Regeling van de Minister van Justitie van 9 november 2005, nr. DDS 5378751, houdende regels over de uitvoering van reclasseringswerkzaamheden (Uitvoeringsregeling reclassering 2005)

Type Ministeriële regeling
Publication 2005-11-25
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op deartikelen 2, derde lid, 6, derde lid, 38, vijfde lid, en 40 van de Reclasseringsregeling 1995;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 2. Aanwijzingseisen en beëdiging van reclasseringswerkers

Paragraaf 2.1. Aanwijzingseisen

Artikel 2
1.

Als reclasseringswerker kan slechts worden aangewezen degene die:

2.

In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, kan een medewerker van een reclasseringsinstelling die belast is met de uitvoering van werkstraffen en in het bezit is van het diploma Middelbaar Sociaal Agogisch Onderwijs of een als gelijkwaardig te beschouwen getuigschrift, als reclasseringswerker worden aangewezen.

3.

Ten behoeve van de aanwijzing als reclasseringswerker legt de kandidaat de stukken over waaruit blijkt dat hij voldoet aan de in het eerste en tweede lid gestelde eisen.

Artikel 3
1.

De aanwijzing kan worden geschorst, indien de reclasseringswerker op ernstige wijze tekortschiet in de uitoefening van zijn taak.

2.

De aanwijzing kan worden ingetrokken, indien blijkt van omstandigheden die, hadden zij zich voorgedaan of waren zij bekend geweest ten tijde van de aanwijzing, zouden hebben geleid tot het niet verlenen van die aanwijzing.

3.

De aanwijzing kan worden ingetrokken na beëindiging van de werkzaamheden als reclasseringswerker en wordt in ieder geval ingetrokken na beëindiging van het dienstverband met de reclasseringsinstelling.

Paragraaf 2.2. Beëdiging

Artikel 4

Alvorens zijn functie te aanvaarden, legt de reclasseringswerker voor de rechtbank in het arrondissement van de plaats waar hij is tewerkgesteld de volgende eed of belofte af:

‘Ik zweer (beloof), dat ik mijn taak overeenkomstig de gestelde voorschriften naar geweten zal vervullen en de zaken waarvan ik door de uitoefening van mijn functie kennis draag en waarvan ik het vertrouwelijk karakter moet begrijpen, niet zal openbaren aan anderen dan aan hen, aan wie ik krachtens wettelijk voorschrift of uit hoofde van mijn functie tot mededeling verplicht ben. Zo waarlijk helpe mij God Almachtig (Dat beloof ik)’

Artikel 5
1.

De reclasseringsinstelling verzoekt de griffier van de rechtbank het tijdstip voor de beëdiging vast te stellen, zo mogelijk binnen een maand na ontvangst van het verzoek.

2.

Het verzoek wordt schriftelijk gedaan volgens het model dat als bijlage 1bij deze regeling is gevoegd. Het gaat vergezeld van een afschrift van de beschikking, waaruit de aanwijzing van de reclasseringswerker blijkt.

3.

De griffier deelt de reclasseringsinstelling het tijdstip mee waarop de beëdiging zal plaatsvinden.

4.

De griffier maakt van de eedsaflegging een akte op en zendt afschrift daarvan aan de reclasseringsinstelling.

Artikel 6

Het bestuur van de reclasseringsinstelling verstrekt de reclasseringswerker na diens beëdiging een bewijs waarmee hij zich als zodanig kan legitimeren.

Hoofdstuk 3. Subsidiëring

Paragraaf 3.1. Subsidieverlening

Artikel 7
1.

De ontwerpbegroting en het beleidsplan met de voorgenomen werkzaamheden, bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de Reclasseringsregeling 1995, geeft voor het komende subsidiejaar en indicatief voor de drie daarop volgende jaren in ieder geval aan:

2.

De in het eerste lid genoemde ontwerpbegroting is gebaseerd op het besluit waarbij de subsidie, bedoeld in artikel 20, tweede lid, van de Reclasseringsregeling 1995 met betrekking tot het lopende subsidiejaar is verleend.

3.

Onze Minister kan in de uitnodiging, bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de Reclasseringsregeling 1995, met betrekking tot de eisen van de ontwerpbegroting en het beleidsplan aanwijzingen geven.

Artikel 8
1.

De definitieve begroting en het activiteitenplan, bedoeld in artikel 19, derde lid, van de Reclasseringsregeling 1995, bevatten een voorstel voor te maken managementafspraken over in ieder geval :

2.

Onze Minister kan in de uitnodiging, bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de Reclasseringsregeling 1995, met betrekking tot de eisen van de definitieve begroting en het activiteitenplan aanwijzingen geven.

Artikel 9
1.

In het besluit, bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de Reclasseringsregeling 1995, worden de managementafspraken vastgelegd.

2.

In het besluit wordt tevens kenbaar gemaakt volgens welke aanwijzingen op grond van artikel 12, derde lid, de subsidie wordt verrekend.

Paragraaf 3.2. Subsidievaststelling

Artikel 10
1.

De jaarrekening, bedoeld in artikel 26, tweede lid, onder a, van de Reclasseringsregeling 1995, bestaat uit de balans en de exploitatierekening met een toelichting.

2.

