelijke behandeling bij pensioenen (Stb. 2002, 101)
Waardering: B 1
Handeling: Het bij AMvB vaststellen van regels ten aanzien van het uitruilen van mogelijkheden tussen pensioenen, anders dan een ouderdoms- of nabestaandenpensioen.
Grondslag: Pensioen- en spaarfondsenwet (Stb. 1952, 275), zoals gewijzigd (Stb. 2000, 625) art. 2c tweede lid
Periode: 2002–
Product: algemene maatregel van bestuur, o.a.:
Waardering: B 1
Handeling: Het aanwijzen van verenigingen welke niet hoeven te voldoen aan de eisen zoals vermeldt in artikel 6a eerste en vierde lid van de Pensioen- en spaarfondsenwet.
Grondslag: Wet van 20 mei 2000 (Stb. 2000, 256), art. III eerste lid
Periode: 2000
Product: Aanwijzingsbesluit:
– Aanwijzing van verenigingen die niet aan de representativiteitseisen Pensioen- en Spaarfondsenwet hoeven te voldoen (Stcrt. 2000, 124)
Opmerking: Het betreft de volgende drie eisen:
– de vereniging moet volledige rechtsbevoegdheid bezitten;
– de vereniging moet mede het behartigen van de belangen van haar leden als belanghebbenden als statutair doel hebben;
– de vereniging moet minimaal 1% van het aantal belanghebbenden bij een fonds georganiseerd hebben.
De wet is per 1 januari 2001 vervallen.
Waardering: B 4
Handeling: Het bij ministeriële regeling aanwijzen van een instelling die onderzoek verricht naar ontbrekende aanvullende pensioenvoorzieningen voor werknemers.
Grondslag: Pensioen- en spaarfondsenwet (Stb. 1952, 275), zoals gewijzigd (Stb. 1994, 496), art. 25a;
Periode: 1994–
Product: Ministeriële regeling
Waardering: B 4
Handeling: Het bij AMvB stellen van regels omtrent de meldingsplicht van de accountant of actuaris van een fonds, de beleggingen door een fonds en/of de actuariële en bedrijfstechnische nota van een fonds.
Grondslag: Pensioen- en spaarfondsenwet (Stb. 1952, 275), zoals gewijzigd (Stb. 1999, 592), art. 9c en 9d;
Periode: 2000–
Product: Algemene maatregel van bestuur:
– Besluit actuariële en bedrijfstechnische nota (Stb. 2000, 502)
Waardering: B 1
Handeling: Het bij AMvB stellen van regels omtrent de eisen waaraan de financiële opzet van een (beroeps-)pensioenfonds moet voldoen in relatie tot het draagvlak van het fonds.
Grondslag: Pensioen- en spaarfondsenwet (Stb. 1952, 275), zoals gewijzigd (Stb. 1999, 592), art. 10 tweede lid
Periode: 2000–
Product: Algemene maatregel van bestuur
Waardering: B 1
Handeling: Het bij AMvB stellen van regels m.b.t. de verplichtingen omtrent het boekjaar, jaarrekening, jaarverslag, actuarieel verslag en overige gegevens waarin een volledig beeld van de financiële toestand van het fonds wordt gegeven.
Grondslag: Pensioen- en spaarfondsenwet (Stb. 1952, 275), zoals gewijzigd (Stb. 1999, 592), art. 10b achtste lid
Periode: 2000–
Product: Algemene maatregel van bestuur
Waardering: B 1
Handeling: Het stellen van regels met betrekking tot de bevoegdheden van de Pensioen- en Verzekeringskamer om sanctiemaatregelen op te leggen aan fondsen.
Grondslag: Pensioen- en spaarfondsenwet (Stb. 1952, 275), gewijzigd (Stb. 1999, 592), art. 23a derde lid, art. 23b derde lid;
Periode: 2000–
Product: Ministeriële regeling
Waardering: B 1
Handeling: Het verplicht stellen van het deelnemen in een bedrijfs(tak)pensioenfonds voor alle of bepaalde groepen van bedrijfsgenoten.
Grondslag: Wet betreffende verplichte deelneming in een bedrijfspensioenfonds (Stb. 1949, J 121) art. 3–5 en 7 (b.w. Stb. 2000, 628); Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 (Stb. 2000, 628), art. 2 eerste lid, 10 eerste lid, 11 eerste t/m derde lid, 12 eerste, vierde, vijfde en zevende lid;
Periode: 1949–
Product: besluit van algemene strekking
Opmerking: De verplichtstelling gebeurt op verzoek van een representatief deel van het georganiseerde bedrijfsleven in een bedrijfstak. Bij wijziging van de financiële opzet van het bedrijfspensioenfonds of van de statuten en reglementen kan de verplichtstelling ingetrokken worden tenzij de minister een verklaring van geen bezwaar afgeeft.
Van de aanvraag tot, de wijziging van of (het voornemen tot) intrekking van de verplichtstelling, of de verplichtstelling zelf doet de minister mededeling in de Staatscourant.
Hieronder valt ook de behandeling van de aanvraag tot verplichtstelling.
Waardering: B 5
Handeling: Het stellen van regels omtrent de aanvraag tot ontheffing van verplichte deelname in een bedrijfstakpensioenfonds.
Grondslag: Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 (Stb. 2000, 628), art. 15 tweede lid;
Periode: 2001–
Product: Ministeriële regeling
Opmerking: Hieronder vallen ook de regels tot vrijstelling voor een persoon die slechts tijdelijk in Nederland werkzaam is.
Waardering: B 1
Handeling: Het op aanvraag verlenen van ontheffing verplicht deel te nemen in een bedrijfstakpensioenfonds.
Grondslag: Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 (Stb. 2000, 628), art. 15 eerste lid;
Periode: 2001–
Product: Ontheffingsbesluit
Opmerking: Hieronder valt ook de ontheffing aan een persoon die slechts tijdelijk in Nederland werkzaam is.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het verplicht stellen van het deelnemen in een beroepspensioenregeling voor alle of bepaalde groepen van beroepsgenoten.
Grondslag: Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling (Stb. 1972, 400) art. 2–5
Periode: 1972–
Product: besluit van algemene strekking
Opmerking: De verplichtstelling gebeurt op verzoek van een representatief organisaties van beroepsgenoten. Bij wijziging van de financiële opzet van het bedrijfspensioenfonds of van de statuten en reglementen kan de verplichtstelling ingetrokken worden tenzij de minister een verklaring van geen bezwaar afgeeft.
Van de aanvraag, de verplichtstelling en de intrekking, evenals de verklaring van geen bezwaar tegen wijzigingen van statuten of reglementen van de rechtspersoon wordt door de minister mededeling gedaan in de Staatscourant.
De bevoegdheden kunnen gemandateerd worden.
Waardering: B 5
Handeling: Het houden van een representativiteitstoets met betrekking tot het voortzetten van een verplichting.
