← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 10 november 2005, nr. SAS/2005197401, Directoraat-Generaal Milieubeheer, Directie Stoffen, Afvalstoffen en Straling, Afdeling Afval Keten Beleid, houdende nadere regels inzake de vrijstelling van het stortverbod buiten inrichtingen van plantenresten en tarragrond (Vrijstellingsregeling plantenresten en tarragrond)

Geldende tekst a fecha 2011-07-01

Gelet op artikel 2, eerste lid, onderdelen g en h, van het Besluit vrijstellingen stortverbod buiten inrichtingen;

Besluit:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

Als plantenresten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder g, van het Besluit vrijstellingen stortverbod buiten inrichtingen worden aangewezen:

Artikel 3

Bermmaaisel als bedoeld in artikel 2, onder a, wordt uitsluitend op of in de bodem gebracht indien:

Artikel 4

Oogstrestanten als bedoeld in artikel 2, onder b, worden uitsluitend ondergewerkt indien:

Artikel 5

Heideplagsel en maaisel als bedoeld in artikel 2, onder c, wordt uitsluitend op of in de bodem gebracht indien:

Artikel 6
2.

Tarragrond van suikerbieten en aardappelen is schoon en onverdacht en bevat geen toevoegingen met uitzondering van residuen anti-schuimmiddel.

Artikel 7

Deze regeling treedt in werking met ingang van 15 november 2005.

Artikel 8

Deze regeling wordt aangehaald als: Vrijstellingsregeling plantenresten en tarragrond.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.