De op grond van artikel 26, tweede lid, onder c, van de Reclasseringsregeling 1995 gecontroleerde jaarrekening geeft in samenhang met het jaarverslag, bedoeld in artikel 26, tweede lid, onder b, van de Reclasseringsregeling 1995, en volgens normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd, een zodanig inzicht dat de Minister een verantwoord oordeel kan vormen omtrent:

3.

De balans met de toelichting geeft getrouw, duidelijk en stelselmatig de grootte en de samenstelling in actief- en passiefposten van het vermogen op het einde van het boekjaar weer.

4.

De exploitatierekening met de toelichting geeft getrouw, duidelijk en stelselmatig de grootte van het exploitatiesaldo op het einde van het boekjaar weer.

5.

De in de jaarrekening opgenomen baten en lasten, alsmede de balansmutaties zijn tot stand gekomen in overeenstemming met van toepassing zijnde wettelijke regelingen.

6.

De jaarrekening sluit aan op de begroting, waarvoor subsidie is verleend en op de subsidieverlening van dat jaar. Zij behelst een vergelijking met de gerealiseerde producten, de werkelijke uitgaven voor de projecten en de overige budgetten, in het jaar voorafgaand aan het boekjaar.

Artikel 11

Het jaarverslag, bedoeld in artikel 26, tweede lid, onder b, van de Reclasseringsregeling 1995, beschrijft in samenhang met de jaarrekening in ieder geval de vergelijking tussen de afgesproken en de gerealiseerde managementafspraken, met name ten aanzien van de aantallen producten, de daaraan gerelateerde kostprijs, de projecten, de overige budgetten en een toelichting op de verschillen.

Artikel 12
1.

De subsidievaststelling geschiedt voor de aantallen producten op basis van de gerealiseerde productie op basis van de bij de subsidieverlening vastgestelde kostprijs. De gerealiseerde productie is de productie zoals verantwoord in de jaarrekening en het jaarverslag en die voldoet aan de door Onze Minister gestelde productiecriteria.

2.

De subsidievaststelling over het totaal van de producten kan ten hoogste het bedrag zijn dat in de subsidieverlening voor het boekjaar waarop de subsidievaststelling betrekking heeft, is vermeld.

3.

De gerealiseerde productie, projecten en overige budgetten worden verrekend overeenkomstig de aanwijzingen van Onze Minister.

Artikel 13
1.

Ten behoeve van de accountantscontrole bedoeld in artikel 26, tweede lid, onder c, van de Reclasseringsregeling 1995, is er een controleprotocol dat wordt opgesteld onder de verantwoordelijkheid van Onze Minister.

2.

Indien geen goedkeurende accountantsverklaring (zonder beperkingen) kan worden afgegeven, stelt Onze Minister de subsidie vast met inachtneming van de bevindingen van de accountant, zoals die blijken uit de accountantsverklaring en het daarbij behorende rapport van bevindingen. De in de jaarrekening verantwoorde productie, die niet aan de productiecriteria voldoet of waarvan niet kan worden vastgesteld of aan die criteria wordt voldaan, kan door Onze Minister bij de subsidievaststelling als niet gerealiseerde productie worden aangemerkt. Tevens kan Onze Minister een sanctie opleggen van maximaal 10% van de verleende subsidie.

Paragraaf 3.3. Informatievoorziening

Artikel 14
1.

Een reclasseringsinstelling informeert Onze Minister uiterlijk vier weken na iedere vier maanden over de uitvoering van de managementafspraken, bedoeld in artikel 9, eerste lid, met een inhoudelijke en financiële toelichting ten aanzien van de verschillen met de vorige periodes van vier maanden en de planning voor het desbetreffende jaar.

2.

Een reclasseringsinstelling informeert Onze Minister uiterlijk tien dagen na iedere twee maanden over de productierealisatie. Deze informatie bevat de voor de monitoring relevante informatie over de instroom, realisatie en voorraad per reclasseringsproduct.

3.

In het besluit, bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de Reclasseringsregeling 1995, wordt nader aangegeven welke informatie als bedoeld in het eerste en tweede lid aan Onze Minister moet worden verstrekt.

Artikel 15

Een reclasseringsinstelling verstrekt aan de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming de inlichtingen die deze in het kader van zijn taak vraagt.

Paragraaf 3.4. Administratieve voorschriften

Artikel 16
1.

Een reclasseringsinstelling behoeft de voorafgaande toestemming van Onze Minister voor:

2.

Onze Minister beslist binnen vier weken omtrent de toestemming.

3.

De beslissing kan éénmaal voor ten hoogste vier weken worden verdaagd.

4.

Indien omtrent de toestemming niet tijdig is beslist, wordt de toestemming geacht te zijn verleend.

5.

Een reclasseringsinstelling doet onverwijld melding aan Onze Minister van:

Artikel 17
1.

Een reclasseringsinstelling verzekert haar aansprakelijkheid naar burgerlijk recht tegenover derden in voldoende mate.

2.

Een reclasseringsinstelling verzekert de aansprakelijkheid naar burgerlijk recht van personen die op grond van bepalingen in het Wetboek van Strafrecht en in het Wetboek van Strafvordering taakstraffen verrichten, indien deze aansprakelijkheid niet reeds anderszins is verzekerd.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.