Grondslag: Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 (Stb. 2000, 628), art. 12;
Periode: 2001–
Product: Toets
Opmerking: Op verzoek van de minister toont het georganiseerde bedrijfsleven dat het voorzetting van de verplichting wenst. Indien het georganiseerde bedrijfsleven niet binnen acht weken na het verzoek aantoont dat het (de voortzetting van) de verplichting wenst, doet de minister hiervan mededeling in de Staatscourant. Binnen twee jaar na deze mededeling doet de minister opnieuw een verzoek. Indien het georganiseerde bedrijfsleven dan wederom niet aantoont dat het de verplichtstelling wenst, wordt de verplichtstelling door de minister ingetrokken. Bij de intrekking kunnen door de minister voorschriften worden gegeven m.b.t. de rechten en verplichtingen van de (gewezen) deelnemers of hun werkgevers.
Waardering: V 5 jaar na afsluiting toets
Handeling: Het vaststellen van richtlijnen en/of regels waaraan bedrijfs(tak)- of beroepspensioenregelingen waarvoor een verplichtstelling is verzocht, moeten voldoen.
Grondslag: Wet betreffende verplichte deelneming in een bedrijfspensioenfonds (Stb. 1949, J 121) art. 5 derde lid (b.w. Stb. 2000, 628); Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling (Stb. 1972, 400) art. 5 tweede lid en 8 tweede lid, zoals gewijzigd (Stb. 1997, 63), art. 5 tweede lid; Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 (Stb. 2000, 628), art. 2 vierde lid, 10 tweede lid, 11 tweede, derde en zevende lid;
Periode: 1949–
Product: ministeriële regeling, onder andere:
– Beschikking van de Minister van Sociale Zaken van 13 mei 1949, nr. 978 (Stcrt. 1949, 94)
– Besluit van de Minister van Sociale Zaken van 17 december 1949 (Stcrt. 1949, 249)
– Richtlijnen voor vrijstelling van deelneming in een bedrijfspensioenfonds wegens bijzondere pensioenvoorzieningen (Stcrt. 1953, 1)
– Richtlijnen gemoedsbezwaren tegen verzekering (Stcrt. 1973, 17)
– Richtlijnen betreffende vrijwillige voorzieningen in beroepspensioenregelingen (Stcrt. 1983, 23)
– Vrijstellingsregeling Wet Bpf (Stcrt. 1998, 78, gewijzigd Stcrt. 1998, 118, Stcrt. 1998, 138)
– Toetsingskader Wet Bpf 2000 (Stcrt. 2001, 165)
Opmerking: Dit betreft ook regels met betrekking tot de bij de aanvraag toe te voegen bescheiden.
Bij intrekking van een verplichtstelling kan de minister voorschriften geven ter bescherming van de rechten van de (gewezen) deelnemers.
Waardering: B 5
Handeling: Het – gehoord de Pensioen- en Verzekeringskamer – vaststellen van regels voor het in rekening brengen door het uitvoeringsorgaan van de kosten voor verevening van een pensioen na scheiding.
Grondslag: Wet verevening pensioenrechten na scheiding (Stb. 1994, 342) art. 6 tweede lid
Periode: 1994–
Product: ministeriële regeling
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het bij AMvB aanwijzen van uitkeringen ingevolge enigerlei rekening die als pensioen in de zin van de Wet verevening pensioenrechten na scheiding worden aangemerkt.
Grondslag: Wet verevening pensioenrechten na scheiding (Stb. 1994, 342) art. 1 achtste lid, vernummerd (Stb. 2001, 12), art. 1 negende lid;
Periode: 1994–
Product: algemene maatregel van bestuur
Waardering: B 5
Handeling: Het vaststellen van het modelformulier voor de melding van het recht op vervening van pensioen na een scheiding aan een pensioenuitvoerder.
Grondslag: Wet verevening pensioenrechten na scheiding (Stb. 1994, 342) art. 2 tweede lid
Periode: 1994–
Product: ministeriële regeling, o.a.:
– Regeling houden vaststelling van een modelformulier als bedoeld in artikel 2 van de Wet verevening pensioenrechten na scheiding (Stcrt. 1995, 34);
– Vaststelling modelformulier Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (Stcrt. 2000, 136; ingetrokken Stcrt. 2002, 58);
– Vastelling modelformulier Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (Stcrt. 2002, 58)
Waardering: V 5 jaar na vaststelling nieuwe regeling
Handeling: Het – gehoord de Pensioen- en Verzekeringsraad – vaststellen van regels voor de berekening van pensioenrechten na scheiding die betrekking hebben op deelnemingsjaren gelegen voor de datum van inwerkingtreding van de Wet verevening pensioenrechten na scheiding.
Grondslag: Wet verevening pensioenrechten na scheiding (Stb. 1994, 342) art. 10
Periode: 1994–
Product: ministeriële regeling, o.a.:
– Regeling pensioenberekening bij scheiding voor 27 november 1981 (Stcrt. 1994, 252)
– Regeling pensioenberekening over deelnemingsjaren voor 1 mei 1995 (Stcrt. 1994, 252)
Waardering: B 5
Handeling: Het bij AMvB stellen van regels omtrent de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder het bedrijfstakpensioenfonds vrijstelling van verplichtingen mag verlenen.
Grondslag: Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 (Stb. 2000, 628), art. 13 derde lid;
Periode: 2001–
Product: Algemene maatregel van bestuur:
– Vrijstellingsbesluit Wet Bpf 2000 (Stb. 2000, 633)
Opmerking: Het bedrijfstakpensioenfonds kan de vrijstellingen van de verplichtingen verlenen en intrekken. Aan de vrijstelling kan het fonds voorschriften verbinden.
Waardering: B 1
Handeling: Het stellen van regels omtrent de vrijstelling van de verplichtstelling bij gemoedsbezwaren, alsook de gevolgen van deze vrijstelling.
Grondslag: Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 (Stb. 2000, 628), art. 14 tweede lid;
Periode: 2001–
Product: Ministeriële regeling
Opmerking: Dit betreft ook regels omtrent de intrekking van de vrijstelling.
Waardering: B 5
Handeling: Het bij AMvB stellen van regels omtrent de inhoud van de mededeling, de aard en inhoud van de te verstrekken inlichtingen en de over te leggen stukken met betrekking tot hoofdelijke aansprakelijkheid.
Grondslag: Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 (Stb. 2000, 628), art. 23 tweede lid;
Periode: 2001–
Product: Algemene maatregel van bestuur
Opmerking: Dit betreft ook de termijnen waarbinnen het doen van de mededeling, het verstrekken van de inlichtingen en het overleggen van de stukken dienen te geschieden.
Waardering: B 1
Handeling: Het (tot 1981 in overeenstemming met de Minister van Justitie) op voordracht van daartoe aangewezen organisaties van werkgevers en werknemers, toevoegen van personen aan de Verzekeringskamer en de Pensioenraad van de Verzekeringskamer.
Grondslag: Wet betreffende verplichte deelneming in een bedrijfspensioenfonds (Stb. 1949, J 121) art. 14 eerste lid (b.w. Stb. 1952, 275); Pensioen- en spaarfondsenwet (Stb. 1952, 275) art. 27 (b.w. Stb. 1992, 372); Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling (Stb. 1972, 400) art. 24 (b.w. Stb. 1992, 372); Statuten van de Stichting Verzekeringskamer (1992) art. 8
Periode: 1952–1992
Product: beschikking
Waardering: V 10 jaar na bereiken 75-jarige leeftijd of overlijden
Handeling: Het (bij K.b.) aanwijzen van organisaties van werkgevers en werknemers die voordrachten mogen doen voor de door de Minister van Sociale Zaken toe te voegen leden van de Verzekeringskamer of de Pensioenraad van de Verzekeringskamer.
Grondslag: Pensioen- en spaarfondsenwet (Stb. 1952, 275) zoals gewijzigd (Stb. 1972, 774) art. 27 eerste lid (b.w. Stb. 1992, 372);
Periode: 1972–1992
Product: Koninklijke besluit/ministeriële regeling, onder andere:
– Koninklijk besluit van 29 april 1976 (Stcrt. 1976, 91)
– Koninklijk besluit van 18 februari 1981 (Stcrt. 1981, 40)
Waardering: B 4
Handeling: Het vaststellen van regels voor de taak en de vergoeding van de door de minister(s) benoemde leden van de Verzekeringskamer.
Grondslag: Wet betreffende verplichte deelneming in een bedrijfspensioenfonds (Stb. 1949, J 121) art. 14 eerste lid (B.w. Stb. 1952, 275); Pensioen- en spaarfondsenwet (Stb. 1952, 275) art. 27 tweede lid (b.w. Stb. 1992, 372); Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling (Stb. 1972, 400) art. 24
Periode: 1949–1992
Product: ministeriële regeling
Waardering: V 5 jaar na vervallen
Handeling: Het goedkeuren van beleidsregels van de Pensioen- en Verzekeringskamer voor werkzaamheden betreffende de aanvullende pensioenen.
Grondslag: Besluit van 17 augustus 1949 (Stb. 1949, J 395) art. 5 en 7; Besluit van 17 december 1953 (Stb. 1953, 574) art. 5–6 (b.w. Stb. 1972, 758); Pensioen- en spaarfondsenwet (Stb. 1952, 275) zoals gewijzigd (Stb. 1990, 29) art. 6c tweede lid
Periode: 1949–
Product: beschikking
Waardering: B 5
Handeling: Het vaststellen van regels voor het door de pensioen- en spaarfondsen vergoeden van de kosten voor de uitvoering van de pensioenwetten door de Pensioen- en Verzekeringskamer.
Grondslag: Wet betreffende verplichte deelneming in een bedrijfspensioenfonds (Stb. 1949, J 121) art. 12 (b.w. Stb. 1952, 275); Pensioen- en spaarfondsenwet (Stb. 1952, 275) art. 26; Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling (Stb. 1972, 400) art. 23
Periode: 1952–
Product: ministeriële regeling, onder andere:
– Kostenbeschikking Pensioen- en spaarfondsenwet (Stcrt. 1953, 251; vervangen Stcrt. 1973, 139)
– Kostenbeschikking Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling (Stcrt. 1974, 74)
– Kostenregeling Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling 1993 (Stcrt. 1993, 165, gewijzigd Stcrt. 1998, 233)
– Kostenregeling Pensioen- en spaarfondsenwet 1993 (Stcrt. 1993, 165, gewijzigd Stcrt. 1998, 233)
Waardering: B 5
Handeling: Het stellen van regels met betrekking tot de bepalingen welke opgenomen worden in de statuten en reglementen van de rechtspersoon.
Grondslag: Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling (Stb. 1972, 400), zoals gewijzigd (Stb. 1997, 510), art. 8 derde lid;
Periode: 1997–
Product: Ministeriële regeling
Opmerking: De rechtspersoon zal als beroepspensioenfonds de beroepspensioenregeling uitvoeren.
Waardering: B 5
Handeling: Het beslissen op beroepschriften van pensioen- en spaarfondsen op besluiten van de Verzekeringskamer ten aanzien van bezwaarschriften tegen aanslagen inzake de kosten van de uitvoering van de Pensioen- en spaarfondsenwet.
Grondslag: Kostenbeschikking Pensioen- en spaarfondsenwet (Stcrt. 1953, 251) art. 12 tweede lid; Kostenbeschikking Pensioen- en spaarfondsenwet (Stcrt. 1973, 139) art. 12 tweede lid; Kostenbeschikking Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling (Stcrt. 1974, 74) art. 12 tweede lid
Periode: 1953–1987
Product: beschikking
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het, – tot 1972 gehoord de Verzekeringskamer –, goedkeuren van statuten en reglementen van pensioen- en spaarfondsen en de wijzigingen daarvan.
Grondslag: Pensioen- en spaarfondsenwet (Stb. 1952, 275) art. 4 (b.w. Stb. 1981, 17); Wet van 21 januari 1981 tot wijziging van de Pensioen- en spaarfondsenwet en enkele andere wetten (Stb. 1981, 17) art. IV
Periode: 1952–1983
Product: beschikking (gepubliceerd in de Staatscourant)
Opmerking: Door de ministeriële goedkeuring van de statuten kreeg het fonds rechtspersoonlijkheid, voor zover het nog geen rechtspersoonlijkheid bezat. Na de inwerkingtreding van de Boek 2 (nieuw) BW zijn de fondsen op grond van de Overgangswet voor het nieuwe Burgerlijke Wetboek stichtingen in de zin van Boek 2 BW geworden. Nu dient een fonds op grond van Boek 2 BW volledige rechtspersoonlijkheid te bezitten alsvorens het als pensioen- of spaarfonds werkzaam kan zijn.
Waardering: V 10 jaar wordt bewaard bij de Verzekeringskamer (zie aldaar nr. 888)
Handeling: Het vaststellen van formulieren voor de aanmelding van pensioen- en spaarfondsen.
Grondslag: Pensioen- en spaarfondsenwet (Stb. 1952, 275) art. 20; gewijzigd (Stb. 1981, 17) art. 4 tweede lid (gewijzigd Stb. 1994, 496)
Periode: 1952–1994
Product: ministeriële regeling, onder andere:
– Beschikking van de Minister van Sociale Zaken van 5 juli 1954, nr. 570 (Stcrt. 1954, 131)
– Beschikking aanmeldingsformulier (Stcrt. 1981, 31)
Waardering: V 5 jaar na vervanging
Handeling: Het ten behoeve van het toezicht registreren van aanmeldingen van pensioen- en spaarfondsen en het doorzenden van een exemplaar van de daarbij ontvangen statuten en reglementen en de wijzigingen daarvan aan de Verzekeringskamer.
Grondslag: Pensioen- en spaarfondsenwet (Stb. 1952, 275) zoals gewijzigd (Stb. 1981, 17) art. 4 tweede en derde lid (b.w. Stb. 2000, 628);
Periode: 1981–2000
Product: beschikking
Opmerking: Sinds 1994 (Stb. 1994, 496) geldt de verplichte inzending van (wijzigingen van) statuten en reglementen aan de minister alleen nog voor de bedrijfspensioenfondsen.
Waardering: B 5
Handeling: Het bij AMvB stellen van regels voor een rechtspersoonlijkheid bezittend lichaam indien dat lichaam niet tot betaling aan het bedrijfstakpensioenfonds in staat is.
Grondslag: Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 (Stb. 2000, 628), art. 23 tweede lid;
Periode: 2001–
Product: Algemene maatregel van bestuur, o.a.:
– Besluit meldingsregeling Wet Bpf 2000 (Stb. 2000, 631)
Opmerking: Dit heeft betrekking tot:
– de inhoud van de melding van de betalingsonmacht;
– de aard en de inhoud van de te verstrekken inlichtingen;
– de over te leggen stukken;
– de termijnen waarbinnen het doen van de mededeling, het verstrekken van de inlichtingen en het overleggen van de stukken dienen te geschieden.
Waardering: B 1
Handeling: Het – op voorstel van de Verzekeringskamer – vaststellen van de modellen van de staten waarop pensioen- en spaarfondsen gegevens dienen te verstrekken aan de Pensioen- en Verzekeringskamer.
Grondslag: Besluit van 17 augustus 1949 (Stb. 1949, J 395) art. 3 (b.w. Stb. 1953, 574); Besluit van 17 december 1953, (Stb. 1953, 574) art. 3 (b.w. Stb. 1993, 578); Besluit van 26 juni 1973 (Stb. 1973, 331) art. 2 (b.w. Stb. 1998, 577); Besluit van 26 oktober 1993 (Stb. 1993, 577) art. 2 (b.w. Stb. 1998, 545); Besluit van 26 oktober 1993 (Stb. 1993, 578) art. 2 (b.w. Stb. 1998, 545)
Periode: 1949–1998
Product: ministeriële regeling, onder andere:
– Beschikking staten pensioen- en spaarfondsen (Stcrt. 1953, 254)
– Beschikking staten beroepspensioenfondsen (Stcrt. 1974, 12)
– Regeling staten pensioen- en spaarfondsen (Stcrt. 1991, 104)
– Regeling staten beroepspensioenfondsen (Stcrt. 1992, 176)
Waardering: B 5
Handeling: Het stellen van regels ter uitvoering van het Besluit staten pensioenfondsen.
Grondslag: Besluit staten pensioenfondsen (Stb. 1998, 545), art. 9;
Periode: 1998–
Product: Ministeriële regeling
Waardering: B 5
Handeling: Het stellen van regels omtrent het opleggen van een bestuurlijke boete door de Pensioen- en Verzekeringskamer.
Grondslag: Pensioen- en spaarfondsenwet (Stb. 1952, 275), zoals gewijzigd (Stb. 1999, 592), art. 23b derde lid; Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 (Stb. 2000, 628), art. 19 derde lid; Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling (Stb. 1972, 400), zoals gewijzigd (Stb. 1999, 592), art. 21b derde lid;
Periode: 2000–
Product: Ministeriële regeling
Waardering: B 5
Handeling: Het bij AMvB wijzigen van de bijlage(n) bij de Pensioen- en Spaarfondsenwet, of de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 of de Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling.
Grondslag: Pensioen- en spaarfondsenwet (Stb. 1952, 275), zoals gewijzigd (Stb. 1999, 592), art. 23c; Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 (Stb. 2000, 628), art. 20 derde lid; Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling (Stb. 1972, 400), zoals gewijzigd (Stb. 1999, 592), art. 21c derde lid;
Periode: 2000–
Product: Algemene maatregel van bestuur
Opmerking: Het bedrag van de boete wordt bepaald op de wijze zoals voorzien in de bijlage.
Waardering: B 1
Handeling: Het bij K.b. beslissen op het beroep van een pensioen- of spaarfonds tegen het besluit van de Verzekeringskamer om de misstanden bij het fonds openbaar te maken.
Grondslag: Wet betreffende verplichte deelneming in een bedrijfspensioenfonds (Stb. 1949, J 121) art. 11 derde lid (b.w. Stb. 1952, 275); Pensioen- en spaarfondsenwet (Stb. 1952, 275) art. 23 vierde lid; vernummerd (Stb. 1972, 774) vijfde lid (b.w. Stb. 1993, 650); Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling (Stb. 1972, 400) art. 21 vierde lid (b.w. Stb. 1993, 650)
Periode: 1949–1993
Product: Koninklijk besluit (tot de inwerkingtreding van de Pensioen- en spaarfondsenwet in 1952: ministerieel besluit)
Waardering: B 3
Handeling: Het bij K.B. aanwijzen van centrale en andere organisaties van werkgevers en werknemers, die door de Pensioen- en Verzekeringskamer op de hoogte gebracht kunnen worden van aanwijzingen van de Pensioen- en Verzekeringskamer aan fondsbesturen.
Grondslag: Pensioen- en spaarfondsenwet (Stb. 1952, 275) zoals gewijzigd (Stb. 1972, 774) art. 23 tweede lid (b.w. Stb. 1999, 592)
Periode: 1972–2000
Product: Koninklijk besluit, onder andere:
– Koninklijk besluit van 25 februari 1981 (Stcrt. 1981, 40; gewijzigd Stb. 2000, 630)
Waardering: B 5
Handeling: Het goedkeuren en publiceren van de regels van de Pensioen- & Verzekeringskamer omtrent onevenwichtige behartiging van de belangen.
Grondslag: Pensioen- en spaarfondsenwet (Stb. 1952, 275), zoals gewijzigd (Stb. 2000, 256), art. 6d eerste lid
Periode: 2000–
Product: Goedkeuringsbesluit
Opmerking: Publicatie vindt plaats in de Staatscourant.
Waardering: V 5 jaar na vervanging
Handeling: Het, gehoord de Verzekeringskamer, controleren van wetenschappelijke balansen, verlies- en winstrekeningen en actuariële verslagen en de jaarlijkse door een accountant gecontroleerd verslagen van bedrijfspensioenfondsen.
Grondslag: Wet betreffende verplichte deelneming in een bedrijfspensioenfonds (Stb. 1949, J 121) art. 8 (b.w. Stb. 1952, 275)
Periode: 1949–1952
Product: mededelingen
Waardering: V 20 jaar
Handeling: Het beslissen op beroepen van pensioen- en spaarfondsen tegen door de Verzekeringskamer ingebrachte bezwaren tegen de aanwijzing van een actuaris door een fonds.
Grondslag: Pensioen- en spaarfondsenwet (Stb. 1952, 275) art. 12 derde lid (b.w. Stb. 1993, 690); Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling (Stb. 1972, 400) art. 11 (b.w. Stb. 1993, 690)
Periode: 1952–1993
Product: beschikking
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het, gehoord de Pensioen- en Verzekeringskamer, verlenen van ontheffing of (sinds 1997) vrijstelling aan pensioen- en spaarfondsen, werkgevers of beroepsgenoten van bepalingen in de wetten inzake aanvullende pensioenen.
Grondslag: Wet betreffende verplichte deelneming in een bedrijfspensioenfonds (Stb. 1949, J 121) art. 16 (b.w. Stb. 2000, 628); Pensioen- en spaarfondsenwet (Stb. 1952, 275) art. 29 (b.w. Stb. 1994, 496); Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling (Stb. 1972, 400), zoals gewijzigd (Stb. 1997, 63), art. 26; Richtlijnen betreffende vrijwillige voorzieningen in beroepspensioenregelingen (Stcrt. 1983, 23) art. 5;
Periode: 1949–
Product: beschikking
Opmerking: De adviesverplichting van de Pensioen- en Verzekeringskamer voor de Wet Bpf en de Wet Bpr is in respectievelijk 1995 en 1997 vervangen door een inlichtingenplicht indien de minister daar om verzoekt.
Waardering: V 10 jaar bij weigering ontheffing
50 jaar bij verlening ontheffing
Handeling: Het bij of krachtens AMvB vaststellen van regels inzake de meldingsplicht van het bestuur van een rechtspersoon, indien de rechtspersoon niet in staat is tot betaling van zijn bijdrage aan het bedrijfspensioenfonds.
Grondslag: Wet betreffende verplichte deelneming in een bedrijfspensioenfonds (Stb. 1949, J 121) zoals gewijzigd (Stb. 1986, 276) art. 18b eerste lid, vernummerd (Stb. 1990, 222) tweede lid (b.w. Stb. 2000, 628)
Periode: 1986–2000
Product: algemene maatregel van bestuur, onder andere:
– Besluit meldingsregeling Wet betreffende verplichte deelneming in een bedrijfspensioenfonds (Stb. 1986, 582)
Waardering: B 5
Handeling: Het – gehoord de Stichting van de Arbeid – bij AMvB vaststellen van nadere regels inzake het bestuur en het beheer van het Fonds Voorheffing Pensioenverzekering.
Grondslag: Wet van 13 december 1972 (Stb. 1972, 702) art. 4 en 8 (b.w. Stb. 1998, 457);
Periode: 1972–1999
Product: algemene maatregel van bestuur, onder andere:
– Besluit Fonds Voorheffing Pensioenverzekering (Stb. 1974, 532)
Opmerking: De adviseringverplichting van de Stichting van de Arbeid is in 1995 vervallen.
Waardering: B 4
Handeling: Het goedkeuren van het besluit van het Fonds Voorheffing Pensioenverzekering inzake
– het reglement voor de werkzaamheden van het bestuur van het Fonds
– regels voor een schadeloosstelling en de vergoeding voor reis- en verblijfkosten van de leden en plaatsvervangende leden van het bestuur van het Fonds.
Grondslag: Besluit Fonds Voorheffing Pensioenverzekering (Stb. 1974, 532) art. 6 en 7
Periode: 1974–1999
Product: beschikking
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het aanwijzen van vertegenwoordigers die met raadgevende stem de vergaderingen van het bestuur van het Fonds Voorheffing Pensioenverzekering bijwonen.
Grondslag: Besluit Fonds Voorheffing Pensioenverzekering (Stb. 1974, 532) art. 5 (b.w. Stb. 1998, 708)
Periode: 1974–1999
Product: aanwijzing
Waardering: V 5 jaar na beëindiging functie
Handeling: Het stellen van regels voor de vergoeding door het FVP van de onkosten van de administratieve werkzaamheden van de Sociale Verzekeringsbank.
Grondslag: Wet van 13 december 1972 (Stb. 1972, 702) art. 6 derde lid (b.w. Stb. 1998, 457);
Periode: 1972–1999
Product: ministeriële regeling
Waardering: V 5 jaar na vervallen
Handeling: Het controleren van het jaarverslag, de jaarrekening, het accountantsrapport en andere verslagen en verantwoordingen van het Fonds Voorheffing Pensioenverzekering.
Grondslag: Wet van 13 december 1972 (Stb. 1972, 702) art. 4 derde lid (b.w. Stb. 1998, 457); Besluit Fonds Voorheffing Pensioenverzekering (Stb. 1974, 532) art. 16
Periode: 1972–1999
Product: (controle)rapport
Waardering: B 3
Handeling: Het, eventueel in overeenstemming met de Minister van Financiën, (bij amvb) vaststellen van regels voor de uitvoering van de wetten inzake tijdelijke bijdragen aan het Fonds Voorheffing Pensioenverzekering.
Grondslag: Wet van 13 december 1972 (Stb. 1972, 702) art. 2 derde lid; Wet regelende het heffen van een tijdelijke bijdrage ten behoeve van het Fonds Voorheffing Pensioenverzekering als nacalculatie van de lonen over 1972 (Stb. 1973, 339) art. 5 tweede lid en 7; Wet houdende bijdrage over 1974 ten behoeve van het Fonds Voorheffing Pensioenverzekering als nacalculatie van de lonen over 1972 (Stb. 1973, 671) art. 5 tweede lid en 7
Periode: 1973–1974
Product: algemene maatregel van bestuur/ministeriële regeling
Waardering: B 5
Handeling: Het – tot 1995 gehoord de Stichting van de Arbeid – goedkeuren van bijdrageregelingen van het Fonds Voorheffing Pensioenverzekering voor voortzetting van pensioenvoorzieningen van werkloze werknemers of verwerving van pensioenaanspraken van vrouwelijke werknemers.
Grondslag: Wet van 13 december 1972 (Stb. 1972, 702) zoals gewijzigd (Stb. 1988, 557) art. 4b derde tot en met negende lid (b.w. Stb. 1998, 457)
Periode: 1988–1999
Product: beschikking, o.a.:
– Goedkeuring Besluit tot wijziging Bijdrageregeling inhaalpensioen (Stb. 1997, 160)
Opmerking: De adviseringverplichting van de Stichting van de Arbeid is in 1995 vervallen.
Waardering: B 1
Handeling: Het doen van een voordracht voor een Koninklijk besluit waarbij
– een besluit genomen wordt ter zake van het beroep van het Fonds Voorheffing Pensioenverzekering tegen het besluit van de Ministers van Sociale Zaken en Financiën hun goedkeuring aan de bijdrageregelingen van het Fonds te onthouden (tot en met 1993)
– bijdrageregelingen van het Fonds Voorheffing Pensioenverzekering vernietigd worden ingeval deze regelingen er toe leiden dat het eigen vermogen van het Fonds beneden een bepaald bedrag daalt.
Grondslag: Wet van 13 december 1972 (Stb. 1972, 702) zoals gewijzigd (Stb. 1988, 557) art. 4b vijfde (b.w. Stb. 1993, 650) en zevende lid (b.w. Stb. 1998, 457)
Periode: 1988–1999
Product: (voordracht voor) Koninklijk besluit
Waardering: B 1
Handeling: Het aanwijzen van een stichting voor het verstrekken van aanvullende pensioenvoorzieningen.
Grondslag: Wet privatisering FVP (Stb. 1998, 457), art. 2 eerste en vijfde lid;
Periode: 1998–
Product: Aanwijzigingsbesluit, o.a.:
– Aanwijzing Stichting Financiering Voortzetting Pensioenverzekering (Stcrt. 1998, 243)
Opmerking: Per 16 december 1998 is de Stichting Financiering Voorzetting Pensioenverzekering (Stichting FVP) aangewezen.
Waardering: B 4
Handeling: Het – op verzoek van de Sociaal-Economische Raad – voorzien van de stichting in bijdragen ter financiering van onderzoeken inzake aanvullende pensioenen.
Grondslag: Wet privatisering FVP (Stb. 1998, 457), art. 2 eerste lid;
Periode: 1999–
Product: Financiële bescheiden
Opmerking: Het betreft de Stichting Financiering Voortzetting Pensioenverzekering.
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het geven van aanwijzingen van algemene aard aan de Pensioen- & Verzekeringskamer voor de uitoefening van haar taak.
Grondslag: Pensioen- en spaarfondsenwet (Stb. 1952, 275), zoals gewijzigd (Stb. 1999, 592) art. 20 tweede lid; Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling (Stb. 1972, 400), zoals gewijzigd (Stb. 1999, 592), art. 18a tweede lid; Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 (Stb. 2000, 628), art. 17;
Periode: 2000–
Product: Aanwijzing van algemene aard
Waardering: B 5
Handeling: Het geven van aanwijzingen aan de Pensioenkamer voor de uitoefening van de opgedragen taken.
Grondslag: Wet op de Pensioenkamer (Stb. 1983, 259) art. 6
Periode: 1984–1994
Product: aanwijzingen, richtlijnen
Waardering: B 5
Handeling: Het aanwijzen van personen die met raadgevende stem de (commissie)vergaderingen van de Pensioenkamer mogen bijwonen.
Grondslag: Wet op de Pensioenkamer (Stb. 1983, 259) art. 12
Periode: 1984–1994
Product: beschikking
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het vaststellen van nadere regels inzake de vestigingsplaats van de Pensioenkamer, het aantal leden en de organisaties van werkgevers en werknemers die de leden aanwijzen, de bekostiging en de begroting van de Pensioenkamer.
Grondslag: Wet op de Pensioenkamer (Stb. 1983, 259) art. 2 derde lid, 8 eerste en derde lid, 15 eerste lid en 17 zesde lid
Periode: 1984–1994
Product: ministeriële regeling, onder andere:
– Regeling tot uitvoering van de Wet op de Pensioenkamer (Stcrt. 1984, 155)
Waardering: B 4
Handeling: Het bij amvb vaststellen van regels inzake de onverenigbaarheid van het lidmaatschap en plaatsvervangend lidmaatschap van de Pensioenkamer met andere functies.
Grondslag: Wet op de Pensioenkamer (Stb. 1983, 259) art. 9
Periode: 1984–1994
Product: algemene maatregel van bestuur
Waardering: V 5 jaar na vervanging
Handeling: Het vaststellen van regels voor de bezoldiging van de voorzitter van de Pensioenkamer en de vergoedingen voor de leden.
Grondslag: Wet op de Pensioenkamer (Stb. 1983, 259) art. 14 eerste en tweede lid
Periode: 1984–1994
Product: ministeriële regeling
Waardering: V 5 jaar na vervanging
Handeling: Het benoemen van de voorzitter van de Pensioenkamer.
Grondslag: Wet op de Pensioenkamer (Stb. 1983, 259) art. 8 tweede lid
Periode: 1984–1994
Product: beschikking
Waardering: V 10 jaar na bereiken van de 75-jarige leeftijd of overlijden
Handeling: Het goedkeuren van het reglement van werkzaamheden van de Pensioenkamer en de regels met betrekking tot de indienstneming, het ontslag, de bezoldiging en de andere arbeidsvoorwaarden van het personeel.
Grondslag: Wet op de Pensioenkamer (Stb. 1983, 259) art. 10 en 13 derde lid
Periode: 1984–1994
Product: beschikking
Waardering: V 5 jaar na vervanging wordt bewaard bij de Pensioenkamer
Handeling: Het goedkeuren van de begroting van de Pensioenkamer.
Grondslag: Wet op de Pensioenkamer (Stb. 1983, 259) art. 17 tweede tot en met zesde lid
Periode: 1984–1994
Product: beschikking
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het vaststellen van de jaarrekening van de Pensioenkamer.
Grondslag: Wet op de Pensioenkamer (Stb. 1983, 259) art. 18 tweede lid
Periode: 1984–1994
Product: jaarrekening
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het geven van aanwijzingen aan de Pensioenkamer omtrent de inrichting van het jaarverslag.
Grondslag: Wet op de Pensioenkamer (Stb. 1983, 259) art. 20 eerste lid
Periode: 1984–1994
Product: aanwijzing, richtlijn
Waardering: V 5 jaar na vervanging
Handeling: Het vaststellen van regels voor de toekenning van een uitkering aan vervroegd uittredende ex-mijnwerkers.
Grondslag: Perspectievennota Zuid-Limburg (Kamerstukken II, 1977–1978, 13 969) p. 20
Periode: 1979–2000
Product: ministeriële regeling, onder andere:
– Regeling vervroegde uittreding ex-mijnwerkers (Stcrt. 1979, 120)
Opmerking: De Regeling vervroegde uittreding ex-mijnwerkers is financieel afgewikkeld. Per 1 januari 2000 zijn alle rechthebbenden uitgestroomd, zodat alleen nog nabetalingen worden betaald (TK II, 2002–2003, nr. 28 600, XV, nr. 2, pagina 140-SZW-begroting 2002–2003).
Waardering: B 1 & 5
Handeling: Het toekennen van uitkeringen aan vervroegd uittredende ex-mijnwerkers
Grondslag: Regeling vervroegde uittreding ex-mijnwerkers (Stcrt. 1979, 120) art. 3–6
Periode: 1980–2000
Product: beschikking
Waardering: B 5
Opmerking: Deze handeling wordt uitgevoerd door A.Z.L. Beheer onder mandaat van de minister.
De Regeling vervroegde uittreding ex-mijnwerkers is financieel afgewikkeld. Per 1 januari 2000 zijn alle rechthebbenden uitgestroomd, zodat alleen nog nabetalingen worden betaald (TK II, 2002–2003, nr. 28 600, XV, nr. 2, pagina 140-SZW-begroting 2002–2003).
Handeling: Het vergoeden van de kosten van de uitkeringen en uitvoering ingevolge de Regeling vervroegde uittreding ex-mijnwerkers aan A.Z.L. Beheer.
Bron: Rijksbegrotingen 1979–1996
Periode: 1980–2000
Product: beschikking
Opmerking: Door A.Z.L. Beheer worden maandelijks rapportages ingediend over het aantal uitkeringen en de uit te keren bedragen. Aan de hand hiervan worden door de minister voorschotten en verrekeningen gedaan.
De Regeling vervroegde uittreding ex-mijnwerkers is financieel afgewikkeld. Per 1 januari 2000 zijn alle rechthebbenden uitgestroomd, zodat alleen nog nabetalingen worden betaald (TK II, 2002–2003, nr. 28 600, XV, nr. 2, pagina 140 – SZW-begroting 2002–2003).
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het beoordelen van jaarrapportages van A.Z.L. Beheer over de uitvoering van de VVU-regeling.
Bron: interview
Periode: 1980–2000
Product: jaarraportage A.Z.L. Beheer, beoordeling
Opmerking: De Regeling vervroegde uittreding ex-mijnwerkers is financieel afgewikkeld. Per 1 januari 2000 zijn alle rechthebbenden uitgestroomd, zodat alleen nog nabetalingen worden betaald (TK II, 2002–2003, nr. 28 600, XV, nr. 2, pagina 140 – SZW-begroting 2002–2003).
Waardering: B 3
Handeling: Het beschikbaar stellen van gelden voor eenmalige uitkeringen aan oud-mijnwerkers met silicose.
Bron: Rijksbegroting 1995–1996
Periode: 1994–
Product: beschikking
Opmerking: De Silicoseregeling mijnwerkers is financieel afgewikkeld. Per 1 januari 2000 zijn alle rechthebbenden uitgestroomd, zodat alleen nog nabetalingen worden betaald (TK II, 2002–2003, nr. 28 600, XV, nr. 2, pagina 140 – SZW-begroting 2002–2003). Eventuele nabetalingen vallen ook onder deze handeling.
Waardering: B 1 & 5
Actor: Minister van Financiën
Handeling: Het (bij of krachtens AMvB) vaststellen van regels voor de afwikkeling van ongevallenrenten en afkoopsommen.
Grondslag: Liquidatiewet ongevallenwetten (Stb. 1967, 99) art. 19, 26, 33 tweede lid, 35 derde lid en 36
Periode: 1967–1975
Product: algemene maatregel van bestuur/ministeriële regeling, onder andere:
– Besluit berekening afkoopsommen ongevalsuitkeringen (Stb. 1967, 345)
– Besluit uitvoering afwikkeling liquiditeitsuitkeringen en voorzieningen (Stb. 1967, 453)
Waardering: B 1
Handeling: Het verrekenen van gelden, overdragen van contante waarden van verplichtingen ingevolge de Liquidatiewet Ongevallenwetten en het overdragen van vermogensoverschotten van de ongevallenfondsen.
Grondslag: Liquidatiewet ongevallenwetten (Stb. 1967, 99) art. 25 tweede lid, 28, 29 en 30; Besluit overdracht contante waarde verplichtingen ongevallenverzekering aan het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Stb. 1967, 339) art. 13–26; Besluit overdracht contante waarde gehandhaafde bijslagen op ongevalsuitkeringen aan het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Stb. 1967, 431)
Periode: 1967–1975
Product: financiële bescheiden
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het afgeven van een verklaring aan een persoon of lichaam dat hij ten aanzien van artiesten als werkgever geldt.
Grondslag: Aanwijzing werkgever en verzekeringsplicht musici en artiesten (Stcrt. 1969, 11) art. 1; Aanwijzing werkgever en uitzondering verzekeringsplicht W.A.O., Z.W. en W.W. (Stcrt. 1974, 17) art. 1; Aanwijzing werkgever en uitzondering verzekeringsplicht werknemersverzekeringswetten (Stcrt. 1981, 42) art. 1 tweede lid onder a; Aanwijzing als werkgever en uitzondering verzekeringsplicht werknemersverzekeringen (Stcrt. 1986, 251) art. 1 tweede lid onder a (b.w. 1991); Aanwijzing als werkgever en uitzondering verzekeringsplicht werknemersverzekeringen (Stb. 1986, 251), art. 1 derde lid;
Periode: 1967–
Product: beschikking
Opmerking: De Minister van Financiën geeft deze beschikkingen af in het kader van de Uitvoeringsregeling Loonbelasting. De Minister van Sociale Zaken volgde de voorstellen voor een dergelijke verklaring. In 1991 is de bepaling dat de Minister van Sociale Zaken mede de beschikking moet ondertekenen vervallen. Het ministerie ontvangt nog wel een afschrift van de verklaring.
Waardering: Voor waardering zie BSD 65 ‘Heffing der rijksbelastingen’.
Handeling: Het afgeven van zelfstandigheidsverklaringen aan artiesten.
Grondslag: Aanwijzing werkgever en verzekeringsplicht musici en artiesten (Stcrt. 1969, 11) art. 2; Aanwijzing werkgever en uitzondering verzekeringsplicht W.A.O., Z.W. en W.W. (Stcrt. 1974, 17) art. 3; Aanwijzing werkgever en uitzondering verzekeringsplicht werknemersverzekeringswetten (Stcrt. 1981, 42) art. 1 tweede lid onder b; Aanwijzing als werkgever en uitzondering verzekeringsplicht werknemersverzekeringen (Stcrt. 1986, 251) art. 1 tweede lid onder b (b.w. 1991)
Periode: 1967–
Product: beschikking
Opmerking: De Minister van Financiën geeft deze beschikkingen af in het kader van de Uitvoeringsregeling Loonbelasting. De Minister van Sociale Zaken volgde de voorstellen voor een dergelijke verklaring. In 1991 is de bepaling dat de Minister van Sociale Zaken mede de beschikking moet ondertekenen vervallen. Het ministerie ontvangt nog wel een afschrift van de verklaring.
Waardering: Voor waardering zie BSD 65 ‘Heffing der rijksbelastingen’.
Handeling: Het stellen van regels met betrekking tot premie-inkomen, premieheffing en premiepercentage.
Grondslag: Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (Stb. 1997, 176), art. 72 tweede lid, 73 eerste lid, 77;
Periode: 1997–
Product: Ministeriële regeling, o.a.
– Regeling premieheffing WAZ (Stcrt. 1997, 248)
Waardering: B 5
Handeling: Het aanwijzen van een overheidswerkgever welke ontheven wordt van de verplichting tot het overleggen van een schriftelijke garantie.
Grondslag: Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (Stb. 1966, 84), zoals gewijzigd (Stb. 1997, 794), art. 75 eerste lid;
Periode: 1997–
Product: Aanwijzing,
– Regeling ontheffing garantieplicht WAO overheidswerkgevers (Stcrt. 1997, 249)
Opmerking: Het betreft de schriftelijke garantie die werkgevers moeten overleggen als zij het risico van de betaling van de arbeidsongeschiktheidsverzekering zelf willen dragen.
Waardering: V 5 jaar na vervallen aanwijzing
Handeling: Het (bij AMvB) vaststellen van nadere regels met betrekking tot de heffing en afdracht van premies en vervangende belastingen ingevolge de volksverzekeringen.
Grondslag: Algemene Ouderdomswet (Stb. 1956, 281) art. 26, 30–33; gewijzigd (Stb. 1985, 181) art. 37, 41–43; Algemene Weduwen- en Wezenwet (Stb. 1959, 139) art. 41, 43–45, 46 (b.w. Stb. 1986, 656) en (sinds Stb. 1986, 656) art. 48 negende lid; Algemene Kinderbijslagwet (Stb. 1962, 160) art. 20–23, 25–29 (b.w. Stb. 1988, 631); Kinderbijslagwet voor loontrekkenden (Stb. 1962, 257) art. 31 en 33 (b.w. Stb. 1979, 709); Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (Stb. 1975, 674) art. 73 zesde lid en 75; Wet van 28 maart 1985 (Stb. 1980) art XIX; Wet financiering volksverzekeringen (Stb. 1989, 129) art. 11, 17, 44
Periode: 1956–
Product: algemene maatregel van bestuur/ministeriële regeling, onder andere:
algemene maatregel van bestuur
– Besluit premieheffing artiesten en thuiswerkers (Stb. 1965, 519)
ministeriële regeling
– Regeling perceptiekosten volksverzekeringen (Stcrt. 1991, 209)
– Uitvoeringsregeling premieheffing volksverzekeringen 2002 (Stcrt. 2002, 165)
Waardering: B 5
Handeling: Het vergoeden van het bedrag aan niet-invorderbare premies ingevolge de AOW en AWW aan de Sociale Verzekeringsbank.
Grondslag: Algemene Ouderdomswet (Stb. 1956, 281) art. 44; Algemene Weduwen- en Wezenwet (Stb. 1959, 139) art. 46; Beschikking van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en de Minister van Financiën van 27 april 1961 nr. 1076 en 30 mei 1961, nr. A1/6035; Beschikking van de Staatssecretarissen van Sociale Zaken en Financiën van 3 juli 1985, nr. 85/2245 (Stcrt. 1985, 233) art. 2–5; Beschikking van de Staatssecretarissen van Sociale Zaken en Financiën van 28 januari en 10 februari 1987, nr. 87/00528 (Stcrt. 1987, 38) art. 2–5
Periode: 1956–
Product: beschikking
Waardering: V 7 jaar na vergoeding
Handeling: Het vaststellen van regels en uitvoeringsvoorschriften inzake het toekennen van AOW-uitkeringen aan personen die wegens gemoedsbezwaren geen premie maar verhoogde belasting hebben betaald.
Grondslag: Algemene Ouderdomswet (Stb. 1956, 281) zoals gewijzigd (Stb. 1962, 209) art. 36a; gewijzigd (Stb. 1985, 181) art. 48
Periode: 1962–
Product: ministeriële regeling, onder andere:
– Spaarregeling Gemoedsbezwaarden (Stcrt. 1985, 87, gewijzigd Stcrt. 1997, 82)
– Regeling uitkering aan gemoedsbezwaarden (Stcrt. 1985, 98, gewijzigd Stcrt. 1997, 82)
– Regeling tot wijziging van een tweetal ministeriële regelingen gemoedsbezwaarden Algemene Ouderdomswet (Stcrt. 1997, 82)
Waardering: B 5
Handeling: Het vaststellen van regels inzake de vergoeding van de kosten van sociale verzekeringswetten die geheel of gedeeltelijk door het Rijk worden gefinancierd.
Grondslag: o.a.: Noodwet Ouderdomsvoorziening (Stb. 1947, H 155) art. 35 derde lid; Kinderbijslagwet voor invaliditeits-, ouderdoms- en wezenrentetrekkers (Stb. 1948, I 309) art. 16 derde lid; Kinderbijslagwet voor kleine zelfstandigen (Stb. 1951, 212) art. 20 derde lid, gewijzigd (Stb. 1962, 257) art. 24 derde lid (b.w. Stb. 1979, 709); Interimwet invaliditeitsrentetrekkers (Stb. 1962, 534) art. 37 tweede en derde lid; Liquidatiewet invaliditeitswetten (Stb. 1964, 488) zoals gewijzigd (Stb. 1967, 307) art. 40 derde lid en 52 derde lid; Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (Stb. 1975, 674) art. 73 zesde lid; Wet van 14 september 1978 (Stb. 1978, 465) art. X zesde lid, XI zesde lid en XIII vierde lid; Toeslagenwet (Stb. 1986, 562) art. 26 tweede lid (b.w. Stb. 1995, 691); Algemene Kinderbijslagwet (Stb. 1962, 160) zoals gewijzigd (Stb. 1988, 631) art. 22 tweede lid; gewijzigd (Stb. 1991, 669) art. 29a tweede lid (b.w. Stb. 1994, 916); Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (Stb. 1966, 84), zoals gewijzigd (Stb. 1997, 175), art. 65a tweede lid; Organisatiewet sociale verzekeringen (Stb. 1994, 790) art. 74 (b.w. Stb. 1997, 96); Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 (Stb. 1997, 95) art. 71 (b.w. Stb. 2001, 625); Besluit van 29 september 1942 (Vb.1942, 109) art. 3 lid 2 (b.w. Stb. 1950, K664)
Periode: 1947–
Product: ministeriële regeling, onder andere:
– Financieringsregeling Algemene Kinderbijslagwet en Toeslagenwet (Stcrt. 1997, 41)
– Financieringsregeling Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Stcrt. 1998, 61)
– Financieringsregeling Algemene Kinderbijslagwet (Stcrt. 1998, 61)
– Financieringsregeling Toeslagenwet (Stcrt. 1998, 61)
Opmerking: Voorbeelden van wetten die geheel door het Rijk worden gefinancierd zijn de Noodwet Ouderdomsvoorziening, de Kinderbijslagwetten voor rentetrekkers en kleine zelfstandigen, de Toeslagenwet en (sinds 1989) de Algemene Kinderbijslagwet.
Waardering: B 5
Handeling: Het jaarlijks storten van bijdragen in het Invaliditeits(- en Ouderdoms)fonds en Interim-invaliditeitsfonds.
Grondslag: Invaliditeitswet (Stb. 1913, 205) art. 20; Interimwet invaliditeitsrentetrekkers (Stb. 1962, 534) art. 33; Liquidatiewet invaliditeitswetten (Stb. 1964, 488) zoals gewijzigd (Stb. 1967, 307) art. 40 en 52
Periode: 1945–1996
Product: beschikking
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het vaststellen van regels ten aanzien van het beheer en de belegging van gelden van de sociale verzekeringsfondsen.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)